Een groot onderzoek (Potrebn, 2025) onder bijna 777.000 jongeren in Noorwegen toont aan dat de mentale gezondheid van jonge mensen, vooral meisjes, de afgelopen drie decennia (1992โ2019) aanzienlijk is verslechterd. De klachten, zoals neerslachtigheid, angst en slapeloosheid, zijn systematisch toegenomen. Deze trend is duidelijk en continu, en blijft bestaan ondanks verschillen in onderzoeken. De resultaten zijn gebaseerd op zeven grote, herhaalde enquรชtes en geven een betrouwbaar beeld van wat er in de jeugdpopulatie is gebeurd โ lang voordat de coronapandemie de aandacht op mentale gezondheid nog verder versterkte.
Meisjes het hardst getroffen, jongens ook bezorgd
De toename in mentale klachten is bij meisjes veel sterker dan bij jongens. Gemiddeld nam het aandeel meisjes met ernstige klachten toe met 11,2%, soms zelfs tot bijna 22%. In รฉรฉn onderzoek steeg het percentage meisjes met zorgwekkende klachten van 20,5% in 1995 naar 42,4% in 2019. Ook jongens ervaren meer mentale druk, maar de stijging is minder snel: gemiddeld 5,2%. Meisjes rapporteren over het algemeen ook altijd meer klachten dan jongens, en dat verschil is de afgelopen jaren alleen maar groter geworden.
Meta-analyse van 7 doorlopende onderzoeken
De onderzoekers brachten alle beschikbare grote jeugdonderzoeken in Noorwegen samen en gebruikten een geavanceerde statistische methode (meta-analyse) om de resultaten te vergelijken, ondanks verschillen in vragenlijsten en groepen. Ze maten klachten met bekende vragenlijsten zoals de HSCL (over angst en depressie) en de HBSC-SCL (over hoofdpijn, buikpijn, neerslachtigheid, enzovoort). Door de data te standaardiseren, konden ze een duidelijke trend vaststellen: elk jaar nam de belasting toe, met name bij meisjes.
Wat is de oorzaak? Geen enkele factor verklaart alles
Er zijn veel theorieรซn: sociale media, schoolstress, minder bewegen, slechtere slaap, of juist meer openheid over klachten. Maar geen enkele verklaring voldoet helemaal. De toename begon al in de jaren 90, lang voordat sociale media bestonden. Schoolstress neemt toe en speelt een rol, maar verklaart slechts een klein deel. Ook stigma-vermindering โ dat jongeren nu eerder durven te zeggen dat het niet goed gaat โ is geen volledige verklaring. De werkelijke oorzaak ligt waarschijnlijk in een complex samenspel van meerdere factoren in het leven van jongeren.
Waarom dit belangrijk is
Deze studie is een duidelijk waarschuwingssignaal: de mentale gezondheid van jonge mensen, vooral meisjes, verslechtert al langdurig. Dat heeft gevolgen voor onderwijs, zorg en beleid. Om effectief te kunnen helpen, is het cruciaal dat we beter begrijpen wat deze ontwikkeling aandrijft. Landen als Noorwegen, met uitgebreide data, bieden een unieke kans om trends te volgen en beleid te sturen โ niet op gevoel, maar op feiten. De boodschap is duidelijk: we moeten jongeren serieus nemen, en samen werken aan een gezonder, veerkrachter toekomst.
Conscientieusheid, de belangrijkste voorspeller van academische en werkprestaties, is bij jong volwassen in de VS in vrije val geraakt tijdens de pandemie en niet meer hersteld volgens dit FT-artikel. De data zijn echter van de UAS (Understanding America Study) en daar is peerreviewed over gepubliceerd.
De grafiek laat zien dat de hele persoonlijkheid van slag is in de groep 18 tot 30 jaar. Neuroticisme nam toe en extraversie daalde. Hoewel deze twee onafhankelijke trekken zijn, beรฏnvloeden ze elkaar: een daling van neuroticisme kan ertoe leiden dat mensen vaker op pad gaan. Conscientieusheid wordt het hardst geraakt.
Omdat we de onderliggende analyse hebben, baseren we onze uitspraken op Sutin et al. (2022), die gebruikmaakt van dezelfde longitudinale dataset. De analyse van Sutin is vooral pre- en post pandemie analyse.
In de UAS wordt de BFI gehanteerd en dat is een korter, maar minder betrouwbaar persoonlijkheidsmeetinstrument (test-hertest: .65โ.78). Dat is relevant voor Sutin รฉn FT artikel. De data van Sutin lopen tot 2022, terwijl die van FT tot en met 2024 gaan.
Een andere beperking is dat Sutin absolute scores gebruikt en geen percentielen, waardoor vergelijken met FT lastiger wordt. Wij hebben deze daarom omgezet naar percentielen ter controle. De cijfers verschillen iets omdat we een SD hebben genomen uit een andere dataset, maar de trends zijn gelijk.
Omgerekend naar percentages pre- en postpandemie:
โก๏ธ Openheid โ2,5%
โก๏ธ Consciรซntieusheid โ3,2%
โก๏ธ Extraversie โ3,4%
โก๏ธ Aangenaamheid โ2,2%
โก๏ธ Neuroticisme +0,4%
Gemiddeld verandert de persoonlijkheid ongeholpen met 2 procent per decennium en deze percentageverschillen zie je doorgaans in reactie op interventie zoals therapie/training (Roberts BW, 2017). De veranderingen vallen dus binnen een bandbreedte die op korte termijn corrigeerbaar is. Van een vrije val is geen sprake.
De daling in consciรซntieusheid is opvallend, omdat deze trek in deze leeftijdscategorie normaal juist toeneemt (eerste baan, eerste vaste relatie, etc.). Er lijkt sprake van een trendbreuk in de identiteitsontwikkeling van jongvolwassenen.
Sutin et al. (2022) verklaren de veranderingen vooral door langdurige stress en onzekerheid, het wegvallen van sociale rollen en routines, en verstoring van normale ontwikkelingspaden. Minder face-to-face contact en minder kansen voor nieuwe ervaringen deden extraversie en openheid dalen, terwijl economische en sociale stressoren en een gebrek aan structuur bijdroegen aan lagere consciรซntieusheid.
Het totaal van lagere conscientieusheid en de de minimale toename van neuroticisme, suggereert meer op doelloosheid dan paniek. Hoewel de verandering voor een hele generatie lijkt te gelden, zien we het niet als een doemscenario.
๐ ๐ฒ๐ฒ๐ฟ ๐น๐ฒ๐ฟ๐ฒ๐ป
Dit is een onderwerp in de module Identiteitsontwikkeling (chivo.nl/mio), onderdeel van de opleiding tot Vitaliteitskundige (chivo.nl/ovk) waarbij je alle ins en outs leren over mens en motivatie.
Je wilt sociale verbinding behouden, maar tegelijkertijd iets voor jezelf. Beide zijn psychologische basisbehoeften. Volgens William von Hippel (The Social Paradox) staan ze op gespannen voet. Volgens de Zelfdeterminatietheorie (ZDT) juist niet. Ik schets twee scenarioโs:
-
Je wilt iets voor jezelf, maar je groep wil dat niet. Liegen zou dan een evolutionaire aanpassing zijn.
-
Je wilt iets voor jezelf, maar je groep wil dat niet. Je voelt spanning en beseft dat je niet in de juiste groep zit.
Beide zijn herkenbaar. Vanuit de evolutionaire psychologie (Von Hippel) is vooral scenario 1 logisch. Vanuit de ZDT zijn beide mogelijk, maar scenario 2 is belangrijker.
๐๐ฟ๐ถ๐๐ฒ๐ฟ๐ถ๐๐บ๐๐ฎ๐น๐ถ๐ฑ๐ถ๐๐ฒ๐ถ๐
Welke van de twee past beter bij welzijn en psychische gezondheid? Dan wint scenario 2. Als je groep je basisbehoeften niet ondersteunt, lijdt je motivatie, welzijn en functioneren daaronder. Het bewijs (Slemp G 2024) is overweldigend:
๐ข๐๐ฒ๐ฟ๐น๐ฒ๐๐ฒ๐ป ๐ฒ๐ป ๐ณ๐น๐ผ๐ฟ๐ฒ๐ฟ๐ฒ๐ป
Von Hippel redeneert evolutionair: behoeften zijn er om te overleven en te reproduceren. In die context is liegen functioneel. Overleven is secundair aan autonomie. Binnen de ZDT kijkt men echter ook naar ontplooiing. Mensen willen niet alleen overleven, maar ook groeien. In relaties betekent dat relationele autonomie: je zo thuis voelen in je groep dat je jezelf kunt zijn. Sterker nog, je kunt tegen iemand liegen om die persoon te helpen met ontplooien.
Dit principe is wetenschappelijk uitgewerkt binnen de relatiemotivatie-theorie (onderdeel van de ZDT). Relaties evolueren van transactioneel naar intrinsiek als mensen elkaars basisbehoeften ondersteunen. In tegenstelling tot de evolutionaire psychologie is er hier veel empirisch onderzoek naar gedaan. Scenario 2 staat als een huis.
๐ง๐๐ฒ๐ฒ ๐ธ๐ฎ๐ป๐๐ฒ๐ป ๐๐ฎ๐ป ๐ฏ๐ฎ๐๐ถ๐๐ฏ๐ฒ๐ต๐ผ๐ฒ๐ณ๐๐ฒ๐ป
Basisbehoeften hebben een bevredigings- en een frustratiekant. Frustratie zet je in een overleefstand: functioneel, maar niet florissant. Bevrediging brengt je in een floreerstand, waarin je leeft in lijn met wie je bent (zelfcongruent) en wat je nastreeft (zelfconcordant). Die kant krijgt weinig aandacht in de evolutionaire psychologie, ondanks sterk bewijs.
๐ ๐ฒ๐ฒ๐ฟ ๐น๐ฒ๐ฟ๐ฒ๐ป
Dit onderwerp kwam vandaag aan bod in de module Identiteitsontwikkeling (chivo.nl/mio), waarin je leert hoe mensen gezond en ongezond ontwikkelen.
Er worden grofweg drie vormen van welbevinden onderscheiden: hedonistisch (geluk), evaluatief (tevredenheid) en eudaimonisch (betekenisvol). Hedonistisch en evaluatief welbevinden worden het meest gemeten. Zo meet het jaarlijkse World Happiness Report bijvoorbeeld gek genoeg het evaluatieve, niet het hedonistische. De combinatie van hedonistisch en evaluatief wordt vaak aangeduid als subjectief welbevinden. In deze post ga ik in op eudaimonisch welbevinden.
๐๐๐ฑ๐ฎ๐ถ๐บ๐ผ๐ป๐ถ๐ฒ
Eudaimonie is een term uit de Griekse filosofie die verwijst naar een leven van vervulling, zingeving en morele deugd. In tegenstelling tot plezier (hedonia), draait eudaimonie om tot bloei komen als mens: het nastreven van je potentieel en het leiden van een betekenisvol leven. Het wordt vaak vertaald als โmenselijk florerenโ. Eudaimonie wordt zelden rechtstreeks gemeten; meestal vraagt men naar zingeving als proxy.
๐ข๐ป๐ฑ๐ฒ๐ฟ๐๐ผ๐ฒ๐ธ
Dat brengt ons bij een recente publicatie (Cambell AI, 2025) waarin vijf studies worden beschreven over vrijetijdsactiviteiten en de mate van inspanning die ze vergen:
De belangrijkste bevindingen:
๐ Inspanning โ meer zingeving (binnen personen)
๐ Inspanning โ minder plezier (binnen personen), meer plezier (tussen personen)
๐ Bevrediging van psychologische basisbehoeften (PBB) โ meer zingeving
Zingeving werd in het moment gemeten en grotendeels verklaard door bevrediging van PBB, met een extra bijdrage van de inspanning zelf. Maar welke activiteiten waren dat? Waren ze existentieel of altruรฏstisch van aard? Nee, het ging om alledaagse bezigheden zoals lezen, studeren, koken, e-mails beantwoorden, tv-kijken. In de experimenten bijvoorbeeld sudoku's oplossen. Als PBB werden bevredigd, leidde dit vrijwel altijd tot zingeving, ook wanneer plezier afnam. Inspanning droeg daar aanvullend aan bij. Het sterkt het idee dat zingeving een gevolg is van iets anders.
๐๐๐ฑ๐ฎ๐ถ๐บ๐ผ๐ป๐ถ๐๐ฐ๐ต ๐ฐ๐ผ๐บ๐ฝ๐ผ๐ป๐ฒ๐ป๐๐ฒ๐ป ๐บ๐ผ๐ฑ๐ฒ๐น (๐๐๐ )
Ons ECM (afbeelding), gebaseerd op het werk van Sheldon, stelt dat goed doen (moreel en zinvol handelen) tot PBB-bevrediging leidt, wat vervolgens het goed voelen (subjectief welbevinden) verhoogt. Wij voegen daaraan toe dat aanleg (goed kunnen) helpt om goed te doen รฉn goed te voelen. Tegelijkertijd nodigt goed voelen via PBB-bevrediging weer uit tot goed doen. Ecologische (omgevings)factoren spelen uiteraard ook een rol.
Net als Ryan en Martela pleiten wij ervoor om op nationaal niveau PBB te meten (Martela, 2023), niet alleen subjectief welbevinden.
๐ ๐ฒ๐ฒ๐ฟ ๐น๐ฒ๐ฟ๐ฒ๐ป
Hoe je met concreet goed doen kunt bijdragen aan goed voelen, rekening houdend met aanleg leer je concreet in met onze module Identiteitsontwikkeling (chivo.nl/mio), ook te volgen als compacte summerschool a.s. maandag. Het is onderdeel van de opleiding vitaliteitskundige (chivo.nl/ovk), specialist in toegepaste motivatiewetenschap.
Een post over Zomergasten herinnerde ons aan Bessel van der Kolk en therapeutisch hervonden herinneringen. Van der Kolk stelt dat alle trauma sporen achterlaat in het lichaam en dat je bij onverklaarbare klachten op zoek moet naar het onderliggende trauma. Het idee dat dit kan leiden tot valse herinneringen wijst hij ten onrechte resoluut van de hand.
De vraag is natuurlijk hoe we weten dat het geheugen beรฏnvloedbaar is. Dat vereist verschillende lijnen van bewijs. Een standpunt bevindt zich immers altijd op een continuรผm van waarschijnlijkheid. Die lijnen van bewijs moeten gezamenlijk een overtuigend beeld opleveren.
1. Geheugen wordt gereconstrueerd, niet opgehaald
We denken vaak dat ons geheugen werkt als een opnameapparaat, maar in werkelijkheid reconstrueren we herinneringen. Bartlett toonde in 1932 al in zijn beroemde experiment The War of the Ghosts aan, dat mensen herinneringen onbewust vervormen zodat ze beter aansluiten bij hun verwachtingen en culturele achtergrond. Deelnemers pasten vreemde of onlogische elementen aan zonder dat ze zich daarvan bewust waren en geloofden oprecht dat hun herinnering klopte.
Bartlett concludeerde dat geheugen geen letterlijke reproductie is, maar een actief reconstructieproces, gestuurd door mentale schemaโs: bestaande kennisstructuren die bepalen hoe we informatie interpreteren en herinneren. Bewijs voor reconstructie is sindsdien op ontelbare manieren geleverd; het is hoe ons geheugen fundamenteel werkt. Bij AI herkennen we dit reconstructiefenomeen als โhallucinerenโ.
2. Implementatie van valse herinneringen
Het is goed mogelijk om via suggestie valse herinneringen te implementeren. Deze meta-analyse (Scoboria, 2017) van experimenten toont aan dat dit in 30 tot 50 procent van de gevallen lukt.
Een ander onderzoek (Otgaar H, 2022) laat lagere percentages zien, maar dat is geen replicatie. Het betreft een eenvoudiger opzet waarin geheugenimplementaties nagenoeg geautomatiseerd plaatsvinden, wel na screening. Het succes ligt daar nog steeds tussen de 9 en 30 procent.
3. Retractie
Men kan beweren dat wat in het laboratorium wordt opgewekt, in de echte wereld niet voorkomt. Toch laat een recente scoping review (Otgaar, 2025) zien dat hervonden herinneringen worden ingetrokken wanneer patiรซnten worden geconfronteerd met extern bewijs. Systematisch verzamelde casuรฏstiek bevestigt dus dat het in de echte wereld voorkomt.
Overwegingen
Natuurlijk valt er op elk onderzoek iets aan te merken, maar het totaal aan bewijs is consistent: van mechanisme tot experiment en getoetste observaties in de praktijk.
Dat betekent niet dat therapeuten massaal herinneringen aanpraten. Maar de stelling dat het niet kan of niet gebeurt, zoals Van der Kolk beweert, is onhoudbaar.
Meer leren: Wij trainen in gespreksvoering en het uitgangspunt is dat we nooit akkoord gaan met het eerste antwoord, alleen met het beste antwoord. Je kunt het leren als vitaliteitskundige (chivo.nl/ovk) en als re-integratiecoach (idc-academie.nl).
Heb je religie nodig voor moraliteit en purpose. Aanbidden atheisten, ook al zijn ze er niet van bewust? Het Jubilee-debatformat 'Surrounded' houdt in dat een prominent figuur, zoals Jordan Peterson, vier stellingen poneert en vervolgens in debat gaat met potentieel twintig tegenstanders. Deze tegenstanders kunnen door de groep worden weggestemd, waarna een nieuwe hun plek inneemt. Je kunt het hier bekijken.
Wanneer Peterson geen antwoord weet te geven, valt hij vaak terug op de definitievraag. Er volgt dan een snelvuur, zoals: โWat bedoel je met geloof?โ, โDefinieer geloof,โ โWat bedoel je met โjouโ?โ, โGeef een definitie van โjouโ,โ om vervolgens af te sluiten met een monoloog over het belang van zorgvuldigheid, want anders is er sprake van low resolution thinking. Ook zal Peterson regelmatig nieuwe definities geven aan woorden die al een betekenis hebben waar consensus over is. En schijnbaar kun je ook voor 8/12ste Christen zijn.
Vanaf 33:00 minuten werd het met name voor ons interessant, omdat de drie tegenstanders die elkaar opvolgen juist beginnen met het stellen van definitievragen. Dan zie je dat Peterson de definitie probeert te verruimen zodra deze geen stand houdt.
Hij vervalt dan in wat in debattechniek bekend staat als een motte-and-bailey-redenering: je doet een overtuigende, moeilijk verdedigbare claim in de publieke ruimte (bailey), en als je wordt aangevallen, trek je je terug in een veilige vesting (motte), namelijk een triviale stelling.
De laatste van de drie tegenstanders ging viraal, mede vanwege zijn nare toon โ maar laat je niet afleiden door die toon. Deze tegenstander zet Peterson meesterlijk klem over de claim dat ook atheรฏsten nog steeds aanbidden. Het is naar verluidt de reden waarom Jubilee de titel van de video heeft aangepast. Het was namelijk 'Christian vs 20 atheists'. Het idee is dat de hiรซrarchie bepaalt wanneer er sprake is van aanbidding. De tegenstander vraagt of Katholieken de maagd Maria aanbidden. Het wordt niet uitgesproken, maar de Katholieke doctrine stelt dat je Maria niet mag aanbidden.
Het is heel leerzaam voor liefhebbers van het debat. En natuurlijk hebben we een wetenschappelijke verklaring voor moraliteit en โpurposeโ. Het heet evolutietheorie. Moraliteit is een set aan ongeschreven regels om samen te werken. Daar zijn vele lijnen van bewijs voor. Zonder waren we waarschijnlijk allang uitgestorven. Gevoel van 'purpose' ontstaat als je je basisbehoeften wilt / kunt bevredigen. Moraliteit en purpose worden verbonden door vrijwillig lijden. Het maakt feitelijk ook David Humeโs is-ought-probleem irrelevant als moreel geleide. Als adaptatie heeft geleid tot de noodzaak om samen te werken, dan betekent dat: is = ought.
Met alle terechte kritiek op leiderschapsstijlen is dit een concrete stap in de zoektocht naar een gedragsmatige invulling van leiderschap (Howard JL, et al 2025). Details over het onderzoek tref je verderop, maar eerst even wat achtergrond over de noodzaak.
Een invloedrijke recente paper op dit gebied is die van Sitkin en Fisher (2023). Zij stellen dat veel leiderschapsstijlen, met name transformationeel leiderschap, te breed en normatief geformuleerd zijn. Neem bijvoorbeeld de definitie van Bass (1985):
"Transformationeel leiderschap is het proces waarbij leiders volgers motiveren om meer te doen dan ze oorspronkelijk van zichzelf verwachtten, door hun bewustzijn van het belang van taken te verhogen, hun hogere-orde behoeften te activeren, en hen aan te moedigen om het collectieve belang boven eigenbelang te stellen."
In die definitie worden morele eigenschappen (zoals integriteit), gedragskenmerken (zoals inspirerend spreken) en uitkomsten (zoals motivatie) gecombineerd, waardoor de stijl moeilijk toetsbaar wordt. Dit leidt tot:
- Constructvervuiling โ te veel elementen worden in รฉรฉn stijl gepropt;
- Tautologie โ de leider is effectief omdat hij effectief is;
- Weinig onderscheid met andere managementconcepten zoals organisatiecultuur of charisma.
Een oplossing waar veel critici op uitkomen is het focussen op observeerbare gedragskenmerken, gescheiden van uitkomsten en motivaties. Een belangrijke inspiratiebron is de persoonlijkheidstaxonomie, al combineren moderne items vaak gevoel, gedrag en gedachten. Binnen de persoonlijkheidspsychologie is het wรฉl goed gelukt om stabiele en onafhankelijke kenmerken consistent te beschrijven. Een definitie op basis van gedragskenmerken zou er dan zo uit kunnen zien:
"Transformationeel leiderschap is een stijl waarbij de leider observeerbaar gedrag vertoont, zoals het formuleren en communiceren van een duidelijke toekomstvisie, het actief stimuleren van kritisch denken en alternatieve perspectieven, het geven van ontwikkelingsgerichte feedback afgestemd op individuele behoeften, het expliciet verbinden van eigen keuzes aan gedeelde waarden, en het stellen van voorbeeldgedrag via symbolische of normbepalende handelingen."
Dat is veel beter meetbaar, want observeerbaar, maar nog steeds lastig toepasbaar. In dit onderzoek is er daarom voor gekozen om de stijl op te splitsen in vijf gedragscomponenten die je kunt configureren:
- Taakgericht;
- Relationeel;
- Integer;
- Verander;
- en empowermentgericht gedrag
Er zijn verschillende configuraties (profielen) gevonden die duidelijk maken dat er een flinke, zo niet volledige overlap is in stijlen authentiek, transformationeel en dienend leiderschap. Interessant is dat de combinatie van alle vijf hangt samen met sterk bevredigde psychologische basisbehoeften van het team, en daarmee met autonomie- of behoeftensteunend leiderschap. Mooi om te zien hoe alles samenkomt. Een veelbelovende ontwikkeling.
Meer leren kun je in de specialisatie Leiderschap als vitaliteitskundige.
Wat gebeurt er als je mensen drie jaar lang financiรซle zekerheid biedt, zonder voorwaarden? In Duitsland kregen 107 jonge alleenstaanden โฌ1.200 per maand, tegenover een controlegroep van 1.580 personen die niets ontvingen. Het resultaat? Betere mentale gezondheid, meer levensvoldoening รฉn meer ervaren autonomie. Deze effecten waren zelfs zes maanden na afloop nog zichtbaar (Bohman S, et al 2025).
๐ช๐ฒ๐น๐๐ถ๐ท๐ป
Deelnemers die het basisinkomen ontvingen, rapporteerden gemiddeld 0,3 standaarddeviatie (SD) meer psychisch welbevinden. Levensvoldoening nam significant toe (+0,43 SD), evenals ervaren autonomie (+0,26 SD). Er waren geen effecten op de andere psychologische basisbehoeften competentie of verbondenheid. Dit wijst erop dat vooral autonomie gevoelig is voor inkomenszekerheid.
๐๐ฒ๐ฒ๐ป ๐น๐๐ถ๐ต๐ฒ๐ถ๐ฑ, ๐๐ฒ๐น ๐บ๐ฒ๐ฒ๐ฟ ๐ด๐ฒ๐๐ฒ๐ป
Deelnemers gingen niet minder werken. Ze bleven gemiddeld evenveel uren actief. Opvallend was dat ze juist vaker doneerden en hulp aanboden. Financiรซle ademruimte, en vooral het gevoel van autonomie, hangt samen met meer prosociaal gedrag โ precies wat de zelfdeterminatietheorie voorspelt.
๐๐ฒ๐ฒ๐ป ๐๐ป๐ถ๐๐ฒ๐ฟ๐๐ฒ๐ฒ๐น ๐ฏ๐ฎ๐๐ถ๐๐ถ๐ป๐ธ๐ผ๐บ๐ฒ๐ป
Hoewel vaak zo gepresenteerd, ging het hier feitelijk niet om een universeel basisinkomen. Deelnemers waren jonge alleenstaanden met een laag tot middeninkomen, waarvan 75 procent financiรซle onzekerheid ervoer, maar die niet onder de armoedegrens vielen. De interventie was dus eerder een gerichte toelage. De resultaten gelden vooral voor financieel kwetsbare groepen.
๐ฆ๐ฒ๐น๐ฒ๐ฐ๐๐ถ๐ฒ๐๐ฒ ๐๐ถ๐๐๐ฎ๐น
Een belangrijke zwakte is de scheve uitval: 18 procent van de controlegroep viel al vรณรณr de eerste meting definitief uit, tegenover slechts 3 procent in de behandelgroep. Waarschijnlijk haakten zij af omdat ze niets kregen. Hierdoor werd de randomisatie ondermijnd en bevatte de controlegroep mogelijk een minder kwetsbare subgroep. De analyses houden daar onvoldoende rekening mee.
๐ ๐ผ๐๐ถ๐๐ฎ๐๐ถ๐ฒ๐ฏ๐ถ๐ฎ๐
Een vergelijkbaar Amerikaans experiment pakte dit anders aan: daar kregen 1.000 huishoudens $1.000 per maand, en de controlegroep $50. Daardoor bleef de motivatie hoger en viel minder uit. Het Duitse experiment laat zien hoe belangrijk dit is: als de controlegroep niets krijgt, meet je niet alleen het effect van geld, maar ook het effect van teleurstelling.
๐๐ป๐ธ๐ผ๐บ๐ฒ๐ป๐๐ฏ๐ฒ๐น๐ฒ๐ถ๐ฑ ๐ฎ๐น๐ ๐บ๐ฒ๐ป๐๐ฎ๐น๐ฒ ๐ถ๐ป๐๐ฒ๐ฟ๐๐ฒ๐ป๐๐ถ๐ฒ
Deze studie laat zien dat inkomenszekerheid niet alleen financiรซle, maar ook psychologische effecten heeft. Het vermindert stress, versterkt autonomie en verhoogt welzijn. Interessant is dat competentie en verbondenheid niet toenamen. Mensen ervoeren dus meer zelfregie, maar ontwikkelden zich niet per se verder. Dat suggereert dat de ervaring van autonomie minder gefrustreerd raakt (niet gemeten), en niet zozeer toeneemt.
Meer hierover leren kun je in onze module Toegepaste Ethiek (chivo.nl/mte) โ ook te volgen als summerschool van 11โ15 augustus.
Sociaal-progressieven streven ernaar dat iedereen het goed heeft. Een loffelijk doel, maar het kan gepaard gaan met de overtuiging dat men weet wat goed is voor anderen. Dat roept weerstand op โ vooral als mensen het gevoel krijgen dat er over hun hoofden heen beslist wordt.
๐ช๐ฎ๐ฎ๐ฟ๐ฑ๐ถ๐ด๐ต๐ฒ๐ถ๐ฑ ๐ฒ๐ป ๐๐๐ฎ๐๐๐
Sociologen beschreven al in de jaren zeventig hoe arbeiders sociale erkenning vonden via hun eigen gemeenschappen en instituties (Willis, 1977; Hyman, 1971). Uit internationaal onderzoek blijkt dat opleiding in vrijwel alle landen een belangrijke en legitieme bron is van subjectieve sociale status (SSS) โ hoe mensen hun eigen plek in de samenleving ervaren (van Noord et al., 2019).
๐๐ฒ๐๐ผ๐ป๐ฑ๐ต๐ฒ๐ถ๐ฑ ๐ฒ๐ป ๐ด๐ฒ๐ฑ๐ฟ๐ฎ๐ด
SSS blijkt een krachtige voorspeller van gezondheid, los van objectieve status. Mensen met lage SSS zorgen gemiddeld slechter voor zichzelf: ze bewegen minder, slapen slechter, roken vaker, en mijden preventieve zorg. Ook ervaren ze meer chronische stress, hebben ze een kortere tijdshorizon en een lager gevoel van controle (Adler et al., 2000; Kraus & Tan, 2015; Singh-Manoux et al., 2005). Denk je dat preventie gaat over iets afpakken (omgeving) of extra beprijzen? Er zijn concrete aanwijzingen dat het averechts werkt (Meurs, 2022-2024).
๐ฃ๐ผ๐น๐ถ๐๐ถ๐ฒ๐ธ๐ฒ ๐๐ผ๐ผ๐ฟ๐ธ๐ฒ๐๐ฟ๐ฒ๐ป
Lage SSS hangt samen met steun voor herverdeling รฉn voor populistische of anti-establishmentpartijen, links รฉn rechts. Die steun weerspiegelt een gevoel van uitsluiting en verlangen naar controle (Sprong et al., 2019). Tegelijk is lage SSS vaak verbonden met cultureel conservatieve voorkeuren, zoals traditioneel gezinsbeleid of restrictieve immigratie. Hoge SSS gaat juist vaker samen met meritocratisch denken en centrumrechtse standpunten (Brandt et al., 2021).
๐๐น๐ฒ๐ฐ๐๐ผ๐ฟ๐ฎ๐น๐ฒ ๐๐ฒ๐ฟ๐๐ฐ๐ต๐๐ถ๐๐ถ๐ป๐ด
In veel landen zijn lage-inkomensstemmers de afgelopen jaren naar rechts opgeschoven. In de VS veranderde de Democratische voorsprong onder inkomens onder $50.000 van +12 (2016) naar een Republikeinse voorsprong van +2 in 2024. Zie afbeelding. In het VK won Reform UK in 2024 ruim onder arbeiders (21%). In Frankrijk stemde 57% van de handarbeiders op Le Pen. In Duitsland behaalde de AfD 38% van de arbeidersstemmen en 39% onder mensen die zichzelf als โarmโ zagen. In Italiรซ haalde het centrumrechtse blok in 2022 55,6% van de arbeidersstemmen, tegenover 17% voor centrumlinks. Roepen dat migratie niet het รฉchte probleem is, werkt averechts!
๐ฆ๐ฒ๐ฟ๐ถ๐ฒ๐๐ ๐ป๐ฒ๐บ๐ฒ๐ป
Wie lage SSS negeert of bagatelliseert, bevestigt het gevoel van minachting. Het gaat ๐ป๐ถ๐ฒ๐ย alleen om inkomen of diplomaโs, maar om hoe mensen hun plek ervaren โ en of ze geloven dat hun stem telt. Wij moeten opnieuw gaan bedenken hoe we onze samenleving gaan inrichten en wat mij betreft begint dat met ๐ฒ๐ฟ๐๐ฎ๐ฟ๐ฒ๐ปย waardigheid.
๐ ๐ฒ๐ฒ๐ฟ ๐น๐ฒ๐ฟ๐ฒ๐ป
SSS is een belangrijk onderwerp in onze module Toegepaste Ethiek (chivo.nl/mte). Ook als summerschool (11-15 aug).
In 2022 en 2024 voerde de Universiteit Leiden twee studies uit naar de validiteit van de ๐ ๐ฎ๐ป๐ฎ๐ด๐ฒ๐บ๐ฒ๐ป๐ ๐๐ฟ๐ถ๐๐ฒ๐-๐บ๐ฒ๐๐ต๐ผ๐ฑ๐ถ๐ฒ๐ธ. In het meest recente onderzoek kregen deelnemers willekeurig รณf hun echte profiel รณf een realistisch gegenereerd nepprofiel, waarna ze aangaven hoe goed het profiel hen weergaf. De herkenning was significant hoger voor het echte profiel op vier van de vijf subschalen. Op de website van Management Drives wordt dat als volgt samengevat:
โ๐๐ฏ 2022 (๐๐ข๐ฏ ๐ฅ๐ฆ๐ณ ๐๐ฐ๐ฐ๐ณ๐ต & ๐๐ช๐ฏ๐ต๐ช๐ฏ๐จ, 2022) ๐ฆ๐ฏ 2024 (๐๐ข๐ฏ ๐ฅ๐ฆ๐ณ ๐๐ฐ๐ฐ๐ณ๐ต, ๐๐ฆ๐ญ๐ฅ๐ฆ๐ณ๐ฃ๐ญ๐ฐ๐ฎ, ๐ท๐ข๐ฏ ๐๐ช๐ฆ๐ด๐ฉ๐ฐ๐ถ๐ต & ๐๐ช๐ฏ๐ต๐ช๐ฏ๐จ, 2024) ๐ฉ๐ฆ๐ฆ๐ง๐ต ๐ฅ๐ฆ ๐๐ฏ๐ช๐ท๐ฆ๐ณ๐ด๐ช๐ต๐ฆ๐ช๐ต ๐๐ฆ๐ช๐ฅ๐ฆ๐ฏ [...] ๐ต๐ธ๐ฆ๐ฆ ๐ฐ๐ฏ๐ข๐ง๐ฉ๐ข๐ฏ๐ฌ๐ฆ๐ญ๐ช๐ซ๐ฌ๐ฆ ๐ธ๐ฆ๐ต๐ฆ๐ฏ๐ด๐ค๐ฉ๐ข๐ฑ๐ฑ๐ฆ๐ญ๐ช๐ซ๐ฌ๐ฆ ๐ฐ๐ฏ๐ฅ๐ฆ๐ณ๐ป๐ฐ๐ฆ๐ฌ๐ฆ๐ฏ ๐ท๐ฆ๐ณ๐ณ๐ช๐ค๐ฉ๐ต [...] ๐๐ฆ๐ช๐ฅ๐ฆ ๐ฐ๐ฏ๐ฅ๐ฆ๐ณ๐ป๐ฐ๐ฆ๐ฌ๐ฆ๐ฏ ๐ฉ๐ฆ๐ฃ๐ฃ๐ฆ๐ฏ ๐ข๐ข๐ฏ๐จ๐ฆ๐ต๐ฐ๐ฐ๐ฏ๐ฅ ๐ฅ๐ข๐ต ๐๐ข๐ฏ๐ข๐จ๐ฆ๐ฎ๐ฆ๐ฏ๐ต ๐๐ณ๐ช๐ท๐ฆ๐ด ๐ฑ๐ณ๐ฐ๐ง๐ช๐ฆ๐ญ๐ฆ๐ฏ ๐ฅ๐ฆ ๐ฅ๐ณ๐ช๐ซ๐ง๐ท๐ฆ๐ณ๐ฆ๐ฏ ๐ท๐ข๐ฏ ๐ฑ๐ณ๐ฐ๐ง๐ฆ๐ด๐ด๐ช๐ฐ๐ฏ๐ข๐ญ๐ด ๐ฐ๐ฑ ๐ฅ๐ฆ ๐ธ๐ฆ๐ณ๐ฌ๐ท๐ญ๐ฐ๐ฆ๐ณ ๐ข๐ฅ๐ฆ๐ฒ๐ถ๐ข๐ข๐ต ๐ฃ๐ฆ๐ด๐ค๐ฉ๐ณ๐ช๐ซ๐ท๐ฆ๐ฏ [...]. ๐๐ฆ๐ต ๐ฑ๐ณ๐ฐ๐ง๐ช๐ฆ๐ญ ๐ท๐ข๐ฏ ๐๐ข๐ฏ๐ข๐จ๐ฆ๐ฎ๐ฆ๐ฏ๐ต ๐๐ณ๐ช๐ท๐ฆ๐ด ๐ช๐ด ๐ฅ๐ข๐ข๐ณ๐ฎ๐ฆ๐ฆ ๐ฐ๐ง๐ง๐ช๐ค๐ช๐ฆ๐ฆ๐ญ ๐ธ๐ฆ๐ต๐ฆ๐ฏ๐ด๐ค๐ฉ๐ข๐ฑ๐ฑ๐ฆ๐ญ๐ช๐ซ๐ฌ ๐จ๐ฆ๐ท๐ข๐ญ๐ช๐ฅ๐ฆ๐ฆ๐ณ๐ฅ.โ
Deze claim is echter te stellig. De onderzoeken tonen aan dat mensen hun eigen profiel beter herkennen dan een willekeurig profiel โ en dus dat het geen Barnum-effect is. Dat is een oppervlakkige winst.
๐๐ฒ๐ป ๐ฑ๐ถ๐ฒ๐ฝ๐ฒ๐ฟ ๐ฝ๐ฟ๐ผ๐ฏ๐น๐ฒ๐ฒ๐บ
Nergens wordt onderbouwd wat die profielen precies meten: Zijn het persoonlijkheidstrekken, waarden, behoeften of motivatiestructuren? De methodiek is gebaseerd op een hybride mix van Graves, Jung en Maslow, maar mist een helder theoretisch raamwerk. Waarom er precies zes en geen acht of twaalf drijfveren zijn, wordt nergens uitgelegd of empirisch onderbouwd.
Wat betekent een โMindsetโ-kleur of een โr-scoreโ precies? De theoretische en psychometrische onderbouwing ontbreekt grotendeels. De r-score, die zou aangeven wanneer iemand zich afvraagt of iets relevant is, blijkt niet onderscheidend, wordt slecht begrepen en correleert nauwelijks met de andere subschalen. Dat roept twijfels op over de interne consistentie en psychometrische kwaliteit van het instrument.
Er is dus wel enige evidentie voor herkenning, maar geen bewijs dat de profielen valide constructen meten of gedrag voorspellen. Zolang de inhoud en structuur van het model niet helder, laat staan empirisch onderbouwd zijn, is spreken van een โofficieel wetenschappelijk gevalideerdโ instrument misleidend.
๐ ๐ฒ๐ฒ๐ฟ ๐ธ๐ฒ๐ป๐ป๐ถ๐
Wil je meer leren over hoe je van onderbuik naar onderbouwd gaat, dan kun je terecht bij het evidence-based HR seminar op 13 nov. Meer info:
Wil je er meer over lezen, dan kun je lid worden van de nieuwsbrief VisieVitaal over motivatiewetenschap.
