Skip to main content

We worden al een tijdje geteisterd door de culturele HRM-meme ‘quiet quitting’, maar dat is vaag. Data-analisten bij Culture Amp besloten het daarom te definiëren als: laag in motivatie én laag in intentie om te vertrekken. Dat zijn twee constructen die al decennia worden gemeten, waardoor zij konden putten uit een dataset met 3 miljoen deelnemers, zoals je hier kunt lezen.

Analyse van die twee constructen laat zien dat de zogeheten ‘quiet quitters’ nog geen 2 procent van de populatie beslaan, zoals je in het kwadrant linksonder ziet. De groep waarop je je moet richten, zijn de ‘actieve quitters’, rechtsonder: zij zijn van plan te vertrekken, juist omdat ze ongemotiveerd zijn.

Niet meegenomen in deze analyse, maar wél in andere meta-analyses: zij scoren doorgaans hoger op de psychologische basisbehoefte competentie. Je laat dus capabele mensen vertrekken, en vrijwillig vertrek is zeer kostbaar—veel kostbaarder dan de vermeende ‘quiet quitters’.

Laat je daarom niet gek maken door hippe memes en de hype du jour, maar richt je op de motivatie van mensen. Ben je vanuit coach- en HRM-perspectief geïnteresseerd, dan kun je naar het evidence-based HRM-seminar komen op 13 nov 2025. Meer info:

evidence-basedhr.nl

Wil je specialist worden in motivatie, dan kun je de opleiding tot vitaliteitskundige (OVK) volgen. Meer info:

chivo.nl/ovk

Met belangstelling hebben we het rapport ‘Op de rem!’ van de Raad voor Volksgezondheid & Samenleving (RVS) gelezen. Het bevat normatieve aanbevelingen tegen een hypernerveuze samenleving.

𝗣𝗿𝗼𝗯𝗹𝗲𝗲𝗺𝘀𝘁𝗲𝗹𝗹𝗶𝗻𝗴

Het rapport stelt dat de mentale gezondheid onder druk staat en pleit voor meer weerbaarheid. Daarbij wordt gekeken naar individuele, sociale én maatschappelijke determinanten. Individualisering, prestatiedruk en belemmerende versnelling worden gezien als belangrijke oorzaken van de hypernerveuze samenleving.

𝗢𝗽𝗹𝗼𝘀𝘀𝗶𝗻𝗴𝘀𝗿𝗶𝗰𝗵𝘁𝗶𝗻𝗴𝗲𝗻

De auteurs zien verbinding, verscheidenheid en vertraging als tegenwaarden om tot een meer ontspannen samenleving te komen. Ze pleiten voor een socioculturele omslag en voor een breed geïntegreerd beleid, zoals ‘mental health in all policies’, en voor het erkennen van onwetendheid.

𝗖𝗼𝗺𝗺𝗲𝗻𝘁𝗮𝗮𝗿

We bladeren overwegend knikkend, maar ook ongemakkelijk door het rapport heen. Het is minder empirisch en meer filosofisch gegrond. Dat is lastig, want er bestaat al veel empirische kennis over welbevinden, ontwikkeling en de interactie met de omgeving.

➡️ Die kennis laat zien dat autonomie en individualisme geen synoniemen zijn, terwijl ze in het rapport in één adem worden genoemd. Autonomie is een basisbehoefte; individualisme niet. Ze als één behandelen schaadt het welbevinden.

➡️ Het rapport is mede geïnspireerd door ubuntu, de filosofie die stelt dat identiteit vorm krijgt via de groep. Dat werkt echter alleen als er ruimte is voor autonomie: een groep vinden waar je jezelf mag zijn. Autonomie is niet hetzelfde als individualisme.

➡️ Het rapport bekritiseert meritocratie, maar die wortelt in menselijke natuur. De culturele invulling van “krijgen wat je verdient” hoeft echter niet altijd materieel te zijn. Sociale status is een voorbeeld, karma een spirituele variant. Niet meritocratie, maar niet krijgen wat je verdient is het probleem.

➡️ Prestatiedruk, hier verpakt als “positief geweld” (“je kunt alles!”), gaat niet over prestatie maar over druk: negatieve introjectie. Het probleem is wederom het verlies van autonomie.

➡️ De auteurs noemen het vooral een maatschappelijk probleem. Daar ben ik het mee eens, maar ook hierover is kennis beschikbaar: autonomie-ondersteuning door ouders, leraren, leidinggevenden, zorgverleners en beleidsmakers is cruciaal in alle levensfasen. Opnieuw autonomie dus, maar niet individualistisch.

𝗖𝗼𝗻𝗰𝗹𝘂𝗱𝗲𝗿𝗲𝗻𝗱

De Noorse socioloog Johan Galtung stelde dat theorieën over welbevinden moeten aansluiten bij de menselijke natuur. Autonomie en merite horen daarbij, zo weten we uit de gecontroleerde empirie. Vertragen steun ik, vooral om de empirische basis van alle gammawetenschappen te synchroniseren. Dan kunnen we samen scherper definieren wat een goede samenleving is. Wij hebben al een voorstel: Waardigheid – een samenleving waarin iedereen activiteiten ontplooit die men zelf waardevol vindt én kan bijdragen om van waarde te zijn voor anderen.

Als coach werk je vaak met leidinggevenden die worstelen met teamdynamiek, of met werknemers die zich gestrest, ongehoord of onzeker voelen. Wat als ik je vertel dat een van de krachtigste hefbomen voor verandering niet ligt in feedbacktechnieken of doelstellingen – maar in dagelijkse rechtvaardigheid?

Een nieuw onderzoek (Ohana et al., 2024) laat zien: hoe eerlijk mensen zich op een dag door hun team behandeld voelen, voorspelt direct hoeveel psychologische stress ze ervaren. En dat effect loopt via één cruciale factor: psychologische veiligheid.

Wat betekent dit voor jou als coach?

1. Rechtvaardigheid is geen “vaste eigenschap” – het is dagelijks werk

Veel cliënten denken: “Mijn team is gewoon eerlijk (of oneerlijk).” Maar dit onderzoek toont aan dat rechtvaardigheid fluctueert – van dag tot dag. Een teamlid kan maandag respectvol luisteren en woensdag ongeduldig reageren. Die schommelingen hebben direct invloed op welzijn.

👉 Coachingvraag:

“Wanneer voelde je je deze week het meest (en minst) eerlijk behandeld door je team? Wat gebeurde er precies? Hoe voelde dat in je lichaam?”

Dit helpt cliënten om rechtvaardigheid te zien als een dagelijkse praktijk, niet als een moreel oordeel over anderen.

2. Psychologische veiligheid is het bruggetje tussen eerlijkheid en stressvermindering

Psychologische veiligheid betekent:

“Ik durf mezelf te zijn, vragen te stellen, fouten toe te geven – zonder bang te zijn voor straf of spot.”

Het onderzoek laat zien dat eerlijk gedrag van teamleden dit gevoel versterkt, en dat dat gevoel op zijn beurt stress verlaagt. Maar: veiligheid ontstaat niet vanzelf. Het is het resultaat van herhaalde, betrouwbare interacties.

👉 Coachingtip voor leidinggevenden:
Help ze om niet alleen “eerlijk te zijn”, maar ook eerlijk gedrag in het team te faciliteren. Vraag bijvoorbeeld:

“Hoe moedig jij teamleden aan om kritische vragen te stellen – en hoe reageer je wanneer ze dat doen?”

3. De leidinggevende kan “gaten vangen” – maar niet alles oplossen

Interessant: wanneer de leidinggevende op een dag als erg rechtvaardig wordt ervaren, vermindert de invloed van het team op het gevoel van veiligheid. Met andere woorden: een goede leidinggevende kan een minder eerlijk team gedeeltelijk compenseren.

Maar – en dit is cruciaal – als het team én de leidinggevende eerlijk zijn, is het effect optimaal. De leidinggevende vervangt het team dus niet; ze versterken elkaar.

👉 Reflectievraag voor coaches:

“Waar focust jouw cliënt nu te veel op? Op controle van bovenaf (leidinggevende) of op cultuur van binnenuit (team)? Hoe kun je beide bronnen van rechtvaardigheid activeren?”

4. Cultuur speelt een rol – vooral in collectivistische of onzekerheidsvermijdende contexten

Het onderzoek vond plaats in de VS (een cultuur met lage onzekerheidsvermijding). Maar in culturen waar fouten sociaal riskanter zijn (bijv. Zuid-Korea, Japan, of zelfs Nederlandse “poldercultuur” met sterke consensusnormen), is psychologische veiligheid nog belangrijker.

👉 Aandachtspunt:
Als je werkt met internationale teams of mensen met migratieachtergrond, vraag dan:

“Wat betekent ‘eerlijk’ in jouw cultuur? Wanneer voel je je écht veilig om iets te zeggen dat afwijkt van de groep?”

Drie concrete stappen die je vandaag kunt toepassen

  1. Meet “dagelijkse rechtvaardigheid” in je coaching
    Gebruik een simpele schaal: “Op een schaal van 1–5, hoe eerlijk voelde je je vandaag behandeld door je team?” Volg dit een week lang. Patroontjes zullen opduiken.

  2. Coacheer op micro-interacties
    In plaats van “verbeter je teamcultuur”, focus op:

    • Hoe reageer je op een fout van een collega?
    • Hoe stel je een vraag als je iets niet snapt?
    • Hoe geef je feedback zonder te oordelen?
  3. Help leidinggevenden om “eerlijkheid te modelleren”
    Laat ze zeggen: “Ik weet het niet, maar ik ga het uitzoeken” of “Dat was mijn fout – dankjewel dat je het aangaf.” Dat creëert meer veiligheid dan elk beleidsdocument.

Slotwoord: Eerlijkheid is emotionele infrastructuur

Rechtvaardigheid is geen “soft skill”. Het is emotionele infrastructuur – de onzichtbare basis waarop vertrouwen, innovatie en welzijn worden gebouwd. Als coach kun je cliënten helpen om die infrastructuur bewust te bouwen, dag na dag.

En soms is de krachtigste coachingvraag simpelweg:

“Wat kun jij vandaag doen om iemand in je team te laten voelen: ‘Jij hoort hier’?”

Hashtags

#coachen #leiderschap #psychologischeveiligheid #rechtvaardigheid #teamcultuur #stress #welbevinden #dagboekstudie #arbeid #HR

Rechtvaardigheid voor psychologische veiligheid

Om zichtbaar te maken waar partijen inhoudelijk staan, hebben we de top drie thema’s uit (concept)programma’s van de grootste 15 partijen geanalyseerd en deze geplaatst op een politieke waardenwijzer. De woorden uit de programma’s zijn via frequentieanalyse gekoppeld aan menselijke basiswaarden. Deze waarden zijn psychologisch verankerd in menselijke drijfveren, crosscultureel stabiel onderzocht in meer dan 90 landen, en gescoord op een schaal van 1 t/m 10. Niet alle waardensystemen zijn zo stevig gefundeerd, maar dit model wel.

Het circumplex

De waarden zijn weergegeven in een quasi-circumplex: een cirkel waarin posities een statistische betekenis hebben. Het model is gebaseerd op twee assen:

  1. Progressief ↔ Behoudend
  2. Liberaal ↔ Solidair

Daaruit ontstaan vier kwadranten:

  • Sociaal (36%)
  • Conservatief (22%)
  • Neoliberaal (12%)
  • Klassiek liberaal (30%)

De percentages zijn gebaseerd op Nederlandse data uit de European Social Survey (ESS). Iedereen bezit al deze waarden, maar 36% van de Nederlanders vindt sociale waarden het belangrijkst, tegenover 12% die neoliberale waarden zwaar laat wegen. Een positie meer naar de buitenzijde betekent dat een partij sterker scoort op die waarden.

Omdat dit een statistische exercitie is, zijn assen of lijnen niet altijd netjes horizontaal of verticaal. De fysieke posities geven wel degelijk iets weer: hoe verder naar buiten, hoe extremer de kernwaarden; staan partijen loodrecht tegenover elkaar, dan verschillen hun kernwaarden dag en nacht.

Politieke attitudes en delta’s

Naast waarden zijn ook politieke attitudes meegenomen: individuele vrijheid, acceptatie van migranten, gelijkheid (mens, dier, plant, planeet), wet en orde, patriotisme, tradities, militaire inzet en vrije markt. Deze attitudes zijn formeel gekoppeld aan basiswaarden en dienen ter bevestiging.

Een derde criterium betreft de delta’s: verschillen tussen kwadranten. Scoort een partij vergelijkbaar op twee kwadranten of juist zeer verschillend, dan beïnvloedt dat de uiteindelijke positie.

Resultaten

De waardenwijzer laat zien dat de liberale VVD in de praktijk stevig conservatief is — je zou kunnen spreken van een neocon-partij. JA21 is iets liberaler, de PVV staat uitgesproken conservatief. Een overstap van PVV naar SP is onwaarschijnlijk: de SP scoort progressief-sociaal. ChristenUnie is sociaal-conservatief, het CDA conservatief-sociaal. D66 is het meest liberaal, Volt iets liberaler dan GroenLinks-PvdA, maar alle drie hoog op sociale waarden.

Waarom waarden, geen moties?

Vaak klinkt de vraag waarom we geen stemgedrag of moties analyseren. Het probleem is dat moties sterk contextgebonden zijn: de precieze afwegingen achter een stem kennen we niet, en meebewegen kan soms strategisch zijn (bijvoorbeeld om elders een concessie te krijgen). Moties zijn daarom minder representatief dan vaak wordt aangenomen. Waarden zijn daarentegen stabieler, psychologisch geworteld en voorspellend voor keuzes die partijen ook in onverwachte situaties moeten maken.

Waarom niet links en rechts?

De klassieke links-rechtsindeling is te beperkt en blijft vaag in betekenis. Waarden zijn daarentegen multidimensionaal en rijk: ze dekken meer nuances af en zijn gebaseerd op universele menselijke drijfveren. Juist daarom wil ik wegblijven van links-rechts als indeling.

Waarden en voorspelbaarheid

Onderzoek laat zien dat wanneer iemands kernwaarden overeenkomen met die van een partij, de kans groter is dat men ook op die partij stemt. Uiteraard spelen er altijd meer factoren mee in verkiezingen, maar kernwaarden vormen een belangrijk fundament.

Tot slot

Onverwachte situaties (zoals een kabinetsformatie) kunnen betekenen dat programmapunten niet worden uitgevoerd. Waarden geven dan houvast, omdat ze de basis vormen van keuzes die wél gemaakt worden.

Motivatiewetenschap

Dit is een vorm van toegepaste motivatiewetenschap en je kunt er meer over leren in de opleiding tot vitaliteitskundige.

Politieke waardenwijzer Chivo 2025

De psychologische basisbehoefte competentie uit de Zelfdeterminatietheorie heeft al langere tijd last van 'creep', wat zoveel betekent als dat de betekenis steeds verder wordt opgerekt. Wij lopen vaak tegen deze 'creep' aan in de praktijk en in ons onderzoek naar rechtvaardigheid. Deze publicatie (Kuvaar 2025) is daar opnieuw een voorbeeld van.

Frustreert beloning de motivatie?

De onderzoeksvraag is interessant: heeft loon naar prestatie invloed op autonome motivatie? Daar bestaan veel misverstanden over. In Deci’s eerste experiment (1971) met de Soma-puzzel besteedden studenten minder vrijwillige tijd aan de puzzel zodra een eerder gegeven financiële beloning wegviel, wat suggereerde dat externe beloning intrinsieke motivatie kan ondermijnen. In latere studies werd echter duidelijk dat het vooral gaat om controlerende beloningen, zoals geformaliseerd in de Cognitieve Evaluatietheorie (CET).

𝗕𝗲𝗹𝗼𝗻𝗲𝗻 𝗯𝗲𝘃𝗿𝗲𝗱𝗶𝗴𝗱

In dit onderzoek werd aangetoond dat beloning naar prestatie de intrinsieke motivatie zowel kan ondersteunen als ondermijnen. Het hangt af van de perceptie: ervaren werknemers de beloning als controle of als gepaste waardering? Perceptie van salaris als informatieve feedback (waardering) hing samen met hogere autonome motivatie en lagere vertrekintentie. Precies zoals de CET voorspelt.

𝗥𝗲𝗰𝗵𝘁𝘃𝗮𝗮𝗿𝗱𝗶𝗴𝗵𝗲𝗶𝗱

De auteurs interpreteren dit als het belonen van competentie, waarmee impliciet wordt gesteld dat competentie als psychologische basisbehoefte wordt bevredigd. Dit is niet gemeten en is conceptueel ook onjuist. Het gaat hier namelijk niet om competentie, maar om rechtvaardigheid. Daarmee komen we tot de kern van het probleem.

𝗦𝘂𝗰𝗰𝗲𝘀 𝘂𝗶𝘁 𝘀𝘁𝗶𝗺𝘂𝗹𝗲𝗿𝗲𝗻𝗱𝗲 𝗮𝗰𝘁𝗶𝘃𝗶𝘁𝗲𝗶𝘁𝗲𝗻

Competentie gaat niet over bekwaamheid. Wie de originele definitie van competentie recht wil doen, vertaalt dit beter als 'succeservaringen uit stimulerende activiteiten'. Het loskoppelen van succes en stimulans leidt tot de schrale betekenis 'bekwaamheid'. Dat is te smal, waardoor 'creep' optreedt. Men probeert het vervolgens op allerlei manieren op te rekken. Dat zien we ook terug in de beschrijving van 'structuur' in het lesgeefcircumplex (Aelterman N 2018), vooral in het 'clarifying'-deel, dat feitelijk een ´light´ variant van rechtvaardigheid is.

Er is ook een reden waarom hoog scoren op bekwaamheid, zoals competentie nu wordt gemeten, samenhangt met een hogere intentie om een bedrijf te verlaten, maar nauwelijks met prestaties. Mensen blijven nooit omdat ze zich bekwaam voelen, maar omdat ze uitdaging ervaren. Het ontbreken van succes uit stimulerende activiteiten verklaart hun vertrek.

𝗖𝗼𝗻𝗰𝗹𝘂𝘀𝗶𝗲

Wie denkt dat rechtvaardigheid, net als veiligheid, slechts een hygiënefactor is, doet er goed aan zich daar grondig in te verdiepen en te stoppen met het misbruiken van competentie. Het belangrijkste nog wel is dat prestaties belonen autonomie motivatie sterkt als het wordt ervaren als rechtvaardig.

Meer leren

chivo.nl/nieuwsbrief

Belonen prestatie motiveert als het rechtvaardig is

Hoewel huiselijk geweld vaak wordt voorgesteld als mannen die vrouwen mishandelen, laten onderzoeken zien dat de werkelijkheid complexer is. Een Canadese studie onder bijna 36.000 tieners toonde aan dat jongens over een periode van tien jaar significant vaker melding maakten van datinggeweld dan meisjes, met vergelijkbare bevindingen in het Verenigd Koninkrijk. Toch hebben culturele taboes, academische weerstand en de vrees om vrouwenbelangen te ondermijnen ertoe geleid dat mannelijke slachtoffers over het hoofd worden gezien en onvoldoende worden geholpen.

Video interview

Maggie Miller spreekt met psycholoog en hoofdonderzoeker Christopher J. Ferguson over waarom geweld door vrouwen zo moeilijk bespreekbaar blijft, welke rol geestelijke gezondheid hierbij speelt, en of een herdefiniëring van huiselijk geweld als een menselijk — en niet primair gendergebonden — probleem kan leiden tot betere oplossingen.

Taboe vrouwen net zo geweldadig als mannen

Uit ultimatumspellen blijkt dat mensen bereid zijn zichzelf te benadelen om een ander te straffen. Daarover verscheen recent een neurofysiologische review met een synthese van 25 jaar fMRI-onderzoek (Gan 2025).

𝗛𝗲𝘁 𝘂𝗹𝘁𝗶𝗺𝗮𝘁𝘂𝗺𝘀𝗽𝗲𝗹

Stel: je hebt twee personen, A en B. Persoon A krijgt tien euro aangeboden en moet dat bedrag delen met persoon B. Dat hoeft niet 50/50 te zijn. Je kunt dus het hele tientje geven of slechts een dubbeltje. Er is alleen één voorwaarde: de ander moet het accepteren zonder onderhandeling. Als persoon B het aanbod afwijst, krijgt niemand iets.

𝗥𝗮𝘁𝗶𝗼𝗻𝗲𝗹𝗲 𝗯𝗲𝘀𝗹𝗶𝘀𝘀𝗶𝗻𝗴

Aangezien persoon B in eerste instantie niets heeft, zou zelfs een euro meer zijn dan niets. Akkoord gaan met elk deel zou dus rationeel zijn, want het alternatief is niets krijgen. Toch blijkt dit niet uit experimenten, en ook niet in het echte leven. Mensen reageren verontwaardigd als het aanbod slechts tien procent is en wijzen het dan af. Ze vinden het niet eerlijk en doen zichzelf tekort, maar het gevolg is dat persoon A feitelijk ook gestraft wordt. De afwijzing is een stok om mee te slaan.

𝗖𝗿𝗼𝘀𝘀-𝗰𝘂𝗹𝘁𝘂𝗿𝗲𝗲𝗹

Hoewel er grote individuele variatie is, blijkt over het algemeen dat persoon B akkoord gaat met ongeveer 40 procent. Minder dan de helft dus. Er zijn veel experimenten gepubliceerd, en hoewel de verhoudingen verschillen, zijn die verschillen meestal toe te schrijven aan de opzet van het experiment en niet aan cultuur. Stel je voor dat het niet om een tientje gaat, maar om een miljoen euro, en iemand biedt je tien procent aan. Dan zie je dat morele verontwaardiging sneller plaatsmaakt voor morele flexibiliteit. Als je corrigeert voor verschillen in opzet, blijkt dat mensen cross-cultureel gemiddeld ongeveer voor die 40 procent gaan. Dat is minder dan de helft, en wordt toegeschreven aan de zogenaamde intuïtieve eerste bezitsregel. Wederom irrationeel, maar wel realiteit.

𝗕𝗿𝗲𝗶𝗻𝗻𝗲𝘁𝘄𝗲𝗿𝗸𝗲𝗻

Wat gebeurt er nu eigenlijk in de hersenen als men besluit het aanbod af te wijzen omdat men het onrechtvaardig vindt? Patronen vinden in fMRI-data is lastig vanwege grote individuele variatie. Met ruim 3.000 deelnemers uit 108 studies is er voldoende statistische power voor algemene conclusies, maar niet om subtiele verschillen (bijv. geslacht) te duiden.

𝗧𝗲𝗰𝗵𝗻𝗶𝗲𝗸𝗲𝗻

De onderzoekers gebruikten Activation Likelihood Estimation (ALE), bedoeld om vast te stellen waar in de hersenen activatie significant vaker voorkomt dan door toeval te verwachten. Het is een “bottom-up”-benadering die zoekt naar consistente hotspots van activatie. Hun bevindingen zijn getoetst met aanvullende methoden, waaronder functionele en neurochemische decodering en connectiviteitsanalyses. Dit benadrukt hoe zorgvuldig dit onderzoek gedaan moet worden om tot conclusies te komen.

𝗩𝗼𝗻𝗱𝘀𝘁𝗲𝗻

Onrechtvaardigheid bleek samen te hangen met netwerken die betrokken zijn bij boosheid en walging. Ook waren er activaties in gebieden voor conflictverwerking en cognitieve controle. Er werd fysiologische en motorische voorbereiding zichtbaar, evenals serotonerge activatie—een aanwijzing dat onrechtvaardigheid een neurochemische component heeft. Opvallend is dat afwijzen zelf beloningsnetwerken activeert: straffen is dus belonend. Naast onrechtvaardigheid is er ook gekeken naar rechtvaardigheid; dat liet een eigen patroon zien, al is de evidentie beperkter.

𝗕𝗲𝗹𝗮𝗻𝗴

Wij onderzoeken rechtvaardigheid als mogelijke basisbehoefte binnen de basispsychologische behoeftetheorie. Unieke neurocorrelaten behoren daarbij tot de secundaire criteria om zo in de toekomst tot een meer geintegreerd model te komen. Basisbehoeften dragen bij aan floreren en degeneren, maar ook presteren en saboteren. Deze review onderstreept dat: mensen saboteren zichzelf na onrechtvaardigheid niet alleen uit boosheid, maar ook omdat straffen intrinsiek belonend is.

Rechtvaardigheid in het brein (25 jaar fMRI onderzoek)

De reden dat de piramide van Maslow zo intuïtief aanvoelt maar toch onjuist is, ligt in de verwarring tussen urgentie en noodzaak. Zowel biologische als psychologische basisbehoeften zijn noodzakelijk, maar de duur van tekorten bepaalt de mate van urgentie.

𝗥𝗲𝗴𝗲𝗹 𝘃𝗮𝗻 𝟯

Om dit overzichtelijk te maken, hebben we deze in lijn gebracht met de regel van 3 voor overleven: hoe lang kun je zonder, voordat je daar negatieve consequenties van ondervindt? Stel je voor dat je met een vliegtuig te water raakt dan loop je de kans om te verstikken. Dat maakt zuurstof niet belangrijker dan eten, maar wel heel duidelijk urgenter.

De urgentie verschilt dit per individu, maar het ligt veel dichter bij de werkelijkheid dan de voorwaardelijke lagen van een piramide die in strijd zijn met alle observaties. Mensen zijn bijvoorbeeld bereid voedsel uit hun mond te sparen om hun kinderen te voeden.

𝗚𝗲𝗲𝗻 𝗵𝗶𝗲𝗿𝗮𝗿𝗰𝗵𝗶𝗲

Zo kiezen mensen ervoor vrijwillig de strijd aan te gaan voor iets waarin ze geloven, ook al lopen ze fysiek gevaar. Mensen hongeren zichzelf uit voor zelftranscendentie, want ze zoeken verlichting. Ze gaan uitdagingen aan die ze heel moeilijk en zwaar vinden, maar omdat ze voelen dat ze ontwikkelen. Dit is de dagelijkse realiteit. Er is geen hiërarchie, er is vooral variatie — maar altijd noodzaak. Het voorvoegsel basis in basisbehoefte betekent niet wat je wenst, maar wat ieder mens nodig heeft.

𝗠𝗲𝗲𝗿 𝗱𝗮𝗻 𝗼𝘃𝗲𝗿𝗹𝗲𝘃𝗲𝗻

Basis betekent bovendien niet alleen tekorten aanvullen om te overleven, maar ook het bevredigen van behoeften om te groeien en te ontwikkelen. Dat stelt mensen in staat meer zelfregulatie te ontwikkelen en weerbaarder te worden. Het stelt mensen ook in staat om tot de meest inspirerende daden van sportprestaties tot kunst en samenwerken over tijd en afstand.

𝗩𝗶𝘁𝗮𝗹𝗶𝘁𝗲𝗶𝘁

Het verlangen om basisbehoeften te bevredigen levert de energie op die we vitaliteit noemen. Je kunt hier meer over leren in onze opleiding tot vitaliteitskundige, waarin je specialist wordt in toegepaste motivatiewetenschap. Motivatie bepaalt of men gaat floreren, degenereren, presteren of juist zult saboteren in het dagelijks leven, op het werk of in de samenleving. Je voegt waarde toe in alle situaties waarin motivatie het verschil maakt. Dat is dus bijna altijd:

𝗠𝗲𝗲𝗿 𝗶𝗻𝗳𝗼:

chivo.nl/ovk

Basisbehoeften en de regel van 3 is meer waarheidsgetrouw dan Maslow

Insuline is de vijand, suiker is verslavend en gezonde mensen die continu hun glucoseniveaus monitoren. Laten we daar mee afrekenen met deze uitpluispost.

De afbeelding bestaat uit een bovenste en een onderste deel. Boven zie je de lichamelijke reactie op 240 kcal aan wit brood, bruine pasta, rundvlees en de gekookte aardappel.

De glucose, insuline en de verzadigingsscores van wit brood vormen hier de norm. Glucose en de verzadiging zijn relatief ten opzichte van wit brood, maar de insuline (AUC) is absoluut. Verzadiging werd niet alleen 8 x gevraagd, maar na 2 uur mochten de deelnemers eten naar eigen keuze en de hoeveelheid die ze aten bepaalde mede de verzadigingsindex.

Bruine pasta reageert zoals je zou verwachten. Minder glucose in het bloed, een lagere insulinerespons en een hogere verzadiging dan wit brood. Dan komen we bij rundvlees. Weinig glucose, maar een insulinerespons die 2 x hoger ligt dan bij bruine pasta, terwijl de verzadiging ongeveer gelijk is. Als laatste hebben we de aardappel met een insulinerespons vergelijkbaar met wit brood, maar 3 x meer verzadigt.

We weten niet precies wat je denkt te monitoren met je glucosemeter, maar het antwoord is in ieder geval niets. Je hebt geen flauw benul van wat je aan het doen bent, en dat geldt ook voor de leefstijlprofessionals, artsen inclusief, die dit soort rare praktijken stimuleren. Dit is geen nieuwe informatie, maar stamt uit 1996.

Dan moeten we naar suiker is verslavend. Het is zeker zo dat suiker belonend is en een brede reactie in het mesolimbisch systeem veroorzaakt, net als cocaïne. Het heeft zelfs invloed op de afname van de D2-receptoren na acute consumptie. Dat maakt het niet verslavend, dat maakt het belonend, en dat geldt ook voor water.

Het verschil zit hem in de herhaalde blootstelling. Zie in de onderste helft van de afbeelding dat de kleur groen suiker vertegenwoordigt en blauw cocaïne (Bijoch 2023). De lichte varianten gaan over 1 dag en de donkere over 7 dagen blootstelling. De massale hersenactiviteit van suiker vermindert na herhaalde blootstelling, terwijl die van cocaïne juist dramatisch toeneemt. Dat is het verschil tussen belonend en verslavend. Nog even los van de suprafysiologische euforie en de receptorblokkerende eigenschappen van cocaïne, maar wie is er geïnteresseerd in details, toch?

Dit soort claims zijn allemaal heel dubieus. Wat kun je dan doen? Wat dacht je van voedsel kiezen waar je daadwerkelijk op moet kauwen? Weet je wat er gebeurt? Je insulinerespons neemt dan toe, je raakt langer verzadigd en je krijgt minder eetneigingen (Borvornparadorn 2019).
\=
Als je nog geen goede voornemens hebt voor 2024, mag ik dan een suggestie doen? Doe normaal!

Voor leefstijlprofessionals hebben we de module Healthcoach waarin we focussen op helpen ipv hypen

Ben je daar nog niet aan toe, dan kun je lid worden van onze nieuwsbrief LeefstijlVisie.

chivo.nl/nieuwsbrief

Suiker is geen cocaine en maakt je ook niet dik

Nagenoeg iedereen accepteert het idee dat apen ongelijkheidsaversie (IA) tonen, zoals gepresenteerd door wijlen Frans de Waal in de video. Toch is dat onwaarschijnlijk. In onze syllabus Toegepaste Ethiek, staat daarover het volgende:

"De Waal en collega’s hebben gesuggereerd dat kapucijnapen en chimpansees ook een gevoel voor rechtvaardigheid hebben (dat wil zeggen, ze verzetten zich tegen oneerlijke behandeling). Maar zes verschillende laboratoria hebben het experiment van Brosnan en De Waal (2003) met kapucijnapen niet kunnen repliceren onder strengere controlevoorwaarden (zie Tomasello, 2016, voor specifieke verwijzingen). Daarnaast hebben drie studies van een enkel laboratorium de experimenten van Brosnan et al. (2005) met chimpansees niet kunnen repliceren onder strengere controlevoorwaarden (Silberberg, 2009; Hopper, 2014; Roma, 2006). Het idee is dat er sprake is van een frustratie-effect en niet zozeer een rechtvaardigheidskwestie."

Dit leidt vaak tot ongeloof bij studenten, omdat de video zo overtuigend is. Tegelijkertijd illustreert het hoe moeilijk het is om bias in experimenten te minimaliseren. In een nieuwe meta-analyse over IA is dit opnieuw bevestigd (Ritov 2024).

Ongelijkheidsaversie

Deze analyse omvatte 23 onderzoeken met 18 diersoorten, waaronder chimpansees en kapucijnapen. De primaire uitkomstvariabele was de beslissing van een dier om een aangeboden beloning te accepteren of te weigeren in scenario's met (on)gelijke beloningen. Twee hypothesen werden getest:

  1. IA-hypothese: Het dier weigert een lagere beloning als een partner een hogere beloning krijgt (sociale vergelijking).

  2. Teleurstelling-hypothese: Het dier weigert een lagere beloning ongeacht wat de partner ontvangt, vanwege frustratie over het niet ontvangen van het hoogste beloningsitem.

De analyses tonen geen robuust bewijs voor IA bij primaten. Zowel chimpansees als kapucijnapen vertoonden geen significante verschillen in het weigeren van beloningen tussen ongelijke en gelijke scenario's. Rejection rates bleken beter te verklaren door teleurstelling dan door sociale vergelijking. Dit suggereert dat primaten hun reactie niet baseren op hoe hun beloning zich verhoudt tot die van anderen, maar op het absolute verschil tussen de aangeboden beloning en de waargenomen hogere beloning.

Conclusie
De bevindingen weerleggen de IA claim bij dieren, inclusief primaten. Terwijl IA bij mensen waarschijnlijk een adaptatie is voor complexe sociale samenwerking, lijken dieren afhankelijk te zijn van eenvoudiger mechanismen zoals dominantie of frustratieregulatie.

Meer leren: chivo.nl/mte