Aankomen tijdens het afslanken? Lessen uit Minnesota

door | okt 18, 2016 | Leefstijl, Voeding | 0 Reacties

Een cliënt komt aan tijdens het afslanktraject en wat vertel je dan? Veelal wordt er gesteld dat spieren zwaarder zijn dan vet. Daarnaast wordt gesteld dat het rustmetabolisme gedaald is, waardoor afslanken moeilijk is. Beiden zijn waar, maar volslagen irrelevant, zo blijkt onder ander uit het Minnesota starvation experiment.

Er wordt tot wel 7 kg aan extra vocht vastgehouden

Aan het einde van de tweede wereldoorlog werd het Minnesota starvation experiment gestart, waarin diensweigeraars zich mochten melden voor een uithongeronderzoek, dat ruim een jaar duurde. De negatieve energiebalansperiode was 24 weken aaneengesloten. Ondanks de lange duur en een extreem gewichtsverlies van 25% van het lichaamsgewicht, bleek het vetverlies goed voorspelbaar. Het gewicht daarentegen fluctueerde wel, omdat men tijdens een negatieve energiebalans vaak vocht vasthoudt. In het geval van dit uithongerexperiment was dat zelfs tot 7 kg.

Het rustmetabolisme daalt, maar dat komt grotendeels door minder lichaamsmassa

De deelnemers verloren vet, maar kwamen toch in gewicht aan. Het rustmetabolisme daalde in totaal met 40 procent. Dat lijkt veel, maar het heeft vooral te maken met gewichtsverlies. Een lichaam van 100 kg heeft twee maal zoveel energie nodig om onderhouden te worden dan een lichaam van 50 kg. Bij een verlies van 25 procent aan energie, mag men dus een minimaal 25 procent lager rustmetabolisme verwachten. In een negatieve energiebalans daalt het wel onevenredig meer en dat extra lag tussen de 10 en 15 procent. Desalniettemin, bleven de deelnemers in gewicht afnemen.

Als de vochthuishouding schommelt dan is de kledingmaat een veel betere indicator voor afslanksucces dan gewicht

Conclusie
Het voorbesproken experiment is geen aanbeveling om op die manier af te slanken, maar om duidelijk te maken dat kleding een betere indicator is voor vetverlies dan de weegschaal en dat het dalend rustmetabolisme niet echt een factor is. Dit is overigens daarna in veel onderzoeken nog bevestigd.

Meer lezen uit deze categorie:

Effectiviteit gezondheidsmanagement in het bedrijf

  Steeds vaker blijken bedrijven te investeren in gezondheidsmanagement en naar schatting hebben 50 miljoen werknemers over de hele wereld deze deels of geheel ondergaan. Een effectiviteitsanalyse die de wetenschappelijke toets kan doorstaan is zeldzaam, maar recent...

De glycemische index (GI) is nutteloos?

Het lichaam heeft verschillende mechanismen om de bloedsuikerspiegel te bewaken. Dat kan het lichaam uitstekend, maar op één of andere wijze vinden we het nodig om ons lichaam constant te micromanagen. De glycemische index/last is zo'n stuk gereedschap om ons lichaam...

Dit onderwerp komt aan bod in de volgende opleidingen:

Recente artikelen (kennisbank) uit overige categorieën:

Positieve psychologie deel 7: 20 jaar jong, tijd voor een feestje?

Psychologie is de studie van het menselijk gedrag en de laatste honderd jaar toch vooral van ziekelijk gedrag. Hoewel er natuurlijk wel onderzoeken plaatsvonden die methoden onderzoeken om ons zelf te verbeteren, zijn die ondergesneeuwd geraakt. Vanaf 1998 veranderde...

Spierhypertrofie deel 4: Meer schade, meer spiergroei?

  De zoektocht naar efficiëntere manieren van het bereiken van spierhypertrofie heeft drie mechanismen blootgelegd, namelijk trainingsvolume, metabole stress en spierschade. Wat is de rol van de laatste en is het überhaupt noodzakelijk?Groei zonder schade Om...

Redactionele noot

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, worden opgeslagen of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

We vernemen graag feedback over onze artikelen, omdat we verantwoording afleggen voor claims belangrijk vinden. 

Wil je kennis uitwisselen over vitaliteit, fitness en leefstijl met andere (aspirant)professionals, bezoek dan Café Chivo op Facebook.

 

Geraadpleegde bron(nen)

  • Keys A (1950), Brožek J, Henschel A, e.a. The Biology of Human Starvation (2 volumes), University of Minnesota Press, 1950.

Share This