Met belangstelling hebben we het rapport ‘Op de rem!’ van de Raad voor Volksgezondheid & Samenleving (RVS) gelezen. Het bevat normatieve aanbevelingen tegen een hypernerveuze samenleving.
𝗣𝗿𝗼𝗯𝗹𝗲𝗲𝗺𝘀𝘁𝗲𝗹𝗹𝗶𝗻𝗴
Het rapport stelt dat de mentale gezondheid onder druk staat en pleit voor meer weerbaarheid. Daarbij wordt gekeken naar individuele, sociale én maatschappelijke determinanten. Individualisering, prestatiedruk en belemmerende versnelling worden gezien als belangrijke oorzaken van de hypernerveuze samenleving.
𝗢𝗽𝗹𝗼𝘀𝘀𝗶𝗻𝗴𝘀𝗿𝗶𝗰𝗵𝘁𝗶𝗻𝗴𝗲𝗻
De auteurs zien verbinding, verscheidenheid en vertraging als tegenwaarden om tot een meer ontspannen samenleving te komen. Ze pleiten voor een socioculturele omslag en voor een breed geïntegreerd beleid, zoals ‘mental health in all policies’, en voor het erkennen van onwetendheid.
𝗖𝗼𝗺𝗺𝗲𝗻𝘁𝗮𝗮𝗿
We bladeren overwegend knikkend, maar ook ongemakkelijk door het rapport heen. Het is minder empirisch en meer filosofisch gegrond. Dat is lastig, want er bestaat al veel empirische kennis over welbevinden, ontwikkeling en de interactie met de omgeving.
➡️ Die kennis laat zien dat autonomie en individualisme geen synoniemen zijn, terwijl ze in het rapport in één adem worden genoemd. Autonomie is een basisbehoefte; individualisme niet. Ze als één behandelen schaadt het welbevinden.
➡️ Het rapport is mede geïnspireerd door ubuntu, de filosofie die stelt dat identiteit vorm krijgt via de groep. Dat werkt echter alleen als er ruimte is voor autonomie: een groep vinden waar je jezelf mag zijn. Autonomie is niet hetzelfde als individualisme.
➡️ Het rapport bekritiseert meritocratie, maar die wortelt in menselijke natuur. De culturele invulling van “krijgen wat je verdient” hoeft echter niet altijd materieel te zijn. Sociale status is een voorbeeld, karma een spirituele variant. Niet meritocratie, maar niet krijgen wat je verdient is het probleem.
➡️ Prestatiedruk, hier verpakt als “positief geweld” (“je kunt alles!”), gaat niet over prestatie maar over druk: negatieve introjectie. Het probleem is wederom het verlies van autonomie.
➡️ De auteurs noemen het vooral een maatschappelijk probleem. Daar ben ik het mee eens, maar ook hierover is kennis beschikbaar: autonomie-ondersteuning door ouders, leraren, leidinggevenden, zorgverleners en beleidsmakers is cruciaal in alle levensfasen. Opnieuw autonomie dus, maar niet individualistisch.
𝗖𝗼𝗻𝗰𝗹𝘂𝗱𝗲𝗿𝗲𝗻𝗱
De Noorse socioloog Johan Galtung stelde dat theorieën over welbevinden moeten aansluiten bij de menselijke natuur. Autonomie en merite horen daarbij, zo weten we uit de gecontroleerde empirie. Vertragen steun ik, vooral om de empirische basis van alle gammawetenschappen te synchroniseren. Dan kunnen we samen scherper definieren wat een goede samenleving is. Wij hebben al een voorstel: Waardigheid – een samenleving waarin iedereen activiteiten ontplooit die men zelf waardevol vindt én kan bijdragen om van waarde te zijn voor anderen.
