Skip to main content

Niemand weet wat psychologische flexibiliteit is

Volgens de grondleggers van Acceptance and Commitment Therapy (ACT) zou het effect van hun aanpak liggen in het vergroten van de psychologische flexibiliteit (PF). Inmiddels zijn we 450 meta-analyses verder en nog steeds weten we niet of dat waar is, zo blijkt uit de analayse van negen ACT meetinstrumenten (Ong 2025):

💡 Wil de echte psychologische flexibiliteit opstaan?

Ze meten allemaal iets anders. Als schaal A vooral experiëntiële vermijding meet, schaal B vooral waardengericht gedrag en schaal C een mengsel van processen én functioneren, dan betekent ‘psychologische flexibiliteit medieert ACT’ bij ieder instrument iets anders. Eén ding is zeker: de AAQ-II dat in de meeste onderzoeken is gebruikt, en ook de in Nederland populaire FIT-60 meten sowieso geen psychologische flexibiliteit. De 450 meta-analyses zijn dus garbage-in, garbage-out-producties.

De claim dat ACT werkzaam is via PF is dan ook verre van overtuigend. Dit is de reden waarom we pleiten voor best evidence en niet voor evidence-based, want ACT is heel duidelijk het laatste en niet het eerste. Best evidence begint met het definiëren van de mechanismen van de processen en het experimenteel toetsen daarvan. Het totaal aan mechanismen moet bovendien aansluiten bij de kennis die we al hebben. ACT doet geen van beide.

De grondleggers van ACT weten dat overigens ook, maar in plaats van daar werk van te maken, kiezen ze voor verdere vervaging met een nieuwer raamwerk: het Extended Evolutionary Meta-Model (EEMM). Dat is niet langer exclusief gebaseerd op de HEXAFLEX, maar staat open voor alle modaliteiten die tot PF leiden, wat dat ook moge zijn, want dat wordt met het EEMM niet bepaald duidelijker (Hayes 2020).

💡 Procesgebaseerde therapie

Het EEMM is namelijk niet meer dan een set interventiedomeinen: affect, cognitie, aandacht, zelf, motivatie en gedrag, aangevuld met enkele statusindicatoren. Het is een raamwerk voor procesgebaseerde therapie. Die vraagt: welke veranderbare processen zijn bij deze specifieke persoon, in deze specifieke context, verantwoordelijk voor de gewenste of ongewenste uitkomst?

Dat doet oplossingsgerichte therapie in principe ook, maar dan gespeend van alle pretenties. Daar is ‘weet niet’ juist een verantwoording voor de aanpak. Ook de zelfdeterminatietheorie is procesgebaseerd, maar kan, in tegenstelling tot het EEMM en ACT, veel beter beschrijven wat de inhoud van de processen is.

💡 Verbetering

ACT is populair, juist vanwege de HEXAFLEX, omdat die overzichtelijk is. Ondanks 450 meta-analyses is de bewijslast nogal beperkt door matig onderzoek. Net zoals nieuw (IEMM) niet per se beter is, is meer dat ook niet. Onze voorkeur zou zijn om het fundament van ACT te verbeteren: dus daadwerkelijk vaststellen wat psychologische flexibiliteit is, hoe je die betrouwbaar meet en vervolgens ook de onderliggende mechanismen overtuigend aantonen. We durven er toch aardig wat onder te verwedden dat je dan de zelfdeterminatietheorie grotendeels opnieuw hebt uitgevonden.

#ACT #psychologischflexibiliteit #psychometrie #IEMM #ZDT

Niemand weet wat psychologische flexibiliteit is