Skip to main content

Waarom stemmen mensen radicaal rechts?

Een mooie, gedegen analyse van Jesse Frederik, waarin hij stelt dat de meest plausibele verklaring voor de opkomst van radicaal rechts niet de verschraling van publieke voorzieningen is zoals Catherine de Vries betoogt, maar dat een deel van de burgers daadwerkelijk strenger zijn op migratie, integratie en cultuur volgens de enquetes. De Vries stelt dat je voorzichtig moet zijn met het interpreteren van enquetes.

Het onderbouwen van een plausibelere verklaring vereist veel meer dan een post. Daarom plaats ik de twee standpunten in perspectief en haal ik dieperliggende mechanismen aan die epistemisch coherent zijn, en dus consistent met de kennis die we al hebben.

💡 Gedragsgenetica

Frederik toont terecht aan dat de migrantenattitude al decennia stabiel is.
Dat is geen verrassing, omdat de eerste wet van de gedragsgenetica stelt dat nagenoeg elke psychologische eigenschap een genetische basis heeft, en die is stabiel. Voor rechts autoritarisme is vastgesteld dat ongeveer .50 genetisch is en dat de rest unieke ervaring betreft. Dat betekent dat nul toe te wijzen is aan gedeelde omgeving, zoals opvoeding. Je kunt een primer lezen over het onderwerp.

💡 Unieke ervaring

Het gaat om die unieke ervaring, die mede wordt uitgelokt door omstandigheden. Als je een laag migrantenquotum wilt, ben je dan racistisch? Als je verneemt dat de grenscontroles worden aangescherpt en je ineens een hoger quotum accepteert, zoals wordt vastgesteld in dit onderzoek, ben je dan ineens minder racistisch geworden?

💡 Affectief realisme

Is er dan niet een onderliggende vraag naar veiligheid of controle? Hier zie je een aanwijzing voor waarom De Vries denkt dat antwoorden in enquêtes niet automatisch laten zien wat de echte oorzaak is. Dit is te onderbouwen met affectonderzoek. Als je mensen in een goede of slechte stemming brengt met videomateriaal, beoordelen ze hetzelfde neutrale gezicht als meer of minder vriendelijk, en — nog interessanter — als meer of minder aantrekkelijk.

Volgens Banks & Valentino (2012) kan affect en woede specifiek, inderdaad raciale attitudes activeren, zelfs als de bron van die woede niets met ras of politiek te maken heeft. Dat hebben ze experimenteel aangetoond.

Hoewel er discussie is over de specificiteit van priming, verzwakt dit het kernidee niet. Eigenlijk is het bewijs behoorlijk robuust.

💡 Inkomensongelijkheid

Naast algemeen affectief realisme is economische binnengroep voorkeur ook gericht experimenteel uit te lokken.

💡 Overwegingen

Hoewel we het artikel Frederik kunnen waarderen, heeft de Vries gelijk als ze stelt dat je antwoorden van enquête niet zonder meer kan accepteren, tenzij je die epistemisch coherent interpreteert. Die kennisbasis is er inmiddels en groeiende. Twee podcasts waarin dat meer wordt toelicht, vind je hier:

https://ecosofie.net/152-oorlogstijd-ongelijkheid-en-leiders-die-liegen-met-joris-luyendijk-en-chi-lueng-chiu/
https://www.emerce.nl/interviews/chi-lueng-chiu-over-affectieve-polarisatie-podcast-made-in-europe

Waarom stemmen mensen radicaal rechts?