Skip to main content

Het probleem met kleurentesten is niet dat je in hokjes gestopt wordt, want dat gebeurt toch wel. Het probleem is dat deze hokjes van waaibomenhout zijn gemaakt en bij het minste of geringste zuchtje wind in elkaar storten.

💡 Mensen denken in hokjes

Het anti-hokjesargument is invalide, want hokjes zijn psychologisch nu eenmaal in lijn met het idee van sociale categorisatie theorie, attributietheorie, schematheorie, etc. Zelfs met vijf of zes ‘onafhankelijke’ trekken zullen mensen zichzelf of anderen blijven stereotyperen. Uitspraken als ‘Ik ben nu eenmaal introvert’, ‘Dat is een stresskip’, ‘echte doorzetter’ en wat dacht je van 'narcist', blijven veelgehoorde uitspraken op de werkvloer.

Zolang mensen, zoals wij, die serieuze persoonlijkheidsmodellen promoten dit niet erkennen, zullen ze nooit echte impact maken op de werkvloer. Dat is onze ervaring in de ‘loopgraven’, maar dit blijkt ook uit onze kwalitatieve interviews met HR, MT leden en werknemers. Er is simpelweg geen draagvlak bij de eindgebruiker voor presentaties van vijf- of zes factoren, laat staan 24 tot 30 onderliggende facetten. Dat typologie iets toevoegt, werd zelfs door Robert McCrae (ontwikkelaar NEO-PI-R) erkend in 1989.

💡 Blends voorspellen meer

Een tweede probleem blijft dat trekken elkaar in de echte wereld beïnvloeden en dat profielen op basis van twee of meer trekken altijd een groter deel van het effect verklaren. Anders gesteld: een persoonlijkheidsmodel hanteren als afzonderlijke trekken doet de werkelijkheid ook gewoon geweld aan.

💡 Voorbij de kritiek

Het blijven bekritiseren van kleurentesten is vermakelijk — ik doe er al jaren aan mee — maar het brengt ons niet dichter bij een oplossing. De enige manier om dat te doen, is ervoor zorgen dat deze modellen aansluiten bij de geleefde werkelijkheid van de eindgebruiker.

🔎 Meer leren

In het najaar lanceren we onze tweede generatie Hero Profilers, die best evidence combineren met best practice. Wil je daarvan op de hoogte gehouden worden? Schrijf je dan in voor de nieuwsbrief Hero Stories.

heroprofiler.nl/stories

Wil je echt impact maken met wetenschappelijke persoonlijkheidsmodellen in de praktijk? Dan leren we je dat in de opleiding Vitaliteitskundige, waarin we zelfs verder gaan en het McAdams-model verantwoord hebben omgezet tot een concrete aanpak.

chivo.nl/ovk

Wat is waardevol aan kleurentesten

Als we Aristoteles’ begrip van eudaimonia goed interpreterem, dan gaat het niet simpelweg om geluk, maar om menselijk floreren: een actief en deugdzaam leven, geleid door praktische wijsheid, binnen een gemeenschap waarin mensen in vrijheid en met wederkerigheid bijdragen aan het goede leven van zichzelf en anderen.

Voorstel zes dimensies eudaimonia

Hoewel wij geen formele analyses hebben gevonden waarin alle bouwstenen systematisch worden besproken, zou ik eudaimonia voorlopig verdelen in zes dimensies:

  1. Praktische wijsheid (phronesis)
  2. Deugdzaam handelen (aretê)
  3. Doelgerichtheid of menselijke bestemming (telos)
  4. Actieve ontplooiing en karaktervorming (energeia / hexis)
  5. Relationele verbondenheid (philia)
  6. Morele standvastigheid en zelfbeheersing (karteria / enkrateia)

Deze dimensies vangen vermoedelijk niet de volledige betekenis van eudaimonia, maar ze brengen wel belangrijke filosofische en psychologische componenten samen.

Vrijwilligheid en de zelfdeterminatietheorie

Een vaak onderschat onderdeel is vrijwilligheid. Goed handelen krijgt morele waarde wanneer het niet slechts uit dwang, gewoonte of externe beloning voortkomt, maar uit bewuste keuze. Bij Aristoteles raakt dit aan prohairesis: het weloverwogen kiezen van het goede omwille van het goede.

De zelfdeterminatietheorie kan worden gelezen als een moderne psychologische uitwerking van eudaimonische intuïties. De basisbehoeften verklaren hoe mensen zich gezond ontwikkelen, regulatiesystemen beschrijven hoe waarden worden geïnternaliseerd, en intrinsieke aspiraties laten zien welke doelen bijdragen aan floreren. Samen kunnen deze processen leiden tot een meer prosociale houding.

Interessant is dat eudaimonia, anders dan sommige stoïcijnse opvattingen, erkent dat floreren mede afhankelijk is van externe voorwaarden. Waar Aristoteles spreekt over externe goederen, spreekt de zelfdeterminatietheorie over behoefte-ondersteunende omgevingen.

Of de zes dimensies het meest volledig zijn druven we niet te zeggen, maar we verwelkomen kritiek en aanvullingen op deze veronderstelling. Komende posts zullen elke dimensie meer praktisch uitwerken.

#projecteudaimonie #zesdimensies #floreren

Eudamonie - Zes mogelijke dimensies

Een mooie, gedegen analyse van Jesse Frederik, waarin hij stelt dat de meest plausibele verklaring voor de opkomst van radicaal rechts niet de verschraling van publieke voorzieningen is zoals Catherine de Vries betoogt, maar dat een deel van de burgers daadwerkelijk strenger zijn op migratie, integratie en cultuur volgens de enquetes. De Vries stelt dat je voorzichtig moet zijn met het interpreteren van enquetes.

Het onderbouwen van een plausibelere verklaring vereist veel meer dan een post. Daarom plaats ik de twee standpunten in perspectief en haal ik dieperliggende mechanismen aan die epistemisch coherent zijn, en dus consistent met de kennis die we al hebben.

💡 Gedragsgenetica

Frederik toont terecht aan dat de migrantenattitude al decennia stabiel is.
Dat is geen verrassing, omdat de eerste wet van de gedragsgenetica stelt dat nagenoeg elke psychologische eigenschap een genetische basis heeft, en die is stabiel. Voor rechts autoritarisme is vastgesteld dat ongeveer .50 genetisch is en dat de rest unieke ervaring betreft. Dat betekent dat nul toe te wijzen is aan gedeelde omgeving, zoals opvoeding. Je kunt een primer lezen over het onderwerp.

💡 Unieke ervaring

Het gaat om die unieke ervaring, die mede wordt uitgelokt door omstandigheden. Als je een laag migrantenquotum wilt, ben je dan racistisch? Als je verneemt dat de grenscontroles worden aangescherpt en je ineens een hoger quotum accepteert, zoals wordt vastgesteld in dit onderzoek, ben je dan ineens minder racistisch geworden?

💡 Affectief realisme

Is er dan niet een onderliggende vraag naar veiligheid of controle? Hier zie je een aanwijzing voor waarom De Vries denkt dat antwoorden in enquêtes niet automatisch laten zien wat de echte oorzaak is. Dit is te onderbouwen met affectonderzoek. Als je mensen in een goede of slechte stemming brengt met videomateriaal, beoordelen ze hetzelfde neutrale gezicht als meer of minder vriendelijk, en — nog interessanter — als meer of minder aantrekkelijk.

Volgens Banks & Valentino (2012) kan affect en woede specifiek, inderdaad raciale attitudes activeren, zelfs als de bron van die woede niets met ras of politiek te maken heeft. Dat hebben ze experimenteel aangetoond.

Hoewel er discussie is over de specificiteit van priming, verzwakt dit het kernidee niet. Eigenlijk is het bewijs behoorlijk robuust.

💡 Inkomensongelijkheid

Naast algemeen affectief realisme is economische binnengroep voorkeur ook gericht experimenteel uit te lokken.

💡 Overwegingen

Hoewel we het artikel Frederik kunnen waarderen, heeft de Vries gelijk als ze stelt dat je antwoorden van enquête niet zonder meer kan accepteren, tenzij je die epistemisch coherent interpreteert. Die kennisbasis is er inmiddels en groeiende. Twee podcasts waarin dat meer wordt toelicht, vind je hier:

https://ecosofie.net/152-oorlogstijd-ongelijkheid-en-leiders-die-liegen-met-joris-luyendijk-en-chi-lueng-chiu/
https://www.emerce.nl/interviews/chi-lueng-chiu-over-affectieve-polarisatie-podcast-made-in-europe

Waarom stemmen mensen radicaal rechts?

Het economisch-filosofische kader Capabilities Approach (CA) blijkt het welbevinden van mensen vooral te beïnvloeden via de psychologische basisbehoeften (Bradshaw, et al 2026).

Capabilities approach in een notedop

Amartya Sen introduceerde de CA, waarin rechtvaardigheid beoordeeld moet worden op basis van de reële vrijheden van mensen om waardevolle levens te leiden, niet alleen op basis van de verdeling van hulpbronnen. Daarvoor ontving hij de Nobelprijs voor de economie in 1998.

➡️ Capabilities zijn reële, substantiële vrijheden — niet alleen formele rechten of hulpbronnen — die mensen in staat stellen levens na te streven die zij waardevol achten.

Capabilities

Sen specificeerde de capabilities zelf niet, maar de filosoof Martha Nussbaum gaf dat wel invulling met tien capabilities, gebaseerd op het werk van Aristoteles, waaronder lichamelijke gezondheid, lichamelijke integriteit, emoties en gehechtheid, enzovoort. Dit wordt gemeten met de OCAP-18. Dat meetinstrument kent echter verschillende problemen, waaronder een overlap met uitkomstmaten zoals welbevinden. Een heranalyse (EFA) leidde tot twee belangrijkste factoren, namelijk:

👉 Vrijheid van expressie
👉 Vrijheid tegen discriminatie

Het onderzoek

Drie populaties (Amerikanen, Australische inheemse en Australische niet-inheemse bevolking) vulden diverse vragenlijsten in over capabilities, psychologische basisbehoeften en welbevinden. De onderzoekers onderzochten drie paden:

  1. Capabilities → welbevinden (direct)
  2. Basisbehoeften → welbevinden (direct)
  3. Capabilities → basisbehoeften → welbevinden (indirect)

Daaruit trokken ze de conclusie dat het effect van capabilities → welbevinden (1), na aftrek van basisbehoeften → welbevinden (2), nagenoeg nul is. Dat geldt voor zowel floreren (welbevinden, vitaliteit) als degenereren (depressie, angst). Die eerste was al eerder vastgesteld in 2016.

Belangrijke conclusies

💡 Anders gesteld: capabilities hebben pas effect op het welbevinden wanneer ze de basisbehoeften bevredigen.

💡 Capabilities geven je een idee van wat je zou kunnen aanpassen, terwijl de psychologische basisbehoeften je vertellen of het daadwerkelijk effect heeft.

💡 Het is daarom zinvol om de psychologische basisbehoeften te meten als surrogaateindpunt, en daarom noemen wij ze ook psychomarkers (naar analogie van biomarkers).

💡 Ook belangrijk is om te erkennen dat psychologie geen individuele kwestie is, maar ook van toepassing is op sociologie, economie en politicologie.

💡 Wij pleiten al heel lang om de best-of-breed psychologische constructen te harmoniseren tussen de gammawetenschappen.

Het belang van motivatiewetenschap en de zelfdeterminatietheorie in het bijzonder voor de samenleving is onmiskenbaar, gezien de consistente samenhang met motivatie, welbevinden en prestaties. Ik zou zelfs willen beweren dat het negeren ervan onethisch is.

Meer leren hoe je dit in de praktijk inzet kun je in onze module Toegepaste Ethiek (chivo.nl/mte), onderdeel van de opleiding tot vitaliteitskundige (chivo.nl/ovk).

#vitaliteit #motivatiewetenschap #capabilitiesapproach

Capabilities approach werkt via psychologische basisbehoeften

Zijn sterke relaties (communion) of ervaren controle en effectiviteit (agency) de sterkste voorspellers van welbevinden? Volgens de beroemde Harvard Study of Adult Development draait het om de eerste, maar zij hebben agency nooit gemeten.

De Big Two

Agency en communion worden beschouwd als twee fundamentele psychologische dimensies. Er zijn verschillende definities, maar wij hanteren de crossculturele variant waarin agency wordt gedefinieerd als competent en energiek, en communion als warmte en moraliteit.

Het is opvallend hoe goed verschillende constructen – zoals persoonlijkheid, behoeften en waarden – langs deze twee lijnen te organiseren zijn. Niet alleen conceptueel, maar ook statistisch. Wij beschouwen het als een overkoepelend raamwerk.

Belang van agency

Op basis van een 13 jaar durend longitudinaal onderzoek met 22.980 volwassenen (Vella Brodek, et al 2022) werd met vier metingen vastgesteld dat binnen de persoon emotioneel welbevinden en agency (het gevoel van regie over het eigen leven) elkaar wederzijds voorspellen en dat beide constructen toekomstige sociale verbondenheid significant voorspellen.

Communion

Sociale verbondenheid is daarentegen, wanneer gecontroleerd wordt voor welbevinden en agency, geen significante voorspeller van toekomstig emotioneel welbevinden of agency.

Het zelfdeterminatieperspectief

Dit betekent niet dat communion onbelangrijk is. Sociale verbondenheid is immers een psychologische basisbehoefte. Ryan en Deci benadrukken dat de bevrediging van autonomie en competentie het meest direct appelleren aan intrinsieke motivatie (proximaal), terwijl sociale verbondenheid distaal is.

Op het niveau van stabiele persoonsverschillen zijn alle drie de factoren sterk en positief met elkaar verbonden. De resultaten suggereren dat het cultiveren van welbevinden en agency de meest effectieve voorwaarde is voor duurzame sociale verbondenheid, waarbij agency een sterkere voorspeller is dan sociale verbondenheid.

Autonome regulatie

Binnen de ZDT stelt men dat we regelmatig succeservaringen moeten hebben uit stimulerende activiteiten. Wat we stimulerend en succesvol vinden, is individueel bepaald. Dat leidt tot autonome regulatie en hangt consistent samen met welbevinden en (werk)prestaties.

De agency-paradox

In een wereld met ongekende mogelijkheden zien we in de praktijk vooral verlies van autonomie. Vrijwilligheid vereist vrijheid (en dus controle en sturing) en het begrip van wat men echt wil. Waar leer je wat je echt wilt? Dat is noodzakelijk voor autonome regulatie. Meer mogelijkheden maken dit moeilijker. Gaat het minder goed? Dan is de vraag: gebrek aan communion of verlies van agency?

Meer leren? Module Identiteitsontwikkeling: chivo.nl/mio (onderdeel opleiding Vitaliteitskundige: chivo.nl/ovk).

Persoonlijkheidsmodellen zoals de Big Five en HEXACO zijn in de praktijk te abstract en daardoor weinig populair; dat is althans onze ervaring. Dat gaan we oplossen met HeroCore.

Nagenoeg alle eigenschappen die behoren tot de persoonlijkheid blijken uit psycholexicaal onderzoek onder te verdelen in twee dimensies, namelijk:

  • Vooruitstrevend
  • Verbindend

Je kunt zowel laag als hoog scoren op één of beide dimensies. Daarnaast kun je deze ook actief remmen of blokkeren; dat zijn respectievelijk de tegenpolen voorzichtig en verzettend.

Prototypen

De twee assen leveren vier prototypen op, die je kunt beschouwen als categorieën:

👉 Veroveraar (verzettend en vooruitstrevend)

👉 Bouwer (vooruitstrevend en verbindend)

👉 Bewaker (voorzichtig en verbindend)

👉 Overlever (voorzichtig en verzettend)

Deze namen zijn geïnspireerd op de STOA (Situatie-Trek-Opbrengst-Activatie) uit de evolutionaire persoonlijkheidspsychologie. Dat is het idee dat eigenschappen uit het HEXACO-persoonlijkheidsmodel, waarop HeroCore is gebaseerd, zijn ontstaan omdat ze onder bepaalde omstandigheden voordelen opleveren. Het is dus geen vervanging van HEXACO, maar een toegankelijke presentatie van HEXACO. Het meetinstrument is echter wel specifiek voor dit doel ontwikkeld.

Circumplex

De vier prototypen staan in een circumplex, en dat is een continuüm. Het zijn dus niet vier typetjes, maar de hoogst scorende positie binnen 360 graden van de cirkel. Daarnaast heb je scores op alle vier de prototypen, omdat een circumplex samenhangend is. Je kunt dus niet hoog scoren op bouwer én overlever, want die staan haaks op elkaar.

De percentages van alle prototypen tellen echter niet samen op tot 100 procent, omdat elk percentage is afgezet tegen een referentiegroep. Je zit dus op, boven of onder het 50e percentiel ten opzichte van de norm.

Robuuste psychometrie vertaald naar alledaagse psychologie

Robert McCrae, een van de ontwikkelaars van Big Five-meetinstrumenten, schreef in 1989 al dat typologie iets kan toevoegen aan dimensionele persoonlijkheidsmodellen, omdat dit beter aansluit op de dagelijkse psychologie. Mensen beoordelen trekken niet in isolatie, maar in combinatie. Hoog scoren op de trek verdraagzaamheid maakt je vriendelijk (meer naar bewaker), maar in combinatie met extraversie maakt het je warm (meer naar bouwer).

Daarnaast duidt men gedrag ook over tijd. Ja zeggen en nee doen vindt niet plaats in het moment, maar is wel belangrijk in de praktijk. Het kan het gevolg zijn van laag scoren op de combinatie van de trekken consciëntieusheid en emotionele stabiliteit (meer overlever), of consciëntieusheid en integriteit (meer veroveraar). Daarmee introduceren we ook nog eens intentie en motivatie. HeroCore vangt dit allemaal.

Het verdelen van de zes trekken over twee dimensies lijkt vooral nuances te verminderen, maar het zal juist ook nieuwe eigenschappen blootleggen die in de dagelijkse praktijk relevant zijn. Daarnaast zul je zien dat die nuances terugkomen in het uitgebreide rapport.

Wat nu?

De komende tijd zullen we meer vertellen over HeroCore, onderdeel van het meetinstrument Hero Ambition. Deze zal in het najaar beschikbaar zijn via één van de inmiddels 1.000 vitaliteitskundigen die we hebben opgeleid.

Wetenschappelijk

In de eerste generatie ging het om een projectie van de HEXACO-domeinen op een circumplex via SSM, PAF en Procrustes-rotatie. In deze tweede generatie hebben we items per octant ontwikkeld die het continuüm van het circumplex respecteren, maar daarnaast elk octant als onafhankelijke factor (CFA) versterken.

We zullen hier ook wetenschappelijk over publiceren zodra we onze normgroepen verder hebben uitgebreid.

Meer leren

Wil je niets missen? Dan kun je je inschrijven voor de nieuwsbrief Hero Stories.

heroprofiler.nl/stories

Zou je zelf iets willen doen met HeroCore, dan kun je de opleiding tot vitaliteitskundige volgen.

chivo.nl/ovk

Individuele verschillen in emotionele en gedragspatronen – aangeduid als temperament of persoonlijkheid – zijn meetbaar vanaf de vroege kindertijd en voorspellen uitkomsten tot in de volwassenheid. Historisch ontwikkelden temperamentonderzoek (gericht op biologisch beïnvloede verschillen in de vroege jeugd) en persoonlijkheidsonderzoek (empirisch afgeleide constructen via factoranalyse) zich parallel. Rothbarts drie-traitmodel (surgency, negative emotionality, effortful control) en het Five-Factor Model (FFM: openness, conscientiousness, extraversion, agreeableness, neuroticism) zijn in deze publicatie (Katz, et al 2026) geïntegreerd tot een samengevoegde taxonomie (indeling).

Hiervoor is eerst een meta-analyse uitgevoerd van cross-sectionele studies waarin beide zijn gemeten, gevolgd door een replicatieanalyse van de longitudinale ABCD-studie. Het is onmogelijk om de publicatie volledig recht te doen met één post, dus hierbij een opsomming van de belangrijkste bevindingen:

➡️ Internaliserend

Symptomen: piekeren, angstgevoelens, somberheid, huilerigheid, zelfkritiek, gevoelens van waardeloosheid, sociaal teruggetrokken gedrag, emotionele afvlakking, weinig plezier, isolatie, passiviteit, lichamelijke klachten zonder duidelijke medische oorzaak (bijv. hoofdpijn, buikpijn, misselijkheid, duizeligheid).

Samenhang: na correctie voor covariantie met externaliserend gedrag ontstaat een distinct profiel dat primair wordt gedragen door hoog neuroticisme/negatieve affectiviteit (β = .42 in de meta-analyse; β = .24 in de ABCD-replicatie) en lage extraversie/surgency (β = -.37; β = -.47). Dit sluit inhoudelijk aan bij emotionele dysregulatie, prikkelbaarheid en lage positieve emotionaliteit als kernprocessen.

➡️ Externaliserend

Symptomen: vechten, schelden, dreigen, fysieke agressie, pesten, boosheid, opstandigheid, anderen kwetsen, regeloverschrijdend gedrag, liegen, stelen, spijbelen, autoriteit negeren, vandalisme, grenzen overtreden.

Samenhang: na correctie voor internaliserend gedrag ontstaat een duidelijk ander profiel: de sterkste unieke correlaten zijn lage agreeableness (β = -.50) en lage conscientiousness/inspanningscontrole (β = -.46; β = -.44 in ABCD). Dit wijst inhoudelijk op antagonisme, lage empathie, impulsiviteit en disinhibitie als kernmechanismen. Extraversie/surgency wordt na correctie positief geassocieerd (β = .30; β = .16 in ABCD), wat benaderingsmotivatie en sensatiezoeken als relevante processen benadrukt.

Overwegingen

Een enkele trek verklaart slechts een klein tot matig deel van de variantie, vaak minder dan 20 procent. Het combineren van trekken zou dat percentage moeten verhogen, maar dit wordt helaas niet gerapporteerd in de publicatie.

Er ontbreekt bovendien informatie om zelf een schatting te maken, maar de correlaten met andere trekken geven sterke aanwijzingen dat een ‘blend’ een groter deel van de variantie zou verklaren. Profielgebaseerde analyses voegen daarom veel toe.

Opvallend is dat het effect van neuroticisme na correctie nagenoeg verdwijnt voor externaliserend gedrag, terwijl neuroticisme wel externaliserende facetten kent. Dit verklaart mogelijk waarom het CB5-model, waarin neuroticisme samen met agreeableness wordt geplaatst, geen stand houdt. Met HEXACO zijn juist internaliserende en externaliserende componenten gescheiden, wat betere analyses mogelijk zou moeten maken.

De toekomst

Deze analyse ondersteunt het betoog dat dimensionele meetinstrumenten zoals HiTOP en RDoC meer nauwkeurigheid bieden dan categorische classificaties, al maken ze het model ook complexer. Wij combineren beide benaderingen en ontwikkelen hiërarchische dimensionele meetinstrumenten die gebaseerd zijn op hetzelfde fundament, maar per laag meer detail bieden. Ze beginnen op hoog niveau met agency en communion als de ‘Big Two’ en splitsen gedrag vervolgens steeds verder uit.

Vanuit deze Big Two kunnen ook meer psychopathologische constructen worden geïntegreerd, zodat ook dat domein wordt afgedekt. Voor ons is dat noodzakelijk omdat we bij re-integratie te maken hebben met psychopathologie. Dimensionele modellen zoals de Big Five en HEXACO hebben een statistisch orthogonaal karakter dat in de (klinische) praktijk moeilijk herkenbaar is. Wat ons betreft ligt de toekomst in een hiërarchisch dimensioneel model.

Temperament, persoonlijkheidstrekken en psychopathologie

Recent onderzoek van Massachusetts Institute of Technology (MIT) laat zien dat banen helemaal niet op de tocht staan, maar mensen juist kunnen versterken. In plaats van naar banen te kijken, keken de onderzoekers naar taken. Deze zijn per baan geïnventariseerd in het Amerikaanse O*NET en het Europese ESCO. Deze databanken zijn bekend bij mensen die onderzoek doen naar loopbanen en re-integratie. Vervolgens hebben ze 41 LLM’s tekstgerelateerde taken laten uitvoeren en de kwaliteit laten beoordelen door mensen. Ongeveer 11 procent van de taken haalt een minimaal niveau.

Dat betekent dus geen vervanging van werknemers, maar eerder de uitbesteding van taken. Dat kan invloed hebben op banen, maar ook op het creëren van nieuwe banen. Mensen die specifiek tekstgerelateerd werk minder goed kunnen, kunnen ineens op minimaal niveau presteren. LLM’s worden niet echt slimmer, want de architectuur staat dat niet toe. De snelle sprong ontstond door de combinatie van drie ontwikkelingen:

  1. Transformer-technologie (2017)
  2. GPU’s (parallelle grafische hardware, oorspronkelijk ontworpen voor gaming)
  3. Cloud computing (gemakkelijk opschaalbare computers op afstand)

Dat leidde tot een sprong in mogelijkheden van 2018 tot 2021. Daarna is de vooruitgang nagenoeg afgevlakt. De verbeteringen bedragen ongeveer 1–2 procent per jaar, tegen enorme kosten. Op dit moment wordt er flink verlies geleden. OpenAI’s ChatGPT maakt veel verlies en Microsoft Copilot kost naar verluidt vijf keer meer dan het oplevert per prompt. Dit betekent dat men moet zoeken naar een ander businessmodel, namelijk betalen per gebruik. Programmeurs doen dat al en geven soms 5.000 tot 20.000 euro per maand uit. Het is dan nog de vraag of er daadwerkelijk veel geld wordt bespaard, omdat bedrijven programmeurs die eerder werden ontslagen vanwege AI opnieuw rekruteren. De rol van programmeurs is echter wel veranderd: meer nadruk op voorafgaand ontwerp en betere nacontrole.

Volgens MIT kan AI mensen zeker versterken, maar niet vervangen. Daarnaast zijn er vijf eigenschappen die mensen bezitten en die niet door AI kunnen worden overgenomen:

  1. Empathie (echte)
  2. Presence (fysieke aanwezigheid)
  3. Originele opinies en oordelen
  4. Creativiteit
  5. Hoop en visie

Gezamenlijk wordt dit samengebracht in het EPOCH-raamwerk. Dit is een set vaardigheden die belangrijk zijn en ontwikkeld kunnen worden.

Met de komst van AI op lokale apparatuur (van laptops tot telefoons) is deze ontwikkeling onvermijdelijk. Leren omgaan met AI is daarom belangrijk: werknemers worden namelijk niet vervangen door AI, maar door werknemers die met AI kunnen omgaan.

Neemt AI onze banen over?

Leidt sociale media tot politieke polarisatie of spelen onderliggende factoren een grotere rol? Dit onderzochten wetenschappers via panelonderzoek in 30 landen (Bor A, et al 206).

De studie laat zien dat online politieke vijandigheid structureel hoger is in landen met minder democratische vrijheden en grotere economische ongelijkheid. Belangrijkste bevindingen:

👉 Democratie: Een toename van 1 standaarddeviatie in de Liberal Democracy Index hangt samen met 5 procentpunt minder online politieke vijandigheid, wat overeenkomt met ongeveer 0,71 standaarddeviatie verschil tussen landen.

👉 Ongelijkheid: Een toename van 1 standaarddeviatie in inkomensongelijkheid (Gini) hangt samen met 3 procentpunt meer online politieke vijandigheid, overeenkomend met ongeveer 0,39 standaarddeviatie verschil tussen landen.

👉 Armoede: Een toename van 1 standaarddeviatie in armoede hangt samen met 3 procentpunt meer online politieke vijandigheid, maar dit effect verdwijnt wanneer gecontroleerd wordt voor democratie en ongelijkheid

Naast deze macrofactoren spelen individuele factoren een belangrijke rol:

👉 Offline vs. online: Er is een sterke samenhang tussen offline en online vijandigheid (β = 0,77), wat erop wijst dat vijandigheid grotendeels een stabiel individueel kenmerk is dat zich in beide contexten uit. Het probleem is dus niet zozeer sociale media.

👉 Statusgedreven risiconeming: Personen die risico’s nemen om status te verkrijgen vertonen duidelijk meer online vijandigheid (β = 0,32). Dit effect is robuust en komt in alle onderzochte landen naar voren.

👉 Demografie: Jonge mannen (18–34 jaar) zijn consequent de meest vijandige groep. In minder democratische landen is deze groep relatief groter, wat bijdraagt aan hogere gemiddelde niveaus van online vijandigheid.

Online vijandigheid hangt dus sterk samen met offline gedrag en lage verdraagzaamheid. Opvallend is dat statusgerichtheid een nog sterkere voorspeller is, vooral bij jonge mannen. Dit effect lijkt sterker in minder democratische contexten en er is veel bewijs dat frustratie van psychologische basisbehoeften daarin een rol spelen (Bradshaw E, et al 2022).

Belangrijke inzichten:

💡 Verminder ongelijkheid en versterk democratische structuren om vijandigheid te beperken.

💡 Ondersteun jonge mannen bij het vervullen van psychologische basisbehoeften.

Meer leren kan in onze module Toegepaste Ethiek (chivo.nl/mte) en Identiteitsontwikkeling (chivo.nl/mio), onderdeel van de opleiding vitaliteitskundige (chivo.nl/ovk)

Socio-economische factoren online politieke polarisatie

Er staan weer nieuwe examendata online.

Inschrijven kan hier:
https://chivo.nl/praktijkexamen/