Hoe effectief is de gecombineerde leefstijl interventie (GLI)

door | dec 24, 2019 | Leefstijl | 0 Reacties

Begin 2019 werd de gecombineerde leefstijl interventie (GLI) beschikbaar voor Nederland en het is tijd voor een tussentijdse evaluatie. Dit doen we aan de hand van een aantal recente Nederlandse publicaties over het onderwerp, aangevuld met decennia aan internationale wetenschappelijke literatuur waarmee we standpunten kunnen onderbouwen.

 

 

Om de effectiviteit aan te tonen van leefstijlinterventies dient men een aantal zaken in ogenschouw te nemen, namelijk:

 
  1. Mechanische plausibiliteit
  2. Effectiviteit van leefstijlinterventies
  3. Risico’s van de interventies
 
Een verdere analyse van de drie punten is belangrijk om duidelijker te krijgen waar eventueel knelpunten te vinden zijn. Daarin nemen we twee recente Nederlandse publicaties in ogenschouw, namelijk de bundel ‘Wetenschappelijk bewijs Leefstijlgeneeskunde’ van Lifestyle4Health en het proefschrift ‘Management van overgewicht en obesitas in de eerstelijns zorg’, naast de internationale literatuur.

De bundel ‘Wetenschappelijk bewijs Leefstijlgeneeskunde’, dec 2019

Proefschrift ‘Management van overgewicht en obesitas in de eerstelijns zorg’, 2019

1. Mechanische plausibiliteit

Aangezien voortschrijdende vervetting symptomen van welvaartziekten verergert en afslanken de symptomen doet afnemen, is mechanische plausibiliteit voor leefstijl niet zozeer het probleem. Dat chronisch vervetten uiteindelijk kan leiden tot insulineresistentie en daarmee diabetes type 2, maar ook vaatlijden kan veroorzaken of verergeren is een goed beschreven mechanisme. Hoewel men tegenwoordig graag praat over het microbioom, hormonen, koolhydraatbeperkt (lowcarb) diëten en het vergroten van de metabole flexibiliteit door middel van periodiek vasten, draait het grotendeels om de energiebalans. De wetenschappelijke bundel (Lifestyle4Health 2019) die recent is gepubliceerd beaamt dat eveneens. Grofweg gaan leefstijlinterventies over afslanken, meer bewegen, beter slapen en minder stress.

Het argument van kostenbesparing moet van tafel

2. Effectiviteit van leefstijlinterventies

Op dit moment zijn er 3 leefstijlprogramma’s die vergoed worden. Zij zijn onderbouwd met observationele studies, aangezien geen van de drie programma’s een gerandomiseerde en gestratificeerde controlegroep had. Het bewijs van effectiviteit is daarmee nogal zwak. Dit is lastig, aangezien buitenlandse onderzoeken van een veel hogere kwaliteit, nauwelijks effect laten zien. Hoewel men in de bundel enkele buitenlandse onderzoeken aanhaalt om het potentieel van leefstijlgeneeskunde te demonstreren, moeten we kritisch blijven. In de bundel ontbreken namelijk de systematische overzichtsartikelen en meta-analyses die aantonen dat er geen noemenswaardig effect is. Een bekend systematisch overzichtsartikel (Schellenberg ES 2013) geeft weinig hoop op succes bij diabetes type 2. Het betreft experimenten met een duur van 6 tot 48 maanden en follow-ups van 6 tot 93 maanden. Er zijn aanwijzingen dat groepen die een hoog risico lopen op diabetes minder snel ziek worden door leefstijlinterventies. We hebben daar ernstig twijfels bij, omdat 4 van de 5 experimenten geen follow-up hadden. Bovendien werd aan 3 het predicaat ‘high risk of bias’ toegekend, waardoor de resultaten nog minder betrouwbaar zijn. Voor de mensen die al diabetes type 2 hebben, is er duidelijk geen verschil in uitkomst te verwachten op het gebied van levensverwachting of in coronaire eindpunten. Er is slechts één experiment (Steno-2) waarin men gunstige uitkomsten zag in de levensverwachting van de leefstijlgroep, maar deze groep gebruikte veel meer medicatie, waarvan men weet dat het levens redt. Ook andere systematische overzichtsartikelen, waarin het effect van gecombineerde leefstijlinterventies is geanalyseerd, laten weinig ruimte voor optimisme (Chrouch R 2011, Yoon U 2013). Deze overzichtsartikelen en analyses leveren het sterkste bewijs en het negeren ervan verdient geen schoonheidsprijs. Men kan stellen dat het gaat om buitenlandse publicaties die niet te vertalen zijn naar Nederland, maar in de bundel worden vooral buitenlandse publicaties aangehaald om de zaak positief te belichten. Recent is er echter ook een proefschrift (Verberne L 2019) gepubliceerd met onderzoek naar de effectiviteit van de GLI in Nederland. Dat biedt eveneens weinig hoop, aangezien het effect te klein is om van enige klinische betekenis te zijn. Het gegeven dat er mechanische plausibiliteit voor leefstijlinterventies is, wil niet zeggen dat leefstijlinterventies zoals we ze nu uitvoeren, succesvol zijn. Het totaal aan bewijs laat juist zien dat het niet effectief is.

Afslanken is geen risicoloze sport

3. Risico’s van leefstijlinterventies

Elke behandeling gaat gepaard met risico’s, maar op een of andere wijze wordt dit zelden of nooit aangesneden als het gaat om leefstijl. Het eerste risico is de toename van stigmatisering van mensen met obesitas, een goed gedocumenteerd fenomeen door de suggestie dat er nu een oplossing voor handen is. Het is natuurlijk niet zo dat de doelgroep echt iets nieuws gaat leren of nieuws gaat doen met de GLI. Het is daarom best mogelijk dat sommigen van hen zullen weigeren, hetgeen opgevat kan worden als onwil. Er werd in het eerste jaar van beschikbaarheid in ieder geval weinig gebruik gemaakt van de GLI. Dat komt waarschijnlijk mede doordat huisartsen er ook weinig vertrouwen in hebben, zo blijkt uit onze contacten. In tegenstelling tot de suggestie, hebben veel huisartsen namelijk al langer ervaring met leefstijlinterventies, maar meestal op initiatief van de lokale gemeente. Dat leidt eigenlijk nooit tot een echt positief resultaat. Het tweede probleem is dat er ook in de bundel gesproken wordt van enorme kostenbesparing. Dat is op korte termijn, zeker het geval. Als deze interventies echter op langer termijn ook zouden werken, dan zou men langer leven, waardoor de kosten weer toenemen (Kemp KB 2012). Daarmee willen we niet suggereren dat een toename van gezondheid onbelangrijk is, maar dat het argument van kostenbesparing van tafel moet. Het is namelijk onjuist en leidt mogelijk tot meer stigmatisering. Het laatste risico dat we willen adresseren is dat afslanken zelf, het probleem kan verergeren. De uitspraak dat de beste manier om 10 kg aan te komen, nog altijd 8 kg afslanken is, blijkt niet alleen uit de praktijk, maar ook uit diverse onderzoeken. Een recente meta-analyse met 8 onderzoeken waarin deelnemers weken tot jaren zijn begeleid, laat zien dat de meesten na 5 jaar zwaarder zijn dan bij aanvang van het onderzoek (Nordmo M 2020). Afslanken is dus geen risicoloze sport, naast de gevaren van stigmatisering. Ook is er steeds meer draagvlak voor het idee om niet af te slanken, maar voorkomen dat men in gewicht toeneemt, als er geen symptomen zijn (Gardner C 2019). Wij hebben hier eveneens eerder voor gepleit in ons artikel ‘Obesitas, leefstijl- of vitaliteitsvraagstuk?

De grafiek laat zien uit 8 succesvolle afslankprogramma’s dat men zonder verdere begeleiding na 5 jaar niet alleen terug bij af zijn, maar in veel gevallen zelfs zwaarder (Nordmo M 2020).

Als het beste voedingspatroon of leefstijlprogramma al bestaat, dan is het nog steeds weinig waard als men het niet kan volhouden

Volhouden

Als men met leefstijlinterventies daadwerkelijk effect wil sorteren, dient men rekening te houden met een aantal zaken. Allereerst is het belangrijk om te begrijpen dat discussies over allerlei voedingspatronen, het microbioom en andere fysiologische curiositeiten  heel interessant kunnen zijn, maar het mag duidelijk zijn dat een vermeend beste voedingspatroon of leefstijlprogramma alleen maar waarde heeft als men het vol kan houden. Dat wordt door heel veel zaken beïnvloed die geheel los staan van bewegen en voeding. Het gaat om de vrienden die men heeft, het opleidingsniveau, het inkomen, de werkomgeving, erkenning, de locatie waar men woont, etc. Die liggen overigens meer in de sfeer van vitaliteit dan leefstijl, aangezien die sterk leunen op de (perceptie van) autonomie. Als de interventies daar geen rekening mee houden, dan zijn de randvoorwaarden niet aanwezig voor (bescheiden) succes. Dat geldt voor alle lagen in de bevolking, maar in de bundel wordt expliciet benoemd dat het helpen van de bevolking met een lage sociale economische status, buitengewoon lastig is. Zonder een bredere maatschappelijke en gelijktijdig meer persoonlijke aanpak, legt men met een standaardprogramma, alle verantwoordelijkheid terug bij het individu. Die heeft het om verschillende redenen, eerder ook niet gered. De conclusie uit het proefschrift bevestigt dit beeld. Het idee dat een leefstijlinterventie van 2 jaar educatie en motivatie, nog een noemenswaardig effect heeft na 5 jaar, is daarmee nog onwaarschijnlijker. Er zijn echter in de literatuur aanwijzingen te vinden van bescheiden succesjes na 5 jaar, maar dat is alleen bij permanente begeleiding. Aanvaarden dat obesitas een chronische aandoening is, betekent waarschijnlijk ook dat de begeleiding permanent zou moeten zijn. Dat maakt het vermeende kostenargument nog minder plausibel. Als we willen dat participanten volhouden, dan moeten we af van de (kosten)stigmatisering en veel breder insteken dan alleen de gezondheidszorg.

Conclusie

Er is weinig twijfel over het gegeven dat leefstijl een flink effect kan hebben op veel ziektebeelden, maar er is aanzienlijk minder zekerheid over de effectiviteit van leefstijlinterventies die vooral op langer termijn nogal teleurstellend zijn. Het probleem namelijk is dat een gecombineerde leefstijl interventie alleen maar succesvol kan zijn, als men kan volhouden. Men zal de discussie daarom moeten verleggen van kostenbesparing en fysiologische curiositeiten naar de vraag hoe men leefstijlinterventies beter kan volhouden.

Meer lezen uit deze categorie 'Leefstijl' :

Hebben dikke mensen meer cravings?

Hebben dikke mensen meer cravings?

Als verlangen verandert in hunkeren naar voedsel dan wordt het een craving genoemd. Die cravings lijken vooral sterk te zijn gecorreleerd met hyperpalatibele (smakelijk) en hypercalorische voedingsmiddelen. Dik en dun kennen het verschijnsel van cravings, maar is er...

Clip: Armoede slecht voor het hart

Clip: Armoede slecht voor het hart

Armoede wordt al langere tijd in verband gebracht met hartklachten en een kortere levensverwachting. Onderzoekers wilden weten via welke mechanisme. Een clip is een kort item over een onderzoek of een curiositeit. Het is geen uitputtende verhandeling over het...

Wat voegt de leefstijlarts toe?

Wat voegt de leefstijlarts toe?

De belangstelling voor leefstijlgeneeskunde bij (huis)artsen neemt toe en dat lijkt terecht te zijn, aangezien veel van de gezondheidsproblemen ontstaan door de wijze waarop we leven. Nu hebben we al leefstijlcoaches en diëtisten. Wat voegt de leefstijlarts toe?    ...

Dit onderwerp komt aan bod in de volgende opleidingen:

Recente artikelen (kennisbank) uit overige categorieën:

Stop met het nastreven van eigenwaarde

Stop met het nastreven van eigenwaarde

Het onderwerp eigenwaarde heeft veel psychologen beziggehouden en mag zich tot één van de meest omvangrijke dossiers in de psychologie rekenen. Het wordt ook wel zelfwaarde, zelfliefde, zelfwaardering en eigendunk genoemd en het is veel beschreven als de emotionele...

Hebben dikke mensen meer cravings?

Hebben dikke mensen meer cravings?

Als verlangen verandert in hunkeren naar voedsel dan wordt het een craving genoemd. Die cravings lijken vooral sterk te zijn gecorreleerd met hyperpalatibele (smakelijk) en hypercalorische voedingsmiddelen. Dik en dun kennen het verschijnsel van cravings, maar is er...

Beter, beter, beter met meditatie?

Beter, beter, beter met meditatie?

Oost en west lijken verenigd in het enthousiasme over meditatie. De consument, de media en de wetenschap zijn unaniem over het heilzame effect van een paar minuten mediteren per dag. Niet zweverig, wetenschappelijk bewezen effectief, geen wondermiddel, maar toch...

Redactionele noot

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, worden opgeslagen of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

We vernemen graag feedback over onze artikelen, omdat we verantwoording afleggen voor claims belangrijk vinden. Een clip is een korte post over actualiteit, een uitgelicht onderzoek of een curiositeit. Het is geen uitputtende verhandeling over het onderwerp, maar is bedoeld om een punt te maken door het in de context te plaatsen. We vernemen graag feedback over onze artikelen, omdat we verantwoording afleggen voor claims belangrijk vinden.

Wil je kennis uitwisselen over vitaliteit, fitness en leefstijl met andere (aspirant)professionals, bezoek dan het community platform van Chivo.

Geraadpleegde bron(nen)

  • Cardenas D (2013) Let not thy food be confused with thy medicine: The Hippocratic misquotation. e-SPEN Journal (2013)
  • Gardner CD (2019) Preventing weight gain more important than weight loss and more realistic to study in cohorts than in randomized controlled trials. Am J Clin Nutr. 2019 Sep 1;110(3):544-545
  • Leclerc E (2019), Trevizol AP, Grigolon RB, e.a. The effect of caloric restriction on working memory in healthy non-obese adults. CNS Spectr. 2019 Apr 10:1-7
  • Martin CK (2016), Bhapkar M, Pittas AG, e.a. Effect of Calorie Restriction on Mood, Quality of Life, Sleep, and Sexual Function in HealthyNonobese Adults: The CALERIE 2 Randomized Clinical Trial. JAMA Intern Med. 2016 Jun 1;176(6):743-52
  • Trevizol AP (2019), Brietzke E, Grigolon RB, e.a. Peripheral interleukin-6 levels and working memory in non-obese adults: A post-hoc analysis from the CALERIE study. Nutrition. 2019 Feb;58:18-22