Antinutriënten deel 1: Fytinezuur

door | jan 8, 2014 | Vitaliteitscoach, Voeding | 0 Reacties

Planten kunnen niet vluchten en hebben andere ‘wapens’ om te voorkomen dat ze uitsterven. Een van deze beschermingsmiddelen staat bekend als de groep antinutriënten. Deze in de plant aanwezige stoffen, verstoren de lichaamsprocessen van de eter, waardoor deze ziek wordt of zelfs sterft. Deze antinutriënten worden vaak als argument gebruikt om een voedingsmiddel of zelfs een complete categorie te mijden en daarom is het tijd om hier een reeks artikelen aan te wijden. De eerste gaat over fytinezuur dat o.a. veelvuldig voorkomt in brood en pasta.

Fytinezuur remt de opname van mineralen

Zijn antinutriënten ons kryptoniet?
Fytinezuur, ook wel bekend als inositol hexakisphosphate (IP6) of fytaat, is de opslagvorm van fosfor voor veel planten, waaronder granen, noten en zaden. Herkauwende dieren kunnen fytinezuur verteren en daarmee vormt het een bron van inositol of fosfaat. Mensen en andere dieren kunnen dit niet en dat heeft invloed op de absorptie van mineralen, aangezien fytinezuur de opname van mineralen zoals zink, ijzer, calcium en magnesium remt. Het is deze eigenschap waaraan fytinezuur zijn slechte reputatie aan ontleend. Dit werd ontdekt tijdens een aantal experimenten van Sir Edward Mellanby, ontdekker van vitamine D, die honden granen te eten gaf en die vervolgens allerlei botafwijkingen kregen (Mellanby E 1949). In een veel geciteerde observationele studie werd een correlatie gevonden tussen volkeren die veel fytinezuur binnenkregen en waarvan de prevalentie van osteoporose hoog was (Wills MR 1972). In derde wereldlanden waar men en masse granen naar verscheept ziet men ook een toename van mineraaltekorten. Er zijn dus aanwijzingen, maar is hiermee het bewijs geleverd dat fytinezuur een antinutriënt is?

Fytinezuur zou kanker kunnen bestrijden

Fytinezuur, de andere zijde
Fytinezuur is ook een antioxidant, betrokken bij DNA reparatie, verlaagt serum cholesterol en triglyceriden kan zelfs de mitochondriale effectiviteit vergroten (Thimmappa SA 2011). Ook is er een heel plausibel mechanisme waarom fytinezuur effectief is in de bestrijding van kanker (Vucenik I 2003). Het vermindert bijvoorbeeld de proliferatie van tumorcellen en vergroot differentiatie, waardoor de cellen zich weer herstellen (Singh J 2008). Een ander beschermend mechanisme zou kunnen voortvloeien uit het gegeven, dat fytinezuur de aanmaak van natural killer cellen verhoogt (Vucenik I 2003), onze eerste linie van verdediging. Dit wil overigens helemaal niet zeggen dat fytinezuur een bewezen antikankermiddel is, verre van. Het geeft alleen maar aan dat er twee zijden zijn aan een verhaal.

Het lichaam verhoogt de fytase aanmaak, waardoor fytinezuur wordt afgebroken

Osteoporose
Kan veel consumptie van fytinezuurhoudende producten leiden tot osteoporose? Het onderzoek van Edwin Mellanby met de honden suggereert van wel. Zijn ontdekking van vitamine D heeft mogelijk tot meer aandacht geleid voor zijn onderzoek, want rond diezelfde tijd bleek namelijk dat het voeden van hoge concentraties fytinezuur aan mensen te leiden tot beter botkwaliteit (Walker AR 1948). De tolerantie van fytinezuur leek ook toe te nemen en dat komt omdat de mens wel in staat is om fytase aan te maken, het enzym dat fytinezuur afbreekt. Men kan naar schatting tot 86% fytinezuur afbreken in de maag en de dunne darm (Kim J 2009). Het lichaam heeft dus mechanismen om de werking van fytinezuur te reguleren.

Hogere fytinezuurwaarden worden geassocieerd met betere botmineraaldichtheid

In een observationeel onderzoek onder ruim 1.400 deelnemers bleek de groep, die volgens hun eetdagboeken het meeste fytinezuur binnenkreeg, ook de hoogste botmineraaldichtheid te kennen in de hiel, het bovenbeen en de wervelkolom (López-González AA 2008). De onderzoekers besloten op basis van deze vinding een nieuw onderzoek te starten (López-González AA 2013) . Bij een groep van 157 postmenstruele vrouwen werd de urine geanalyseerd op de concentratie fytinezuur en daarnaast werd hun botmineraaldichtheid vastgesteld. Na twaalf maanden gebeurde dit weer. De groep met het minste fytinezuur in de urine bleek ook de meest botafbraak te hebben. Daarmee is zeker niet bewezen dat fytinezuur de botten beschermt, maar als men er vanuit gaat dat fytinezuur juist mineralen onttrekt, dan is dit wel een bijzonder resultaat. Daarnaast is er ook daadwerkelijk een plausibel mechanisme voor botbescherming. Fytinezuur kan namelijk de aanmaak van osteoclasten remmen, die zorgen voor botafbraak (Arriero Mdel M 2012).

Geen brood, maar nog steeds volop fytinezuur?

Het alarmnisme
Het afgelopen jaar hebben we een flinke hetze gezien tegen brood en het aanwezige fytinezuur werd als een van de redenen genoemd om geen brood te consumeren. Diezelfde antibroodgroep promoot wel het gebruik van amandelmeel, dat veel meer fytinezuur bevat dan tarwe (Schlemmer U 2009) en ook groene smoothies zijn aanvaard, die o.a. bestaan uit groene bladgroente en chiazaden vol met fytinezuur (Gupta S 2004). Het bewijst alleen maar dat fytinezuur niet zozeer het probleem is, omdat het gedemoniseerde nutriënt met sloten gelijkertijd via andere voedingsmiddelen binnenkomt, zonder dat dit leidt tot bijzondere tekorten. Het laat ook zien dat er duidelijk een gebrek is aan overzicht onder voor- en tegenstanders van brood. Als we fytinezuur zouden moeten mijden, dan schrappen we hele productgroepen zoals tarwe, noten, zaden, bonen en minder bekend, ook groene bladgroente. Het probleem is natuurlijk dat er hele volksstammen zijn, die met dit voedsel oud en gezond worden.

Er is weinig reden om aan te nemen dat fytinezuur een antinutriënt is

Conclusie
Antinutriënten zijn stoffen uit planten, die de eter ervan ziek kunnen maken of zelfs kunnen doden. Het zou een evolutionair beschermingsmiddel zijn en fytinezuur specifiek, zou ingezet worden door planten om de mineralenabsorptie te remmen, waardoor eters tekorten oplopen. De geconstateerde tekorten zijn echter niet het gevolg van hoge fytinezuurconsumptie, maar een gebrek aan gevarieerd eten. Er is dan ook geen reden om aan te nemen dat fytinezuur een antinutriënt is.

Meer lezen uit deze categorie 'Voeding':

Wat voegt de leefstijlarts toe?

De belangstelling voor leefstijlgeneeskunde bij (huis)artsen neemt toe en dat lijkt terecht te zijn, aangezien veel van de gezondheidsproblemen ontstaan door de wijze waarop we leven. Nu hebben we al leefstijlcoaches en diëtisten. Wat voegt de leefstijlarts toe?    ...

Maakt een gezond microbioom een gezond mens?

Tientallen boektitels, vele cursussen en ontelbare blogs zijn er verschenen over het microbioom. Het betreft de honderden kolonies aan bacteriesoorten die leven in onze darmen. Dit microbioom zou via verschillende wegen een enorme invloed hebben op de gezondheid van...

Clip: Neemt inflammatie toe bij het ketogeen dieet?

Lage graad inflammatie is betrokken bij alle welvaartziekten, maar neemt dat ook toe bij het populairder wordend ketogeen dieet? Een clip is een kort item over een onderzoek of een curiositeit. Het is geen uitputtende verhandeling over het onderwerp, maar bedoeld om...

Dit onderwerp komt aan bod in de volgende opleidingen:

Recente artikelen (kennisbank) uit overige categorieën:

De ziekte burnout erkend

De moderne wereld en de millennialgeneratie in het bijzonder wordt geplaagd door een ziekte die burnout genoemd wordt. De schatting is dat 14 procent van de werkende bevolking hier last van heeft, maar toch was er geen erkenning. De Wereldgezondheidsorganisatie heeft...

Wat voegt de leefstijlarts toe?

De belangstelling voor leefstijlgeneeskunde bij (huis)artsen neemt toe en dat lijkt terecht te zijn, aangezien veel van de gezondheidsproblemen ontstaan door de wijze waarop we leven. Nu hebben we al leefstijlcoaches en diëtisten. Wat voegt de leefstijlarts toe?    ...

Is leefstijlgeneeskunde beter?

Ruim 30 geneeskundigen, hoogleraren en economen pleiten voor een radicale verandering in de gezondheidszorg om de diabetesepidemie te keren. Ze ondertekenden een brief die gepubliceerd werd in de NRC, waarin ze beschrijven hoe het breed implementeren van...

Redactionele noot

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, worden opgeslagen of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

Geraadpleegde bron(nen)

  • Arriero Mdel M (2012), Ramis JM, Perelló J, Monjo M.Inositol hexakisphosphate inhibits osteoclastogenesis on RAW 264.7 cells and human primary osteoclasts. PLoS One. 2012;7(8):e43187
  • Committee on Food Protection, Food and Nutrition Board, National Research Council (1973). Phytates. Toxicants Occurring Naturally in Foods. National Academy of Sciences. pp. 363–371
  • Gupta S (2004), Lakshmi AJ, Najunath MN, Prakash J. Analysis of nutrient and antinutrient content of underutilized green leafy vegetables. LWT 38 (2005) 339–345
  • Jacobs DR Jr (2010), Hohe C, Mursu J, Robien K, Folsom AR. Whole grain intake, incident hip fracture and presumed frailty in the Iowa Women’s Health Study. Br J Nutr. 2010 Nov;104(10):1537-43. doi: 10.1017/S0007114510002382. Epub 2010 Jun 23.
  • Kim J (2009), Woodhouse LR, King JC, e.a. Relationships between faecal phytate and mineral excretion depend on dietary phytate and age. Br J Nutr. 2009 Sep;102(6):835-41.
  • López-González AA (2008), Grases F, Roca P, e.a. Phytate (myo-inositol hexaphosphate) and risk factors for osteoporosis. J Med Food. 2008 Dec;11(4):747-52.
  • López-González AA (2013), Grases F, Monroy N, e.a. Protective effect of myo-inositol hexaphosphate (phytate) on bone mass loss in postmenopausal women. Eur J Nutr. 2013 Mar;52(2):717-26.
  • Mellanby E (1949) The rickets-producing and anti-calcifying action of phytate J Physiol. 1949 September 15; 109(3-4): 488–533.
  • Schlemmer U (2009), Frølich W, Prieto RM, Grases F. Phytate in foods and significance for humans: food sources, intake, processing, bioavailability, protective role and analysis. Mol Nutr Food Res. 2009 Sep;53 Suppl 2:S330-75.
  • Thimmappa SA (2011), Wadsworth TL, e.a. Phytic acid as a potential treatment for Alzheimer’s pathology: evidence from animal and in vitro models. J Alzheimers Dis. 2011 January 1; 23(1): 21–35
  • Vucenik I (2003), Shamsuddin AM. Cancer inhibition by inositol hexaphosphate (IP6) and inositol: from laboratory to clinic. J Nutr. 2003 Nov;133(11 Suppl 1):3778S-3784S. Review.
  • Walker AR (1948), Fox FW, Irving JT. Studies in human mineral metabolism; the effect of bread rich in phytate phosphorus on the metabolism of certain mineral salts with special reference to calcium. Biochem J. 1948;42(3):452-62.
  • Wills MR (1972), Phillips JB, Day RC, Bateman EC. Phytic acid and nutritional rickets in immigrants. Lancet. 1972 Apr 8;1(7754):771-3.