Schieten op de Schijf van Vijf

door | apr 14, 2014 | Beroepsontwikkeling, Leefstijl, Voeding | 0 Reacties

De schijf van Vijf gaat op de schop en onder professionals horen we luid gejuich. Dat is omdat het voorlichtingsmiddel van het Voedingscentrum al geruime tijd een dankbare schietschijf is. De meest recente campagne ‘De waarheid op tafel’ lijkt meer weerstand op te leveren dan ooit. Auteur na auteur neemt de Schijf van vijf op de korrel, omdat deze gebaseerd zou zijn op sterk achterhaalde informatie. Van ons mag de Schijf ook op de schop, omdat die helemaal niet over voeding zou hoeven te gaan!

 
Van alle tijden
De schijf van vijf werd al in 1953 (zie foto bovenaan) geïntroduceerd als een voorlichtingsmiddel over voeding om tekorten te voorkomen. De toenemende welvaart leidde tot een ander voedingspatroon met bijvoorbeeld tussendoortjes en daarmee tot nieuwe voorlichtingsmiddelen zoals maaltijdschijf (1981) en de voedingswijzer (1991). Deze communicatiemiddelen haalde bijlange na niet de bekendheid, die de schijf van vijf genoot en deze werd daarom in 2004 opnieuw van stal gehaald. Een bord met vakken moet verhoudingsgewijs aangeven, welke productgroepen welk aandeel dienen te hebben in het Nederlandse voedingspatroon. De herlancering van de Schijf van Vijf ging meteen gepaard met controverse, omdat het zo geliefde stukje kaas ontbrak op de schijf.

 

Een rationeel uitgangspunt
De indeling van de Schijf van Vijf is niet per ongeluk ontstaan. Er zijn namelijk verschillende overwegingen die in meer of mindere mate invloed hebben op de indeling. Allereerst moet duidelijk worden dat er niet gestreefd moet worden naar een ideaal voedingspatroon, als dat al bestaat. Het idee is om met minimale aanpassingen tot een aanvaardbaar voedingspatroon te komen. Uitgangspunt is het gemiddelde voedingspatroon van de Nederlander en dat is gebaseerd op nationale Voedsel Consumptie Peilingen (VCP). Deze doorlopende inventarisatie onder duizenden Nederlandse huishoudens moet een idee geven van wat er in het land gegeten wordt, maar ook wat er verandert. Zo is de gekookte aardappelconsumptie van 1988 tot 2010 gehalveerd en is het aantal verrijkte voedingsmiddelen flink toegenomen. Als dit gemiddelde voedingspatroon bekend is, gaat men op zoek naar potentiele tekorten en probeert men tot eenvoudige aanbevelingen te komen, die men met minimale aanpassingen thuis door kan voeren. Gemiddeld betekent echter niet per definitie representatief en met de toenemende heterogeniteit van de maatschappij tekent zich een enorme diversiteit af. Het is om deze reden dat de Schijf van Vijf op de schop moet, niet zozeer vanwege nieuwe inzichten uit de voedingswetenschappen.

 

Toch nieuwe inzichten?
Het sentiment lijkt af te stevenen op een rehabilitatie van verzadigd vet en de demonisering van suiker. Dit hoeft echter niet te betekenen dat er sprake zijn van nieuw inzichten. In het rapport van de Gezondheidsraad uit 2006 wordt bijvoorbeeld gewaarschuwd tegen de consumptie van producten met gemakkelijk vergistbare suikers. Ook wordt er gesproken over de tekortkomingen van het bewijs van het gezondheidseffect van omega-6. De conservatieve houding van de Gezondheidsraad met betrekking tot vitamine D lijkt nu gerechtvaardigd te worden door de tegenvallende experimentele resultaten. Of die conservatieve houding met betrekking tot verzadigd vet op dezelfde wijze beloond zal worden, moet de toekomst uitwijzen. In ieder geval is er wereldwijd flinke discussie over. Hoewel het niet een nieuw inzicht is, lijkt er wel steeds meer draagvlak te komen voor het idee om te stoppen met het denken in nutriënten en in plaats ervan te richten op voedingsproducten en voedingspatronen.

 

Schijf van vijf
Wij zijn van mening dat er niet zoveel mis is met de Schijf van Vijf, als we naar de producten kijken in de schijf zelf. Als iemand veel junkfood eet, dan is de schijf van vijf niet alleen vooruitgang, maar misschien wel de grootste winst die je kunt bereiken binnen de beperkingen van de massacommunicatie. Het plaatje van de Schijf van Vijf bevat namelijk complete producten. En natuurlijk zijn we op de hoogte van het gegeven, dat de referentiemenu’s van de Schijf van Vijf niet in staat zijn in alle aanbevolen dagelijkse hoeveelheden van nutriënten te voorzien, maar ook daar blijven we pragmatisch positief. Waar we wel regelmatig op vastlopen is de keuzelijst met de kolommen ‘bij voorkeur’, ‘middenweg’ en ‘ bij uitzondering’. Als we mensen vertellen dat magere knakworstjes in de kolom ‘Bij voorkeur’ thuishoren, dan volgt een ongemakkelijke stilte of hysterisch gelach. En natuurlijk gaat het om de beste keuze in zijn soort, maar sommige zaken zijn gewoon echt niet te verkopen. Het is een dominant calorisch / verzadigd vet gedreven beslissing en lijkt daarmee te driften van de Schijf zelf, die veel meer een holistische presentatie biedt. Ons voorstel zou zijn om de Schijf van Vijf ook leidend te maken in de kolommenstructuur. Als het gaat om de magere knakworsten zou onze suggestie zijn om een rij met hartige snacks te maken en zet in de ‘Bij voorkeur’ kolom dan producten die nog enige gelijkenis hebben met producten uit de Schijf.

 

Communicatie
Het Voedingscentrum heeft de nogal uitdagende taak om de richtlijnen van de Gezondheidsraad te vertalen naar het grote publiek en dat is geen sinecure. Aan de bekendheid van de Schijf van Vijf zal het niet liggen, maar de vraag is natuurlijk of het effectief is. Bekendheid is een voorwaarde, maar geen garantie voor effectiviteit. Veranderen is niet gemakkelijk, wat de goeroes je ook mogen wijsmaken. Geen van de dieetboeken kan zich namelijk meten met de bekendheid van de Schijf van Vijf en het gegeven dat dieetboeken elkaar in rap tempo opvolgen, zegt mogelijk ook iets over de houdbaarheid van de adviezen. Terwijl goeroes zich bedienen van een shock & awe aanpak, hanteert het Voedingscentrum het beleid van doe maar rustig aan, dan breekt het lijntje niet. Het interessante is dat beide strategieën niet werken, ook die van het Voedingscentrum niet. Pak een richtlijn van het Voedingscentrum zoals ‘Elke dag 2 ons groente en fruit’. Dan is de deprimerende status, 80 procent weet het, 20 procent eet het. Zoals eerder gezegd, is bekendheid van een richtlijn, een voorwaarde en geen garantie voor succes.

 

Van waarom en wat naar hoe
Als we de Nederlander beter willen laten eten dan gaat het niet over voeding, maar over gedrag. Met alle respect voor de superfooddiscussie, maar laten we ons eerst richten op belangrijke zaken, zoals het verhogen van de 20 procent die wel voldoende groente en fruit eet. De huidige aanpak gaat uit van het idee, dat mensen in eerste instantie bereid moeten zijn om te veranderen. Dat kan door mensen te vertellen waarom ze iets moeten doen en het Voedingscentrum besteedt daar zeker aandacht aan met diverse campagnes. Als mensen bereid zijn om te veranderen, dan moeten ze vervolgens weten wat ze moeten doen. Daarom heeft het Voedingscentrum de Schijf van Vijf en ook richtlijnen zoals ‘Elke dag 2 ons groente en fruit’. Het wat en waarom is dus duidelijk ingevuld, maar de vraag is dan waarom de resultaten zo teleurstellend zijn. Laten we daar eens onderbouwd over speculeren.

De intentie veranderen is een geweldig begin, maar de vraag is hoe het daarna doorgepakt wordt. Wij zien het niet, behalve dat er gewezen wordt op de eigen verantwoordelijkheid. Op zichzelf staand niets mis mee, ware het niet dat de stille hoop de grond in geboord wordt door resultaten uit 30 jaar onderzoek. Een belangrijk overzichtsartikel (Webb TL 2006), waarin 47 van de meeste rigoureuze studies over dit onderwerp zijn geëvalueerd, laat duidelijk zien dat de intentie gunstig beïnvloed kan worden. Dat is het positieve nieuws en hoewel de deelnemers natuurlijk ook wisten wat ze moesten doen, leidde het niet tot duurzame resultaten. Mensen willen wel veranderen, proberen het ook, maar falen miserabel! Wat en waarom zijn duidelijk niet afdoende, zo blijkt uit wetenschappelijke experimenten en uit het resultaat in de praktijk. Wat zouden alternatieven of aanvullingen kunnen zijn?

Er zijn een aantal zaken die belangrijk lijken in een veranderproces, namelijk inspiratie, gewoontes en wilskracht. De strategie van rustig aan dan breekt het lijntje niet, is klaarblijkelijk niet inspirerend. Het is daar waar de dieetgoeroes lichtjaren voorsprong hebben. Ze hebben ook resultaat, want ze verleiden het publiek tot het eten van meer groente en soms ook fruit. Dat doen ze zo inspirerend dat we soms met plaatsvervangende schaamte moeten toezien, hoe bekende Nederlanders tegenwoordig ook hun mening over voeding ventileren. En laten we het er maar op houden, dat voeding gepaard gaat met emotie. Dan rest nog wel de vraag waarom er geen bekende Nederlanders zijn die het opnemen voor de Schijf van vijf. Waarom zijn er geen topsporters die het opnemen voor de Schijf van vijf? We weten dat ze er zijn met de sportdiëtisten die het olympisch team begeleiden.

Naast inspiratie is het misschien nog wel veel belangrijker om aandacht te schenken aan gewoontes. Een intentie om te veranderen, wordt ondermijnd door het gegeven dat veel van het gedrag geautomatiseerd is en ongemerkt plaatsvindt. Het verklaart waarom alle experimenten, waarin de intentie tot veranderen ook wordt bereikt, zulke armoedige resultaten hebben. Mensen willen best veranderen en ze proberen het ook nog, maar ze houden niet vol. De macht der gewoonte is daarin een belangrijke factor. Waarom zijn er geen campagnes over hoe je van gezond eten, een gewoonte kunt maken? Naar schatting is ruim 90 procent van ons gedrag geautomatiseerd, waarom is daar geen voorlichting over? De laatste suggestie betreft wilskracht. Dit component is van belang tijdens momenten, dat men bewuste keuzes moet maken. Het probleem is dat wilskracht mogelijk beperkt is en naar analogie van een batterij, leeg kan raken. Hoe laad je wilskracht weer op, hoe bespaar je wilskracht? Ook daar is in de literatuur legio onderzoek over te vinden. Het zijn ook allemaal onderdelen die prima zouden passen binnen een volwassen communicatiebeleid. Het zou wat ons betreft zelfs de inhoud kunnen vormen van een nieuwe Schijf van Vijf, een die gaat over veranderen, duurzaam veranderen.

Natuurlijk gaat het om nog veel meer zaken dan de factoren die we voorheen besproken hebben en die vooral een relatie hebben met de eigen effectiviteit. Maar het lijken ons constructieve aanvullingen, die het verkennen waard zijn en waar evidentie voor is. Andere zaken zoals prijsbeleid, productbeschikbaarheid, reclamerichtlijnen zullen ongetwijfeld nuttig zijn, maar vallen buiten onze expertise. Mensen helpen veranderen door de eigen effectiviteit te vergroten, is echter ons dagelijks brood. Niet alleen maar het wat en waarom, maar vooral het hoe! Het is om die reden dat we er juist een punt van maken.

 

Conclusie
De Schijf van Vijf is een gemakkelijk en vooral gewild doelwit. Het is een communicatiemiddel, bedoeld om de gemiddelde Nederlander met minimale inspanningen tot een aanvaardbaar voedingspatroon te verleiden. Dit punt is zo slecht begrepen, dat de discussie gaat over voedingsmiddelen of erger nog over goede- en slechte nutriënten. Het gaat echter niet over voeding, maar over gedrag, mede uitgelokt door een obesogene omgeving. Gelijktijdig neemt ook de druk toe op de eigen verantwoordelijkheid en deze kan alleen realistisch in goede banen geleid worden, als de Nederlander handvatten krijgt om de eigen effectiviteit te verhogen. Het betekent dat het Voedingscentrum de aandacht van het waarom en wat moet verleggen naar het hoe, dus hoe de Nederlander dit duurzaam kan veranderen. Er zullen vast boeiende en nuttige discussies gehouden kunnen worden over voeding, maar het probleem ontstaat pas als we het in onze mond steken. Dat is geen voedingsprobleem, maar een van gedrag. Het huidige beleid is rationeel, maar het werkt niet of in ieder geval niet afdoende. Het wordt daarom tijd voor een nieuwe Schijf van Vijf. Een die niet over voeding gaat, maar over hoe mensen kunnen veranderen en vooral kunnen volhouden!

Meer lezen uit deze categorie 'Beroepsontwikkeling':

Vitaliteitscoaching deel 3: Voorbij de oppervlakte

Er zijn vele opleiders die een curriculum aanbieden voor vitaliteitscoaches. De verschillen zijn groot en zelfs daar waar ze elkaar lijken te overlappen zijn de overeenkomsten oppervlakkig. In dit artikel gaan we daarom vitaliteit en het landschap van aanbieders in...

Personal training deel 1: Definitie- en opleidingsniveau

Personal training (PT) is ontstaan in de vorige eeuw, maar het is het laatste decennium als beroep doorgebroken in Nederland. Het wordt door fitnessorganisaties over de hele wereld gezien als één van de belangrijkste aandachtspunten en in Nederland hebben diverse...

Trumpiaans debatteren over gezondheid

De wijze waarop Donald Trump politiek bedrijft kan volgens de meeste mensen, als de we doorlopende enquêtes mogen geloven, geen goedkeuring wegdragen. Vooral de manier waarop Trump debatteert, is ronduit bizar en kunnen we alleen maar Trumpiaans noemen. Als het gaat...

Dit onderwerp komt aan bod in de volgende opleidingen:

Recente artikelen (Kennisbank) uit overige categorieën: 

Vitaliteitscoaching deel 4: Belang van autonomie

Vroeger hadden we weinig mogelijkheden en tegenwoordig hebben we keus ten overvloede, maar we lijken er als maatschappij niet mee te floreren. Regelmatig vernemen we dat die keuzevrijheid leidt tot teveel autonomie en individualisme. Wij zouden daarvoor in de plaats...

Het ontbijt ligt onder vuur

Het advies om te ontbijten om een gezond gewicht te bereiken is al decennnia een vanzelfsprekendheid. Toch is er geen duidelijke wetenschappelijke basis voor en een recente meta-analyse (Sievert K 2019) spreekt deze oude wijsheid dan ook tegen. Het ontbijt ligt heel...

Vitaliteitscoaching deel 3: Voorbij de oppervlakte

Er zijn vele opleiders die een curriculum aanbieden voor vitaliteitscoaches. De verschillen zijn groot en zelfs daar waar ze elkaar lijken te overlappen zijn de overeenkomsten oppervlakkig. In dit artikel gaan we daarom vitaliteit en het landschap van aanbieders in...

Redactionele noot

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, worden opgeslagen of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

Geraadpleegde bron(nen)

  • De Vries H (1998), Dijkstra M. Kuhlman P. Self-efficacy: the third factor besides attitude and subjective norm as a predictor of behavioral intentions. Health Education Research, 3, 273–282
  • Webb TL (2006), Sheeran P. Does changing behavioral intentions engender behavior change? A meta-analysis of the experimental evidence. Psychol Bull. 2006 Mar;132(2):249-68.