Coachen in perspectief deel 5: Neurolinguistisch programmeren (NLP)

door | aug 23, 2011 | Coachen | 0 Reacties

Neurolinguïstisch programmeren, beter bekend als NLP, is een populaire vorm van zelfhulp en therapie, om mensen te beïnvloeden zodat ze beter kunnen leren, beter leren communiceren en niet vast blijven zitten in remmende denkbeelden of emoties. NLP is in 1973 ontwikkeld door Richard Bandler en John Grinder en bevat allerlei fantastische claims. Veel reguliere therapeuten voelen tegenwoordig de drang om te gaan ‘mental coachen’ en kiezen NLP als techniek. Tijd voor wat feiten!”;”Aangezien er al talloze boeken, artikelen en websites zijn, die de werking van NLP beschrijven, voelen we niet de behoefte om dit nog eens dunnetjes over te doen. We gaan in dit stuk niet uitleggen wat NLP is, maar uitsluitend een aantal belangrijke claims wetenschappelijk proberen te valideren.

 

 

De klassieke NLP

Uit de (klassieke) NLP literatuur (Ban75, Gri75, Ban79) valt ons op dat de theorieën, vanuit een wetenschappelijk standpunt bezien, vaag zijn en dat het opzetten van een goed klinisch empirisch experiment, ongeacht de  kwaliteit van de onderzoekers, sowieso lastig is. Vervolgens wordt er ook nog regelmatig geroepen door de heren Bandler en Grinder dat de waarheid subjectief is en dat ze uitsluitend geïnteresseerd zijn of iets werkt (Ban75). Dat zou betekenen dat klanttevredenheid de norm is, en een gunstig placebo effect voldoende is. Veel mensen zouden dat voldoende reden vinden om er niet aan te beginnen. Niet dat het ons tegenhoudt om verder te spitten. We beginnen bij het primaire representatiesystemen. We krijgen informatie binnen via vijf zintuigen, maar hebben volgens NLP een sterke voorkeur voor één systeem, het primaire representatie systeem. Dit leidt bij NLP meteen tot een aantal claims:

Claim 1: Het bestaan van een primair representatie systeem (PRS)

Geen van de claims kan vanuit de cognitieve neurowetenschap worden verklaard en het staat dan ook haaks op alles wat we weten over leren. In totaal hebben we 36 onderzoeken gevonden die het bestaan van een PRS proberen vast te stellen. Daaruit kan niet geconcludeerd worden dat er een voorkeur bestaat. Opvallend is dat de onderzoeken, de voorkeur, niet op een neurobiologische wijze proberen te vast te stellen, maar op basis van de consistentie van claim 2 en 3.

Claim 2: Voorspellen PRS op basis van taalgebruik

Mensen hebben zintuiglijke voorkeuren om informatie te verwerken en dat wordt weerspiegeld in hun woordkeuze. Het voorbeeld dat gegeven wordt op de NVNLP site is:

  1. Ik zie het niet meer zitten
  2. Ik heb er geen enkel houvast meer aan
  3. Alles klinkt even somber voor me

Deze drie opmerkingen van ongeveer gelijke strekking zouden de zintuiglijke voorkeur moeten aangeven van de persoon. Persoon 1 zou dus visueel ingesteld zijn, persoon 2 kinesthetische (tasten en voelen) en 3 met name auditief (gehoor).

Deze fascinerende gedachtegang is al in een vroeg stadium onderzocht en niet waar gebleken (Bir81, Col80, Coe85, Dor83). Het gebruik van bepaalde zintuiglijke woorden, als er al een woordvoorkeur blijkt te zijn, lijkt in bijna alle onderzoeken meer te ontstaan uit achtergrond en milieu, dan dat het iets met zintuiglijke voorkeur te maken heeft.

Een opvallend onderzoek onder studenten (Ell80) uit drie studierichtingen, namelijk kunstwetenschappen, muziek en bewegingswetenschappen, zou mogelijk een voorkeur moeten uitwijzen voor respectievelijk visuele, auditieve en kinesthetische representatiesystemen. De 60 studenten moesten over vier onderwerpen hun ervaringen vertellen en deze werden opgenomen, uitgeschreven en door analisten, die de studierichting  van de studenten niet kenden, gecategoriseerd. Kunstwetenschap studenten bleken vaker visuele woorden te gebruiken dan de studenten van andere studierichtingen en muziekstudenten vaker auditieve. Dit gold slechts voor twee van de vier onderwerpen. Bij de andere onderwerpen was dit verband er niet, wat wijst op een voorkeur op basis van onderwerp en niet op basis van PRS. Een verband tussen bewegingswetenschappen en kinesthetische voorkeuren kon helemaal niet gelegd worden. De onderzoekers concluderen dat dat juist woorden in het vakgebied hun voorkeuren beïnvloeden en niet zozeer het bestaan van een PRS. Zelfs onder deze zeer gunstige omstandigheden kan PRS niet overtuigen.

Claim 3: PRS voorspellen op basis van oogbewegingen

Een van de meest tot de verbeelding sprekende claims is wel het kunnen voorspellen van een voorkeur of breinactiviteit op basis van oogbewegingen. Het waren dan ook de enige onderzoeken die we snel in de wetenschappelijke databanken terug konden vinden. In politiefilms en series zoals het uitermate populaire Crime Scene Investigations wordt aan de hand van oogbewegingen geconcludeerd dat de verdachte waarschijnlijk liegt. De rechercheurs maken namelijk op uit de oogbeweging dat de verdachte niet uit zijn visueel geheugen tapt, maar uit het creatieve gedeelte. De verdachte verzint dus het antwoord. Maar goed dat het om fictie gaat, want alle onderzoeken die we konden vinden komen unaniem tot dezelfde conclusie. Er is geen relatie tussen oogbewegingen en het toegang tot het geheugen (Bea80, Car85, Far85, Wer86). Getrainde specialisten konden aan de hand van videobeelden niet voorspellen of de gefilmde proefpersoon aan het graven of aan het verzinnen geslagen was.

Claim 4: PRS technieken en een beter resultaat

Het gebruik van deze PRS technieken in de communicatie zou ongeacht het onderwerp tot een beter resultaat moeten leiden. Ook hier konden nauwelijks of geen effecten worden vastgesteld (Dow83, Fal91, Fau85, Gre79, Ing87). Dit is voor veel verkopers, trainers en therapeuten reden om een cursus NLP te volgen.

Claim 5: Gebruik van ankers

In NLP is het gebruik en het creëren van externe stimuli om interne gevoelens op te wekken een veelvuldig toegepaste techniek. Dit is feitelijk een variant op conditionering en zou moeten werken. Of deze ankers dan ook daadwerkelijk werken bij stressvolle situaties is dan ook onderzocht (Hil83, Bra86). Helaas zonder noemenswaardig resultaat.

Claim 6: NLP en het genezen van fobieën

Dit is een bijzondere claim, want niet alleen zou je met behulp van NLP technieken (claim 1 tot 5) die niet lijken te werken, fobieën kunnen genezen. Ook zou dat in slechts een enkele sessie moeten gebeuren (Kru85). Een onderzoek over slangfobieën leverde niets op (All82, Lor82). Soms kon NLP bij andersoortige fobieën wel tot ‘genezing ‘ leiden, gemeten met behulp van een scorelijst (Mus91, Kru85), maar zeker niet in één sessie. Er was helaas dan geen sprake van een vergelijk met een groep die op de wachtlijst stond of een ander soort behandeling kreeg. Het vermoeden bestaat dat de klachten, net als bij aspecifieke lage rugklachten, ook vaak vanzelf spontaan verdwijnen.

Conclusie

NLP is moeilijk te categoriseren. Soms wordt het een therapie genoemd, een wetenschap, een communicatiemethodiek, maar ook een cult. De bedenkers van NLP lijken geen enkele interesse te hebben in een wetenschappelijke onderbouwing, hoewel ze aan de lopende band zeer wetenschappelijk klinkende claims doen. Alleen de naam al, Neuro Linguïstisch Programmeren doet al high-tech aan. Met neurolinguïstiek heeft het in ieder geval niets te maken en met wetenschap nog minder. Een aantal tot de verbeelding sprekende claims worden in onderzoeken niet bevestigd. In verschillende rapporten is NLP al een pseudowetenschap (Wil00, Sco03) genoemd of zelfs ronduit gevaarlijk en onethisch (Sin96). Wat ons in ieder geval zorgen baart is dat beoefenaars van NLP vaak niet op de hoogte zijn van al het tegenbewijs van hun claims. Dat ligt zover we weten aan de opleidingen, hetgeen we onethisch vinden. Is NLP volkomen nutteloos? Zover willen we niet gaan, want elke vorm van bewustwording (van gedrag) kan nuttig zijn en een eerste stap vormen voor zelfverbetering. Waarom je dan energie moet gaan steken in het onnodig ingewikkelde NLP met zeer dubieuze claims wordt ons dan ook niet duidelijk. Wij kunnen het daarom ook niet aanraden.

Meer lezen uit deze categorie 'Coachen':

Clip: Meer kritiek op mindfulness meditatie in de media

Mindfulness is een hype, maar is dat terecht? Er is namelijk steeds meer kritiek vanuit de media op het fenomeen dat een industrie is geworden. Een clip is een kort item over een onderzoek of een curiositeit. Het is geen uitputtende verhandeling over het onderwerp,...

Vitaliteitscoaching deel 2: Chronische stress is niet het probleem

  In Nederland, maar ook in de rest van de wereld, gaan er zaken mis. Overgewicht, chronische ziekten en kennelijk nemen ook burn-out/depressie de overhand. Volgens sommigen heeft dat alles te maken chronische stress die het moderne leven met zich meebrengt waar we...

Dit onderwerp komt aan bod in de volgende opleidingen:

Meer lezen uit overige (kennisbank) categorieën:

Wat voegt de leefstijlarts toe?

De belangstelling voor leefstijlgeneeskunde bij (huis)artsen neemt toe en dat lijkt terecht te zijn, aangezien veel van de gezondheidsproblemen ontstaan door de wijze waarop we leven. Nu hebben we al leefstijlcoaches en diëtisten. Wat voegt de leefstijlarts toe?    ...

Is leefstijlgeneeskunde beter?

Ruim 30 geneeskundigen, hoogleraren en economen pleiten voor een radicale verandering in de gezondheidszorg om de diabetesepidemie te keren. Ze ondertekenden een brief die gepubliceerd werd in de NRC, waarin ze beschrijven hoe het breed implementeren van...

Redactionele noot

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, worden opgeslagen of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

We vernemen graag feedback over onze artikelen, omdat we verantwoording afleggen voor claims belangrijk vinden. Een clip is een korte post over actualiteit, een uitgelicht onderzoek of een curiositeit. Het is geen uitputtende verhandeling over het onderwerp, maar is bedoeld om een punt te maken door het in de context te plaatsen. We vernemen graag feedback over onze artikelen, omdat we verantwoording afleggen voor claims belangrijk vinden. 

Wil je kennis uitwisselen over vitaliteit, fitness en leefstijl met andere (aspirant)professionals, bezoek dan Café Chivo op Facebook.

 

Geraadpleegde bron(nen)

  • Allen KL (1982) An investigation of the effectiveness of Neurolinguistic Programming procedures in treating snake phobics. Dissertation Abstracts International 43(3), 861-B University of Missouri at Kansas City, 76 pp.  Pub. = AAC8216956, 1982
  • Bandler R (1975) The Structure of Magic: A Book About Language and TherapyBandler R, Grinder J (1979) Frogs into princesBeale RP (1980) The testing of a model for the representation of consciousness. Dissertation Abstracts International 41(9), 3565-B 2566-B The Fielding Institute, 126 pp 1980.Birholtz LS (1985) Neurolinguistic Programming: testing some basic assumptions. Dissertation Abstracts International 42(5), 2042-B The Fielding Institute, 131 pp. 1981.
  • Brandis AD (1986) A neurolinguistic treatment for reducing parental anger responses and creating more resourceful behavioral options. Dissertation- Abstracts International 47(11), 4642-B California School of Professional Psychology, 161 pp. Order = DA8626141, 1986Carbonell DA (1985) Representational systems: an empirical approach to Neurolinguistic Programming. Dissertation Abstracts International 46(8), 2798-B DePaul University, 144 pp. 1985
  • Coe WC (1985) An empirical evaluation of the neurolinguistic programming model. International Journal of Clinical and Experimental Hypnosis; Oct Vol 33(4) 310-318, 1985
  • Cole-Hitchcock ST (1980) A determination of the extent to which a predominant  representational system can be identified through written and verbal communication  and eye scanning patterns. Dissertation Abstracts International 41(5), B Baylor University, 1980, 134 pp
  • Dorn FJ (1983) Assessing primary representational system (PRS) preference for Neurolinguistic Programming (NLP) using three methods. Counselor Education and Supervision; Dec Vol 23(2) 149-156, 1983.
  • Dowd TE, Hingst, AG (1983) Matching therapists’ predicates: an in vivo test of effectiveness. Perceptual and Motor Skills, 57, p. 207-210
  • Dowd TE, Pety J (1982) Effect of counselor predicate matching on perceived social influence and client satisfaction. Journal of Counseling Psychology, 29(2), 206-209, 1982.
  • Ellickson JL(1983) Representational systems and eye movements in an interview.  Journal of Counseling Psychology, 30(3), 339-345, 1983
  • Ellis JL (1980) Representational systems: an investigation of sensory predicate use in a self-disclosure interview. Dissertation Abstracts International  41(11), 4244-B University of Minnesota, 194 pp. 1980.
  • Falzett WC (1979) Matched versus unmatched primary representational systems  relationship to perceived trustworthiness in a counseling analogue. Dissertation.  Abstracts International 41(1), 105-A Marquette University, 100 pp.  Order 8105176; Text can also be found in: Journal of Counseling Psychology, 1981, 28(4), 1979.
  • Farmer A, Rooney R, Cunningham JR (1985) Hypothesized eye movements of neurolinguistic programming: a statistical artifact. – Percept Mot Skills.  1985 Dec;61(3 Pt 1):717-8
  • Faulkender NA (1985) “Primary representational system” and task performance:  empirical assessment in prison and normal populations. Dissertation Abstracts  International 45(12), 3937-B California School of Professional Psychology  at Berkeley, 100 pp. 1985.
  • Graunke BR (1984) An evaluation of Neurolinguistic Programming: the impact of varied imaging tasks upon sensory predicates. Dissertation Abstracts  International 46(6) University of Houston, 1984, 226 pp
  • Green MA (1979) Trust as effected by representational system predicates.  Dissertation Abstracts International 41(8) 3159-B Ball State University, 130 pp. 1979.
  • Grinder J (1975) The Structure of Magic: A Book About Communication and Change
  • Hammer AL (1980) Language as a therapeutic tool: the effects on the relationship      of listeners responding to speakers by using perceptual predicates. Dissertation Abstracts International 41 (3), 991-A Michigan State University, 149 pp. 1980.
  • Heap M (1989) Neurolinguistic programming: What is the evidence? In D  Waxman D. Pederson. I,
  • Hill EL (1983) An empirical test of the Neurolinguistic Programming concept of anchoring. Dissertation Abstracts International 44(7), 2246-B Washington State University, 126 pp. Pub. AAC8325468, 1983.
  • Ingalls JS (1987) Cognition and athletic behavior: an investigation of  the NLP principle of congruence. Dissertation Abstracts International 48(7), 2090-B Columbia University Teachers College, 158 pp.  Order = DA8721125, 1987.
  • Johannsen CA (1982) Predicates, mental imagery in discrete sense modes,  and levels of stress: the Neurolinguistic Programming typologies. Dissertation Abstracts International 43(8), 2709-B United States International University,   207 pp.1982.
  • Jupp JJ (1989) A further empirical evaluation of neurolinguistic primary representational systems (PRS).  Counselling Psychology Quarterly; Vol 2(4)  441-450, 1989.
  • Kraft WA (1982) The effects of primary representational system congruence      on relaxation in a Neurolinguistic Programming model. Dissertation Abstracts  International 43(7), 2372-B Texas A & M University, 95 pp. 1982.
  • Krugman M, Kirsch I, Wickless C (1985) NLP treatment for anxiety: magic      or myth? Journal of Consulting and Clinical Psychologie 53 (4) 526-530, 1985.
  • Lange DE (1980) A validity study of the construct `most highly valued representational system` in human auditory and visual perceptions. Dissertation Abstracts International 41 (11) 4266-B Louisiana State University and Agricultural and Mechanical College, 80 pp.1980.
  • Loren, M (1982) The treatment of snake phobias. Dissertation, 1982.
  • Muss DC (1991) A new technique for treating post-traumatic stress disorder.  British Journal of Clinical Psychology, 30, p.91-92, 1991.
  • Pantin HM (1982) The relationship between subjects’ predominant sensory  predicate use, their preferred representational system and self-reported  attitudes towards similar versus different therapist-patient dyads. Dissertation  Abstracts International 43(7), 2350-B University of Miami, 97 pp. 1982.
  • Scott O. Lilienfeld, Steven Jay Lynn, and Jeffrey M. Lohr (Eds.) (2003)  Science and Pseudoscience in Clinical Psychology. Guilford Press, New York.      ISBN 1-57230-282-1
  • Singer, Margaret & Janja Lalich (1996). Crazy Therapies : What they are?  Do they work?, New York, NY: Jossey Bass. 0787902780
  • Wertheim EH, Habib C, Cumming G (1986) Test of the neurolinguistic programming hypothesis that eye-movements relate to processing imagery. – Percept Mot      Skills. 1986 Apr;62(2):523-9
  • Williams, W F. general editor. (2000) Encyclopedia of pseudoscience: From alien abductions to Zone Therapy, Publisher: Facts On File, New York