Skip to main content

Ook de middag tijdens de SDT-conferentie was weer prikkelend, met meer bewijs voor novelty als kandidaat-psychologische basisbehoefte, competentie 2.0 en een stelling dat frustratie van basisbehoeften niet bestaat. Daarmee raakte de middag precies aan de meetproblemen waar wij zelf tegen aan lopen.

💡 Novelty

De kandidaatbehoefte noviteit (het verlangen naar nieuwe ervaringen en afwisseling)werd in 2019 voorgesteld en meerdere malen getest, vooral in sportsettings. Nu presenteerde David Gonzalez-Cutre een systematisch overzicht van 73 studies, met bewijs dat noviteit niet alleen wenselijk is, maar noodzakelijk. Wij zijn nog niet overtuigd, maar dat heeft te maken met het volgende onderwerp.

💡 Competentie 2.0

Wij hebben altijd al problemen gehad met de operationalisering van de basisbehoefte competentie, mede omdat het vooral gaat over bekwaamheid. Dat is een heel smalle versie van effectante motivatie, waarop competentie is gebaseerd. Bekwaamheid is een relatief stabiel kenmerk, terwijl het groei- en ontwikkeldeel nauwelijks terug te vinden is in de meetinstrumenten. Aki Lehtivuori deed een conceptstudie met competentie 2.0, waarin groei-items zijn getest. Die konden meer van de variantie verklaren dan klassieke competentie.

Dat sluit overigens aan op ons eigen onderzoek, waarin bekwaamheid niet bevredigt, maar onbekwaamheid wel frustreert en bevrediging ontstaat door succeservaringen als gevolg van stimulerende activiteiten. Het is mogelijk dat die definitie noviteit wegverklaart, maar we zullen het zien. Wij hebben dus een andere 2.0 dan Lehtivuori, maar beiden sluiten beter aan op het originele effectantieconstruct.

💡 Frustratie is laag op bevrediging

Er is eerder vastgesteld dat frustratie van de basisbehoeften vooral ongecorrigeerd te scheiden is van laag scoren op bevrediging. Zodra je corrigeert voor halo bias, waarbij positieve items onderling sterk samenhangen en negatieve items ook, lijnen de twee factoren volgens Jason Payne gewoon op. Wij hadden in onze eigen dataset al vastgesteld dat competentie vaak een unidimensionele schaal is, en geen twee schalen.

Het probleem is echter dat frustratie van de basisbehoeften meer contextgevoelig is. In een werksetting of in het klaslokaal blijkt frustratie van de basisbehoeften beter onderscheidbaar te zijn. Het is mogelijk dat het algemene meetinstrument te breed is en daardoor minder herkenbaar.

💡 Concept psychologische basisbehoefte

Basisbehoeften blijven controversieel, maar empirisch goed onderbouwd. Het idee dat frustratie meer is dan laag scoren op bevrediging vereist betere meetinstrumenten. In ons eigen onderzoek naar rechtvaardigheid blijken de subschalen heel goed te onderscheiden in gelegenheidssamples en simulaties. De kritiek op de basisbehoeften is heel leerzaam en welkom, juist omdat het voor ons zo actueel is. Er is dus een race gaande als het gaat om de vierde psychologische basisbehoefte en Anja van den Broeck stelde voor dat het chocolade moest worden.

hashtag#sdt2026

Ontwikkelingen ZDT basisbehoeften

Meta-analyses staan veelal bovenaan de piramide van bewijskracht, maar dat is niet onze ervaring. Te veel heterogeniteit en te veel contextverschillen maken ze vaak lastig, zo niet onbruikbaar. Dit zagen we wederom bevestigd in de presentatie van Emma Bradshaw, die met haar faculteit zoveel meta-analyses produceert dat ze niet meer te absorberen of te reviewen zijn. Die meta-analyses demonstreren dat de ZDT-constructen niet fragiel zijn en cross-cultureel standhouden onder diverse omstandigheden. Bradshaw stelt daarom dat meta-analyses vooral geschikt zijn om betere vragen te stellen.

Tegelijkertijd is het onderzoeksveld van de ZDT zo omvangrijk en productief dat er veel overlap in het werk zit. Daarom werd vandaag MetaSDT.org geïntroduceerd door Josh Howard: een levende meta-analyse van ZDT-constructen, naar het model van MetaPsy.org. Je kunt al eenvoudige x-y-analyses uitvoeren met betrekking tot tien domeinen, zoals de samenhang tussen autonomie-bevrediging en levenstevredenheid in alle domeinen. Meer functies zullen nog volgen.

Alle wezens op aarde werken samen, maar de superpower van mensen is coördinatie en dit is een demonstratie van dit unieke vermogen.

hashtag#sdt2026 hashtag#metaanalyses hashtag#metasdt

Levende meta-analyse ZDT

Het romantische idee dat we in de oudheid in democratische egalitaire samenlevingen leefden, is in strijd met de antropologische en archeologische literatuur. Zulke samenlevingen bestaan wel, maar er bestaan ook sterk hiërarchische gemeenschappen. Deze onderzoekers (Smith & Codding 2021) onderzochten hoe deze verschillen ontstaan.

💡 Hiërarchie-index

Daarvoor ontwikkelden de auteurs een hiërarchie-index, gebaseerd op drie factoren:

A. ongelijke voedselverdeling
B. rangorde binnen verwantschapsgroepen
C. aanwezigheid van slavernij

Elke factor levert één punt op. Tel je die punten op, dan zie je op de kaart van de Noord-Amerikaanse westkust dat het aantal punten per gebied verschilt. De index is gebaseerd op ecologische en culturele verslagen. Hoe noordelijker, hoe meer ongelijkheid. De samenhang tussen deze factoren bleef na statistische analyse overeind.

💡 Middelenconcentratie

De vraag is natuurlijk waarom het noorden meer ongelijkheid kent. Op basis van de verslagen blijkt een terugkerend thema: middelenconcentratie. Plaatsen waar middelen overvloedig aanwezig waren, zoals zalm, en bovendien goed verdedigbaar waren, ontwikkelden vaker samenlevingen waarin ongelijkheid de norm werd. Op locaties waar middelen juist verspreid waren over een groter gebied, ontstonden vaker egalitaire verhoudingen. Daarmee is nog geen oorzakelijk verband aangetoond.

💡 Machtconcentratie vergroot ongelijkheid

Er zijn veel theorieën, ondersteund door bewijs, dat mensen behoefte hebben aan zelfbeschikking. Er is ook bewijs dat mensen niet per se moeite hebben met hiërarchie, mits die als rechtvaardig wordt ervaren. Wij noemen dit rolhiërarchie op basis van gelijkwaardigheid. Er lijkt een verband te bestaan tussen middelenconcentratie, machtsconcentratie en ongelijkheid. Dit wordt vaker geconstateerd en is een van de redenen waarom we marktmonopolisten niet accepteren.

💡 Competitie

Is elke vorm van hiërarchische organisatie dan verkeerd? Daar zijn geen aanwijzingen voor, omdat mensen nu eenmaal verschillen en sociaal flexibel zijn. De een vindt regels afschuwelijk, terwijl een ander er juist duidelijkheid en rust aan ontleent. Slavernij is van een andere orde, omdat duidelijk is dat die de fysieke en mentale gezondheid aantast. Daarom zijn pluriformiteit en competitie van belang als algemeen principe, zodat mensen kunnen ontdekken waar ze zich thuis voelen. Dat kan binnen een team, organisatie of samenleving. Daarvoor moet vrijheid van mobiliteit bestaan.

💡 Wat kunnen we hiervan leren?

Het romantische idee dat we in kleine egalitaire samenlevingen zijn geevolueerd, is in strijd met de literatuur. DNA-onderzoek laat bovendien duidelijke mobiliteit tussen samenlevingen zien. De literatuur beschrijft ook vrijwillige mobiliteit en onderstreept daarmee sociale flexibiliteit. Pluriformiteit en toegang zijn daarom de norm: mensen moeten zelfbeschikking ervaren in hun keuze voor de organisaties en samenlevingen waarin ze willen wonen en werken.

Hiërarchische samenleving door middelenconcentratie in de oudheid

Is veerkracht een individuele of een collectieve aangelegenheid? Het enige juiste antwoord is: allebei. Maar kennelijk moeten we kiezen. Dat doet geen recht aan de complexe werkelijkheid. Laten we daarom een traumatisch voorbeeld nemen: slachtoffers van misdrijven.

Slachtoffer spreekrecht

De nuances van veerkracht zijn goed te illustreren aan de hand van de spreekrecht, waarbij slachtoffers van misdrijven een verklaring in de rechtszaak kunnen afleggen. Dit zou therapeutische voordelen moeten hebben, maar dat wordt niet bevestigd door onderzoek dat zowel kwalitatieve methoden, zoals interviews, als kwantitatieve methoden, zoals meetinstrumenten, omvatte. Daaruit bleek dat gevoelens van woede, angst en wraak niet afnemen. Dat zou je wel verwachten als er sprake zou zijn van een therapeutisch effect.

Als je de effecten echter langs de dimensies agency, oftewel handelingsvermogen, en communion, oftewel verbinding, legt, ontstaat er een ander beeld. Het grootste effect verliep via agency.

➡️ Agency

Het item “hielp mij mijn stem/verhaal te delen” scoorde opvallend hoog (M = 4,1). In de interviews vertaalden slachtoffers dit naar gevoelens van kracht, trots en het terugkrijgen van controle in een proces waarin ze zich eerder machteloos voelden.

➡️ Communion

De survey scoorde neutraal op communion (M = 2,6). De interviews onthulden echter dat communion wel degelijk een rol speelde: slachtoffers gebruikten het spreekrecht als aanleiding om met vrienden en familie te praten, en sommigen haalden voldoening uit het helpen van andere slachtoffers.

💡 Communion via agency

Het maken van een verklaring vereist agency, net als het daadwerkelijk voorlezen ervan. Het vergroot vaak zowel overzicht als inzicht. Het maakt het mogelijk om een krachtige stem te hebben en steun te vinden in de eigen omgeving, wat slachtoffers helpt om beter om te gaan met hun dagelijks leven. Agency wordt onderschat, en de claim dat veerkracht vooral voortvloeit uit communion vereist echt meer nuance.

Meer lezen

In onze aankomende editie van onze nieuwsbrief VisieVitaal gaat over Coachen en veerkracht zal daarin worden besproken. Mocht je daar interesse in hebben, dan kun je je hier inschrijven:

chivo.nl/nieuwsbrief

Meer leren

Als je meer wilt leren over de rijkheid en de vele lagen van de existentiele dimensies van agency en communion, dan kun je onze opleiding volgen tot vitaliteitskundige (chivo.nl/ovk). Een deel van de module kun je tijdens de zomer volgen (chivo.nl/summerschool).

#veerkracht #bigtwo #vitaliteit

Veerkracht vereist (ook) agency, niet alleen sociale steun

De claim dat Nederlanders racistischer zijn geworden, blijkt uit geen enkel onderzoek. Toch is er veel ophef over migratie. Als je kijkt naar antwoorden uit onderzoek met het LISS-panel, dan is de attitude ten opzichte van migranten, integratie en asielzoekers nauwelijks veranderd. Anders gesteld: de polarisatie is niet toegenomen, en toch is er iets veranderd.

💡 Het ABC van psychologie

Wat we nu meemaken, heet tegenwoordig affectieve polarisatie. De onderliggende psychologische mechanismen zijn al vaak onderzocht. In 2008 verscheen een meta-analyse over racisme van Talaska, Fiske en Chaiken (2008). Daaruit blijkt namelijk dat affect (gevoel), behavior (gedrag) en cognitie (gedachten) minder sterk samenhangen dan vaak wordt verondersteld.

💡 Enquêtes vangen dit onvolledig

Cognitieve overtuigingen, zoals stereotypen of beleidsmatige meningen, blijken in de praktijk slechte voorspellers van echt gedrag. Ze voorspellen wel heel sterk wat mensen invullen op vragenlijsten of wat ze in een gesprek beweren dat ze zouden doen.

💡 Post-hocrationalisatie

De belangrijkste conclusie uit de meta-analyse is dat emoties (voelen) de sterkste voorspeller zijn van daadwerkelijk geobserveerd gedrag. Daarom is het een hachelijke zaak om zonder kennis van deze materie antwoorden uit enquêtes te interpreteren.

De attitudes zijn niet veranderd, maar de gevoelens wel. Nog interessanter is dat de meta-analyse laat zien dat de gevoelens er eerst zijn en vervolgens worden ingezet als post-hocrationalisatie. Migranten en asielzoekers zijn dan de achterafverklaring voor het gevoel.

💡 Diepere oorzaken

De vraag is natuurlijk wat de verandering in deze gevoelens veroorzaakt. Ook daar zijn veel data over, en die wijzen allemaal in dezelfde richting: een toename van ongelijkheid op verschillende terreinen, waaronder inkomen, vermogen en educatie, maar ook een algemeen gevoel van onzekerheid. Alle problemen die we nu zien, zoals psychische gezondheidsklachten, maar ook antidemocratisch sentiment, zitten al decennia in een opwaartse trend. Ze hangen heel duidelijk samen met de Gini-coëfficiënt (een maat voor ongelijkheid) en hebben te maken met statusangst. Het verklaart niet alles, maar de samenhang is crosscultureel consistent over een periode van dertig jaar.

Met de huidige kennis die er is binnen motivatiewetenschap kan men veel preciezer het probleem duiden en ook betere oplossingen ontwerpen.

Meer leren

Dit is een onderwerp in onze module Toegepaste Ethiek (chivo.nl/mte), onderdeel van de opleiding Vitaliteitskundige (chivo.nl/ovk). De module is ook te volgen tijdens de zomer (chivo.nl/summerschool).

Emotie en niet attitude voorspelt racisme

Het individuele perfectionisme stijgt al 30 jaar lineair (bovenste afbeelding), terwijl sociaal perfectionisme door maatschappelijke druk sinds 2000 accelereert (onderste afbeelding) in de VS, het VK en Canada.

doi.org/10.1037/bul0000518

De auteurs hebben hier vaker over gepubliceerd, maar dit is de eerste keer dat ze perfectionisme door een maatschappelijke lens analyseren. Ze wijzen drie factoren aan:

  1. Sterke samenhang tussen Gini-coëfficiënt en perfectionisme

De Gini-index (inkomensongelijkheid) was, na controle voor land, een significante positieve predictor voor perfectionistische zorgen (b = 0.80, β = 0.60). Dit wijst erop dat ongelijkheid de kwadratische toename van zorgen versterkt.

  1. Economische stagnatie verergert perfectionistische strevingen

Een dalend bbp per hoofd was een significante negatieve predictor voor perfectionistische strevingen (b = -0.13, β = -0.37). Dat betekent dat economische stagnatie leidt tot hogere strevingen.

  1. Perfectionisme is psychopathologisch

Perfectionistische zorgen (perfectionistic concerns) hebben een matig tot groot verband met depressieve symptomen. Jongeren die hoog scoren op zorgen over fouten, twijfel en externe druk, ervaren chronisch lage zelfwaardering en piekeren, en hebben een verhoogd risico op depressie. Doordat perfectionisme vaker voorkomt, vertaalt dit zich volgens de auteurs direct in toenemende schade op populatieniveau.

De eindconclusie sluit aan op onderwerpen waar we al jaren over rapporteren, namelijk de gevolgen van de toenemende kloof.

Motivatiewetenschap voorspelt deze effecten, omdat schaarste en ongelijkheid leiden tot hypercompetitie, en dat vergroot de kloof tussen winnaars en verliezers. Die kloof heeft niet alleen een sterk effect op de mentale gezondheid van jongeren, ruim voor de intrede van sociale media, maar ook op affectieve polarisatie binnen de samenleving. Denk je echt dat de manosphere ontstaat omdat er een paar eikels zijn die achterlijke ideeën verspreiden? Denk je echt dat het antimigratiesentiment nu oplaait ondanks het gegeven dat die attitude al decennialang stabiel is?

Een groter probleem is dat deze kloof wordt gemaskeerd door onbegrensde mogelijkheden, waardoor het lijkt alsof individualisme het probleem veroorzaakt. Dat leidt helaas weer tot de oppervlakkige conclusie dat we meer verbinding nodig hebben, terwijl het probleem een gebrek aan agency is.

Wij moeten concluderen dat traditionele rolmodellen, zoals ouders, leerkrachten, leidinggevenden beleidsmakers, jongeren onvoldoende helpen navigeren in een wereld waarin ze zelf zouden verdwalen en daarom met simpele oplossingen komen voor complexe problemen. Er is al veel kennis, maar dan moeten we eerst beginnen bij mensen zelf: wat doen ze als ze moeten overleven, en wat is er nodig om te floreren? Dat kan vertaald worden naar individuele, sociale en beleidscontext.

Meer leren

Dit zijn onderwerpen in onze opleiding tot vitaliteitskundige (chivo.nl/ovk).

Perfectionisme door maatschappelijke prestatiedruk neemt toe

In ons artikel De mensgerichte organisatie verwijzen we onder andere naar de meta-analyse van Hagger uit 2026. Daarin is via padanalyses (zie afbeelding) vastgesteld dat behoefte-ondersteuning crosscultureel samenhangt met autonome regulatie, en vervolgens met positieve adaptieve uitkomsten zoals betrokkenheid, werkprestaties, werktevredenheid en welzijn.

chivo.nl/mensgericht

Dat betekent dat elk best-evidence interpersoonlijk model elementen van behoefte-ondersteuning zou moeten bevatten, of er zelfs volledig op gebaseerd zou moeten zijn. Sterker nog, een interpersoonlijk model dat niet behoeftegerelateerd is, hoort thuis in de vorige eeuw.

De afbeelding, hertekend uit Hagger, 2026, staat niet in het artikel, maar wel in de vorige nieuwsbrief, waarin een review met twintig jaar onderzoek naar werkbevlogenheid, welzijn en veerkracht werd besproken. Die specifieke review bekeek het door de lens van JD-R met alle beperkingen van dien.

💡 Gebrek aan fundamentele theorievorming

De afgelopen jaren is de roep om fundamentele theorieën in de organisatiepsychologie een terugkerend thema geweest in discussies over de verbetering van het veld. Het JD-R-model is geen theorie, maar een bruikbaar model dat net te vaak de essentie mist. Je kunt het versterken door de zelfdeterminatietheorie onder het JD-R model te schuiven. Een objectief aanwezige hulpbron is namelijk pas een hulpbron als die daadwerkelijk de psychologische basisbehoeften bevredigt.

💡 Versterk JD-R

Uit diezelfde review blijkt dat objectieve hulpbronnen ook tot negatieve uitkomsten kunnen leiden. Dat komt doordat ze basisbehoeften kunnen ondermijnen, zoals eerder al is vastgesteld in onderzoeken waarin de zelfdeterminatietheorie en werkbevlogenheid gezamenlijk zijn geanalyseerd. JD-R is dus een bruikbaar model dat sterk geoptimaliseerd kan worden met de ZDT.

💡 Overleven en floreren

De zelfdeterminatietheorie is een fundamentele theorie met een stevige empirische basis. Een andere kandidaat is de evolutietheorie, die eveneens concrete aangrijpingspunten biedt. Waar de zelfdeterminatietheorie zowel overleven als floreren verklaart, zijn evolutionair-psychologische theorieën vooral gericht op overleven. Dat is niet inherent aan de evolutietheorie zelf, maar weerspiegelt vooral waar de bulk van het onderzoek tot nu toe is verricht. Daarnaast is het goed om te weten dat niet alle uitgangspunten stevig genoeg zijn onderbouwd.

De vraag die dan rijst, is of dit een goed uitgangspunt is voor een mensgerichte organisatie. Die vraag beantwoorden we in onze nieuwsbrief VisieVitaal, die morgen wordt verzonden. Als je je daarvoor inschrijft, ontvang je meteen ook de vorige nieuwsbrief over werkbevlogenheid. Let op: wij werken met een dubbele opt-in, dus je moet je inschrijving nog extra bevestigen.

chivo.nl/nieuwsbrief

Behoefte-ondersteuning leiderschap meta-analyse

Er is weinig twijfel over het gegeven dat de (extreem) conservatieve partijen groeien. Er is een hele coherente empirische psychologische verklaring voor, maar die zie je zelden terug in de vele intelligente analyses die je overal leest en hoort.

Zo is men gericht op big tech of het idee dat dat Amerikaanse evangelischen actief bezig zijn met de ondermijning van Europa. Dat gaat gepaard met onvoorwaardelijke steun voor Israël, het verspreiden van omvolkingstheorieën, enzovoort. Allemaal waar, maar te oppervlakkig.

De opkomst van extreem conservatisme is een contextuele factor — een moderator — en geen causatieve factor — een mediator. Er zijn meerdere mediatoren, waaronder toenemende maatschappelijke kloven op het gebied van inkomen, vermogen en educatie, maar ook morele verontwaardiging is een mediator.

Dit nieuwe onderzoek (osf.io/zjmq6/) naar moral grandstanding, dat ik vertaal als deugdpronken, toont in drie studies de volgende twee zaken aan — zie afbeelding:

➡️ Het hangt samen met affectieve polarisatie: een hekel hebben aan de andere kant.

➡️ Het verhoogt de actiebereidheid, dus steun via petities of demonstraties, zowel direct als indirect via affectieve polarisatie.

Ik weet dat moral grandstanding en deugdpronken een negatieve klank hebben, maar het polariserende effect ontstaat juist doordat het ook zo wordt ervaren. Zwart-witdenken voedt dit deugdpronken het sterkst.

Ik heb daar online de afgelopen jaren veel mee te maken gehad. De simpele stelling dat niet elke PVV-stemmer een racist is, lokte vaak sterk moreel verontwaardigde reacties uit. Hetzelfde geldt voor de suggestie dat je de echte zorgen serieus moet nemen. Zwart-witdenken was de norm.

Het probleem is dat we met deugdpronken de extreem conservatieve partijen niet indammen. Die morele verontwaardiging zou moeten leiden tot correctie, maar dat gebeurt niet. Sterker nog: de dader spint er garen bij, aangezien het affectieve polarisatie veroorzaakt of versterkt. Deugdpronken vergroot het probleem, en je gaat het niet oplossen door te vertellen hoe slim je bent.

Het enige wat werkt, is affectieve bruggen bouwen. Dat kan prima met behoud van je eigen waarden. De wereld is niet zwart-wit, maar als je dat wel als uitgangspunt neemt, houd je ook de kloof in stand. Als je oprecht geïnteresseerd bent in een betere wereld, moeten we dat zwart-witdenken loslaten.

💡 Hoe je affectieve bruggen kunt bouwen met je eigen kwaliteiten, kun je leren met onze Hero Lift. Het kost je tien minuten en we gaan je niet spammen. Je vindt het hier:

heroprofiler.nl/lift

Deugdpronken versterkt affectieve polarisatie

Er heerst een hardnekkig idee dat we in de oudheid leefden in kleine, nomadische en egalitaire stammen, zoals beschreven door Charles Ehin (1995). Ehin suggereerde dat moderne organisaties daarom het best functioneren met kleine teams. Dat idee wordt versterkt door de illustratie dat het aantal communicatielijnen explosief toeneemt als een team van 7 naar 10 mensen groeit (zie afbeelding). Dat klinkt overtuigend, maar te simpel.

➡️ Romantiek vs realiteit

Kleine, nomadische en egalitaire stammen (hebben) bestaan, maar samenlevingen waren veel diverser: van 12 tot 250 leden. Volgens Singh & Glowacki (2021) zijn er bovendien archeologische aanwijzingen voor samenwerking tussen duizenden mensen tegelijkertijd in de oudheid.

Daarmee valt de aanleiding voor de aanbeveling grotendeels weg. Onze kennis over samenwerking en coördinatie is bovendien sterk toegenomen. Ook doen we nu ander werk, dat soms beter door grote teams kan worden uitgevoerd. We moeten kritisch blijven als evolutionaire vondsten worden gezien als bewijs voor een potentiële mismatch. Zulke vondsten geven waarschijnlijk een beperkt beeld van wat echt heeft plaatsgevonden.

Ook de illustratie van communicatielijnen is twijfelachtig. Die suggereert dat je met iedereen in je team even intensief moet communiceren. Dat is zelden het geval. Het ontkracht niet dat klein teams wel beter kunnen functioneren. Hoe groter het team, hoe makkelijker mensen hun luiheid kunnen verbergen.

➡️ Echt bewijs

Er zijn echter experimenten, zoals dat van Mao (2016). Daarin werden 47 teams samengesteld van 1, 2, 4, 8, 16 en 32 deelnemers. Zij kregen drie taken: (1) relevante tweets over schade identificeren, (2) event-records aanmaken met type en geolocatie, en (3) rapporten verifiëren of corrigeren. Teamleden konden overleggen via een chatroom, elkaar en tweets taggen.

De bevindingen waren dat de productiviteit toenam naarmate teams groter werden. Sociale luiheid nam eveneens toe, maar uitte zich vooral in de keuze voor minder cognitief belastende taken. Een financiële beloning had geen effect. Teams van 16 en 32 deelnemers waren het productiefst, omdat coördinatie meer impact had door minder dubbel werk en fouten.

💡 Conclusie

Hoewel de productiviteit per persoon in kleine teams hoger lag, was de totale productiviteit in grote teams hoger. Daar zijn ook in de oudheid aanwijzingen voor. Efficiëntie heeft dus meer te maken met taakcomplexiteit, rolverdeling en coördinatie dan met een romantisch beeld van kleine, nomadische en egalitaire stammen uit de oudheid.

🔎 Meer leren

In onze nieuwsbrief VisieVitaal werd dit onderwerp besproken. In de aankomende nieuwsbrief is het onderwerp: Coachen als basis voor een mensgerichte organisatie. Je ontvangt dan meteen ook de vorige nieuwsbrief over evolutietheorie in de werkomgeving.

chivo.nl/nieuwsbrief

In onze opleiding vitaliteitskundige (chivo.nl/ovk) vertalen we wetenschappelijke theorie naar de praktijk.

chivo.nl/ovk

Effectieve Teams hoeven niet altijd klein te zijn

De subjectieve sociale status (SSS) en de psychologische basisbehoeften (PBB) leven in aparte academische werelden. Wij hebben ze samengebracht.

🔎 Subjectieve sociale status

Met de subjectieve sociale status (SSS) geef je aan op welke trede van de maatschappelijke ladder je jezelf inschat. Als die algemeen laag is, of lager dan die van anderen met een vergelijkbare opleiding, inkomen en beroep, dan is dat een onafhankelijke voorspeller van fysieke en psychische gezondheidsklachten. De denkbeeldige ladder heeft tien treden. Het SCP rapporteert een mediaan van 7 (visuele inspectie) voor Nederland, en dat komt overeen met onze steekproef.

🔎 Datacollectie

Wij vermoedden dat de SSS samenhangt met de bevrediging van psychologische basisbehoeften (PBB), maar konden dit in de literatuur niet terugvinden. We hebben dit daarom laten meelopen in een andere datacollectie met ruim 600 deelnemers.

💡 Resultaat

In de scatterplot (afbeelding) zie je de samenhang tussen de SSS en de PBB als index. Die laatste betekent dat we de drie PBB’s plus onze kandidaat-behoefte rechtvaardigheid hebben gemiddeld. Dat kan omdat de PBB’s overlap met elkaar vertonen en ook als unidimensioneel construct kunnen worden gehanteerd.

Dit zijn cross-sectionele data en de samenhang is middelsterk tot sterk. De PBB-bevredigingsindex verklaart ongeveer 26% van de variantie in SSS-ladderscores. Dat is substantieel voor psychosociale data. Correctie voor opleidingsniveau en geschat inkomen (SES_WOA) heeft geen noemenswaardig effect. De samenhang blijft robuust.

💡 ODDs

Bij een stijging van 0,5 punt op de PBB-bevredigingsindex worden de odds om in een hogere SSS-laddercategorie te vallen ongeveer 3,8 keer zo groot. Hogere PBB-bevrediging vergroot dus de odds (kansen) om in een hogere SSS-categorie te vallen, over de hele ladder heen. Het is daarmee een globale ordinale effectmaat. Die samenhang is overtuigend.

💡 Eigentijdse ongelijkheid

In Nederland zijn er volgens het SCP twee groepen met een SSS van 4,5 (precariaat) en 4,9 (onzekere werkenden). Samen gaat het om 2,2 miljoen mensen. Zij zijn oververtegenwoordigd bij de PVV en DENK. Het zijn ook de twee groepen waarvan de meerderheid vindt dat de overheid te weinig voor hen doet, en waarvan het grootste deel stelt dat het de verkeerde kant opgaat met Nederland.

🔎 PBB als interventie?

Als de PBB daadwerkelijk (deels) de lage SSS veroorzaken, dan is daar zowel met vaardigheden als met de juiste ondersteuning iets aan te doen. Dat kan een posiitief effect hebben op de fysieke en psychische gezondheid. Wij hebben verschillende steekproeven lopen, ook met interventies. Als we daar te zijner tijd iets over kunnen melden, dan zullen we dat doen. Maar voor nu is het voor ons belangrijk om duidelijk te maken dat er een samenhang is tussen SSS en PBB.

Subjectieve sociale status en psychologische basisbehoeften