Skip to main content

We moeten meer verbinden, zo is de boodschap, want ontkerkelijking / neoliberalisme / individualisme / sociale media, etc. Dat is niet wat het beste bewijs je vertelt en het is ook niet het overgrote deel van de praktijk. Ja, natuurlijk zijn er mensen die gebrek aan verbinding hebben, maar de meeste hebben een frustratie van hun autonomie. Ik zal dat illustreren aan de hand van onderzoek over lockdowns en het effect op jongeren.

Zo hebben onderzoeken van Costa et al., 2022, en Cantarero et al., 2021, laten zien dat sociale verbondenheid via digitale middelen niet alleen kan worden onderhouden, maar zelfs kan toenemen.

Een gebrek aan autonomie daarentegen blijkt duidelijk depressie en angstgevoelens te voeden, zoals Schwinger et al., 2020, en Vermote et al., 2022, hebben aangetoond.

Een Portugees onderzoek is met name interessant omdat de gevoelens van eenzaamheid uitsluitend omgekeerd correleerden met competentie.

Het idee is dat er een gebrek is aan sociaal vergelijk. Men krijgt vaak te horen dat je niet moet vergelijken, maar sociaal vergelijken is cruciaal voor onze ontwikkeling. Als je iemand iets ziet doen wat jij ook graag wilt, dan doe je het na. Op dat moment zie je meteen op welk niveau je zit en ga je aan de slag om dat gat te dichten. Je ontwikkelt je door sociaal vergelijken, en dat is precies wat er ontbrak. Dat leidde tot frustratie van competentie en daarmee eenzaamheid.

Dit geldt ook voor sociale media. Het is bij uitstek een markt voor vergelijking en veel jongeren vinden het inspirerend. We zien echter dat ongelukkige mensen juist langer actief blijven op sociale media en daar ongelukkiger van worden. Het is omgekeerde causaliteit.

Dit betekent dus niet dat verbinding onbelangrijk is, maar het idee dat daar juist het probleem schort is in strijd met alles wat we nu weten. Relaties en autonomie zijn beiden belangrijk, omdat beiden psychologische basisbehoeften zijn, evenals competentie. Het gebrek aan zorgvuldigheid, is de reden waarom competentie frustratie wordt aangezien als eenzaamheid en waarom we gebrek aan autonomie, hetgeen leidt tot een antisociale attitude, aanzien voor gebrek aan verbinding.

Dat gaat niet opknappen door het te verhullen met vage containerbegrippen zoals zingeving. En als het gaat om 'We are one', dan is het zeker zo dat we op verschillende niveaus met elkaar verbonden zijn, maar het betekent niet dat verbondenheid de enige psychologische basisbehoefte is. Wij zouden mensen begeleiden met het ontdekken hoe zij de psychologische basisbehoeften op hun authentieke manier kunnen bevredigen.

Hoe je mensen daarmee kunt helpen, leer in onze los te volgen module Veranderkunde / Identiteitsontwikkeling, onderdeel van de opleiding Vitaliteitskundige die beiden weer starten in mei.

Is ultrabewerkt voedsel verslavend? In dit onderzoek (Darcy VL et al 2025) met 50 deelnemers werd dit onderzocht met suiker- en vetrijke milkshakes. Dat zou een ware dopaminewaterval moeten opleveren, maar er volgde droogte.

De meeste van dit soort onderzoeken hebben minder dan 15 deelnemers, en dit onderzoek is met 50 deelnemers redelijk groot. De deelnemers werden 3 tot 5 dagen op een dieet gezet om een goede vergelijking te kunnen maken. Ze werden na het vasten gemeten met een PET-scan en binnen 30 minuten na het consumeren van de milkshake. Wat waren de vijf resultaten?

  1. Geen significante dopamine-respons

De gemiddelde post-ingestieve striatale dopamine-reactie was niet significant verschillend van de baseline (D2BP voor en na milkshake: p = 0.616).

  1. Geen correlatie met adipositas

BMI (r = 0.076, p = 0.51) en lichaamsvetpercentage (r = 0.16, p = 0.28) waren niet significant gerelateerd aan de dopamine-reactie.

  1. Variabiliteit in individuele reacties

Sommige deelnemers vertoonden wel een dopamine-respons, mogelijk beïnvloed door perceived hunger en hedonische reacties op de milkshake.

  1. Voorspelling van eetgedrag

De mate van post-ingestieve dopamine-reactie was geassocieerd met de hoeveelheid ultra-verwerkte koekjes die werden geconsumeerd tijdens een latere maaltijd. Dat effect was echter niet significant.

  1. Dopamine-respons

Bij 29 van de 50 deelnemers met een dopamine-afname (de "responders") daalde de D2-receptor bindingspotentiaal (D2BP) met gemiddeld 4,3%, wat duidt op een verhoogde dopaminevrijgave.

Als suiker gelijk zou staan aan cocaïne (een nogal populair vergelijk), dan is het goed om te weten dat een afname in D2BP van 10-15% wordt gevonden bij cocaïne, afhankelijk van dosis en toediening. Dat is een aanzienlijk verschil.

Daarnaast steeg bij 21 deelnemers (de "niet-responders") de D2BP gemiddeld met 8,5% ten opzichte van de vastende toestand. Dit betekent dat er minder dopamine werd vrijgegeven dan verwacht na de consumptie van de ultra-verwerkte milkshake. Er waren dus stijgers en dalers!

Conclusie

Er was helaas geen controlegroep, maar op basis van de beschikbare kennis is er weinig reden om aan te nemen dat ultrabewerkt voedsel een verslavend effect heeft. In ieder geval niet verklaart vanuit het dopaminemechanisme. De mensen die dat gedrag vertonen (volgens de YFAS 2) blijken nauwelijks te onderscheiden van mensen met eetstoornissen. Het is dus de vraag of die mensen niet anders geholpen moeten worden.

Als je mensen wilt helpen om hun gewicht onder controle te krijgen wat betreft voeding, dan kun je de module Healthcoach volgen.

Ultrabewerkt voedsel leidt niet tot dopaminetsunami

Chief BS-bestrijding Richard Engelfriet, schreef in 2016 het advies om geen geld te verspillen aan pseudowetenschappelijke testen, aangezien zijn neefje van zes net zo betrouwbaar kan voorspellen.

Toevoegingen die niet in het artikel staan:

👎Insights Discovery & MBTI

Deze hebben dezelfde oorsprong, namelijk de drie trekken van Carl Jung, waarna er later nog een vierde is bij verzonnen. Een trek heeft twee polen, zoals: warm en koud. Het probleem met trekken van Jung is dat het valse tegenstellingen bevat, zoals: denken en voelen. Als je hoog scoort op het ene, dan moet je laag scoren op het andere. Je bent dus óf een denker óf iemand die intens voelt. Dat is natuurlijk absurd, want wie kent nu geen gestresste piekeraars? Dat zijn denkers én voelers, maar volgens deze testen bestaan ze niet — dus sluiten ze niet aan op de praktijk.

👎 DiSC

Deze populaire test staat eveneens vol valse tegenstellingen, zoals taak- of mensgericht. In een wetenschappelijk persoonlijkheidsmodel heb je conscientiëusheid (doelgericht en plichtsgetrouw) en aangenaamheid (vriendelijk en sympathiek) als twee onafhankelijke trekken. Het zijn dus geen tegenpolen. Er bestaan daarom (veel) mensen die redelijk hoog scoren op beiden — en dus zowel betrouwbaar als vriendelijk zijn. Niet volgens DiSC en het heeft in de praktijk dus ook geen enkele betekenis.

👎 Management Drives

Engelfriet vraagt zich af of Clare Graves, de bedenker, daadwerkelijk heeft bestaan. Ik kan bevestigen dat hij bestond, aangezien ik mailcontact (CompuServe) met hem heb gehad over de inzet van zijn waardentheorie in Zuid-Afrika om de stammen te verenigen. Hij gaf toen aan dat hij daar zelf niet zoveel mee te maken had. Anders gesteld: consultants zijn er met zijn werk vandoor gegaan en hebben uiteindelijk Spiral Dynamics bedacht, niet Graves. Ik vind het eerlijk gezegd best lastig dat de naam van Graves geassocieerd wordt met dit soort pseudowetenschappelijke systemen als SD en het daarvan afgeleide Management Drives. Ze misbruiken feitelijk het exploratieve werk van Graves. Waardensystemen zijn belangrijk en er zijn goede, die systematisch van opzet zijn, onafhankelijk, crosscultureel, en empirisch gevalideerd. MD is geen van allen en kun je negeren.

👎TMA (Talent Motivatie Analyse)

TMA staat nog niet in het artikel, maar is in zwang. Het is een sterke-kantenbenadering, maar struikelt — net als de andere systemen — over valse tegenstellingen. Als je niet nauwkeurig bent, dan ben je kennelijk creatief. Serieus? Een categorie als 'Analytisch' ontbreekt, want kennelijk is dat een onbelangrijk talent? Het is incompleet, ongefundeerd en vooral een feel good-test — nogal onderhevig aan hedonistische adaptatie, dus een snel vervliegend positief effect.

Dus raadpleeg het neefje van Engelfriet of als je daadwerkelijk een deep dive wilt dan kun je de opleiding tot vitaliteitskundige volgen, waarin we motivatiewetenschap tot leven wekken..

Nutteloosheid van kleurentesten

Steeds meer jonge artsen in opleiding (residents) raken opgebrand. Ze werken lange dagen, hebben veel verantwoordelijkheid en weinig ruimte om echt tot rust te komen. Deze studie (Neufeld 2025) keek naar een belangrijke vraag: maakt het uit hoe je als persoon met die werkdruk omgaat?

Wat onderzochten ze?

De onderzoekers vroegen aan ruim 240 artsen in opleiding in Canada hoe zij omgaan met druk op het werk, en hoeveel last ze hebben van burn-outklachten zoals uitputting of afstand voelen tot hun werk.

Ze keken naar drie manieren waarop mensen hun werk kunnen beleven:

  1. Autonomie-gericht: je voelt je zelf verantwoordelijk, doet dingen omdat je erachter staat.
  2. Controle-gericht: je doet dingen omdat het moet, of omdat je anders kritiek krijgt.
  3. Amotivatie: je hebt het gevoel dat wat je doet toch geen verschil maakt – je voelt je machteloos.

Wat bleek?

  • Mensen die vooral autonomie-gericht zijn, hebben minder burn-out.
  • Mensen die vooral controle- of amotivatiegericht zijn, hebben meer burn-out.
  • Dit gold voor artsen uit allerlei specialismen.
  • Derdejaars studenten hadden de meeste klachten – waarschijnlijk omdat ze meer verantwoordelijkheden krijgen en moeten solliciteren voor vervolgopleidingen.

Waarom is dit belangrijk?

Het laat zien dat burn-out niet alleen door werkdruk komt, maar ook door hoe je de situatie beleeft. Als je het gevoel hebt dat je invloed hebt, kun je veel beter met stress omgaan. Heb je dat gevoel niet, dan raak je sneller uitgeput of moedeloos.

Beperkingen?

Dit is een cross-sectioneel onderzoek, dus een eenmalige analyse. Het is dus lastig om causaliteit hier aan toe te kennen. Verder wordt er geen onderscheid gemaakt tussen burnout en depressie. De OLBI vragenlijst die is gehanteerd heeft uitputting als primair uitgangspunt en dat komt in meer dan 90 procent van de patienten met depressie voor.

Wat kunnen we ermee?

Opleidingen en ziekenhuizen zouden er goed aan doen om jonge artsen te steunen in hun behoeften. Dat begint bij een cultuur waarin ze mogen meedenken, fouten leren maken en zelf keuzes leren maken. Want hoe mensen zich gedragen, hangt niet alleen van henzelf af – het wordt gevormd door de omgeving.

Motivatie en burnout bij jonge artsen

Seks verkoopt — dat weten marketeers allang. Maar hoe sterk trekken seksuele beelden écht onze aandacht? En: worden mannen daar meer door afgeleid dan vrouwen? De onderzoekers wilden weten:

  1. Of mensen trager worden in simpele taken als er een seksueel beeld in beeld komt.
  2. Of mannen daar sterker door worden afgeleid dan vrouwen.
  3. Of mensen vooral afgeleid raken door beelden van het geslacht dat ze aantrekkelijk vinden.

🧪 Wat deden ze precies?

In twee experimenten vroegen onderzoekers studenten om een eenvoudige taak te doen: zo snel mogelijk kijken of twee lijntjes dezelfde kant op staan. Tegelijk verscheen op het scherm een afleidend plaatje — bijvoorbeeld van een naakte man, vrouw, een koppeltje of iets neutraals (zoals een klok).

De deelnemers mochten het plaatje negeren, want dat had niks met de taak te maken. Maar de onderzoekers wilden juist weten: hoeveel trager word je als dat plaatje seksueel geladen is?


📊 Wat vonden ze?

  • Seks verkoopt… ook bij je hersenen: Zowel mannen als vrouwen werden trager als ze een seksueel beeld zagen, zelfs al hadden ze die niet nodig voor de taak.
  • Mannen iets gevoeliger: Bij erotische beelden van koppels werden mannen duidelijk trager dan vrouwen.
  • Vrouwen: alles is interessant. Vrouwen raakten evenveel afgeleid door mannelijke als vrouwelijke beelden.
  • Mannen: voorkeur telt. In het tweede experiment werden mannen sterker afgeleid door vrouwen dan door mannen — precies wat je zou verwachten bij heteroseksuele mannen.

⚠️ Maar let op...

  • Ondanks duidelijke groepsverschillen, werkte de test slecht voor individueel gebruik. Iemand die vandaag sterk afgeleid raakt, kan morgen heel anders reageren.
  • De proefpersonen waren vooral jonge studenten — dus we weten niet of dit voor iedereen geldt.

🧠 Wat kunnen we hieruit leren?

Seksuele beelden trekken automatisch aandacht, ook als we ons op iets anders proberen te richten. Bij mannen lijkt die aandacht wat meer gericht op hun “voorkeursgeslacht”, terwijl vrouwen wat breder reageren.

Dit zegt iets over hoe onze hersenen onbewust reageren op seksuele prikkels — zelfs als we daar helemaal niet op proberen te letten.

De vraag is of dit aangeboren of aangeleerd is. Een vraag die thuishoort in het vak van gedragsgenetica. Het is opvallend hoe groot het aangeboren deel vaak nog is. Dit is relevant voor motivatiewetenschap en daarom is het een onderdeel van de opleiding Vitaliteitskundige.

Reageren mannen en vrouwen anders op seksuele beelden

De discipline psychologisch kent zes perspectieven en de evolutionaire psychologie is een van deze perspectieven. Wat is de toegevoegde waarde van deze discipline. In deze post worden voor- en nadelen, gevestigde inzichten, onbewezen claims, toekomstige onderzoeksvragen en praktische toepassingen besproken.


✅ Argumenten vóór evolutionaire psychologie

  • Functionele benadering van gedrag: Evolutionaire psychologie onderzoekt waarom bepaalde gedragingen zijn ontstaan, vergelijkbaar met hoe we fysieke kenmerken verklaren. Bijvoorbeeld, pijn motiveert ons om schade te vermijden, en honger stimuleert voedselinname.
  • Sterke empirische ondersteuning: Onderzoek naar sekseverschillen in seksuele voorkeuren, agressie en altruïsme onder verwanten toont consistente patronen die overeenkomen met voorspellingen uit de evolutionaire biologie.
  • Cross-species vergelijkingen: Veel menselijke gedragingen, zoals neiging tot verwantschapsaltruïsme, worden ook bij andere diersoorten waargenomen, wat de evolutionaire basis ervan ondersteunt.

❌ Kritiek en beperkingen

  • "Just-so stories": Sommige critici beweren dat evolutionaire psychologie achteraf verklaringen biedt zonder voorspellende kracht. Dit komt zeker voor, maar dat is geen fundamenteel probleem van het vakgebied .
  • Beperkte toepasbaarheid in sommige domeinen: In gebieden zoals geheugenonderzoek biedt de evolutionaire benadering mogelijk minder nieuwe inzichten dan in domeinen zoals seksuele selectie of verwantschapsaltruïsme.
  • Controverse over modulariteit: Het idee dat de geest bestaat uit specifieke modules voor bepaalde taken wordt bekritiseerd. Een voorbeeld is de Morality Foundations Theory, waarin verondersteld wordt dat moraliteit gevat kan worden in specifieke modules, hoewel deze niet gebonden wordt aan hersendelen. Er is duidelijk veel meer ruime flexibele psychologische aanpassingen, waarbij sommige algemeen en andere specifiek zijn.

🔬 Wat we (bijna) zeker weten

  • Basisaffect en motivaties: Emoties zoals pijn, angst en honger zijn adaptaties die helpen bij overleving en voortplanting
  • Sekseverschillen:Consistente bevindingen tonen aan dat mannen en vrouwen gemiddeld verschillen in seksuele voorkeuren en agressie, wat overeenkomt met evolutionaire voorspellingen
  • Verwantschapsaltruïsme: Mensen tonen een voorkeur voor het helpen van genetisch verwanten, wat aansluit bij de theorie van inclusieve fitness

❓ Claims zonder voldoende basis

  • Ovulatie-effecten op partnerkeuze: Eerdere beweringen dat vrouwen tijdens hun vruchtbare periode meer aangetrokken zouden zijn tot andere mannen zijn grotendeels weerlegd
  • Extreme promiscue neigingen: De hypothese dat mensen geëvolueerd zijn voor hoge niveaus van promiscuïteit en ontrouw wordt niet langer breed ondersteund

🔭 Toekomstige onderzoeksvragen

  • Evolutie van sociale emoties Onderzoeken hoe emoties zoals woede en schaamte zijn ontstaan en welke functies ze dienen.
  • Cultuur en co-evolutie Bestuderen hoe culturele ontwikkelingen en biologische evolutie elkaar beïnvloede.
  • Opschonen van het vakgebied Het verwijderen van minder robuuste claims om de wetenschappelijke integriteit van de evolutionaire psychologie te versterken.

🛠️ Praktische toepassingen

  • *Inzicht in menselijke motivaties: Begrijpen waarom mensen bepaalde gedragingen vertonen kan helpen bij het ontwikkelen van effectievere interventies en beled.
  • *Toepassing in therapie: Hoewel niet altijd direct relevant, kan kennis over evolutionaire achtergronden van gedrag bijdragen aan therapeutische benaderingn.
  • *Interdisciplinair onderzoek: Samenwerking met disciplines zoals economie en sociologie kan leiden tot een dieper begrip van menselijk gedrg.

Binnen motivatiewetenschap wordt evolutionaire psychologie aanvaard als een serieus perspectief die helpt om drijfveren beter te begrijpen. Je leert het in de opleiding tot vitaliteitskundige.

Bruikbaarheid en betrouwbaarheid van evolutionaire psychologie

Naar aanleiding van ons artikel in het Tijdschrift voor Psychiatrie werden Christiaan Vinkers en ondergetekende geïnterviewd door Maurice Timmermans, die de bezwaren goed heeft weten te vangen.

Het is echter interessant om nog even te reageren op de reactie van Machteld Huber.

🙅 Smalle opvatting van wetenschap

Die uitspraak is helaas vooral een smalle opvatting van onze standpunten. Ons bezwaar is dat zaken waarvan je op voorhand kunt weten dat ze discutabel zijn, werden genegeerd, zoals het ontbreken van solide wetenschappelijke theorie, maar ook dimensies als autonomie, rechtvaardigheid, en daarmee aanpalend gelijkwaardigheid. Een voorbeeld:

Het presenteren van een ladder met tien treden en vervolgens vragen op welke positie je jezelf maatschappelijk zou plaatsen, blijkt zowel psychische als fysieke klachten te voorspellen. Dit sluit aan bij onderzoek naar de ervaring van ongelijkwaardigheid:

lnkd.in/ev5ww6Ea

Het maakt geen deel uit van het spinnenweb.

🙅 Exploratief onderzoek

Huber heeft zeker exploratief onderzoek toegepast — niet te verwarren met empirisch onderzoek — en is op die manier tot zes dimensies gekomen. Er zijn meerdere doelgroepen uitgevraagd, maar er was geen overeenstemming. Daarom is uiteindelijk selectief gekozen voor groepen die dichter bij elkaar lagen in hun opvattingen over factoren die bijdragen aan bredere gezondheid.

Had ze echter gebruikgemaakt van een solide wetenschappelijke theorie — dus een waarvoor empirisch bewijs bestaat — dan waren er mogelijk zes andere dimensies uitgekomen, áls het er al zes zijn. Die dimensies zouden dan ook direct aantoonbare waarde hebben gehad, en het wiel had niet opnieuw hoeven worden uitgevonden.

🙅 Gesprekstool?

Het spinnenweb meet inderdaad geen gezondheid — maar vormt ook zeker geen betere basis voor een gesprek, omdat belangrijke dimensies ontbreken. Dus ook als coachingstool is het heel beperkt en daar is al veel onderzoek naar gedaan en ook veel praktijkervaring mee.

Het vereist geen 'belastende' vragenlijst met 44 items, die bovendien onsamenhangend is van opzet. Als je breder wilt uitvragen, kun je bijvoorbeeld beginnen met vragen als:

👉 Zijn er mensen in je leven bij wie je je begrepen voelt en volledig jezelf kunt zijn?
👉 Vind je dat je eerlijk wordt behandeld door instanties?

Die vragen raken allerlei goed onderzochte constructen die bovendien iets voorspellen over motivatie en welbevinden. Het coachvak heeft niet altijd een goede reputatie, maar dat komt niet doordat er geen goede methoden zijn — eerder doordat die om verschillende redenen niet worden toegepast. Dat is eeuwig zonde.

Wij verwelkomen het idee dat gezondheid op een bredere manier kan worden benaderd. Het zou een brug kunnen vormen tussen het zorg- en sociaal domein. Door simpelweg meer aansluiting te zoeken bij wat er al bekend is in de wetenschap, zou Positieve Gezondheid een solide brug kunnen vormen. Onze bezwaren zijn ingegeven door het gegeven dat verbetering mogelijk is.

Reactie op Machteld Huber over onze kritiek op positieve gezondheid

We weten dat semaglutide, de technische naam voor Ozempic bijdraagt aan minder eten en de vraag is of dat iets met interoceptie te maken heeft. Interoceptie wordt ook wel het innerlijke zintuig genoemd en als die verstoord raakt, omdat je trek ervaart terwijl je verzadigd bent, dan zou je wel eens kunnen overeten. Bij mensen met obesitas wordt een onnauwkeurige interoceptie ook gevonden (Robinson E et al 2021).

Een tweede interessante vinding is dat de Ozempic onderzoeken laten zien dat men niet alleen minder eet, maar ook minder cravings heeft en dat geldt niet alleen voor voeding, maar ook voor alcohol en tabak. Het mechanisme is echter nog onduidelijk, maar het zou een verandering van interoceptie kunnen zijn.

In de poster die je in de afbeelding ziet, is een onderzoek beschreven bij ratten die getraind waren om hun dronken toestand te scheiden van een nieuw dronken toestand. Het onderscheid werd door de onderzoekers gemaakt op basis van hun beweegpatroon. Als de ratten dronken waren, moesten ze een andere hendel overhalen dan wanneer ze niet dronken waren. Na een succesvolle training werden ze blootgesteld als Ozempic.

Eenmaal gestart met Ozempic bleken de ratten in niet-dronken toestand toch de hendel over te halen voor dronken zijn. Ozempic verstoort kennelijk de interoceptie, waardoor ze de interne signalen anders voelen. Het gevolg is dat ze dus minder alcohol zouden drinken. De vraag is of Ozempic zorgt voor anders voelen of nauwkeuriger voelen. Dat is niet vastgesteld, maar het gegeven dat ze anders voelen, zou kunnen verklaren waarom Ozempic werkt. Bij mensen kan een dergelijke proef ingezet worden door het alcoholpercentage te veranderen zonder dat de deelnemers dit weten om te zien of ze ook met minder aan hun taks zitten.

Nauwkeurig voelen is heel belangrijk en het vormt de basis voor emotieregulatie. Indien mensen bijna niets voelen of juist buitensporig intens, dan is het goed om de interoceptie te trainen. Dat draagt bij aan emotieregulatie, maar daarmee ook voor zelfregulatie. Wil je mensen daarbij helpen, dan kun je de module Emotieregulatie volgen. Emotie is onlosmakelijk verbonden met motivatie, de expertise van een vitaliteitskundige.

Ozempic beïnvloedt interoceptie

Als je drie lampen schijnt op de buik van een aanstaande moeder en rekening houdt met de ligging van de baby, dan kun je twee lampen horizontaal ten opzichte van elkaar plaatsen en de laatste onder in het midden. Dat leidt tot een gezichtsconfiguratie met twee ogen en een mond. Je kunt het ook andersom plaatsen en de onderzoekers waren benieuwd hoe de foetussen zouden reageren (Ronda I et al 2025).

De proef werden meerdere malen uitgevoerd gedurende de zwangerschap, maar vanaf week 26 in het derde trimester bleken de foetussen heel duidelijk veel langer te kijken naar de gezichtsconfiguratie. Bij mensen weten we middels oog-trackingstudies dat mensen continu gezichten scannen. Deze studie suggereert dat dit aangeboren is en niet zozeer aangeleerd. Het past binnen het beeld dat mensen zeer sociale wezens zijn, die continu aftasten met wie ze samen willen zijn en samen willen werken.

Meer leren over samen zijn kun je in onze los te volgen module Veranderkunde en over samenwerken in onze module Toegepaste Ethiek, onderdeel van de opleiding vitaliteitskundige.

Foetussen prefereren gezichten

Er is veel onderzoek gedaan naar sociale media, en de meeste studies zijn observationeel. Er zijn ook bijna twintig experimenten uitgevoerd, maar het merendeel daarvan is niet voorgeregistreerd. Dat maakt de uitkomsten gevoelig voor bias, omdat je achteraf een toevallige bevinding kunt presenteren als een resultaat. Het probleem is dat je experiment niet is ontworpen om zo’n toevallige bevinding goed te isoleren, en daarom is voorregistratie belangrijk.

Wat betreft de voorgeregistreerde studies is er slechts een handjevol beschikbaar, en die richten zich vooral op geheelonthouding: enkele dagen tot enkele weken zonder sociale media. Soms was dit belangeloos, soms kregen deelnemers hiervoor een vergoeding.

De resultaten staan in de tabel als afbeelding, en het eerste wat opvalt is hoe klein de effectgroottes zijn. Het gaat bovendien om kortetermijnstudies, waarvan sommige slechts een dag duurden. In die gevallen waren de resultaten over het algemeen vooral negatief. Allcott et al. (2020) daarentegen duurde vier weken, en de deelnemers kregen 100 dollar om hun sociale media te verwijderen. Dit leverde een positieve reactie op, maar zelfs dan is het opvallend hoe klein het effect is.

Als sociale media daadwerkelijk ongelukkig of zelfs ziekmakend zou zijn, zou je grotere effecten mogen verwachten. Negatieve effecten van sociaal vergelijken zijn heel goed te keren, als je weet hoe je moet vergelijken. We sluiten dus niet uit dat sociale media een factor kan zijn, maar over het algemeen kun je andere factoren aanwijzen die echt veel meer impact hebben.

Wil je leren welke dat zijn? Volg dan onze los te volgen module Veranderkunde / Identiteitsontwikkeling (MVK), onderdeel van de opleiding Vitaliteitskundige (OVK), waarin we motivatiewetenschap tot leven brengen. De module start in mei. Meer info:

- chivo.nl/mvk
- chivo.nl/ovk

Geheelonthouding van sociale levert verwaarloosbare effecten op