Beter, beter, beter met meditatie?

door | aug 18, 2019 | Coachen, vitaliteit | 0 Reacties

Oost en west lijken verenigd in het enthousiasme over meditatie. De consument, de media en de wetenschap zijn unaniem over het heilzame effect van een paar minuten mediteren per dag. Niet zweverig, wetenschappelijk bewezen effectief, geen wondermiddel, maar toch fantastisch, zo lijkt het oordeel. Is het bewijs echt zo sterk?  

 

 

De media

Er zijn talloze blogs, krantenartikelen, podcasts en televisieprogramma’s gewijd aan de fantastische voordelen van meditatie. Met kleurige plaatjes van breinscans wordt aangetoond dat de prefrontale cortex extra wordt gestimuleerd, de concentratie daarom toeneemt en men gelukkiger wordt. Beter, beter, beter, zo is de boodschap. Daarom zou meditatie op school een verplicht vak moeten zijn. En als dat ooit doorgevoerd gaat worden en je bent al van school af, dan hoef je niets te missen. Er is namelijk een app voor. Kennelijk allemaal gebaseerd op ontelbare wetenschappelijk onderzoeken.

Beter brein?

Een onderbouwd standpunt wordt nooit gevormd door een onderzoek, maar door het totaal aan onderzoeken die gewogen zijn op kwaliteit. Daar is een methode voor in de vorm van een systematisch overzichtsartikel en meta-analyse. Als er zoveel bewijs voor is, zou dat moeten blijken uit een dergelijk synthese. Zo is er een overzichtsartikel over het effect van meditatie op activiteit in het brein (Fox KCR 2016). Zo valt op dat op 2 uitzonderingen na de groepsgrootte tussen de 4 en 14 deelnemers is. Dat is veel te weinig om toeval uit te sluiten. Elke conclusie is daarmee voorbarig. Er worden zowel publicaties opgenomen met ‘in-between’ en ‘within’ vergelijkingen. Dat zijn twee verschillende manieren om groepen te vergelijken en ze leiden tot twee verschillende resultaten binnen eenzelfde onderzoek. Het is appels met peren vergelijken en deze manier van analyseren hoort niet thuis in een meta-analyse. Er zit ook veel verschil in de opzet van de onderzoeken (heterogeniteit) en ook dat is een probleem van appels en peren. Of de heterogeniteit een probleem is wordt meestal vastgesteld aan de hand van een forest plot, een grafische weergave van heterogeniteit. Die ontbreekt in dit overzichtsartikel. Er is ook niet gekeken naar de procedure waarmee een breinscan is afgenomen. Zo weten we dat hoofdbewegingen een enorme invloed hebben op de meting, maar dat in veel gevallen het hoofd niet ingesnoerd is. Kwaliteit bij breinscan onderzoek is vaak matig tot slecht. Kleine groepen, slecht uitgevoerde procedures, omdat breinscans nu eenmaal duur zijn en men in een zo korte mogelijke tijd zoveel mogelijk deelnemers moet ‘onderzoeken’. Het bewijs van meditatie op de hersenen is buitengewoon zwak en de auteurs stellen dan ook dat er methodologische zorgen zijn. Lijkt ons een understatement.

Beter mens?

Onderzoekers interviewden honderden monniken in India en Buthan, naast Tibetaanse burgers, Indiase hindoes, maar ook Amerikaanse christenen en -atheïsten (Nicholes S 2018). Zij hadden een interessante vragenlijst en vroegen 30 Boeddhistische docenten/ leiders, hoe de monniken idealiter zouden moeten antwoorden. Volgens hen gebruikten de monniken de geen-zelf doctrine als een manier om te copen met de dood. In twee van de enquêtes werd een visie op het zelf vastgesteld en uit de reacties bleek inderdaad dat de monniken het minst gefixeerd idee hadden van het zelf. Zij konden zich goed voorstellen dat zij in de toekomst iemand anders waren, terwijl andere groepen veel stelliger waren dat zij zelf in de nabije of middellange toekomst niet echt zouden veranderen. In een vervolgenquête werd gevraagd hoe bang men was voor de dood. Het waren vooral de monniken die de dood het meest vreesden. Een onverwacht resultaat, maar daarmee begint het pas. Op de vraag of men de pil die hun leven met 6 maanden kon verlengen, zou geven aan een vreemde of zelf zouden houden, bleek 72 procent van de monniken de pil voor zichzelf te willen houden in tegenstelling tot bijvoorbeeld 31 procent van de atheïsten. Nu zijn deze monniken kennelijk nog onderweg naar verlichting. Uit een ander onderzoek bleek dat deelnemers met narcistische neigingen, na een tijd mediteren volgens de mindfulness doctrine, juist meer narcistischere gevoelens te hebben. Al met al is het lastig om de stelling te verdedigen dat een paar minuten mediteren per dag van jou een beter persoon maakt.

Betere app?

Er zijn talloze apps die het mediteren moeten verbeteren en die blijken een positief effect te hebben op cognitief functioneren, volgens een recente meta-analyse Quaglia JT (2016). Het probleem alleen is dat slecht 4 procent van de onderzoeken hetzelfde meten tijdens de start (baseline) en in de follow-up. Slechts 4 procent, voor iets wat standaard zou moeten zijn in elk onderzoek. Controlegroepen zijn doorgaans zwak van opzet, als ze überhaupt al zijn ingezet. Er is dus eigenlijk geen bewijs voor de effectiviteit van dit soort apps, simpelweg omdat het onderzoek net zo slecht is als het gemiddeld onderzoek naar (mindfulness) meditatie. Een uitzondering vormt een onderzoek naar de populaire ‘Headspace’ app (Noone C 2018). Daarin werd het gebruik van de app afgezet tegen ademhalingsoefeningen in de controlegroep. Er werden geen specifieke instructies gegeven met betrekking tot een ademhalingstechniek of lichaamsbewustzijn. Het resultaat laat zich raden, want er was geen enkel verschil in cognitief functioneren tussen gebruikers van de Headspace app en de controlegroep. Een (betere) app leidt niet tot betere resultaten. Sterker nog, je hebt geen app nodig, je hebt niet eens een protocol nodig.

Betere studenten?

Studeren is topsport en de roep om meditatie tot een verplicht vak op school te maken, blijft aanhouden. In het Verenigd Koninkrijk zijn inmiddels 5.000 leerkrachten getraind in mindfulness meditatie, zodat ze dit kunnen toepassen in de klassen. Dit is gebaseerd op internationaal onderzoek van matige kwaliteit, zoals voorheen besproken. Er hebben echter twee onderzoeken plaatsgevonden op de Britse scholen (Johnson C 2017). Daarbij is gekeken naar depressie, nervositeit, lichaamsbeeld, algeheel welbevinden en mindfulness. Er waren drie groepen, namelijk mindfulness training zonder ouders, training met betrokkenheid van de ouders en een controlegroep. Na 6 en 12 maanden bleek er geen verschil te zijn tussen de groepen. Ook uit een recente meta-analyse (Dunning DL 2019) bleek er geen effect op cognitief functioneren, focus en negatief gedrag. Wel bleek een matig effect op depressie, mindfulness en nervositeit, maar het is ook duidelijk dat de betere onderzoeken het kleinst zijn. Als we van de geschiedenis mogen leren, dan voorspellen we dat grotere onderzoeken van voldoende kwaliteit het effect nog verder gaan marginaliseren.

Betere wereld?

Wetenschappers bestuderen al tijden hersengolven en zo worden bijvoorbeeld gamma golven geassocieerd met gevoelens van dankbaarheid, terwijl alfa golven meer gecorreleerd worden met cognitief functioneren, kalmte, alertheid en effectief leren. Met mediteren kunnen deze golfpatronen worden opgewekt. Die golven geven niet alleen de staat van het brein weer, maar zouden zelfs een effect hebben op de omgeving. Dat het effect op de omgeving versterkt kan worden door als groep te gaan mediteren is intuïtief. Zo zou mediteren in groten getale de criminaliteit verminderen. Dit wordt het Maharishi effect genoemd. Daar zou bewijs voor zijn, maar die relatie laat zich niet zo gemakkelijk onderzoeken vanwege de enorme hoeveelheid ruis. Als een grote groep gaat mediteren en de criminaliteit daalt, ten opzichte van vorig jaar, komt dat dan door mediteren of door iets anders? Er zijn zoveel factoren die bijdragen aan meer of minder criminaliteit zoals het aantal wapens dat verkocht wordt, economische onrust, maar ook bijvoorbeeld het weer. Als het kouder is en het regent meer, dan daalt de criminaliteit. In die zogenaamde meditatie onderzoeken wordt onvoldoende rekening gehouden met dit soort factoren. Geen van de onderzoeken zijn overigens ooit van tevoren geregistreerd. Het betekent dat onderzoeken die geen resultaat laten zien, weleens ongepubliceerd blijven.

Conclusie

Meditatie mag zich op grote belangstelling verheugen en of dat terecht is, zal de toekomst moeten uitwijzen. Het huidige bewijs is onvoldoende om de verhitte claims over het verbeteren van cognitieve prestaties, focus, criminaliteit, depressie en angst te kunnen verantwoorden. In veel gevallen is er zelfs bewijs tegen. Er zijn veel soorten van meditatie, maar er zijn ook stevige aanwijzingen dat het mediteren niets meer is dan een ritueel dat bovenop het werkzaam component is gebouwd, namelijk rustig ademhalen. Dat is ook gebleken bij het populaire ACT dat toegepast wordt bij pijnbestrijding. Op basis van het huidige bewijs is het veel te vroeg voor formele implementaties van meditatie op scholen en in het bedrijfsleven. Misschien moeten we niet bezig zijn met meditatie, maar met onderzoek. Beter, beter, beter onderzoek.

Meer lezen uit deze categorie 'Coachen':

Stop met het nastreven van eigenwaarde

Stop met het nastreven van eigenwaarde

Het onderwerp eigenwaarde heeft veel psychologen beziggehouden en mag zich tot één van de meest omvangrijke dossiers in de psychologie rekenen. Het wordt ook wel zelfwaarde, zelfliefde, zelfwaardering en eigendunk genoemd en het is veel beschreven als de emotionele...

Clip: Meer kritiek op mindfulness meditatie in de media

Clip: Meer kritiek op mindfulness meditatie in de media

Mindfulness is een hype, maar is dat terecht? Er is namelijk steeds meer kritiek vanuit de media op het fenomeen dat een industrie is geworden. Een clip is een kort item over een onderzoek of een curiositeit. Het is geen uitputtende verhandeling over het onderwerp,...

Vitaliteitscoaching deel 2: Chronische stress is niet het probleem

Vitaliteitscoaching deel 2: Chronische stress is niet het probleem

  In Nederland, maar ook in de rest van de wereld, gaan er zaken mis. Overgewicht, chronische ziekten en kennelijk nemen ook burn-out/depressie de overhand. Volgens sommigen heeft dat alles te maken chronische stress die het moderne leven met zich meebrengt waar we...

Dit onderwerp komt aan bod in de volgende opleidingen:

Meer lezen uit overige (kennisbank) categorieën:

Hebben dikke mensen meer cravings?

Hebben dikke mensen meer cravings?

Als verlangen verandert in hunkeren naar voedsel dan wordt het een craving genoemd. Die cravings lijken vooral sterk te zijn gecorreleerd met hyperpalatibele (smakelijk) en hypercalorische voedingsmiddelen. Dik en dun kennen het verschijnsel van cravings, maar is er...

Insuline onbegrepen deel 13: Koolhydraatintolerant

Insuline onbegrepen deel 13: Koolhydraatintolerant

Zijn er mensen die niet tegen koolhydraten kunnen en zou dat de reden zijn waarom ze diabetes krijgen? Steeds vaker spreekt men van koolhydraatintolerantie, zo ook in een recent onderzoek van de Ohio universiteit. Deze mensen zouden gebaat zijn bij een...

Clip: Armoede slecht voor het hart

Clip: Armoede slecht voor het hart

Armoede wordt al langere tijd in verband gebracht met hartklachten en een kortere levensverwachting. Onderzoekers wilden weten via welke mechanisme. Een clip is een kort item over een onderzoek of een curiositeit. Het is geen uitputtende verhandeling over het...

Redactionele noot

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, worden opgeslagen of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

We vernemen graag feedback over onze artikelen, omdat we verantwoording afleggen voor claims belangrijk vinden. Een clip is een korte post over actualiteit, een uitgelicht onderzoek of een curiositeit. Het is geen uitputtende verhandeling over het onderwerp, maar is bedoeld om een punt te maken door het in de context te plaatsen. We vernemen graag feedback over onze artikelen, omdat we verantwoording afleggen voor claims belangrijk vinden. 

Wil je kennis uitwisselen over vitaliteit, fitness en leefstijl met andere (aspirant)professionals, bezoek dan Café Chivo op Facebook.

 

Geraadpleegde bron(nen)

  • Dunning DL (2019), Griffiths K, Kuyken W, e.a. Research Review: The effects of mindfulness-based interventions on cognition and mental health in children and adolescents – a meta-analysis of randomized controlled trials. J Child Psychol Psychiatry. 2019 Mar;60(3):244-258.
  • Fox KC (2016), Dixon ML, Nijeboer S, e.a. Functional neuroanatomy of meditation: A review and meta-analysis of 78 functional neuroimaging investigations. Neuroscience & Biobehavioral Reviews. 2016 Jun 30;65:208-28
  • Johnson C (2017), Burke C, Brinkman S, Wade T. A randomized controlled evaluation of a secondary school mindfulness program for early adolescents: Do we have the recipe right yet? Behav Res Ther. 2017 Dec;99:37-46
  • Noone C (2018) & Hogan,M. A randomised active-controlled trial to examine the effects of an online mindfulness intervention on executive control, critical thinking and key thinking dispositions in a university student sample. BMC Psychologyvolume 6, Article number: 13 (2018)
  • Quaglia JT (2016), Braun SE, Freeman SP, e.a. Meta-analytic evidence for effects of mindfulness training on dimensions of self-reported dispositional mindfulness meta-analytic evidence for effects of mindfulness training on dimensions of self-reported dispositional Mindfulnes. Psychol Assess. 2016;28:803–18