De Chivo coronamonitor

Dagelijks worden we overspoeld met coronanieuws en coronacijfers, maar voor de meeste mensen is het onduidelijk wat het betekent. Veel besmettingen, maar toch hoort men dat de ziekenhuizen leeg zijn. Daarom hebben we deze coronamonitor ontwikkeld die in een oogopslag laat zien wat het gevolg is van de besmettingen op de ziekenhuisopnamen de week erop. Als de ziekenhuizen vollopen dan heeft elke Nederlander daar last van. Om het zo simpel mogelijk te houden beperken we ons tot 2 grafieken die volgens ons betekenisvol zijn, namelijk de coronamonitor (1) en een regionale hittekaart (2). Meer technische antwoorden over de Chivo coronamonitor tref je in de veelvoorkomende vragen verderop!

Bijgewerkt op 12 januari 2021 (week 28-01) en volgende update op 19 januari 2021

Chivo coronamonitor week 28-01

1. Coronamonitor

In deze grafiek zie je dat een verandering van het percentage positief (%pos) van de testen de week erop gevolgd wordt door verandering van de ziekenhuisopnamen. Als het percentage positief stijgt dan nemen de ziekenhuisopnamen de week erop toe. Als het percentage daalt dan nemen de nieuwe ziekenhuisopnamen de week erop juist af. Dit is de overzichtsgrafiek die je primair in de gaten dient te houden. Bij een percentage positief boven de 5 blijkt bron- en contactonderzoek lastiger te worden en boven de 12 zal de zorg onder druk komen te staan. Wanneer ben je winterklaar? Op basis van de data zou 5% de voorkeur hebben, maar voor het beleid spelen vast nog veel meer factoren een rol waar wij geen verstand van hebben.

Chivo coronamonitor regionale hittekaart week 1

2. Regionale hittekaart

Het percentage positief van de coronamonitor geeft heel goed weer hoe groot het probleem is in relatie tot de ziekenhuisopnamen, maar als landelijk gemiddelde. Als je wilt weten welke delen van Nederland meer of minder besmettingen hebben, dan biedt deze regionale hittekaart uitkomst. Je ziet dan ook dat er gebieden die zijn ver boven of juist onder het landelijk gemiddelde liggen. Je weet ook welke gebieden je het best kunt mijden als je er niet hoeft te zijn.

Het percentage positief van de coronamonitor dien je af te zetten op de kantelpunten 5,0 en op 12,0, waarbij 5,0 zorgelijk is en 12,0 ernstig (bron: WHO).

Veelvoorkomende vragen (VVV) coronamonitor

Waarom nog een coronamonitor?

Er zijn heel veel goede betrouwbare databronnen, maar we vonden de presentatie niet heel intuïtief. De menselijke intuïtie snakt naar causaliteit (perceived locus of causality). Het bevredigen ervan helpt om het draagvlak voor eventuele richtlijnen en maatregelen te vergroten. Dat is de reden waarom we onze coronamonitor hebben ontwikkeld.

Daarbij hebben we een multidisicplinair team geraadpleegd om de sterke- en zwakke punten van de presentatie in kaart te brengen. Wij hebben het reproductiegetal overwogen, net als het aantal positieve testen, ziekenhuisbezetting, sterftecijfers, rioolwaarden, etc. Uiteindelijk hebben we gekozen voor het percentage positief en nieuwe ziekenhuisopnamen.

Wij hebben aanvaard dat het een grof instrument is en geen uitputtend compleet overzicht. Het doel was het ontwikkelen van een intuïtief en overzichtelijk communicatie-instrument. De consistentie in correlatie tussen de twee variabelen is opmerkelijk en daarmee voldoet het aan onze doelstelling.

Zijn de testen wel betrouwbaar?

Er is veel te doen geweest over de PCR testen die nu uitgevoerd worden. Ze meten ‘brokjes’ virus en het betekent dat een positief resultaat ook een niet-actief virus kan zijn. Het virus is namelijk ongeveer 9 dagen nog actief. De PCR test maakt daarin geen onderscheid. Dat leidt tot verwarring, omdat mensen denken dat de test daarmee onbetrouwbaar is. Dat is niet het geval, maar de test is niet geschikt om een diagnose te stellen. Dat moet de geneeskundige (arts) doen.

Sommigen veronderstellen dat de test ook rhino en influenza virussen meet, maar dat is niet het geval. De test is heel specifiek. Recent werden in een coronavrije zone 10 miljoen Chinezen getest. Ze vonden slechts 300 positieve testen van mensen die niet meer besmettelijk zijn. dat zijn dus 0,003 procent valse positieven. Het geeft aan dat het aantal valse positieve heel laag is, zeker als men alleen test als men symptomen heeft.

Een bezwaar is dat er meer positieve uitslagen zijn als er meer getest wordt. Een stijging hoeft dan geen toename te zijn in de verspreiding. En toch is er een duidelijke correlatie tussen de positief testen en de ziekenhuisopnamen. Hoe dat zit kun je lezen onder het kopje percentage positief.

Wat betekent het percentage positief (positiefratio)?

Het percentage positief is de verhouding tussen het aantal positieve resultaten ten aanzien van het aantal mensen dat getest is. Het is daarmee een relatieve maat.

Het voordeel van dit percentage is dat het min of meer los staat van het aantal mensen dat getest wordt. Stel je voor dat je in week 1 ongeveer 1.000 mensen test en zijn 5 zijn er positief, maar de week erop zijn het er 25 van de 1.000, dan neemt het percentage positief dus toe. Dat kan alleen maar toenemen, omdat er een actief virus is. Als je voor inactieve virussen zou meten, dan zou het percentage juist dalen.

De relatie met ziekenhuisopnamen is daarmee veel directer en intuïtiever. Het verschil zie je direct terug in de twee grafieken verderop. De bovenste is gebaseerd op absolute besmettingen en de onderste op basis van relatieve besmettingen (percentage positief). Het percentage positief is een intuïtiever te begrijpen monitor. Het is vooral een eenvoudig(er) communicatie-instrument.

 

Chivo Coronamonitor absoluut vs relatief

 

Wat zijn bezwaren tegen de inzet van het percentage positief?

Het percentage positief is mede afhankelijk van het testbeleid, de testbereidheid, de testcapaciteit en de soort mensen die zich laten testen. Als een van deze factoren verandert, dan zal dat invloed hebben op het percentage positief. Het testbeleid is niet noemenswaardig veranderd sinds 1 juli en het draagvlak voor het beleid is nog steeds hoog en daarom nemen we aan dat de testbereidheid hoog is. Het aantal testen neemt ook nog steeds toe. Wat ons betreft is het percentage positief daarom betekenisvol. Wij hebben diverse deskundigen geraadpleegd, van epidemiologen, wiskundigen, virologen, die ons allen wezen op de beperkingen, maar ook op de waarde van het percentage positief. Na zorgvuldig wikken en wegen van de voors- en tegens hebben we besloten om het percentage positief in te zetten als het hart van onze coronamonitor. Het is daarmee een grof, maar bruikbaar instrument.

Kantelpunten percentage positief (positiefratio)

De Wereldgezondheidsorganisatie verwacht dat als het percentage positief tussen de 3 en 12 procent ligt, dat het nog onder controle gehouden kan worden. In mei hebben ze gesteld dat ze waarde het liefst onder de 5 procent zien. Als de 5 procent wordt gepasseerd dan zal het proberen opleveren met het bron- en contactonderzoek. Na het passeren van de 12 procent wordt verwacht dat de zorgcapaciteit onder druk komt te staan.

Wat moet ik met deze informatie?

Als het percentage positief begint toe te nemen, dan kun je na verloop van tijd verwachten dat de maatregelen strenger worden. Dat kan invloed hebben op je werk, je hobbies, etc. Houdt daar rekening mee met je planning. Het is ook nuttig om anderen daar opmerkzaam over te maken en verwijs ze door naar deze pagina.

Daarnaast is het raadzaam om gewoon door te gaan met je leven. Op dit moment is 91 procent van de economie open en kun je naar restaurants, de bioscoop, theaters, concerten, het bos, het strand en sporten. Blijf dat lekker doen, maar wees verstandig. Houdt afstand en als je symptomen vertoont, zo snel mogelijk laten testen en betrokkenen op de hoogte stellen. Ook als je jong bent, ben je niet onkwetsbaar en kom je daarnaast toch onbewust vaker in contact met kwetsbare groepen.

Correlatie is geen causatie?

Men spreekt van correlatie als twee gebeurtenissen (vaak) samenvallen, zoals de stand van de zon en de temperatuur op aarde. Daarmee weten we niet zeker of de stand van de zon daadwerkelijk iets doet met de temperatuur van de aarde. We kunnen dus op basis van de observatie geen causaal (oorzakelijk) verband concluderen. Daarom zegt men vaak dat een correlatie geen causatie hoeft te betekenen.

Omdat het niet mogelijk is om de zon even opzij te zetten, moeten we indirect bepalen of er een causale relatie is. Zo weten we dat als de zon volledig zichtbaar is dat het warmer is dan wanneer er een wolkendek voor hangt. Dat is heel consistent. Meer wolken is minder warm en andersom. Er is dus ook sprake van een dosis-responsrelatie. Het laatste wat je je af moet vragen is of het plausibel is. Hoe zou de zonnestand invloed kunnen hebben op de temperatuur. Dat is natuurlijk door de straling en een hogere stand is meer straling. Nu hebben we drie belangrijk zaken vastgesteld:

  1. Correlatie is consistent
  2. Er is een dosis-responsrelatie
  3. Er is een plausibel mechanisme

Ditzelfde kunnen we nu ook toepassen op onze coronamonitor. Als je naar de grafiek kijkt dan zie je dat de correlatie consistent is. Een toename in het percentage positief wordt gevolgd door stijging van de ziekenhuisopnamen en andersom. Als het sterk verandert, zie je dat ook terug in de opnamen. Er lijkt dus een dosis-responsrelatie. Als laatste is er sprake van een plausibel mechanisme, zoals hiervoor uitgelegd is onder het kopje ‘Wat is het percentage positief’. En natuurlijk zijn er meer factoren, maar we vermoeden dat het percentage positief, een groot deel van de variatie verklaart. Bij elkaar overtuigt het ons dat onze coronamonitor nuttig is en iets toevoegt als intuïtief communicatie-instrument.

Waarom begint de monitor pas vanaf week 28?

Pas vanaf 1 juli (week 23) is het mogelijk om massaal te testen als je klachten hebt. Daarvoor was dat niet het geval en het heeft dus geen zin om alles na 1 juli te vergelijken met voor 1 juli. Daarom start de coronamonitor vanaf week 23.

In november is de coronamonitor veranderd en zijn we begonnen vanaf week 28, omdat de ziekenhuisdata die voorheen door de GGD werd aangeleverd, overging op de stichting NICE.

Waarom geen sterftecijfers?

Het antwoord is dat we nu te weinig data hebben, om daar betrouwbare uitspraken over te doen. We kunnen de situatie niet vergelijken met het begin van de coronacrisis. Toen werd er weinig getest, dus kunnen we ook geen verhoudingen vast stellen. Daarnaast zijn er nog veel andere zaken veranderd, zoals de behandeling en de populatie.

Artsen schrijven veel vaker bloedverdunners en steroiden voor. Die zijn effectief en voorkomen mogelijk dat mensen naar de IC moeten. Als ze alsnog belanden, dan blijkt de ligduur, ook nog eens tweederde korter. Daarnaast blijken de meest kwetsbare groepen zich goed te houden aan de regels, waardoor ze minder vaak ziek worden. Daardoor is het lastig om een verband te zien tussen besmettingscijfers en sterftecijfers.

Waarom wijken de cijfers soms af van de RIVM grafieken?

Onze grafiek is gebaseerd op de virologische weekstaten die  dinsdagmiddag door het RIVM worden gepubliceerd en de dagelijkse updates van positieve testen. Het RIVM krijgt regelmatig verlaat correcties binnen op die data en dan worden hun grafieken bijgewerkt. Wij krijgen die data helaas niet en daarom zitten er soms kleine verschillen tussen de grafieken van het RIVM en van ons. Daarnaast maken we ook gebruik van de cijfers van NICE en LCPS. Die cijfers verschillen onderling ook een klein beetje. Voor de trend maakt het niet zoveel uit, maar verklaart waarom de cijfers niet altijd aansluiten.  

Waarom niet op basis van rioolmetingen?

Er is bewijs dat rioolmetingen kunnen dienen als vroegdetectie, ook als het veel regent. Als de concentratie van virus begint toe te nemen in het rioolwater dan zal ook het aantal positief testen toenemen. Het voordeel is natuurlijk dat deze vorm van meting sneller, logistiek eenvoudiger, goedkoper en minder belastend is. Er zitten alleen wel beperkingen aan deze rioolmetingen.

Rioolmetingen detecteren vroeger, maar ze dalen waarschijnlijk ook langzamer. Als er niet meer besmettingen zijn, dan neemt het percentage positief af, terwijl de rioolwaarden nog een tijd hoog blijven. Het virus zit namelijk nog in het lichaam want het is een doorlopende meting in tegenstelling tot PCR testen. Het duurt langer voor men het effect van de maatregelen ziet.

Een tweede beperking van rioolmetingen is dat we geen sociodemografische gegevens hebben. Nu weten we bijvoorbeeld dat de besmettingen eerst via de groep 20-29 jaar verloopt en dan ‘overstroomt’ naar andere leeftijdscategorieen. Via het riool is deze informatie niet te verkrijgen.

Als laatste tegenargument is dat de correlatie met nieuwe ziekenhuisopnamen maar matig is. De rioolmetingen zijn daarom minder geschikt voor de coronamonitor.

 

Corona rioolwaarden ziekenhuisopnamen

Linker grafiek betreft rioolwaarden afgezet tegen nieuwe ziekenhuisopnamen. De rode kruizen laten zien dat het verband met ziekenhuisopnamen afwezig is in vergelijk met onze coronamonitor rechts. 

Waarom is de Chivo coronamonitor veranderd van 10 nov 2020??

De oude monitor liep vanaf week 28 en gebruikte alleen de opnamen van verpleegafdelingen en niet de IC’s. Daarnaast werd inkomende- minus uitgaande patienteren gehanteerd als nieuwe opnamen, maar dat bleek op een gegeven moment niet meer goed aan te sluiten op het percentage positief. Vanaf 10 nov worden daarom de nieuw inkomende patienten gecommuniceerd en waarbij de cijfers van de verpleegafdelingen en de IC’s bij elkaar opgeteld zijn tot een week totaal. Het leidt tot veel hogere getallen, maar het representeert wel beter de realiteit.

Welke ziekenhuisopnamen zitten er in de monitor?

Wij gebruiken voor de ziekenhuisopnamen de data van NICE. Die levert ze ook aan voor het RIVM en daarbij kun je onderscheid maken tussen de volgende groepen:

  1. Verpleegafdelingen verdacht + bevestigd COVID
  2. IC’s verdacht + bevestigd COVID
  3. Verpleegafdelingen alleen bevestigd COVID
  4. IC’s alleen bevestigd COVID

Wij maken uitsluitend gebruik van bevestig COVID cijfers, dus optie 3 en 4. Met verdacht bedoelt men dat de patient wel met COVID-19 verschijnselen is opgenomen, maar dat er nog geen bevestiging is van een positieve PCR test. Pas al deze afgenomen is, dan verandert de status in bevestigd of niet-COVID-19.

Hoe zit het met de commerciële testuitslagen

Commerciele aanbieders hoeven niet te melden hoeveel ze hebben getest, uitsluitend het aantal dat positief is getest. Van de GGD weten we wel wat het totaal aantal testen is en dat is belangrijk om het percentage positief te kunnen berekenen. Voor de coronamonitor negeren we de testuitslagen van de commerciele aanbieders. Met de opgeschaalde capaciteit verwachten we dat de GGD teststraten representatief zullen blijven voor het totaal aantal getesten, mede omdat ze gratis zijn.

Veelvoorkomende vragen (VVV) corona algemeen

1. Wat is het verschil tussen SARS-CoV-2, corona en COVID-19?

SARS-CoV-2 is het virus uit de familie van coronavirussen. Als je ziek wordt van SARS-CoV-2 dan heb je COVID-19.

Het virus is uit mensen gehaald kort na de ontdekking geïsoleerd en het genoom is in kaart gebracht (sequencing) zoals je hier, hier, hier en hier kunt lezen. Dit is een doorlopend proces, aangezien het virus continu muteert.  

2. Is corona niet gewoon een ernstige griep?

Corona is een familie van virussen en sommige van die familieden zullen niet meer dan griepverschijnselen veroorzaken. SARS-CoV-2 daarentegen is een stuk venijniger. In een recent wetenschappelijk overzicht worden de lange termijn gezondheidseffecten van COVID-19 op een rij gezet. Ook hebben we zelf een uitgebreid artikel geschreven over het fenomeen lange COVID.

 

Het virus kan namelijk ook het hart, de nieren en andere organen beschadigen, zelfs als je geen symptomen vertoont. Ook kan het bloedproppen veroorzaken. Dat zijn geen gewone griepverschijnselen.

Het is om die redenen dat mensen met diabetes type 2, hart- en vaatziekten, COPD en andere chronische ziekten, extra kwetsbaar zijn. Samen met de ouderen zijn dat miljoenen mensen. Zoveel mensen zijn niet te scheiden van de rest van Nederland. Daarnaast blijken ook jongere en gezonde mensen niet onkwetsbaar. Ongeveer 10 procent van de mensen die ziek wordt, behoort tot die groep. Die gaan niet het ziekenhuis in, maar herstellen heel langzaam. Dit fenomeen wordt lange COVID genoemd. Naar schatting zijn 20.000 van deze relatief jonge en gezonde mensen na 6 maanden nog steeds niet hersteld. Zowel het Longfonds, het UMC en de Radboud universiteit hebben onderzoek opgestart naar deze groep. Het zijn dus niet alleen de ouderen en de zieken die kwetsbaar zijn voor COVID-19. En het is zeker iets anders dan griep. Daarnaast steken de verkoudheids- en griep virussen hun kop op van november tot en met maart.

3. Waar zijn al die mensen met griep gebleven?

Normaal hebben we duizenden mensen met griep en die ook sterven aan griep. Een groot deel ervan is helaas gestorven aan COVID-19. De maatregelen hebben het aantal doden als gevolg van COVID-19 beperkt, anders hadden het er veel meer geweest.

In de komende maanden zullen we minder griepgevallen zien, omdat fysiek afstand houden beschermt tegen verschillende besmettelijke ziekten, waaronder de griep, verkoudheid en bronchites, maar ook de waterpokken en mazelen.

Veel mensen hebben overigens aangegeven dat ze gezonder zijn dan voorheen, omdat ze geen verkoudheidsverschijnselen meer hebben.

En hoe zit het dan met die griepdoden, want zijn dat er normaal niet veel meer? Naast de officiele registraties werkt men meestal ook met oversterfte, dus hoeveel mensen sterven er meer of minder dan het gemiddelde van de 5 voorgaande jaren.

De afgelopen tien jaar hebben van 0 (2014) tot 9.000 doden (2018) als oversterfte in een jaar gehad, daarvan zijn er ongeveer 1.200 toe te schrijven aan griep en dat is aanzienlijk minder dan de 10.000 aan Corona in de eerste golf van 2020. Er is dus niet zoiets als een normale griepsterfte. 2020 was een mild sterftejaar, als je afgaat op de eerste 11 weken voordat corona kwam. Daarnaast is SARS-CoV-2 2-3 x besmetterlijker dan het influenzavirus dat griep veroorzaakt. Je hebt waarschijnlijk eerder COVID-19 dan griep en dan blijven mensen nog verder uit je buurt.Griepsterfte 2011-2019

4. Zijn die maatregelen wel effectief?

Dat fysieke isolatiemaatregelen in zijn algemeenheid werken, weten we al sinds de grote grieppandemie uit 1918. Voor SARS-CoV-2 wordt op dit moment over de hele wereld bijgehouden, welke landen welke maatregelen nemen en wanneer. Vervolgens wordt er gekeken of er een relatie is met een (surrogaat) eindpunt als besmettingen, ziekenhuisopnamen of sterfte. Dan kun je vergelijken tussen landen, omdat er verschillende pakketten van maatregelen zijn genomen, zoals het sluiten van scholen, het verbieden van grote evenementen, het verplichten van maskers, etc. Op basis daarvan komen we tot de volgende conclusies:

  • Het sluiten van de landsgrenzen en regionale lockdowns zijn effectief om het om uitbraken in de hand te houden
  • Thuisblijf advies en deels sluiten is net zo effectief als complete lockdown
  • Lockdowns bestaan uit meerdere maatregelen en die kunnen deels of in verschillende samenstellingen worden toegepast
  • Fysieke afstandsregels zo vroeg mogelijk implementeren maakt ze het effectiefst

Maatregelen zijn dus effectief en voorkomen dat er uitbraken ontsporen. Daar zijn verschillende analyses van die dit allemaal bevestigen zoals deze en deze. In een recent analyse van 131 landen kwamen de onderzoekers tot de conclusie dat het totaal aan maatregelen binnen 1 to 3 weken tot wel 60 procent de verandering van de verspreiding kunnen verklaren. Daarnaast zijn er nog talloze reviews, zoals deze, deze, deze, deze, deze, deze, deze, deze, deze en deze. Deze review suggereert dat lockdowns niet bijdragen het verminderen van sterfte, maar de conclusie is dat het onduidelijk is.  

 

 

 

 

Maatregelen zijn dus heel effectief, veel meer dan individuele verantwoordelijkheid. Zweden dat eigen verantwoordelijkheid promoot moet men vergelijken met de buurlanden, heeft meer doden per capita, meer problemen met de zorgcapaciteit, een slechtere economie en net zoveel, zo niet meer depressie, angst en insommnia als gevolg van de coronaepidemie. 

 

 

 

5. Hoe verlopen de besmettingen?

De besmettingen verlopen door fysiek contact zoals het geven van handen, zoenen of knuffelen. Omdat je met je handen aan je gezicht komt, is dat de grootste contactbron. Daarnaast kan het virus ook verspreiden via hoest- en niesdruppels, zodat fysieke afstand van 1,5 meter wordt aanbevolen. Actieve virussen kunnen zich mogelijk ook verspreiden via de uitademing, de zogenaamde aerosolen (microdruppels). De proeven laten zien dat die aerosolen niet verder reiken dan een halve meter van het lichaam. Volgens de laatste wetenschappelijk inzichten is de kans dat je besmet raakt binnen een afstand van een meter 12,8%, terwijl dat voor afstanden groter dan een meter geschat wordt op 2,6%. Het is nog onduidelijk of aerosolen met actieve virussen ook via luchtverversingssystemen kunnen verspreiden. Hoewel daar virusdeeltjes in worden gevonden, is de hoeveelheid zo klein dat besmetting onwaarschijnlijk is. Daarnaast is het nog niet gelukt om deze deeltjes op te kweken tot een virus dat zich repliceert. Het ventilatie-advies op zich blijft verder van kracht, maar dat is er van voor COVID-19.

Op dit moment zijn het vooral de jongeren (20-29 jaar), die het meest besmet raken. Die worden doorgaans minder ziek of merken er helemaal niets van. Toch zullen ze onbewust andere leeftijdsgroepen besmetten, omdat ze nu eenmaal samenwerken of geen afstand houden ten aanzien van kwetsbaardere groepen in een supermarkt, etc. Als de besmettingen stijgen bij de leeftijdsgroep 20-29 jaar, dan zal dat al snel overstromen naar andere leeftijdsgroepen, zoals je kunt zien op deze leeftijd-hittekaart.

 

Coronamonitor leeftijd hittekaart week 23-48

 

6. Waarom hebben we maanden geen besmettingen gehad?

Na de lockdown zijn de maatregelen stapsgewijs versoepeld. Het virus was toen grotendeels uit Nederland verdwenen. Dat verklaart waarom de demonstratie op de dam niet leidde tot ziekenhuisopnamen, naast het dragen van de maskers. Na 1 juli gingen de grenzen open en medio tot eind juli ging men op vakantie. Men bracht toen ook het virus weer terug het land in. Daarna is het langzaam weer gaan oplopen in Nederland.

7. Zijn mondneusmaskers effectief?

Bijna elk mondneusmasker is effectief, ook als deze zelf gemaakt is. Het beschermend effect is echter beperkt. Dat is ook de reden waarom de 1,5 meter de eerste maatregel is en ook van kracht blijft, dus ook als je een masker op hebt.

Er is heel duidelijk bewijs dat maskers virussen tegenhouden, maar niet allemaal. Bijna elk masker doet dat, ook de zelfgemaakte maskers, als deze bestaat uit meerdere lagen stof. In een recent Japans onderzoek zijn maskers getest met een echt SARS-CoV-2 virus. Daaruit blijkt dat een enkele laags masker de drager met 17% beschermd, een chirurgisch masker met 47% en een N95 masker zelfs met 70%. Als je zelf verspreider bent en je draagt een masker dan bescherm je de ontvanger nog beter. Zie de video van de testopzet.

In de testopzet zie je twee poppenhoofden en de onderzoekers konden de poppen laten ademen en hoesten. Daarbij werd gekeken hoeveel er op de ontvangende pop daalde. Als de ontvangende pop een masker droeg, dan werd er ook achter het masker gekeken wat de neerslag was. De test is uitgevoerd op 25, 50 en 100cm afstand. Het beschermend effect neemt toe naarmate je meer afstand houdt.

Een tweede mogelijk beschermend effect van maskers zit hem in het verminderen van de virale lading. Als je 50% minder binnen krijgt, dan wordt je mogelijk minder of niet ziek. Het betekent dat je lichaam de kans krijgt om zich te wapenen zonder dat je heel ziek wordt. Dit is nog een hypothese en zeker geen reden om ‘opzettelijk’ te besmetten. Afstand houden is regel nummer 1.

Recent was er een Deens onderzoek waarin er geen verschil leek te zijn tussen de groep die maskers droeg en de groep die er geen droeg. Het probleem is echter dat zij een test hanteerden die onbetrouwbaar was.

In de VS gingen in verschillende staten maskerverplichtingen en onderzoekers kunnen op die manier inschatten wat het effect is van vroeg of van laat verplichten. De staten die het laat verplichten of helemaal geen maskerplicht hadden die bleken veel meer besmettingen te hebben. De onderzoekers berekenden dat de maskerplicht tot 200.000 minder besmettingen hebben geleid. Dit is inmiddels ook aangetoond in een Duits onderzoek.

Mondneusmaskers hebben dus effect, maar de 1,5 meter afstandsregel blijft het belangrijkst. We weten alleen niet als je een combinatie hebt van maatregelen, welke bijdrage een maatregel (afstand, handen wassen, ventilatie, maskers, ramen, etc) individueel heeft in de totaalbescherming. Maskers draag je op basis van gezond verstand.

8. Zijn mondneusmaskers wel veilig?

De vraag of mondneusmaskers veilig zijn, wordt regelmatig gesteld en het gaat om een aantal punten.

1. Adem je je eigen giftige gassen in?

Het is bekend dat je zuurstof inademt en CO2 uit. Teveel CO2 is giftig, dus het idee dat de CO2 opbouwt achter het masker is een zorg voor sommige mensen. Het masker laat echter gewoon lucht door, dus ook CO2. Recent is er een onderzoek uitgevoerd naar het dragen van maskers bij gezonde mensen en bij mensen met COPD (chronische longziekte). Van beiden groepen werden de zuurstof en CO2 waarden voor aanvang gemeten, 5 minuten na het dragen van het masker en 30 minuten na het dragen van het masker. Er bleek in beide groepen tussen de diverse tijdstippen geen verschil te zijn in zuurstof of CO2 gehaltes. Zelfs als je moeilijk ademt, omdat je zwaar COPD hebt, dan beperkt het masker je niet. Je krijgt dus na 5 of 30 minuten dragen van het masker net zoveel zuurstof binnen als wanneer je geen masker draagt. Hetzelfde geldt voor CO2.

Ook hebben ze sporters getest met maskers, die veel meer zuurstof nodig hebben voor hun inspanning. Als er zuurstofschuld ontstaat, omdat de longen het niet meer bij kunnen benen, gaat men meer suikers gebruiken als brandstof. Dit wordt de anaerobe drempel genoemd. Als maskers de zuurstofinname zouden verminderen, dan zou die anaerobe drempel tijdens het dragen van het masker eerder bereikt worden, maar onderzoekers vonden geen verschil, ook niet bij hoge inspanningen dus.

Hoe zit het dan met de YouTube video’s waarin ze met een luchtkwaliteitsmeter aantonen dat de lucht achter het masker ongezond is? Het antwoord is heel simpel, ze gebruiken de verkeerde apparatuur. Je hebt daarvoor gasademanalyse apparatuur nodig die meet wat je in- en wat je uitademt. De luchtkwaliteitsmeters maken dat verschil helemaal niet. Gasademanalyses zien er heel anders uit.

Hoe meet je of de lucht gezond is met een masker?

Gasademanalyse (foto) ziet er heel anders uit dan meten met een luchtkwaliteitsmeter. Je meet zowel de inkomende- als de uitgaande lucht apart en als de lucht giftig zou zijn, dan zou je dat in de uitgaande lucht vast kunnen stellen. Dat blijkt helemaal niet het geval te zijn.

 

2. Ontstaat er in het masker niet teveel bacteriele groei?

Het is zeker mogelijk dat maskers na verloop van tijd een broeinest worden van bacteriele- en schimmelgroei, maar dat is met elk kledingsstuk. Behandel daarom herbruikbare mondneusmaskers als ondergoed of als sokken. Zorg dat je meerdere exemplaren hebt en gooi ze aan het einde van de dag in de was.

 

3. Zijn er andere klachten van maskers?

In een overzichtsartikel van diverse onderzoeken is vastgesteld dat het merendeel van de mensen het dragen van maskers oncomfortabel vinden. De klachten gaan van huidirritatie tot en met hoofdpijn. Een derde van de mensen die hoofdpijn rapporteert blijkt dit ook te hebben voor ze mondmaskers droegen, maar tweederde niet.  Men rapporteert dat aanzienlijk vaker als men de mondneusmaskers langer dan 4 uur op heeft. Maskers kunnen ook vervuild raken als men ze 6 uur of langer op heeft, maar dat kan ook te maken hebben met hoe men met het masker aanhoudt. Observaties tonen aan dat men het masker regelmatig aanraakt, af- en op doet of alleen over de mond draagt. Dit leidt tot meer vervuiling. Bij elkaar kan het leiden tot problemen met mondneusmaskers. 

Men dient daarom te zoeken naar maskers die het meest comfortabel zijn waarvan men er meerdere exemplaren heeft, die men om de 2 tot 4 uur kan omwisselen en aan het einde van de dag in de was gooit.  

9. Zijn de PCR testen wel betrouwbaar?

De PCR testen stellen vast of er ‘restjes’ virus te vinden zijn in de mond- en neusholtes. Deze worden vervolgens naar het laboratorium gestuurd voor analyse. Daar zijn veel vragen over:

  1. Meet je een actief of een inactief virus?
  2. Worden de resultaten kunstmatig verkregen door het virusmateriaal onverantwoord te vermeerderden?

In plaats van deze vragen te beantwoorden, verwijzen we graag naar een artikel over PCR testen waarin 3 microbiologen uitleggen wat er in de praktijk gebeurt en wat de waarde is van de uitslagen.

Een retractieverzoek van het wetenschappelijk artikel waarmee de PCR test is onderbouwd zal weinig uitmaken. Het zijn technische schoonheidsfoutjes die ze bekritiseren en waarmee ze niet hard kunnen maken dat de testen onbetrouwbaar zijn. De kritiek is dat als je de RNA stukjes vermeerdert tot boven de 30 cycli, dat de uitslag niet meer betrouwbaar zal zijn. De praktijk is dat men meerdere cycli draaien en dat de uitslagen heel duidelijk ziekenhuisopnamen voorspellen. De andere kritiek is dat men van 3 naar 1 primer is gegaan. Men controleert dus niet meer op 3 stukjes RNA maar op 1. Praktijk heeft echter uitgewezen dat het geen verschil uitmaakt voor de voorspellingsbetrouwbaarheid. De PCR testen zijn dus bruikbaar, maar het zijn geen diagnostische instrumenten.

10. Zijn mutaties SARS-CoV-2 meer of minder gevaarlijk?

Een virus muteert constant en de meeste mutaties zijn nadelig voor het virus en het algemene effect is dat virussen met de tijd besmettelijker worden, maar ook minder gevaarlijk. De dominante variant is nu D614G en die is besmettelijker.

In een Brits onderzoek is gekeken naar patienten die besmet zijn geraakt met deze variant en daar blijkt het geen verschil uit te maken voor de ziekteduur of sterftekans. Het virus is dus niet minder gevaarlijk. Het gegeven dat in oktober de ziekenhuizen al vol begonnen te lopen is daar ook een bewijs van. Het gegeven dat er minder sterfte is tot nu toe, is waarschijnlijk te wijten aan het gegeven dat de gemiddelde leeftijd van de patienten lager is. De overlevingskans is hoger als men jonger is.  

Leefstijl is volgens het RIVM de parapluterm voor al het gedrag dat invloed heeft op onze gezondheid. Dat strekt van wat je eet tot onveilige seks. Ook corona en COVID-19 worden duidelijk beïnvloed door leefstijl. Het is daarom vanaf oktober 2020 een onderwerp in onze los te volgen module Healthcoach.

De coronamonitor wordt wekelijks geupdatet met cijfers van het RIVM.