Hiërarchische samenleving door middelenconcentratie in de oudheid
Het romantische idee dat we in de oudheid in democratische egalitaire samenlevingen leefden, is in strijd met de antropologische en archeologische literatuur. Zulke samenlevingen bestaan wel, maar er bestaan ook sterk hiërarchische gemeenschappen. Deze onderzoekers (Smith & Codding 2021) onderzochten hoe deze verschillen ontstaan.
💡 Hiërarchie-index
Daarvoor ontwikkelden de auteurs een hiërarchie-index, gebaseerd op drie factoren:
A. ongelijke voedselverdeling
B. rangorde binnen verwantschapsgroepen
C. aanwezigheid van slavernij
Elke factor levert één punt op. Tel je die punten op, dan zie je op de kaart van de Noord-Amerikaanse westkust dat het aantal punten per gebied verschilt. De index is gebaseerd op ecologische en culturele verslagen. Hoe noordelijker, hoe meer ongelijkheid. De samenhang tussen deze factoren bleef na statistische analyse overeind.
💡 Middelenconcentratie
De vraag is natuurlijk waarom het noorden meer ongelijkheid kent. Op basis van de verslagen blijkt een terugkerend thema: middelenconcentratie. Plaatsen waar middelen overvloedig aanwezig waren, zoals zalm, en bovendien goed verdedigbaar waren, ontwikkelden vaker samenlevingen waarin ongelijkheid de norm werd. Op locaties waar middelen juist verspreid waren over een groter gebied, ontstonden vaker egalitaire verhoudingen. Daarmee is nog geen oorzakelijk verband aangetoond.
💡 Machtconcentratie vergroot ongelijkheid
Er zijn veel theorieën, ondersteund door bewijs, dat mensen behoefte hebben aan zelfbeschikking. Er is ook bewijs dat mensen niet per se moeite hebben met hiërarchie, mits die als rechtvaardig wordt ervaren. Wij noemen dit rolhiërarchie op basis van gelijkwaardigheid. Er lijkt een verband te bestaan tussen middelenconcentratie, machtsconcentratie en ongelijkheid. Dit wordt vaker geconstateerd en is een van de redenen waarom we marktmonopolisten niet accepteren.
💡 Competitie
Is elke vorm van hiërarchische organisatie dan verkeerd? Daar zijn geen aanwijzingen voor, omdat mensen nu eenmaal verschillen en sociaal flexibel zijn. De een vindt regels afschuwelijk, terwijl een ander er juist duidelijkheid en rust aan ontleent. Slavernij is van een andere orde, omdat duidelijk is dat die de fysieke en mentale gezondheid aantast. Daarom zijn pluriformiteit en competitie van belang als algemeen principe, zodat mensen kunnen ontdekken waar ze zich thuis voelen. Dat kan binnen een team, organisatie of samenleving. Daarvoor moet vrijheid van mobiliteit bestaan.
💡 Wat kunnen we hiervan leren?
Het romantische idee dat we in kleine egalitaire samenlevingen zijn geevolueerd, is in strijd met de literatuur. DNA-onderzoek laat bovendien duidelijke mobiliteit tussen samenlevingen zien. De literatuur beschrijft ook vrijwillige mobiliteit en onderstreept daarmee sociale flexibiliteit. Pluriformiteit en toegang zijn daarom de norm: mensen moeten zelfbeschikking ervaren in hun keuze voor de organisaties en samenlevingen waarin ze willen wonen en werken.
