Skip to main content

Religie maakt niet gelukkiger

Het idee dat religie belangrijk is voor het welzijn van mensen is wijdverspreid binnen de sociale wetenschappen. Tot nu toe is veel onderzoek dat dit idee ondersteunt gebaseerd op statistische significantie. Deze studie onderzoekt echter hoe sterk de verbanden werkelijk zijn tussen religieuze factoren en subjectief en psychologisch welzijn.

De onderzoekers analyseerden gegevens van een grote steekproef van mensen uit 115 landen en regio’s, verzameld over een periode van 41 jaar. Daarnaast werd in een tweede deel van de studie gekeken naar de relatie op lange termijn tussen religie en welzijn.

De resultaten laten zien dat de invloed van religieuze factoren op welzijn (zoals levensvoldoening en geluk) heel klein of zelfs verwaarloosbaar is. Zelfs wanneer er statistisch significante verbanden werden gevonden, waren de effecten vaak zo klein dat ze nauwelijks praktische betekenis hadden. Dit komt waarschijnlijk doordat studies met grote steekproeven een hoge statistische kracht hebben, wat het makkelijker maakt om kleine effecten significant te laten lijken.

Samenvattend suggereren de resultaten dat religie niet rechtstreeks een praktisch relevant effect lijkt te hebben op welzijn. Religie kan zowel positieve als negatieve effecten hebben, en deze lijken elkaar vaak op te heffen. De onderzoekers wijzen erop dat het bekende idee dat religie mensen gelukkig maakt wellicht een misverstand is. Zoals in een eerder onderzoek van Diener et al. werd opgemerkt: “Als religie mensen gelukkig maakt, waarom stappen dan zoveel mensen eruit?” De huidige bevindingen suggereren dat mensen die religie verlaten mogelijk geen verschil in welzijn merken of dat ze op andere manieren vergelijkbare voordelen hebben gevonden.

Dit betekent echter niet dat religie niet gelukkiger kan maken, maar dat dit bemiddeld wordt door psychologische basisbehoeften. Daar is eveneens onderzoek naar gedan.

In een studie onder 210 religieuze jongvolwassenen ontdekten onderzoekers dat opvattingen over de aard van God een aanzienlijke invloed hebben op emotioneel welzijn. Het zien van god als controlerend werd geassocieerd met meer gevoelens van frustratie van basisbehoeften en depressie. Daarentegen werd het ervaren van god als autonomie-ondersteunend gekoppeld aan een hogere mate van bevrediging van basisbehoeften en gevoelens van vitaliteit.

De resultaten toonden aan dat het vervullen van basisbehoeften direct bijdroeg aan meer vitaliteit, terwijl frustratie van deze behoeften leidde tot meer gevoelens van depressie. Belangrijk was dat de relatie tussen een autonomie-ondersteunend beeld van god en vitaliteit volledig werd verklaard door de bevrediging van basisbehoeften. Evenzo werd de link tussen een controlerend beeld van god en depressie volledig gemedieerd door de frustratie van basisbehoeften. Als je je autonomie, verbondenheid en competentie kunt ervaren in religie dan voedt dat je welbevinden.

Deze bevindingen onderstrepen de diepgaande invloed van psychologische basisbehoeften op op psychologisch welzijn en laten zien hoe verschillende interpretaties van de aard van god de mentale gezondheid en vitaliteit van individuen kunnen beïnvloeden. Anders gesteld, je kunt via religie zeker de psychologische basisbehoeften bevredigen en dan heeft het een positieve invloed op het welbevinden.

Meer leren kun je in onze los te volgen module Veranderkunde / Identiteitsontwikkeling, onderdeel van de opleiding Vitaliteitskundige, waarmee je een specialist wordt in motivatiewetenschap.

Religie maakt niet gelukkiger