Skip to main content

Als het gaat om teamontwikkeling, dan zijn er heel veel factoren die het beïnvloeden. Onze zes C's beschrijven de categorieën, maar elke categorie bevat een serie aan spelregels en onderliggende theorieën. In deze post concentreren we ons op het ontstaan van samenwerking.

💡 Universaliteit

De vraag die beantwoord moet worden, is die van universaliteit: gelden deze regels voor alle mensen of alleen voor uitzonderingen? Het is belangrijk, omdat je teams zelden kunt bouwen met uitzonderingen. Het betekent niet dat culturele verschillen onbelangrijk zijn, maar het helpt wel om basisprincipes vast te stellen. De evolutietheorie geeft hiervoor testbare hypotheses.

💡 Wat is samenwerken?

Het begint met de vraag waarom we überhaupt samenwerken. Samenwerken mag men breed opvatten en omvat ouder-kindrelaties, broers en zussen, partners, samenwerking binnen een groep, tussen groepen en binnen een hele samenleving. Samenwerking met genetische verwanten is redelijk logisch, want anders bestond de soort niet meer, tenzij het nageslacht vanaf de geboorte meteen zelfredzaam is, maar dat geldt niet voor zoogdieren. De vraag is waarom niet-verwanten samenwerken of waarom er überhaupt intersoortelijke samenwerkingen ontstaan.

💡 Hoe ontstaat samenwerken?

Een plausibele verklaring is de diefstal-tolerantiehypothese. Als je meer dan voldoende voedsel hebt en er wat wordt gestolen, dan heb je de optie om de dader na te jagen, waarbij je energie verspilt, gewond raakt of zelfs sterft, zonder dat daar enig voordeel tegenover staat. Het alternatief is om het binnen de perken toe te staan. Dat zou je reproductiekansen aanzienlijk verbeteren.

Stel je nu voor dat de situatie andersom is en je zelf voedseltekort hebt. Kun je dan inschatten wie enige diefstal toestaat? Dan kunnen beide partijen overleven en reproduceren. Dit is een onbewuste samenwerking en nog belangrijker is dat dit tolerantie vereist. Vanuit persoonlijkheid bezien kun je beter begrijpen waarom (enige) verdraagzaamheid een belangrijke categorie is voor teamleden. De diefstal-tolerantiehypothese is niet de enige hypothese, maar wel een die observationeel, experimenteel en tussen soorten is bevestigd.

💡 Economisch is niet per se berekenend

Hoewel de evolutietheorie een economische onderbouwing heeft, betekent dat niet dat prosocialiteit per definitie bewust berekenend is. Variatie is namelijk een evolutionair principe en verdraagzaamheid kan variëren van confronterend tot prosociaal, hetgeen meer zelfdeterminerend is. Ze hebben allemaal een rol in samenwerking en daarom onderdeel van ons model dat gebaseerd is op onze coöperatiemotivatietheorie.

🔎 Meer leren

Wil je ook je teams helpen ontwikkelen met de zes C's, dan kun je een BOvV vitaliteitskundige raadplegen

Wil je zelf leren hoe je deze analyses maakt en teams kunt helpen ontwikkelen, dan kun je de opleiding tot Chivo vitaliteitskundige volgen. En als het gaat om meer dan alleen maar teams kun je ook Chivo organisatievitaliteitskundige worden.

De zes C's van teamontwikkeling

Een nieuwe, grote review (Napier 2026) over waarden en het effect op welbevinden doet de ronde. De ongenuanceerde conclusie: het kennen van je waarden (clarificatie) verbetert je welbevinden enigszins, maar ernaar handelen heeft meer effect.

Hoewel we het werk kunnen waarderen, is het academisch ironisch dat men in een publicatie over waardenclarificatie zowel waarden, aspiraties en levensdomeinen op één hoop gooit. Dat is problematisch.

💡 Waarden

De auteurs volgen definities van waarden van Rokeach, 1973; Sagiv et al., 2017; en Schwartz & Bilsky, 1987. Schwartz is hierin het duidelijkst: waarden zijn cognitieve representaties van innerlijke drijfveren met vijf onderliggende criteria. Tegen de hypothese van Schwartz in hebben specifieke waarden een marginale invloed op welbevinden.

💡 Aspiraties

De zelfdeterminatietheorie kent een concept dat aspiraties heet. Die worden ook genoemd, maar het zijn geen waarden. Het zijn doelen achter doelen. Een waarde is bijvoorbeeld gelijkwaardigheid (universalisme), terwijl een aspiratie betrekking kan hebben op meesterschap of relaties.

💡 Levensdomeinen

Als het gaat om ACT en valued living, hebben we het over levensdomeinen. Relaties als aspiratie kunnen betrekking hebben op het gezin of op het werk. Ook dit is duidelijk iets anders.

💡 Geen review over waarden

Tot slot is het goed om te weten dat het overgrote deel van de RCT's gaat over de zelfbekrachtigingstheorie. Die gaat niet over waarden, maar over zelfcoherentie door te reflecteren op wat je van waarde vindt. Stel je voor dat je sterk gehecht bent aan jw drinkfles. Als we deze erosie van het concept blijven volgen, is deze drinkfles straks ook een waarde. Zullen we daarmee stoppen? Aangezien slechts 2 van de 50 RCT's over Schwartz-waarden gaan, kunnen we concluderen dat deze review nauwelijks over waarden(clarificatie) gaat.

💡 Onze praktijk

In plaats van alleen te klagen dat een review over waardenclarificatie vooral construct creep promoot, lichten we liever toe hoe wij waarden gebruiken. Wij volgen Schwartz in het idee dat waarden neutraal zijn, maar altijd positief worden gewaardeerd door degenen die ze aanhangen. Onderzoek laat ook zien dat we onze waarden als betere representaties van ons authentieke zelf zien dan onze persoonlijkheid. Dat sluit aan bij de zelfbekrachtigingstheorie.

Onze vertaling is dat jouw waardenset, door ons kernwaarden genoemd, feitelijk persoonlijke routes zijn. Zelfs bij gelijke doelen, zoals het onbaatzuchtig helpen van anderen, kun je dat doel nastreven op een manier die past bij je kernwaarden. Wij definiëren er vier (zie afbeelding). Zo kun je altruïstisch iedereen helpen die op je pad komt, of gericht zijn op hoe je zoveel mogelijk mensen kunt helpen, ook wel bekend als effectief altruïsme. Het doel is hetzelfde; de persoonlijke route ernaartoe verschilt.

🔎 Meer leren

Concreet toepassen leer je in de module Identiteitsontwikkeling (chivo.nl/mio), onderdeel van de opleiding Vitaliteitskundige (chivo.nl/ovk).

Willen de echte waarden opstaan?

Morele verontwaardiging over en weer vormt de basis voor affectieve polarisatie. Iemand met schaamte op zijn plaats zetten, is echter niet langer effectief. Dat valt te verklaren via (distributieve) rechtvaardigheid.

💡 Context

Rechtvaardigheid gaat over eerlijk delen, maar wat eerlijk is, hangt af van de context. Iets voor je kinderen doen en daarna een fikse rekening sturen tegen je normale uurtarief: daar vindt iedereen iets van. Het werk is gelijk, de context niet.

💡 Onderhandelingspositie

Een andere context is de onderhandelingspositie. Met minder onderhandelingskracht kun je een kleiner aandeel verwachten. De vraag is niet of dat terecht is, maar wat er gebeurt.

💡 Achteraf rechtvaardigen

In een klassieke studie van Ken Binmore (1991) bleek dat de invloed van onderhandelingsmacht achteraf werd gerechtvaardigd, óók door degenen die aan het kortste eind trokken. Deze vondst is onafhankelijk gerepliceerd.

Binmore en zijn collega’s bekeken dit evolutionair en noemen zulke psychologische regels memes: culturele overlevingsstrategieën. Evolutionair gezien is het adaptief om ‘eerlijkheid’ aan te passen aan machtsverhoudingen. Wie in opstand komt tegen een onveranderbare overmacht, verspilt energie en riskeert uitsluiting. Het brein ‘herschrijft’ de morele code, zodat je kunt functioneren en samenwerken. Eerlijkheid is hier geen starre morele wet, maar psychologisch smeermiddel voor macht. Daarom is John Rawls’ sluier van onwetendheid zo interessant: je stelt je een rechtvaardige maatschappij voor zonder te weten welke (onderhandelings)positie je krijgt.

💡 Onderhandelingsposities zijn veranderd

Toenemende onderhandelingsmacht helpt verklaren waarom morele verontwaardiging faalt. Vroeger was er voldoende macht om ‘fatsoen’ af te dwingen, maar in een global village (gebruikt iemand die term nog?) kan bijna elk standpunt een aanzienlijke achterban en dus onderhandelingsmacht krijgen. Morele verontwaardiging is tandelozer geworden doordat posities symmetrischer werden.

💡 Een beroep doen op het goede van de mens

Als shamen niet werkt, wat blijft er dan over? Oprechte interesse in de ander. Laat je niet afleiden door een schaamteloze uitspraak, maar vraag wat de onderliggende zorg is. Probeer vervolgens niet socratisch iemand zichzelf klem te laten praten, maar erken die zorg zonder onrealistische oplossingen te legitimeren. De wereld is veranderd; wellicht wordt het tijd om motivatiewetenschappelijk naar gedrag te kijken.

🔎 Meer leren

Wil je weten hoe je met jouw persoonlijke kwaliteiten de zorg van een ander kunt erkennen? Vul dan onze Hero Lift in. Is kosteloos, duurt tien minuten en we gaan je niet spammen.

heroprofiler.nl/lift

Meer theoretische achtergrond en vaardigheden? Die leer je in de module Toegepaste Ethiek, die eind september start.

chivo.nl/mte

#samenleving

Morele verontwaardiging werkt niet meer, want het is niet rechtvaardig

Volgens de grondleggers van Acceptance and Commitment Therapy (ACT) zou het effect van hun aanpak liggen in het vergroten van de psychologische flexibiliteit (PF). Inmiddels zijn we 450 meta-analyses verder en nog steeds weten we niet of dat waar is, zo blijkt uit de analayse van negen ACT meetinstrumenten (Ong 2025):

💡 Wil de echte psychologische flexibiliteit opstaan?

Ze meten allemaal iets anders. Als schaal A vooral experiëntiële vermijding meet, schaal B vooral waardengericht gedrag en schaal C een mengsel van processen én functioneren, dan betekent ‘psychologische flexibiliteit medieert ACT’ bij ieder instrument iets anders. Eén ding is zeker: de AAQ-II dat in de meeste onderzoeken is gebruikt, en ook de in Nederland populaire FIT-60 meten sowieso geen psychologische flexibiliteit. De 450 meta-analyses zijn dus garbage-in, garbage-out-producties.

De claim dat ACT werkzaam is via PF is dan ook verre van overtuigend. Dit is de reden waarom we pleiten voor best evidence en niet voor evidence-based, want ACT is heel duidelijk het laatste en niet het eerste. Best evidence begint met het definiëren van de mechanismen van de processen en het experimenteel toetsen daarvan. Het totaal aan mechanismen moet bovendien aansluiten bij de kennis die we al hebben. ACT doet geen van beide.

De grondleggers van ACT weten dat overigens ook, maar in plaats van daar werk van te maken, kiezen ze voor verdere vervaging met een nieuwer raamwerk: het Extended Evolutionary Meta-Model (EEMM). Dat is niet langer exclusief gebaseerd op de HEXAFLEX, maar staat open voor alle modaliteiten die tot PF leiden, wat dat ook moge zijn, want dat wordt met het EEMM niet bepaald duidelijker (Hayes 2020).

💡 Procesgebaseerde therapie

Het EEMM is namelijk niet meer dan een set interventiedomeinen: affect, cognitie, aandacht, zelf, motivatie en gedrag, aangevuld met enkele statusindicatoren. Het is een raamwerk voor procesgebaseerde therapie. Die vraagt: welke veranderbare processen zijn bij deze specifieke persoon, in deze specifieke context, verantwoordelijk voor de gewenste of ongewenste uitkomst?

Dat doet oplossingsgerichte therapie in principe ook, maar dan gespeend van alle pretenties. Daar is ‘weet niet’ juist een verantwoording voor de aanpak. Ook de zelfdeterminatietheorie is procesgebaseerd, maar kan, in tegenstelling tot het EEMM en ACT, veel beter beschrijven wat de inhoud van de processen is.

💡 Verbetering

ACT is populair, juist vanwege de HEXAFLEX, omdat die overzichtelijk is. Ondanks 450 meta-analyses is de bewijslast nogal beperkt door matig onderzoek. Net zoals nieuw (IEMM) niet per se beter is, is meer dat ook niet. Onze voorkeur zou zijn om het fundament van ACT te verbeteren: dus daadwerkelijk vaststellen wat psychologische flexibiliteit is, hoe je die betrouwbaar meet en vervolgens ook de onderliggende mechanismen overtuigend aantonen. We durven er toch aardig wat onder te verwedden dat je dan de zelfdeterminatietheorie grotendeels opnieuw hebt uitgevonden.

#ACT #psychologischflexibiliteit #psychometrie #IEMM #ZDT

Niemand weet wat psychologische flexibiliteit is

De opkomst van extreem-conservatisme wordt vaak geduid als fascisme. Dat heb ik altijd een oppervlakkige analyse gevonden. De morele verontwaardiging over mijn standpunt maakt het echter niet minder waar.

💡 Illiberalisme

De meeste experts op het gebied van fascisme noemen de huidige geopolitieke erosie van de democratie geen fascisme. Het is een nieuw fenomeen. Een term die dit beter vangt is illiberalisme en ook daar bestaan verschillende visies op. Een van de politiek onderzoeker Marline LaRuelle schreef er een introductie artikel over.

Voor verdieping, verwijs ik graag naar het Routledge Handbook of Illiberalism en het Oxford Handbook of Illiberalism.

💡 Verschillen

Illiberalisme en fascisme zijn verwante, maar verschillende begrippen. Illiberalisme verwijst naar politieke ideeën en praktijken die onderdelen van de liberale democratie ter discussie stellen, zoals individuele rechten, pluralisme, onafhankelijke instituties en beperkingen aan de macht van de meerderheid. Illiberale bewegingen kunnen verkiezingen en volkssoevereiniteit accepteren, maar leggen meer nadruk op nationale soevereiniteit, sociale cohesie, traditie en meerderheidsbesluitvorming.

Fascisme is specifieker en radicaler. Het combineert uitgesproken nationalisme met het streven naar nationale wedergeboorte, politieke mobilisatie, autoritair leiderschap en een fundamentele afwijzing van liberaal pluralisme. Fascistische bewegingen zijn daarom vrijwel altijd illiberaal, maar illiberalisme is niet automatisch fascistisch. Het begrip omvat ook conservatieve, populistische, religieus-nationalistische en autoritaire stromingen die niet voldoen aan kenmerken die doorgaans met fascisme worden geassocieerd.

Illiberalisme is niet alleen vanuit cultuur of nationalisme te verklaren. Economische onzekerheid, sociale veranderingen en politieke factoren werken samen, schrijft onderzoeker Gábor Scheiring in het handboek.

💡 Motivatieperspectief

De afgelopen vier jaar schreef ik over economische en educatieve ongelijkheid, maar ook over ongelijkwaardigheid rond basiswaarden, die de hand polarisatie in de hand werkt. Illiberalisme bestrijden als fascisme lost het probleem niet op, het maakt het erger. Zo heeft het ridiculiseren en wegzetten van conservatieve waarden als fascisme een politieke prijs.

Vanuit motivatieperspectief zijn oplossingen nodig op micro-, meso- en macroniveau, zoals het verminderen van economische en educatieve ongelijkheid, bredere biologische en psychologische behoefteondersteuning en het versterken van individuele autonomie.

Illiberalisme is geen fascisme, wat drijft erosie democratie

Deze umbrella-review (Maloney 2026) over floreren vertelt je hoe problematisch dit onderzoekgebied is. De auteurs definiëren floreren als "het hebben, zijn en doen van wat een goed geleefd leven vormt".

Floreren wordt geoperationaliseerd via vijf domeinen:

  1. Psychologisch: mentale gezondheid en positief affect.
  2. Sociaal: hechte relaties en verbondenheid.
  3. Fysiek: energie en vitaliteit.
  4. Waardengerelateerd: betekenis, doel, deugd en kennis (zingeving/eudaimonie).
  5. Omgevingsgebonden: veiligheid, financiële zekerheid en toegang tot zorg en onderwijs.

De titel suggereert dat uit negen reviews mechanismen worden afgeleid, maar dat is verre van het geval. De auteurs stellen in de discussie vast dat het gaat om:

👉 Associaties in plaats van oorzaken.
👉 Blootstellingen, gedragingen en uitkomsten en niet mechanismen.

De auteurs plaatsen dit binnen drie theorieën:

  1. Aristoteles en eudaimonia: goed leven door een leven lang goed te handelen.
  2. De capabilities approach: reële vrijheden en mogelijkheden.
  3. Postgroeiperspectief: floreren vereist geen economische groei.

Die laatste noemen ze omdat ecologisch floreren en ongebreidelde groei op gespannen voet staan.

💡 Onsamenhangend

De vijf domeinen en de drie theorieën lijken kaders te geven, maar zijn feitelijk onsamenhangend. Dat komt deels door onderliggende onderzoeken die blootstellingen, gedragingen en uitkomsten op een hoop gooien. Maar ook de drie theorieën beschrijven geen concrete mechanismen. Je kunt stellen dat dit de huidige stand van het onderzoek is, maar dat is onjuist.

💡 Fundamentele theorie

Er is voldoende evidentie voor een samenhangende theorie, zoals besproken in onze coöperatiemotivatietheorie. Die heeft een eenvoudig uitgangspunt: elk mens moet levenslang samenwerken om in de eigen basisbehoeften te voorzien. Dat is zowel normatief als descriptief. Er zijn biologische basisbehoeften, psychologische basisbehoeften volgens de zelfdeterminatietheorie en, in ons model, ecologische basisbehoeften zoals biodiversiteit. Dat beschrijven we in onze whitepaper 'Homo collaboratus', die je hier kunt downloaden:

chivo.nl/vitaliteit

Daarmee heb je mechanismen die leiden tot floreren: het bevredigen van basisbehoeften. En mechanismen die bijdragen aan degenereren: het vergiftigen ervan. Praktisch omzeilt dit ook het is-ought-probleem, omdat samenwerken eveneens een feit is, net als ons streven om te overleven en te floreren. Daarnaast werken we ook samen met niet-mensen.

Omdat samenwerken coördinatie en dus regels vereist, vallen concepten als moraliteit en rechtvaardigheid op hun plaats. Wanneer mensen hun basisbehoeften bevredigen, neemt ook de neiging tot economische groei af. Zo dragen deze mechanismen bij aan eudaimonia, de capabilities approach en het postgroeiperspectief.

💡 Conclusie

De auteurs pleiten voor beter onderzoek, maar dat begint met betere kaders door mechanismen te scheiden van gedrag en uitkomsten. Begin daarom met fundamentele theorievorming.

We snappen het punt dat hoogleraar Monique Kremer probeert te maken en sympathiseren er zelfs mee, want ze pleit ervoor om verantwoordelijkheid en schuld niet bij het individu neer te leggen. Haar betoog doet echter geen recht aan de breedte en diepte van de discipline psychologie. Wij pleiten juist voor méér psychologie, vooral binnen andere disciplines.

Psychologie is overal, maar kleurenschema’s maken daar geen deel van uit. Dat is gewoon pseudowetenschap. Dat een experiment over schaarste en IQ niet repliceert, is geen probleem van de psychologie, maar het proces van wetenschap. Psychologie doet het niet slechter dan dan biologische, biomedische en overige sociale wetenschappen. Daarnaast zijn er veel psychologische constructen die crosscultureel en onafhankelijk repliceren, zowel in observationeel als experimenteel onderzoek.

Psychologie gaat niet over me, myself and I, maar over wat er gebeurt binnen de persoon en tussen personen wanneer zij interacteren met hun omgeving. Het idee dat we sociale wezens zijn, pleit niet tegen psychologie; het ís psychologie, sociale psychologie wel te verstaan. Ik zie vooral een betoog tegen poppsychologie en pseudowetenschap, maar dat is een heel andere discussie.

Zoals ik al vaak aangeef, zou het heel goed zijn om de best-of-breed constructen uit de gammawetenschappen, zoals sociologie, economie, antropologie en politicologie, uit te wisselen, zodat we een meer geïntegreerd perspectief ontwikkelen in plaats van het schetsen van karikaturen. Dat betekent dus niet minder, maar juist meer psychologie. Dat zie je gelukkig steeds meer, zoals de stromingen sociologische sociale psychologie en politieke psychologie, en de wijlen psycholoog Kahneman kreeg niet voor niets de Nobelprijs voor de economie.

Niet minder, maar meer psychologie graag

Vergeving is geen onvoorwaardelijke morele deugd, maar een contextgevoelig proces van socio-psychologisch herstel en wederzijdse erkenning (Cruz 2026). Voor coaches en therapeuten betekent dit een verschuiving: focus op vrijwilligheid en rechtvaardigheid, niet op het 'gladstrijken' van conflicten.

Wat vergeving wel en niet is

Vergeving is geen goedpraten van gedrag, vergeten of een verplichte verzoening. Het is wel het loslaten van wrok en wraakgevoelens om de eigen psychologische balans te herstellen. Dit proces werkt het beste wanneer er sprake is van wederzijdse erkenning: het slachtoffer krijgt erkenning voor het leed, en de dader toont verantwoordelijkheid.

De valkuil: 'Pseudo-vergeving'

Wees alert op pseudo-vergeving: vergeving zonder dat de dader de schade erkent. Dit ondermijnt de eigen grenzen en kan misbruik of onrecht bestendigen. Dwing vergeving nooit af; autonomie en veiligheid zijn de absolute basisvoorwaarden.

4 Evidence-based begeleidingsstappen

  1. Erken asymmetrische behoeften: Slachtoffers zoeken empowerment en erkenning; daders zoeken morele acceptatie. Faciliteer (indien veilig) een proces waarin deze behoeften worden benoemd.
  2. Focus op emotieregulatie: Positioneer vergeving als een copingstrategie om chronische stress en piekeren te verminderen. Het is een cadeau aan de eigen gezondheid, los van de relatie met de dader.
  3. Verantwoorde zelfvergeving: Stimuleer zelfcompassie alleen ná het nemen van verantwoordelijkheid en het maken van een concreet veranderplan, om zelfbedrog te voorkomen.
  4. Let op de context: In organisaties of bij machtsongelijkheid mag een 'vergevingsklimaat' geen excuus zijn om onrecht te tolereren of klachten te smoren.

Vergeving kun je doen zonder dat de dader daarvan op de hoogte te zijn. Het is een manier om een hoofdstuk af te sluiten en weer te richten op het leven!

Hoewel er veel is geschreven over zingeving, begint serieus psychologisch onderzoek hiernaar pas sinds kort echt tractie te krijgen. Onderzoekers Frank Martela en Michael Steger analyseerden de literatuur en destilleerden daaruit vier interpretaties: coherentie, doelgerichtheid (purpose), significantie — van betekenis zijn — en mattering — ertoe doen. Deze interpretaties blijken sterk met elkaar te overlappen.

💡 Drie facetten van zingeving

De onderzoekers ontwikkelden een meetinstrument. Tijdens het testen bleek dat significantie en ertoe doen sterk met elkaar samenhangen. Daarom werden deze twee samengevoegd. Ertoe doen lijkt sterker te laden op existentiële en religieuze contexten. Mogelijk kan nader onderzoek dit facet duidelijker onderscheiden van significantie. Daarmee blijven er drie facetten over.

👉 Coherentie ondersteunt het welbevinden, doordat iemand zichzelf en gebeurtenissen kan begrijpen en integreren. Een gebrek aan coherentie kan samengaan met verwarring, vervreemding en psychologische ontregeling.

👉 Doelgerichtheid (purpose) ondersteunt betrokkenheid, volharding, toekomstgerichtheid en activiteit. Een gebrek aan doelgerichtheid kan aanvoelen als richtingloosheid, leegte of passiviteit.

👉 Significantie en mattering ondersteunen het gevoel dat het leven waardevol is en dat het zin heeft om door te gaan. Een tekort hieraan kan zich uiten in gevoelens van waardeloosheid, onzichtbaarheid en existentiële leegte, of in het gevoel vervangbaar en irrelevant te zijn.

De drie facetten overlappen sterk en verklaren gezamenlijk tussen de 79 en 90 procent van de variantie in algemene zingeving. Elk facet afzonderlijk verklaart slechts enkele procenten unieke variantie. De drie facetten hebben dus veel meer met elkaar gemeen dan dat ze van elkaar verschillen.

💡 Psychologische basisbehoeften

Nog interessanter is de samenhang met de psychologische basisbehoeften en weldoen. Deze verklaren nagenoeg het gehele construct van zingeving zoals dat door de facetten wordt gemeten. Dit sluit aan bij eerder cross-sectioneel en longitudinaal onderzoek waaruit blijkt dat de vervulling van psychologische basisbehoeften leidt tot de ervaring van zingeving.

Natuurlijk kun je op zoek naar zingeving, maar de literatuur geeft toch opvallend vaak aan dat zoeken naar zingeving samenhangt met slechter welbevinden. Het lijkt daarin een beetje als op zoek zijn naar geluk. Het vervullen van basisbehoeften is vooral meer activiteit gericht en daarom waarschijnlijk veel effectiever.

Zingeving ontleed

Heb je slechts 25 procent van een populatie nodig om een sociale norm te veranderen? Dat suggereren de experimenten van Centola uit 2018, zie afbeelding. Dat is hoopgevend, maar helaas gaat het om labexperimenten met grote beperkingen.

💡 Hoopgevend?

Deze studie wordt aangehaald in het boek Smartphonevrij Opgroeien. Dat is hoopvol, maar ook selectief. Er zijn namelijk meerdere labstudies, en die laten zien dat sociale kantelpunten sterk afhankelijk zijn van het onderwerp en de context.

💡 Welkom in de echte wereld

Veldexperimenten, zoals Berger 2021, schatten het kantelpunt zelfs op 50 tot 65 procent en nemen daarnaast een boomerangeffect waar. In dat geval zie je dat, wanneer bekend wordt dat steeds minder mensen de nieuwe norm handhaven, deze ook snel weer kan instorten. Het onderwerp was hier de overstap van wegwerpbekers naar herbruikbare bekers: een onderwerp dat emoties, wijsheid en redelijkheid raakt.

💡 Flinke beperkingen

Reken je dus niet te snel rijk met die 25 procent. Bovendien ging het in het onderzoek van Centola om een benamingsconventie van gezichten: een compleet abstracte actie in kleine groepen van 20 of 30 mensen. Elke wisseling had daardoor een grote impact. Het artikel benadrukt dit met een concreet voorbeeld: in één van de trials, Trial 1, was de omslag van falen naar succes het directe gevolg van het toevoegen van slechts één extra persoon aan de toegewijde minderheid.

Het onderzoek is daarom niet geschikt als bewijs dat je slechts 25 procent nodig hebt om een norm te veranderen, laat staan wanneer er sprake is van een polariserend onderwerp.

💡 Iemand moet beginnen

Wat alle onderzoeken wél tonen, is dat normen veranderd kunnen worden, maar dat omslagpunten per onderwerp en context sterk kunnen verschillen. Uiteindelijk komt het er wel op neer dat iemand moet beginnen. Misschien ben jij dat wel.

🔍 Meer leren

Dit is onderwerp dat concreet behandeld wordt in onze los te volgen module Toegepaste Ethiek (chivo.nl/met), waarin samenwerken centraal staat. De module is onderdeel van de opleiding Vitaliteitskundige (chivo.nl/ovk). Sommige modules zijn ook te volgen tijdens de zomer (chivo.nl/summerschool).