Skip to main content

Wat is het effect van persoonlijke hulpbronnen (vitaliteit en bevrediging van psychologische basisbehoeften) op werkgeluk? Dat is de vraag die gezondheidsprovider Evernorth zich stelde, en waarvoor zij onderzoek liet uitvoeren door de SDT-groep uit Australië.

lnkd.in/erdfuFyu

Daarvoor stelde het team een nieuwe Evernorth Vitality Index (EVI) op, die bestaat uit items van de Subjectieve Vitaliteitschaal en de Psychologische Basisbehoeftenbevrediging, gericht op diverse levensdomeinen (fysiek, sociaal, emotioneel, intellectueel, financieel, ecologisch).

De EVI-S meet dus niets in relatie tot het werk zelf, maar de onderzoekers brachten deze in als een 'resource' binnen het Job Demands-Resources (JD-R) model. Daarnaast gebruikten ze een aangepaste Eisenbergervragenlijst voor gepercipieerde organisatiesteun en autonomieondersteuning door de leidinggevende als hulpbronnen. De ‘demands’ werden in kaart gebracht met de Workplace Pressure and Stress-schaal.

De onderzoekers testten de schalen eerst in een verkennende studie, om deze vervolgens te gebruiken in een voorgeregistreerde studie onder 5.000 medewerkers. Dit leverde interessante uitkomsten op:

⋆ Persoonlijke hulpbronnen
Bleken vaak de sterkste, of een van de sterkste, voorspellers te zijn — vooral voor werkplezier (β = 0,47) en werkeffectiviteit (β = 0,32). Opvallend genoeg was er ook een klein positief effect (β = 0,09) op de intentie om vrijwillig te vertrekken, wat de onderzoekers interpreteren als: wie zich vitaal voelt, staat ook open voor betere kansen elders.

⋆ Organisatiesteun
Scoorde eveneens hoog, vooral op baantevredenheid (β = 0,49). Had een duidelijk negatief effect (β = -0,20) op de intentie om vrijwillig te vertrekken.

⋆ Autonomieondersteuning door de manager
Had over het algemeen een klein effect op werkplezier (β = 0,09), baantevredenheid (β = 0,08), extra inzet (β = 0,13), enthousiasme (β = 0,13), effectiviteit (β = 0,09) en géén effect op de intentie om vrijwillig te vertrekken.

⋆ Werkstress
Had een bescheiden negatief effect op baantevredenheid en enthousiasme, maar vrijwel geen effect op werkplezier of werkeffectiviteit. Niet verrassend was er wel een significant effect op verloopintentie (β = -0,15).

Overwegingen

Wanneer je in de rest van je leven floreert dan heeft dat een positief effect op werkgeluk. Meer klassieke resources en demands hebben zwakke correlaties. Je psychologische basisbehoeften (PBB) van autonomie, binding en competentie moeten bevredigd zijn, en de energie die dat oplevert noemt men vitaliteit. De PBB zijn de essentie van de resources binnen het JD-R raamwerk, wat het nut van een JD-R raamwerk ter discussie stelt.

In ons eigen model beschouwen we rechtvaardigheid als kandidaat-PBB. Het was geen onderdeel van de EVI schaal, maar werd feitelijk gemeten via de gepercipieerde organisatiesteun. Dat blijkt sterk samen te hangen met baantevredenheid en verminderd vertrekintentie. Wij hebben zo'n quickscan obv dezelfde constructen.

chivo.nl/kompas

Persoonlijke hulpbronnen beschermen tegen werkstress

Kun je burn-out (emotionele uitputting, depersonalisatie, verminderde persoonlijke bekwaamheid) verklaren via Zelfdeterminatietheorie (ZDT) mini-theorieën en constructen? Om dat uit te zoeken, codeerden de onderzoekers semi-gestructureerde interviews met 8 ervaren studentbegeleiders. Het is een beroep dat bekendstaat om de hoge mate van stress. Er zijn geen vragenlijsten afgenomen. De conclusies zijn puur gebaseerd op de coderingen van de interviews.

https://lnkd.in/eYngyCia

De frustratie van psychologische basisbehoeften bij counselors bleek sterk samen te hangen met burn-out. De onderzoekers identificeerden drie belangrijke bronnen van frustratie:

🔹 Autonomie-frustratie

Oncontroleerbare werktijden en continue bereikbaarheid
Autoritair leiderschap zonder inspraak
Counselors voelden zich letterlijk ‘gekidnapt door hun werk’

🔹 Competentie-frustratie

Onduidelijkheid over professionele identiteit
Te brede taken zonder focus of ontwikkelmogelijkheden
Gebrek aan tijd en middelen voor groei

🔹 Relatie-frustratie

Weinig waardering van leidinggevenden, collega’s en studenten
Emotionele afstand en gevoelens van isolatie

Psychologische gevolgen:

➡️ Motivatieverschuiving:
Van autonoom naar gecontroleerd: werken om straf of kritiek te vermijden
➡️ Doelverschuiving:
Van ontplooing naar imagodoelen, zoals promotie of salarisverhoging
➡️ Gedragsverandering:
Van proactief naar reactief gedrag
➡️ Verandering in causale oriëntatie:
Van autonome naar gecontroleerde gedragsstijl

Toen we de interviews analyseerden, codeerden we aan de hand van Occupational Depression Inventory (ODI) vertoonden 7 van de 8 deelnemers ook signalen van depressie: apathie en emotionele afstand. Niet verrassend, gezien de overlap tussen de Burnout Assessment Tool (BAT) en de ODI:

🔸 Uitputting: r = 0.77
🔸 Cynisme (BAT): r = 0.69 (ondanks dat ODI hier geen aparte schaal voor heeft)
🔸 Totaal: BAT-componenten correleren met depressie: r = 0.95

Depressie en burn-out zijn in de praktijk amper te onderscheiden, vooral omdat burn-out slecht gedefinieerd is, wat ook verklarend is voor het besluit van Zweden om burn-out als diagnose te schrappen in 2028. Om de discussie over definities te voorkomen, kun je de organisatie en werknemers beter binnen en buiten het werk, helpen met wapenen tegen stress.

Burnout / depressie door frustratie psychologische basisbehoeften

In dit cross-sectionele onderzoek over de effecten van sociale op 11-13 jarigen. Korte versie is dat kinderen met smartfoon het beter emotioneel beter deden dan de kinderen zonder smartfoon. Het betreft een survey onder 1.510 kinderen uit Florida.

Dat positieve effect van de smartfoon is overigens in lijn met dit longitudinaal onderzoek, waarbij jongeren die meer tijd doorbrachten op sociale media juist meer offline gingen socialiseren.

Hierbij de resultaten samen gevat van deze Florida studie:

📊 Resultaten (incl. percentages en verbanden)

Smartphonebezit

📱 Positief gerelateerd aan welzijn:

Kinderen met smartphone rapporteren minder depressie (21% vs. 26% zonder smartphone).

Minder gevoelens van zinloosheid (18% vs. 26%).

Minder woede en driftbuien (23% vs. 34%).

Meer sociale interactie in persoon.

Publiekelijk posten op sociale media

🚨 Sterk negatief gerelateerd aan welzijn:

Depressiesymptomen: 44% (posters) vs. 36% (niet-posters).

Angstsymptomen: 42% (posters) vs. 26% (niet-posters).

Slechtere slaap en meer technologische stress.

Cyberbullying

⚠️ Zeer sterke associaties met negatieve uitkomsten:

57% rapporteerde enige vorm van cyberbullying.

Gevoelens van depressie: 32% (gepest) vs. 11% (niet gepest).

Woede en driftbuien: 36% (gepest) vs. 10% (niet gepest).

Slaap & technologiegebruik

📱 Kinderen die met hun smartphone in bed slapen:

Slechtere slaap (gemiddeld 8.6 uur, aanbevolen is 9–12 uur).

Overige

Heavy social media users: vaker negatieve effecten, maar óók actiever qua sport en beweging (50% vs. 31%).

Kinderen gelukkiger met smartfoon

Positieve gezondheid is populair, maar de vraag is of het wetenschappelijk is. Een kritisch constructief artikel van psychiater en hoogleraar Stress & Veerkracht, Christiaan Vinkers en van Chi L. Chiu. Het artikel is open toegankelijk in het peerreviewed Tijdschrift voor de Psychiatrie.

Positieve gezondheid wetenschappelijke basis

De hitserie Adolescence zou een waarschuwing moeten zijn tegen sociale media en radicalisering door toxische, misogyne incel- (onvrijwillig celibaat) bubbels. Wij hebben echt goed opgelet, maar niets van dit alles teruggezien!

Adolescence is een hitserie waar je ademloos naar kune gekeken. Verbazingwekkend hoe boeiend de lange — one shot — dialogen zijn, die minutenlang doorgingen, terwijl intussen het plot zich ontvouwde. Een absolute aanrader.

Wat we echter zagen, was een jonge psychopaat die een meisje vermoordde omdat ze hem vernederde. Wat dat met sociale media te maken heeft, is ons een compleet raadsel, aangezien dit verhaal ongeveer zo oud is als de mensheid. Dat ouders zichzelf de schuld geven, is ook zo oud als de mensheid. Dat men externe factoren wil aanwijzen, is evenmin iets van gisteren.

Dat maakt sociale media niet onschuldig, maar net zo schuldig als sociale omgang in het algemeen. Er is nu eenmaal een flink aandeel genetische predispositie in dit soort extreem gedrag. En het is extreem gedrag. Laten we niet doen alsof psychopaten van de lopende band komen rollen als gevolg van sociale dissing. Het aantal steekincidenten stijgt, maar het gebeurt vooral in wijken waar al van alles aan de hand is. De sociale omgeving speelt dus zeker een rol en is na genen de tweede factor. Het dak waaronder je leeft — je opvoeding — heeft van deze drie factoren over het algemeen de minste invloed op de uitkomst.

Wij vonden de serie best geloofwaardig en evenwichtig in het belichten van deze factoren. Precies om die reden begrepen we de veronderstelde conclusie niet dat sociale media de oorzaak van het probleem zouden zijn. De serie zelf geeft daar nauwelijks aanwijzingen voor. Die controverse komt waarschijnlijk uit de marketingkoker. Het is een sociale media TV serie die niet over sociale media gaat.

Als ouder hoef je je niet zoveel extra zorgen te maken te maken over sociale media. Het is niet zo dat de voorgestelde leeftijdsgrens van 15 jaar enige wetenschappelijke basis heeft. Toch leven we in een bijzondere tijd waarin technologie en welvaart een wereld mogelijk hebben gemaakt met schier oneindige mogelijkheden. Waar je je als ouder wél zorgen over zou mogen maken, is dat de traditionele rolmodellen zoals ouders, leerkrachten en leidinggevenden niet kunnen helpen navigeren in een wereld waarin ze zelf zouden verdwalen. En toch heeft vijftig jaar wetenschap inmiddels crossculturele en waarschijnlijk tijdloze inzichten opgeleverd over hoe je jongeren kunt helpen om zélf te navigeren. Laten we ons daarop richten, in plaats van op dit soort monocausale sprookjes.

Adolescence - De Netflix sociale media serie die niet over sociale media gaat

De klimaatdoelen gaan de ijskast in om de industrie te redden, zo staat er in de Volkskrant. Dat is niet voor het eerst. Hoe kun je dit vanuit een waardenperspectief verklaren.

Waarden zijn het verhaal dat je jezelf en anderen vertelt over waarom je iets belangrijk vindt. Het is cognitief van aard, meer dan basisbehoeften, maar zeker niet onbelangrijk. Samen vormen ze motivatiemoleculen die een duidelijke relatie hebben met emoties — en daar zit ook de crux. Laten we eerst even kijken naar de waarden.

Idealisten (zie afbeelding rechtsboven) vinden het klimaat belangrijk; het valt onder de basiswaarde milieu. Dat wil niet zeggen dat mensen met andere waardensets het milieu niet belangrijk vinden, maar wel minder belangrijk. In onderzoek worden milieu en maatschappij (sociale rechtvaardigheid) vaak samengevoegd tot universalisme.

Onderzoek naar basiswaarden en emotie is helaas zeldzaam, maar in 2007 werden de waarden van Nederlandse studenten in kaart gebracht, evenals elf emoties die ze dagelijks ervaarden. Men probeerde daarin de samenhang te vinden. Dan zie je dat de waarde zelfregie het sterkst correleert met de emotie nieuwsgierigheid/interesse, gevolgd door de waarde helpen, die correleert met affectie.

Universalisme daarentegen bungelt onderaan en correleert met opwinding en angst. Dat zijn twee uitersten, maar de samenhang met elk van de twee is zeer klein. Het is duidelijk een basiswaarde die weinig emotie uitlokt, en dat is een onderdeel van het probleem. Mensen activeren door te appelleren aan hun waarde universalisme is redelijk kansloos — we worden toch echt voornamelijk in beweging gezet door emotie. In frustratie daarover kan het gebeuren dat, als jij het wél heel belangrijk vindt, je die waarde probeert op te leggen aan anderen. Daarmee tast je de gelijkwaardigheid aan, en dat pakt zelden goed uit.

Er zijn alternatieven, en een daarvan is het vergroten van de emotionele lading van universalisme, en dat gebeurt middels ontzag. Dat is een complexe emotie. Het betekent dat je mensen (onder)wijst op de schoonheid en vooral de complexe relaties in de natuur, zoals de bekende video waarin het herintroduceren van de wolf in Yellowstone Park de loop van de rivieren zou hebben beïnvloed.

https://www.youtube.com/watch?v=W88Sact1kws

Dat is overigens niet waar — in ieder geval sterk overgesimplificeerd — maar het geeft je een idee van hoe emotie de waarde milieu kan versterken.

Een andere manier om ontzag en zelftranscendentie uit te lokken is het kijken naar sciencefiction. Dat is de reden waarom cli-fi het vaak beter doet dan harde feiten.

Feitelijk is dit gebaseerd op het veranderen van andermans waarden, door ze emotioneel te versterken. Nu hebben we veel ervaring met waarden, emotie(regulatie) en conflictbeheersing in de praktijk en onze voorkeur is juist de andere in zijn of haar waarde laten, waardoor mensen veel redelijker worden. Hoe je dat doet vanuit je eigen kernwaarden, kun je hier leren via Hero Lift.

Er is geen polarisatie, stelt socioloog Quita Muis in dit fijn en nuchter interview, dat de moeite van het beluisteren waard is. Toch hebben we wat kanttekeningen te plaatsen.

  1. Is er polarisatie?

Als je definitie is dat de twee uitersten verder uit elkaar bewegen, dan is er geen polarisatie. Eén kant blijft namelijk redelijk stabiel, terwijl de andere kant wel degelijk van het midden af beweegt. Het is dus niet symmetrisch. Zie bijvoorbeeld genderopvattingen en vluchtelingen in de afbeelding. Wat verandert, is een groep die ongeveer 20-25 procent van Nederland vertegenwoordigt. Het is dus niet 50-50, maar er worden wél degelijk extremere posities ingenomen. Toch is de polarisatie niet per se ideologisch, maar affectief, want waarom zou corona de genderopvattingen polariseren?

  1. Tijdvak

Het is zeker zo dat Nederland heel lang stabiel is geweest; de polarisatie is tijdens corona ontvlamd. De dataset van Muis eindigt echter in 2017, zo kun je lezen in haar prachtige proefschrift.

  1. Ondergrondse veenbrand

Het SCP toont aan dat we in een klassenmaatschappij leven en dat een aanzienlijk deel van de onderste drie klassen (5, 6 en 7), ongeveer 4 miljoen volwassenen, er zeker van zijn dat het de verkeerde kant opgaat met Nederland en dat de overheid te weinig voor hen doet. Die mensen stemmen niet, doen niet meer mee aan enquêtes vanwege wantrouwen, vaak ook functioneel analfabeet en vinden conformiteit in waarden en normen belangrijk. Ze zijn moeilijk te bereiken, maar ze hebben al lang deze standpunten

Je hebt echter een autoritair leider nodig die zich openlijk keert tegen de gevestigde orde voordat je deze groep activeert en dan maakt het ook echt niet uit of die persoon waarheidsgetrouw is.

Daarnaast is er een groep conservatieve hoogopgeleiden die zich verzetten tegen de veranderingen.

  1. Waarden

Muis maakt gebruik van de European Values Survey (EVS), en die is gebaseerd op de Inglehart-theorie, net als de World Values Survey. Dat is methodologisch niet heel solide en zou wat mij betreft vervangen mogen worden door Schwartz, zoals ook hier beschreven:

  1. Sociale media

Muis stelt dat polarisatie op sociale media veel harder is vanwege de aandacht op sociale media. Daar zou ze wel eens gelijk in kunnen hebben, want als ik zie hoeveel aandacht er geschonken wordt een tweet, dan zou je bijna denken dat X de echte wereld is.

  1. Bubbel van hoogopgeleiden

Daar zijn Muis en wij het snel over eens. Ze stelt terecht dat de mensen die op de PVV stemmen niet per se tegen migranten zijn, maar iemand hebben gevonden die hen vertegenwoordigt. Ze zegt dat hoogopgeleiden moeten leren luisteren, want ze leven in een bubbel. Amen!

Er is inderdaad geen ideologische, maar vooral een affectieve polarisatie, en daarom moet je affectieve bruggen leren bouwen.

Geen polarisatie in Nederland?

Veelal wordt verondersteld dat het persoonlijkheidsmodel HEXACO vergelijkbaar is met de Big Five, aangevuld met de trek honesty-humility, vertaald als 'integriteit'. Het verschil is echter veel groter en tegelijkertijd veel subtieler.

Persoonlijkheid wordt beschreven aan de hand van trekken of factoren. Voor de Big Five en het Five Factor Model (FFM) zijn dat er vijf, terwijl HEXACO er zes heeft. In de afbeelding zie je ze weergegeven, waarbij je kunt stellen dat extraversie, conscientiëusheid en openheid functioneel gelijk zijn in beide modellen.

Neuroticisme en aangenaamheid uit de Big Five laten zich echter niet zomaar vertalen naar de HEXACO-equivalenten emotionaliteit en verdraagzaamheid. Dat komt omdat HEXACO, in tegenstelling tot de Big Five, theoriegebaseerd is en met name focust op evolutionaire relatievormen.

HEXACO scheidt eigenschappen die neigen naar uitbuiting van de eigenschappen die ertoe leiden dat je sneller uitgebuit wordt. Daarnaast beschrijft HEXACO nog afhankelijkheid en sentimentaliteit, en die hebben een link met loyaliteit. Dat is fundamenteel anders dan, maar niet in strijd met de Big Five. Sterker nog, de gehele Big Five is terug te vinden in HEXACO, alleen niet één-op-één. Dit is de reden waarom de gele lijn beide modellen omcirkelt.

Een van de grootste verschillen is dat aangenaamheid uit de Big Five in HEXACO is opgesplitst in de trekken verdraagzaamheid en integriteit. Vervolgens zijn er nieuwe nuances toegevoegd aan integriteit, die onder andere betrekking hebben op (im)materialisme. Er is lang getwijfeld of dit aspect niet toch door de Big Five (varianten) werd gedekt, maar het is overduidelijk dat dit niet het geval is. Integriteit binnen HEXACO voegt duidelijk iets toe en is de toekomst!

Daarnaast zijn er meer subtiele verschillen die het onmogelijk maken om de resultaten van een Big Five-vragenlijst direct te vergelijken met die van HEXACO, tenzij je weet hoe je de Big Five kunt herleiden binnen HEXACO. Dit is van belang, omdat er enorm veel onderzoek is en wordt gedaan met de Big Five, zowel op klinisch gebied als in prestatieonderzoek. Het is waardevol om van deze data gebruik te maken.

Om die reden worden onze resultaten onder de 'motorkap' ook omgezet naar een 'virtuele' Big Five, zodat de uitkomsten betekenisvol zijn binnen een HEXACO-populatie. Hierdoor zijn Chivo als Hero, backwards-compatible én future-proof. Door gebruik te maken van wetenschappelijke persoonlijkheidsmodellen beschik je over datasets van miljoenen mensen en heb je normpopulaties.

Wij maken gebruik van HEXACO, omdat we ons onder andere bezighouden met evolutionaire deugden, die wij karakterkwaliteiten noemen. Hierbij spelen integriteit en loyaliteit een belangrijke rol. Deze deugden zijn essentieel voor het bouwen van bruggen en samenwerken. Wil je weten hoe jij met jouw eigen kwaliteiten (affectieve) bruggen kunt bouwen? Dat kan met Hero Lift, die wij hebben ontwikkeld als kosteloze pil tegen polarisatie!

Big Five of HEXACO - Wat kies je?

In een discussie over de zin en zinloosheid van het construct zingeving werd teruggegrepen op de Terror Management Theorie (TMT), het idee dat het besef van onze sterfelijkheid existentiële angst oproept en dat mensen deze angst beheersen door zich vast te houden aan culturele wereldbeelden en zelfwaardering. TMT wordt door velen ook beschouwd als een basis voor zingeving.

De kern wordt gevormd door mortality salience (MS), het psychologische fenomeen waarbij mensen zich bewust worden van hun eigen sterfelijkheid. Dit wordt experimenteel uitgelokt door mensen over hun eigen dood te laten schrijven of door middel van subliminale manipulatie, waarbij woorden als "dood", "lijk" en "graf" kort op een scherm worden getoond, te snel om bewust te registreren.

Diverse onafhankelijke replicaties in grotere studies laten echter zien dat het effect heel klein is of helemaal niet wordt gevonden, zoals deze replicatie waaraan 17 labs over de hele wereld aan deelnamen. Of deze met 5 experimenten die allen faalden het effect te repliceren.

Toch hebben eerdere meta-analyses wel effect gevonden, maar daarbij lijken twee problemen te spelen:

  1. Publicatiebias (onderzoeken die het effect niet vonden, verdwijnen in de lade).
  2. Niet corrigeren voor een onderliggend mechanisme, namelijk de Uncertainty Management Theory (UMT).

De UMT is van Nederlandse bodem en ontwikkeld door sociaal psycholoog Kees van den Bos. Deze theorie stelt dat het effect niet specifiek gerelateerd is aan angst voor de dood, maar toe te schrijven is aan onzekerheid in het algemeen. De UMT is een jongere theorie en daardoor minder goed onderzocht, maar sluit veel beter aan op andere observaties. Uit onderzoek blijkt namelijk dat onzekerheid – ook zonder herinnering aan de dood – leidt tot binnengroepvoorkeur en het verlangen naar meer zelfwaardering.

Ook als het gaat om verbinding, zie je dat grote onzekerheid een sterk verlangen opwekt naar gezelschap, bij voorkeur van mensen die betekenis voor je hebben. Ook dat hoeft helemaal niet gerelateerd te zijn aan de dood.

Volgens Van den Bos zou rechtvaardigheid een goede buffer zijn tegen onzekerheid. Om die reden hebben wij het standpunt ingenomen dat een gebrek aan psychologische veiligheid, wat overigens ook een vorm van onzekerheid is, wordt gecorrigeerd door rechtvaardigheid.

Het is daarom logischer te veronderstellen dat als schrijven over de dood leidt tot onzekerheid, je dan het MS-effect ervaart. Is dat niet het geval, dan wordt er geen effect gevonden. Dit suggereert sterk dat het effect niet wordt veroorzaakt door doodsangst, maar door onzekerheid. In de praktijk doen wij daarom helemaal niets met de TMT en overigens ook weinig met zingeving.

Wij hebben geen zingeving vanwege latente doodsangst.

Recent is de burn-out-depressie-discussie weer opgelaaid, omdat onderzoeker Renzo Bianchi een artikel publiceerde onder de titel 'Beliefs about burnout', en adresseert daarin drie overtuigingen:

  1. Werkgerelateerde factoren zijn de primaire oorzaken van burn-out.
  2. Er is een burn-out-epidemie.
  3. Burn-out is te onderscheiden van depressie.

t.ly/36Fmi

Hans de Witte en Wilmar Schaufeli reageerden op dit artikel.

t.ly/DUh78

Schaufeli stelt in een post dat Christiaan Vinkers aansluit bij het artikel van Bianchi. Dat is niet het geval, aangezien Vinkers alleen wijst op de grote overlap met zijn standpunten.

Schaufeli misrepresenteert daarmee het standpunt van Vinkers, die betoogt om het stressgerelateerde klachten te noemen, gezien de onduidelijkheid van het burn-out beeld op de stress-oorzaak na.

In deze discussie is het goed om data te scheiden van definities.

Burn-out heeft een bewogen geschiedenis en een internationale werkgroep kwam in 2021 na een systematische literatuuranalyse (88 verschillende definities) en expertoverleg op het volgende uit:

  1. Werkgerelateerde burn-out.
  2. Vermoeidheid als kernsymptoom.

Let op het voorvoegsel 'werkgerelateerd', want het is duidelijk dat de werkgroep ook andere vormen van burn-out erkent, zoals persoonlijke en cliëntgerelateerde burn-out. In de literatuur treft men ook ouderschaps-, studie-, sport- en relationele burn-out. Al deze varianten delen chronische stress als oorzaak en een gevoel van uitputting. Deze twee vormen ook risicofactoren voor depressie.

t.ly/lrIBT

  1. Burnoutepidemie?

Alle partijen erkennen dat er geen burn-out-epidemie is, maar Schaufeli noemt het milde burn-out, terwijl Vinkers spreekt van stressgerelateerde klachten. Aangezien er 88 definities bestaan, is de term stressgerelateerd zo gek nog niet. En klinische burn-out? Zullen we eerst beginnen met burn-out?

  1. Is burn-out te onderscheiden van depressie?

Volgens Schaufeli is uitputting het kernsymptoom van burn-out, terwijl depressie wordt gekenmerkt door dysforie en anhedonie. Uitputting is geen kernsymptoom van depressie volgens de DSM, maar wel een primair symptoom. Dit zijn echter definities, terwijl de data iets anders laten zien.

Zo blijkt bijvoorbeeld uit deze studie dat vermoeidheid bij meer dan 90% van de depressiepatiënten voorkomt – en dit is niet de enige studie die dit aantoont.

t.ly/B_eB9

Schaufeli heeft recent een vragenlijst ontworpen genaamd de Burnout Assessment Tool (BAT), terwijl Bianchi de Occupational Depression Inventory (ODI) heeft ontwikkeld, gebaseerd op de bestaande korte depressievragenlijst PHQ-9.

In een validatiestudie in Brazilië van de ODI, werd ook de BAT afgenomen. Hieruit bleek een grote overlap tussen burn-out-symptomen en depressie (r = 0,82). Maar nog interessanter is dat de BAT depressie beter voorspelde dan burn-out op basis van de BAT componenten.

t.ly/hMUpy

🔥 Kortom: De data vertellen een ander verhaal dan de definities.

Burnout - Andere naam, zelfde beestje?