Skip to main content

Gisteren overhoorde ik een gesprek over hoe trauma via de genen kan worden doorgegeven. Dat maakte me gelijk nieuwsgierig want er lijkt een trend te zijn om veel en makkelijk het label trauma ergens op te plakken. En als iets meer belangstelling krijgt, vliegen de fantasieën ook gauw door de lucht.

ik vond dit informatieve artikel https://scienceofbiogenetics.com/blog/how-generational-trauma-can-be-passed-down-through-dna-and-impact-future-generations

Maar ben ook wel benieuwd naar (recente) wetenschap hierover en ben nog niet zo goed in dat zoeken…

Hebben baby's een gevoel van moraliteit? Het was een van de meest sensationele vondsten in de moraal psychologie, maar de vinding heeft de Many Labs-replicatie helaas niet overleefd!

In het originele experiment uit 2007 wordt een poppenspel opgevoerd met drie poppen. Eén pop helpt een andere pop, terwijl een derde pop juist die hulpbehoevende pop dwarsboomt. De baby's (jonger dan 1 jaar) bleken destijds de helpende pop te prefereren.

Dit vergrootte de aannemelijkheid dat samenwerking als basis voor moraliteit een aangeboren kwaliteit was, met name omdat ze minder blootgesteld zijn aan sociale normen.

In totaal waren in deze grote replicatie 1.018 baby's betrokken, verdeeld over experimenten in 37 labs op 5 continenten. Al deze experimenten werden volgens hetzelfde protocol uitgevoerd. Andere disciplines mogen hier overigens een voorbeeld aannemen, maar dat terzijde. Het grote voordeel van deze opzet is dat er geen meta-analyse nodig is. Een meta-analyse is immers inferieur aan deze techniek, omdat je bij een meta-analyse altijd te maken hebt met heterogeniteit, dus verschillen tussen de experimenten die je dan moet zien te overbruggen. Ik gruwel doorgaans vaak van meta-analyses en al helemaal de oppervlakkige uitspraak dat dit het beste bewijs levert.

De baby's prefereren in de replicatie met een kleine meerderheid echter de dwarsbomer in plaats van de helper. Betekent dit dan dat moraliteit niet aangeboren is, maar aangeleerd? Nee, zover zijn we nog lang niet. Er zijn immers vele lijnen van bewijs, maar deze bevinding was wel bijzonder aansprekend.

Moraliteit vanuit motivatiewetenschap bezien, is niets meer dan een set ongeschreven regels om samen te werken. Er zijn veel van zulke regels die overal ter wereld worden gevonden via verschillende methoden, waarvan de bewijskracht varieert. We hebben dit soort grootschalige replicaties nodig om het kaf van het koren te scheiden, zodat we beter kunnen bepalen wat nu motiveert tot samenwerken en wat niet.

Meer leren over dit onderwerp? Dat kan in onze los te volgen module Toegepaste Ethiek (MTE), onderdeel van de opleiding Vitaliteitskundige (OVK). Hier maken we je tot een specialist in mens en motivatie.

Meer info:

- chivo.nl/mte
- chivo.nl/ovk

Socialemediagebruik wordt soms gezien als een belangrijke, zo niet de enige, oorzaak van eenzaamheid. Dit perspectief is echter mogelijk te simplistisch. Deze narratieve review (Hall JA 2024) biedt een grondige en complexe analyse van deze associatie, en weerlegt daarmee eenvoudige, lineaire en causale verklaringen.

Het bewijs wijst erop dat socialemediagebruik slechts zwak gerelateerd is aan eigenschap-eenzaamheid, weinig variantie in eenzaamheid verklaart in vergelijking met andere voorspellers, en geen verandering in eenzaamheid in de loop van de tijd verklaart. Er is geen bewijs dat het eenzaamheid veroorzaakt. Op een willekeurige dag kan socialemediagebruik weliswaar worden ingezet om een gevoel van verbondenheid te bevorderen, maar het lijkt geen effectieve langetermijnstrategie om met eenzaamheid om te gaan.

Deze review suggereert dat socialemediagebruik een zeer kleine, mogelijk verwaarloosbare factor is in het verklaren van eenzaamheid op eigenschapsniveau en in de tijd. Naarmate onderzoek naar sociale media is geëvolueerd, wordt steeds meer gedocumenteerd dat sociale media ook een van de minst belangrijke factoren zijn in het voorspellen van de mentale gezondheid van adolescenten. De meest problematische vormen van socialemediagebruik, zoals negatieve effecten die doorwerken in de echte wereld, hangen eerder samen met een gebrek aan steun vanuit het gezin en beperkte sociaal-emotionele of sociaaleconomische middelen.

Het gebrek aan een hoofdeffect van sociale media op welzijn is gedeeltelijk te verklaren door het feit dat socialemediagebruik fundamenteel een zowel/als-ervaring is, en niet uitsluitend goed of slecht. Tot slot zijn simplistische verhalen over de schadelijkheid van sociale media wijdverbreid, maar zoals deze review aantoont, doorgaans onjuist.

Er zijn significante factoren, zoals structurele achterstanden (bijv. armoede), mentale gezondheid (bijv. depressie) en genetica, die een aanzienlijke rol spelen in het voorspellen van eenzaamheid. Helaas zijn deze risicofactoren voor eenzaamheid moeilijk te veranderen. Evenzo is eenzaamheid (of het gebrek daaraan) sterk stabiel in de tijd.

Sociale media veroorzaken geen eenzaamheid

Met de Talenten Motivatie Analyse (TMA) kun je 22 drijfveren, 44 talenten en 53 competenties onderscheiden. Daarmee zou je mensen kunnen motiveren en laten presteren. Het wordt ingezet voor persoonlijke en professionele ontwikkeling, evenals voor leiderschap en teams.

Volgens TMA is het systeem gebaseerd op de theorie van Murray (1938), die 30 psychogene behoeften beschreef en daarmee het systeem Personology vormde. Dit systeem moest de unieke kenmerken van een persoonlijkheid verklaren. We moeten bekennen dat we wel een zwak hebben voor het werk van Murray, maar het heeft helaas de tand des tijds niet doorstaan. Inmiddels is duidelijk dat TMA het idee van persoonlijkheid heeft laten varen en zich richt op 22 van die behoeften.

De behoeften worden opgesplitst in zes categorieën, genaamd talentdimensies:

  1. Emotionele balans
  2. Motieven
  3. Sociale talenten
  4. Beïnvloedende talenten
  5. Leidinggevende talenten
  6. Organisatorische talenten

Het is onduidelijk waarom er zes categorieën zijn, aangezien Murray er acht had. Wat direct opvalt, is het ontbreken van een categorie voor analytische of creatieve talenten. Er zijn legio mensen die volledig 'aan' gaan op puzzels, en sommige mensen zijn daar echt veel beter in dan anderen. Het is daarnaast overduidelijk dat mensen gedreven worden om te creëren, wat ook een talent is.

Behoefte is geen talent

De 22 behoeften zijn verdeeld over deze zes categorieën, maar een behoefte wordt kennelijk gezien als een talent. Die logica is bijzonder, want het hebben van een behoefte betekent nog niet dat je er goed in bent. Laten we dat idee eens toetsen. Stel je voor dat je een bovengemiddelde behoefte hebt aan zingen, zou dat voldoende zijn voor toelating tot het conservatorium? Die veronderstelling is nogal opmerkelijk.

Je kunt zowel hoog als laag scoren op een behoefte, en opmerkelijk is dat laag scoren op een behoefte eveneens als een talent wordt gezien. Daarmee is het mogelijk om 44 talenten te benoemen uit 22 behoeften. In feite stellen ze dat alles een talent is. Zelfs als dat waar zou zijn, blijft het bijzonder dat beide talenten zijn gebaseerd op dezelfde behoefte, wat betekent dat deze twee talenten echte tegenpolen zouden moeten zijn. Het leidt dan ook tot valse tegenstellingen.

Geen echte tegenpolen

Zo worden bijvoorbeeld bedachtzaamheid en probleemoplossend vermogen tegenover elkaar geplaatst. Dat zijn kennelijk de twee uiteinden van 'besluit nemen' uit de categorie 'leiderschap'. Hoe werkt dat? Waarom staat daar niet impulsief of roekeloos tegenover? Probleem oplossend is geen talent, maar een attitude. Bovendien is het geen tegenpool, want bedachtzame mensen kunnen eveneens probleem oplossend zijn. Behoeften en attitudes kunnen prima naast elkaar bestaan binnen dezelfde persoon. Als je hoog scoort op zelfvertrouwen, betekent dat dan dat je een tekort hebt aan zelfreflectie? Serieus? Kan zelfvertrouwen niet groeien uit zelfreflectie?

Onder de behoefte 'Organiseren' komen we uiteindelijk creativiteit tegen, maar niet als een uiting van spitsvondige of unieke expressie, maar als tegenpool van accuraat. Binnen de context van organiseren ben je dan niet origineel, maar feitelijk chaotisch. Creatief en accuraat zijn echter helemaal geen tegenpolen. Heb je ooit gehoord van pixelprecisie en waarom creatieve ontwerpers dat heel fijn vinden? Het geeft hen meer vrijheid. Door creatief tegenover accuraat te zetten, kies je voor eufemisme, valse positiviteit. Daarmee schaad je de positieve psychologie.

Sterke kantenbenadering

Er valt iets te zeggen voor het idee dat het sturen op talenten motiveert, een aanpak die tegenwoordig de sterke kantenbenadering wordt genoemd. Deze benadering is gepopulariseerd door de positieve psychologie, waarmee TMA zich graag associeert. De aanpak werd geïntroduceerd door wijlen psycholoog Donald Clifton, bekend van de Clifton Strengthsfinder, die ook wel de grootvader van de positieve psychologie wordt genoemd. Dit systeem blijkt echter weinig solide.

Ook de andere pijler binnen de positieve psychologie, namelijk de Values in Action (VIA), waar wij overigens een zwak voor hebben, blijkt weinig solide. De zes categorieën kloppen niet, en het is de vraag of de 24 deugdcompetenties stand zullen houden.

Positieve psychologie is heel aaibaar, maar de populariteit houdt geen tred met de effectiviteit. Een 125 miljoen dollar kostend project bij de Amerikaanse defensie, waarin de sterke kantenbenadering eveneens is ingezet, is afgeblazen omdat het geen resultaat oplevert. De aantrekkelijkheid zit vooral in de aarbaarheid, maar voor professionele organisaties die willen zorgen voor hun mensen mag de lat wel wat hoger.

Het systeem van TMA is op een andere leest geschoeid, maar het meet helemaal geen talenten, alleen behoeften. Deze behoeften zijn zo weinig uniek dat het overgrote deel in één enkele categorie valt (lees verderop). Bovendien blijken de veronderstelde tegenpolen geen echte tegenpolen te zijn. De categorieën zijn daarnaast ook niet van deze tijd, aangezien creativiteit en analytisch vermogen, die in een snel veranderende en complexe wereld steeds belangrijker worden, volledig ontbreken in de TMA-talentdimensies.

Motieven

Binnen de talentdimensies is er vreemd genoeg een groep behoeften die gepresenteerd worden als motieven. Deze motieven zijn echter heel beperkt:

  • Aanzienbehoefte
  • Afwisseling
  • Ambitie en uitdaging

Het lijken prestatiegedreven motieven die veelal aansluiten op de prestatiemotivatietheorie van Dave McClelland, die eveneens geïnspireerd werd door het werk van Murray. Deze theorie kent ook drie motieven: macht, affiliatie en prestatie. Je zou aanzienbehoefte nog kunnen vertalen als macht, en ambitie/uitdaging als prestatie, maar affiliatie ontbreekt. Affiliatie, oftewel verbondenheid, is goed onderzocht en heel herkenbaar.

Relaties vormen namelijk een motief om ergens te werken, ergens te blijven of juist weg te gaan. Waarom staat dit er niet tussen? Sterker nog, in een recente poll werd duidelijk dat de helft van de werknemers van plan was te vertrekken als er geen klik was met de collega’s. Hoezo geen motief?

En wat is er met zingeving en purpose gebeurd? Het is niet terug te vinden in dit systeem dat drijfveren zou moeten identificeren. Toch blijkt het een sterk motief te zijn om ergens te willen (blijven) werken, maar het is volledig absent.

Laten we daarom nog even kijken naar aanzienbehoefte en presteren. Dat kunnen zeker drijfveren zijn, maar wereldwijd onderzoek naar waarden, eveneens drijfveren, laat zien dat slechts een minderheid van de bevolking deze als primaire drijfveren heeft. Daarnaast vallen deze drijfveren onder zogenaamde materialistische aspiraties. Als deze dominant zijn, voorspellen ze een verhoogd risico op burn-out.

TMA meet dus weinig relevante motieven, en belangrijke motieven die zowel prestatie als welbevinden voorspellen, zoals verbondenheid en zingeving, ontbreken volledig. Dat maakt het in de praktijk onwerkbaar.

Wetenschappelijk oordeel

Naast de praktijk moeten we ook wetenschappelijk kijken naar het meetinstrument. Allereerst was Murray een pionier, maar zijn werk heeft duidelijk de tand des tijds niet doorstaan. Het is niet zorgvuldig genoeg en sluit niet goed aan op wat we in bijna 100 jaar hebben geleerd over persoonlijkheidsmodellen, waaruit je talenten en drijfveren kunt destilleren. Moderne persoonlijkheidsmodellen zijn getest in grote, representatieve panels in alle leeftijdsgroepen en onderzocht in relatie tot welbevinden en prestaties van zowel individuen als teams. TMA is niet getest met representatieve groepen, niet met teams en is gebaseerd op een verouderde en grotendeels ontkrachtte theorie.

De COTAN-beoordeling van het TMA-systeem is dan ook onvoldoende bevonden. Het zit statistisch onzorgvuldig in elkaar, en er is geen enkel bewijs dat er zes categorieën zouden moeten zijn. Zo blijkt dat 17 van de 22 talenten laden op een enkele factor. Dit zou betekenen dat de overige vijf categorieën elk slechts één behoefte bevatten. Het is dus een onevenwichtige verdeling, wat de keuze voor zes categorieën nog dubieuzer maakt. Er wordt daarnaast geen bewijs geleverd dat dit het welbevinden of de prestaties verbetert. De door TMA aangeleverde onderbouwing blijkt daarnaast meer vragen op te leveren dan antwoorden.

Competenties

Aangezien competenties gebaseerd lijken te zijn op ditzelfde systeem hebben ze ook te maken met exact dezelfde problemen. Een bespreking lijkt daarmee vooral een herhaling van zetten en zullen daarom overslaan.

Conclusie

TMA zou talenten en drijfveren moeten identificeren, maar maakt de nogal optimistische aanname dat behoeften automatisch vertalen naar talenten. Daar wordt geen bewijs voor geleverd, en het is ook onlogisch. Nog vreemder is dat laag scoren op een behoefte eveneens een talent is, terwijl de eigenschappen die hieruit volgen geen tegenpolen of zelfs maar talenten zijn. Als we al kunnen spreken van talenten en drijfveren, sluiten die bovendien niet aan op gewilde eigenschappen zoals analytisch vermogen, creativiteit, verbondenheid en zingeving, die van cruciaal belang zijn in een complexe en individualistisch wordende wereld. Wetenschappelijk blijkt het zowel theoretisch als statistisch zwak, wat TMA nogal onlogisch en hopeloos ouderwets maakt.

Ps. Als je meer wilt leren over motiveren dan zal maandag 16 november de podcast 'Leiden met Lef' van Moralys live volgen. Je kunt je hier aanmelden.

Wil je meer diepgang in talentanalyses dan kun je de los te volgen module Veranderkunde / Identiteitsontwikkeling volgen, onderdeel van de opleiding Vitaliteitskundige waarmee je een specialist wordt in toegepaste motivatiewetenschap.

TMA is ouderwets en onlogisch TMA is ouderwets en onlogisch

Het idee dat religie belangrijk is voor het welzijn van mensen is wijdverspreid binnen de sociale wetenschappen. Tot nu toe is veel onderzoek dat dit idee ondersteunt gebaseerd op statistische significantie. Deze studie onderzoekt echter hoe sterk de verbanden werkelijk zijn tussen religieuze factoren en subjectief en psychologisch welzijn.

De onderzoekers analyseerden gegevens van een grote steekproef van mensen uit 115 landen en regio’s, verzameld over een periode van 41 jaar. Daarnaast werd in een tweede deel van de studie gekeken naar de relatie op lange termijn tussen religie en welzijn.

De resultaten laten zien dat de invloed van religieuze factoren op welzijn (zoals levensvoldoening en geluk) heel klein of zelfs verwaarloosbaar is. Zelfs wanneer er statistisch significante verbanden werden gevonden, waren de effecten vaak zo klein dat ze nauwelijks praktische betekenis hadden. Dit komt waarschijnlijk doordat studies met grote steekproeven een hoge statistische kracht hebben, wat het makkelijker maakt om kleine effecten significant te laten lijken.

Samenvattend suggereren de resultaten dat religie niet rechtstreeks een praktisch relevant effect lijkt te hebben op welzijn. Religie kan zowel positieve als negatieve effecten hebben, en deze lijken elkaar vaak op te heffen. De onderzoekers wijzen erop dat het bekende idee dat religie mensen gelukkig maakt wellicht een misverstand is. Zoals in een eerder onderzoek van Diener et al. werd opgemerkt: “Als religie mensen gelukkig maakt, waarom stappen dan zoveel mensen eruit?” De huidige bevindingen suggereren dat mensen die religie verlaten mogelijk geen verschil in welzijn merken of dat ze op andere manieren vergelijkbare voordelen hebben gevonden.

Dit betekent echter niet dat religie niet gelukkiger kan maken, maar dat dit bemiddeld wordt door psychologische basisbehoeften. Daar is eveneens onderzoek naar gedan.

In een studie onder 210 religieuze jongvolwassenen ontdekten onderzoekers dat opvattingen over de aard van God een aanzienlijke invloed hebben op emotioneel welzijn. Het zien van god als controlerend werd geassocieerd met meer gevoelens van frustratie van basisbehoeften en depressie. Daarentegen werd het ervaren van god als autonomie-ondersteunend gekoppeld aan een hogere mate van bevrediging van basisbehoeften en gevoelens van vitaliteit.

De resultaten toonden aan dat het vervullen van basisbehoeften direct bijdroeg aan meer vitaliteit, terwijl frustratie van deze behoeften leidde tot meer gevoelens van depressie. Belangrijk was dat de relatie tussen een autonomie-ondersteunend beeld van god en vitaliteit volledig werd verklaard door de bevrediging van basisbehoeften. Evenzo werd de link tussen een controlerend beeld van god en depressie volledig gemedieerd door de frustratie van basisbehoeften. Als je je autonomie, verbondenheid en competentie kunt ervaren in religie dan voedt dat je welbevinden.

Deze bevindingen onderstrepen de diepgaande invloed van psychologische basisbehoeften op op psychologisch welzijn en laten zien hoe verschillende interpretaties van de aard van god de mentale gezondheid en vitaliteit van individuen kunnen beïnvloeden. Anders gesteld, je kunt via religie zeker de psychologische basisbehoeften bevredigen en dan heeft het een positieve invloed op het welbevinden.

Meer leren kun je in onze los te volgen module Veranderkunde / Identiteitsontwikkeling, onderdeel van de opleiding Vitaliteitskundige, waarmee je een specialist wordt in motivatiewetenschap.

Religie maakt niet gelukkiger

"De eerste keer dat je ging, bleek vals alarm.

Een teerling op zijn kant die de andere zijde kiest

wanneer je het niet meer verwacht.

Je probeerde opnieuw, niet door eigen hand

maar door stiekem te verharden als brood op de plank

of als een noot die in de dop bedierf."

Je hebt zojuist het eerste vers van "Marcus" gelezen, een gedicht waarmee Sofie Verdoodt de winnaar werd van de 16e Poëzieprijs Melopee in 2024. Je kunt de volledige versie hier lezen:

https://www.laarne.be/file/download/a68d8024-d767-4aa0-9f9e-6c4cc84b4564/vmVsXJAMyvpViao3M6BbR3mvQxylE2E3GmEnCMaiwU3d

Je kunt veel voelen tijdens het lezen van dit gedicht dat complexe emoties verkent rondom verlies en herinnering, waarbij het alledaagse wordt verweven met diepere symboliek. De subtiele humor en de spanning tussen acceptatie en verzet tegen het onvermijdelijke prikkelden intellectueel, evenals het meesterlijke taalgebruik.

Hoe had het gedicht uitgepakt als voelen en denken tegenpolen waren? Had Verdoodt kunnen schrijven wat ze schreef, en had ik de ervaring kunnen hebben die ik beschrijf? Waarschijnlijk niet, en daarom is het geruststellend om te weten dat denken en voelen helemaal geen tegenpolen zijn, zoals wordt beweerd bij Insights/MBTI (zie afbeelding). Dit sluit simpelweg niet aan bij wat er in de echte wereld gebeurt.

Elk model is een vereenvoudigde weergave van de werkelijkheid, maar zo’n voorbeeld als dit laat zien dat Insights geen relatie heeft met de realiteit en daarmee ook niet met de praktijk. Het probleem is niet dat je iets probeert uit te zetten op twee assen of in vier categorieën. Het probleem is dat de assen willekeurig gekozen zijn, met één as waarvan de uiteinden helemaal geen tegenpolen zijn.

In een echt persoonlijkheidsmodel (FFM/HEXACO) zijn denken én voelen helemaal niet gescheiden, maar komen ze samen in de trek Openheid. Esthetische waardering en onconventioneel denken, maar ook emotionaliteit en fantasie, zijn begrippen die je associeert met deze trek. Niet als tegenpolen, maar als synergisten. Ze versterken elkaar. Openheid associeert men niet altijd met emotie, maar mensen die er hoog op scoren ervaren vaker diepe en complexe emoties.

https://www.sciencedirect.com/science/article/abs/pii/S0191886916308327

Er zijn veel mensen die door diepe reflectie in vervoering raken, maar er zijn ook gestreste piekeraars. Zijn dat denkers of voelers? Nou? Als je die allemaal mist dan falen Insights / MBTI dus in de praktijk. Ze leiden dan ook niet tot diepe inzichten bij mensen, maar zijn vooral geschikt als onderdeel van een teamuitje, waarbij je elkaar eens van een 'andere' kant leert kennen. Dat heeft nog steeds waarde, maar er zijn voldoende opties die alle voordelen hebben en geen van de nadelen.

Wil je meer horen over kleuren- en persoonlijkheidstesten dan kan dit in de 'Leiden met Lef' podcast van Moralys op Spotify of Apple podcast.

Deze onderwerpen worden uitgebreid behandeld in onze los te volgen module Veranderkunde / identiteitsontwikkeling (MVK), onderdeel van de opleiding Vitaliteitskundige (OVK). Meer info:

Denken en tegelijkertijd voelen kun je alleen zonder Insights / MBTI

DiSC draait niet om het plaatsen van mensen in hokjes, maar om gedrag, zo claimt men. Hiermee kun je vier gedragsstijlen onderscheiden (zie afbeelding links). Dat klinkt aantrekkelijk, aangezien gedragsstijlen uitgebreid onderzocht zijn.

Uit een analyse blijkt echter dat DiSC vooral de Big Five-persoonlijkheidstrekken (OCEAN) Extraversie en Aangenaamheid meet, terwijl Openheid, Consciëntieusheid en Neuroticisme nauwelijks aan bod komen.

Dat is op zich niet erg, omdat Extraversie en Aangenaamheid gedragsstijlen beschrijven en met name in interacties. Dit maakt het geschikt voor het bedrijfsleven, waar samenwerking belangrijk is. Dit wordt vaak weergegeven in een zogenaamd interpersoonlijk circumplex waarin twee trekken worden gekruist. Een vereenvoudigde versie hiervan is rechts terug te vinden op de afbeelding.

Een interpersoonlijk circumplex beschrijft de interacties tussen mensen. Je persoonlijkheid laat zien welke neiging je hebt in die interacties. Je neiging kan bijvoorbeeld meer offensief dan adaptief zijn of meer assertief dan defensief. Dit hangt af van hoe extravert of aangenaam je bent. Mensen die hoog scoren op deze trekken, zijn doorgaans meer sociaal aanwezig en vriendelijk. Lage scores worden vaak geassocieerd met een meer teruggetrokken of confronterende houding. De termen die we hier hanteren, hebben we gekozen vanwege hun eenvoud, maar je kunt ook genuanceerdere varianten kiezen.

DiSC lijkt in de bovenste twee kwadranten redelijk aan te sluiten, maar gaat de mist in bij de onderste twee. Stabiel is namelijk niet per se ingetogen, en consciëntieus zijn is niet per se taakgericht. Je kunt mensgericht én consciëntieus zijn. Het is vreemd dat deze combinatie in DiSC niet voorkomt, aangezien volgens het CBS een aanzienlijk deel, zo niet de meerderheid van de mensen juist in deze categorie valt. Bij het CBS spreekt men van altruïsme in plaats van aangenaamheid, maar het gaat om dezelfde trek.

"Betrouwbare en vriendelijke collega's bestaan niet volgens DiSC"

Dat consciëntieus zijn bij DiSC tegenover mensgerichtheid staat, is zowel onlogisch als wetenschappelijk niet onderbouwd. Het betekent concreet dat betrouwbare en vriendelijke collega's niet bestaan. In de praktijk is dat echter het merendeel van je collega's. Daarnaast blijkt dat de vragenlijst van DiSC nauwelijks consciëntieusheid meet, waardoor het vreemd is dat dit überhaupt genoemd wordt.

Het tegenargument op het bezwaar is natuurlijk dat niemand in een enkel hokje past, maar dat we allemaal iets hebben van de vier. Toch ligt er heel duidelijk een accent, want anders hoef je er geen kwadrant van te maken. Het is hooguit de vraag, wat het afkappunt is waarmee je bepaalt in welk kwadrant je valt. Dat is allemaal niet het punt. Het probleem is dat als betrouwbare vriendelijke collega's geen eigen hokje hebben, dan mis je het overgrote deel van de populatie. Dat is dus compleet losgerukt van de realiteit.

Wij begrijpen dat je als HR-professional of (team)coach iets eenvoudigs wilt, maar waarom kiezen voor een model dat in strijd is met praktijk, logica en wetenschap? Het interpersoonlijke circumplex is dan een veel logischere keuze. Er bestaan verschillende versies van, die vooral verschillen in de benamingen van de posities, zoals de Interpersonal Adjective Scales (IAS) van Wiggins, het AB5C-model van Hofstee en het IPC-model van Perco. Ook wij hebben een eigen variant en het is heel goed in staat om DiSC te vervangen met gedragsstijlen die wel representatief zijn voor de praktijk.

Meer leren kun je in de opleiding tot vitaliteitskundige (OVK):

DiSC gedragsstijlen in strijd met de praktijk!

Onderzoekers zijn geïnteresseerd in de impact van klimaatverandering op jongeren, met een focus op adolescenten, door de lens van de zelfdeterminatietheorie (ZDT).

https://awspntest.apa.org/record/2025-37222-001

Jongeren ervaren naar verwachting meer extreme weersomstandigheden en hun fysieke en mentale welzijn wordt bedreigd, vooral in gemarginaliseerde gemeenschappen. Dit zijn de bevindingen van de onderzoekers.

Belangrijkste punten:

  1. Psychosociale reacties en ZDT:

    • ZDT identificeert drie psychologische basisbehoeften: competentie, autonomie en verbondenheid. Het vervullen van deze behoeften bevordert intrinsieke motivatie, veerkracht en welzijn.
    • Bij frustratie van deze behoeften ontstaan scepticisme, passiviteit en emotionele ontregeling.
  2. Klimaatwetenschap en gedrag:

    • Adolescenten internaliseren klimaatwetenschap en engageren zich in pro-milieugedrag als hun psychologische behoeften worden ondersteund.
    • Scepticisme ontstaat vaak bij gevoelens van controleverlies of vervreemding, vooral in politiek conservatieve of materialistische contexten.
  3. Mentale gezondheid en klimaatverandering:

    • Klimaatverandering verhoogt het risico op psychologische klachten zoals angst en depressie.
    • Bevrediging van psychologische behoeften helpt jongeren negatieve emoties effectief te reguleren en om te zetten in constructieve actie.
  4. Educatie, beleid en praktijk:

    • Onderwijsprogramma's en communicatie moeten jongeren in staat stellen hun eigen initiatieven te leiden en een gevoel van competentie en verbondenheid te ervaren.
    • Publieke communicatie moet depolariserend zijn en de basisbehoeften van jongeren ondersteunen.
  5. Aanbevelingen voor toekomstig onderzoek:

    • Er is behoefte aan longitudinale studies die de invloed van behoeftenbevrediging op ontwikkelingspaden van jongeren in de context van klimaatverandering onderzoeken.
    • Toepassing van ZDT-principes in beleid en interventies moet worden opgeschaald en geëvalueerd.

De auteurs pleiten voor een holistische benadering die jongeren ondersteunt bij het navigeren door de uitdagingen van klimaatverandering, met aandacht voor hun unieke capaciteiten voor groei en maatschappelijke bijdrage. Hoe zou jij met de kennis van motivatiewetenschap impact kunnen maken op klimaatverandering?

Kun je impact maken op klimaatverandering met motivatiewetenschap?

Zijn conservatieven per definitie ook racisten? Dat is nog maar de vraag. Onderzoekers waren geïnteresseerd in het effect van grenscontroles en vroegen zich af of dit invloed zou hebben op de attitude ten aanzien van migranten. Zouden strengere controles leiden tot meer of juist minder tolerantie?

https://journals.sagepub.com/doi/abs/10.1177/00220027231195066

De onderzoekers baseerden zich daarbij op een aantal theorieën, waaronder de sociale identiteitstheorie en de controlehypothese. Ze hadden namelijk gezien dat de perceptie van controle ook kan leiden tot meer tolerantie, maar wilden dit causale verband toetsen. Dat deden ze aan de hand van vignetexperimenten, waarbij situaties worden voorgelegd om te zien hoe dit de attitude beïnvloedt.

Effecten op perceptie van controle

  • Republikeinen: Het effect van strikte grensbeveiliging (ten opzichte van geen grenscontrole) op de perceptie van controle was groter voor Republikeinen dan voor Democraten. Hoewel exacte getallen niet in detail worden gegeven in de samenvatting, laten de resultaten zien dat Republikeinen significant meer controle rapporteerden bij verhoogde grensbeveiliging.
  • Democraten: Democraten toonden ook een toename in de perceptie van controle, maar dit effect was minder uitgesproken.

Effecten op pro-immigratie attitudes

  • Republikeinen: De toename in pro-immigratie attitudes als gevolg van verhoogde grensbeveiliging was groter onder Republikeinen. Dit is opvallend, omdat Republikeinen doorgaans strenger staan tegenover immigratie.
  • Democraten: Het effect op pro-immigratie attitudes was kleiner, wat mogelijk te verklaren is doordat Democraten al meer pro-immigratie zijn, ongeacht het niveau van grensbeveiliging.

Het is interessant om te zien hoe de perceptie van betere grenscontrole juist leidde tot meer draagvlak voor migranten, vooral bij de Republikeinen. Helaas zijn er geen persoonlijke waarden of psychologische basisbehoeften gemeten, maar dit zou aansluiten bij het idee dat bevrediging van autonomie en rechtvaardigheid leidt tot meer zelfbeschikking en daarmee tot een prosocialere attitude. Dit betekent dat het aanzienlijk minder te maken heeft met racisme dan vaak wordt verondersteld. Het sluit bovendien goed aan bij de waarden veiligheid en conformiteit, die deel uitmaken van de conservatieve waardenset.

Is antimigratie sentiment gedreven door racisme of controleverlies?

Een mooi stuk van Joseph Stiglitz, waarin hij de huidige verharding ophangt aan het neoliberalisme en daarnaast een parallel trekt met de fascisten. Vanuit motivatiewetenschap kijken we daar toch anders naar, maar het onderliggende onderbuikgevoel speelt zeker een rol.

https://www.volkskrant.nl/boeken/econoom-joseph-stiglitz-ziet-hoe-de-geschiedenis-van-de-jaren-dertig-zich-herhaalt-donald-trump-is-veel-erger-gebleken-dan-ik-had-verwacht~b7b2e6ae/ (betaalmuur)

De huidige ontwikkelingen vertonen parallellen met wat er speelde in de jaren dertig van de vorige eeuw, en we hebben er niets van geleerd. Hitler kreeg destijds de kans omdat een heel volk, twintig jaar nadat het de Eerste Wereldoorlog had verloren, nog steeds vernederd werd en een uitzichtloze toekomst had. Nu hebben we een deelvolk met conservatieve waarden die al decennia vinden dat ze worden onderdrukt. Dan zoek je een stok om mee te slaan, en die komt in de vorm van immorele leiders.

Natuurlijk volgt verzet onder het mom van ‘niet normaliseren wat abnormaal is’, maar dat moet kennelijk gepaard gaan met de vernedering van de groep conservatieven. Dit vergroot echter alleen maar hun neiging om terug te slaan. Het leidt tot extremistische conservatisme. Het neoliberalisme versterkt die problemen:

  1. Macht

Slechts een klein deel van de mensen heeft het neoliberalisme als hoogste waardenset, maar dit zijn wel de mensen met het talent en de focus om machtsposities in te nemen.

  1. Ongelijkheid

Hoewel de absolute armoede afneemt, neemt de ongelijkheid juist toe. Dit betekent dat een groep mensen wordt vernederd.

  1. Conservatisme

Ontwikkelingen gaan sneller onder het neoliberalisme, een omgeving waarin conservatisme moeilijk gedijt. Toch wordt neoliberalisme door conservatieven aanvaard omdat het lijkt op werken voor je geld en goed rentmeesterschap.

Met punten 2 en 3 ontstaat een wereldwijde groep die groot genoeg is om verkiezingsuitslagen naar zich toe te trekken. Als je denkt dat een cordon sanitaire iets uithaalt, dan heb je echt niet opgelet. Het versterkt juist de polarisatie. We hebben grofweg met vier groepen te maken:

  1. Immorele volksmenners
  2. 10 procent kwaadwillenden
  3. 25 procent vernederde burgers
  4. 20 procent opportunisten

Groepen 3 en 4 zorgen samen voor de meerderheid door groep 1 te kiezen, die schaamteloosheid als norm heeft. Je kunt ageren tegen die schaamteloosheid, maar dan begrijp je niet dat groep 3 dit juist waardeert.

Daarmee bieden ze camouflage voor groep 2, die racistisch en werkelijk antidemocratisch is. Als je geen brug kunt slaan naar groep 3, maar hen verder blijft vernederen, versterk je de camouflage voor groep 2 en de positie van groep 1. Je zult bruggen moeten slaan naar groep 3, en dat gaat via waarden. Je moet je dus afvragen hoe je conservatieven weer kunt includeren.

Het neoliberalisme is niet hetzelfde als kapitalisme. Kapitalisme vereist overheidsgeleiding, want het dient, net als democratie, dezelfde meester: beschaving. En beschaving is collectieve waardigheid. Het betekent dat alle waarden worden gerespecteerd en we kunnen weer conservatieven gaan waarderen. Dat is beschaafd!

Is fascisme het gevolg van het neoliberalisme?