Skip to main content

Al decennia wordt het verhaal onder voedingsgoeroes verteld dat Ancel Keys met zijn kersenplukkende 7-landenstudie, de cholesterolmythe de wereld in hielp. Het verhaal zit natuurlijk anders in elkaar.

Het draait om de twee plots in de afbeelding, waarbij de linker de 6-landenstudie voorstelt en de rechter een zogenaamde debunk door Yerushalmy en Hilleboe. De eerste werd in 1955 gepresenteerd door Ancel Keys tijdens een WHO-bijeenkomst en betrof een preliminaire presentatie. De officiële 7-landenstudie startte pas in 1958.

De publicatie van Yerushalmy en Hilleboe verscheen in 1957 en zou de 6-landenstudie ontkrachten, althans zo gaat het verhaal.

De auteurs deden natuurlijk wat noodzakelijk was, namelijk corrigeren voor confounders, waaronder calorie-inname. Daarmee hadden ze heel duidelijk een punt. Ze produceerden vervolgens ook een ecologische plot waarin ze 22 landen plaatsten om de relatie tussen dierlijke verzadigd-vetconsumptie en hart- en vaatziekten te duiden. Zie je wat ik zie? De lijn is weliswaar minder steil, maar hij is er wel degelijk. Sterker nog, het coëfficiënt nog steeds 0,56. Dat is niet niks, kan ik je vertellen. De sterkste samenhang werd gevonden met calorieën, maar verzadigd vet en dierlijk verzadigd vet bleven stevig overeind.

Ja, het is mogelijk dat Keys een selectie heeft gemaakt die zijn zaak het best presenteerde, maar de correlaties in alle onderzochte landen destijds waren consistent en overtuigend, zelfs wanneer critici deze repliceren in een grotere steekproef. Het effect van cholesterol is overigens ook via andere mechanismen ontdekt waaronder PCSK9 remmers. Cholesterol speelt zeker een rol bij hart- en vaatziekte, maar er zijn veel meer factoren.

Ps. Dit is een dossier bij ons en wil je leren hoe je mensen effectief kunt begeleiden met een gezondere leefstijl dan kun je de module Healthcoach volgen die eind september start.

chivo.nl/healthcoach

Ancel Keys en de cholesterolmythe ontkracht

Koffie is meer dan alleen een ochtendritueel. Voor miljoenen mensen wereldwijd is het een vast onderdeel van de dag – een bron van energie, concentratie en comfort. Maar is koffie nou goed of slecht voor je gezondheid? Jarenlang gingen de meningen uiteen. Tegenwoordig is de wetenschappelijke consensus (Emadi 2025) duidelijk: matige koffieconsumptie is over het algemeen gezond en kan zelfs bijdragen aan een lang en gezond leven.

Een uitgebreid overzichtsartikel uit 2025 in het wetenschappelijke tijdschrift Nutrients brengt de nieuwste inzichten samen. Hier is een publieksvriendelijke samenvatting van wat we vandaag weten over koffie, cafeïne en welbevinden.


Hoeveel koffie is ‘matig’?

De meeste studies wijzen uit dat 3 tot 5 koppen koffie per dag geassocieerd is met de grootste gezondheidsvoordelen. Dit komt overeen met ongeveer 300 tot 500 mg cafeïne per dag – ruim binnen de veilige limiet. Bovendien blijkt dat zowel gewone (gecafeïneerde) koffie als decafé koffie voordelen biedt, wat suggereert dat niet alleen cafeïne, maar ook andere stoffen in koffie een positieve rol spelen.


Koffie verlengt je leven – echt waar

Een van de meest overtuigende bevindingen is dat koffiedrinkers minder snel overlijden dan mensen die geen koffie drinken. Grote onderzoeken met miljoenen deelnemers – zoals de Nurses’ Health Study, de NIH-AARP-studie en de UK Biobank – laten allemaal hetzelfde patroon zien: mensen die dagelijks koffie drinken, hebben tot 15% minder kans op overlijden door welke oorzaak dan ook.

De laagste risico’s worden gezien bij ongeveer 3,5 koppen per dag. Dit geldt voor mannen en vrouwen, rokers en niet-rokers, en zelfs voor mensen met een lagere lichaamsbeweging.


Wat zijn de gezondheidsvoordelen van koffie?

Koffie beschermt tegen meerdere ziekten die vaak leiden tot vroegtijdig overlijden. Hier zijn de belangrijkste:

1. Hart- en vaatziekten

Koffie is geassocieerd met een 15% lagere kans op hartziekten en beroertes. Ooit werd gedacht dat cafeïne de bloeddruk verhoogt en dus schadelijk is, maar langdurig onderzoek toont aan dat dit effect tijdelijk is. Op de lange termijn biedt koffie juist bescherming.

2. Type 2 diabetes

Mensen die koffie drinken, hebben tot 29% minder kans op diabetes. Per extra kop koffie per dag daalt het risico met bijna 6%. Dit geldt zowel voor gewone als decafé koffie, wat wijst op andere gezondheidsbevorderende stoffen in koffie, zoals antioxidanten.

3. Levergezondheid

Koffie helpt de lever. Het verlaagt het risico op leververvetting en vooral op leverfibrose en leverkanker. Zelfs bij mensen met een bestaande leveraandoening lijkt koffie een beschermende werking te hebben.

4. Hersenen en geestelijke gezondheid

  • Alzheimer en Parkinson: Regelmatige koffieconsumptie verlaagt het risico op deze neurodegeneratieve ziekten met ongeveer 25%. Cafeïne blokkeert bepaalde hersenreceptoren (A2A-receptoren), wat beschermend werkt.
  • Depressie: Koffiedrinkers hebben een lager risico op depressie. Mogelijk speelt de anti-inflammatoire werking van koffie hierbij een rol, net als de stijging van alertheid en humeur.

5. Longziekten

Koffie is chemisch verwant aan theofilin, een medicijn dat wordt gebruikt bij astma. Het verbetert de longfunctie (FVC en FEV1), vooral bij mensen die nooit hebben gerookt. Onderzoek toont ook aan dat koffiedrinkers minder snel overlijden aan longziekten.

6. Ongevallen en valrisico

Door verhoogde alertheid vermindert koffie het risico op verkeersongelukken met 63%. Bij ouderen daalt het risico op vallen met 25 tot 30%, waardoor koffie ook bijdraagt aan veiligheid en mobiliteit.


Waarom is koffie gezond? Vijf verklaringen

Wetenschappers weten nog niet precies hoe koffie werkt, maar er zijn vijf belangrijke mechanismen:

  1. Betere bloedsuikerspiegel: Koffie verbetert de glucoseverwerking in het lichaam.
  2. Meer bewegen: Mensen die koffie drinken, maken gemiddeld 1000 stappen extra per dag – gewoon doordat ze alert en actiever zijn.
  3. Meer vetverbranding tijdens sport: Cafeïne verhoogt de vetverbranding tijdens aerobe inspanning.
  4. Beter longfunctioneren: Dankzij de bronchodilaterende werking (verwijding van de luchtwegen).
  5. Minder ontstekingen: Koffiedrinkers hebben lagere niveaus van ontstekingsmarkers zoals CRP en IFNγ, wat bijdraagt aan langdurige gezondheid.

Zwarte koffie vs. koffie met suiker en room

Hier wordt het belangrijk. De voordelen gelden vooral voor zwarte, ongezoete koffie. Zodra je suiker, melk of room toevoegt, kunnen die voordelen verdwijnen of zelfs omslaan in nadelige effecten.

  • Suiker: Maakt koffie calorierijk en kan bijdragen aan gewichtstoename, diabetes en hersenaandoeningen. Een studie toonde aan dat zoete koffie geen bescherming biedt tegen neurodegeneratie, terwijl zwarte koffie dat wel doet.
  • Depressie: Zwarte koffie verlaagt het risico, maar suikerrijke koffie verhoogt het risico op depressie.
  • FDA-regel: In de VS mag koffie alleen als ‘gezond’ worden aangeduid als het minder dan 5 kcal per kop bevat – dus zonder toevoegingen.

Is koffie altijd veilig? Twee belangrijke uitzonderingen

1. Zwangerschap

Voor zwangere vrouwen geldt een voorzichtige aanbeveling: maximaal 200 mg cafeïne per dag (ongeveer 2 koppen koffie). Hogere hoeveelheden zijn geassocieerd met een iets groter risico op laag geboortegewicht. Maar belangrijk: veel van deze verbanden kunnen verklaard worden door andere factoren, zoals roken of alcoholgebruik.

Een gerandomiseerd onderzoek toonde aan dat vrouwen die veel cafeïne dronken (gemiddeld 182 mg extra per dag) géén verschil hadden in geboortegewicht of zwangerschapsduur ten opzichte van vrouwen die decafé dronken. Toch blijft de aanbeveling om matig te zijn.

2. Angst en slapen

  • Angst: Bij mensen met paniekstoornissen kan cafeïne symptomen verergeren – hartkloppingen, trillen, onrust. Voor hen kan minder koffie of decafé een betere keuze zijn.
  • Slaap: Koffie vermindert de slaapduur met gemiddeld 36 tot 45 minuten per nacht en verlaagt de slaapefficiëntie. Om slaap te beschermen, wordt aanbevolen om koffie minstens 8 tot 13 uur voor het slapengaan te vermijden, afhankelijk van hoeveelheid en persoonlijke gevoeligheid.

Andere verrassende voordelen van koffie

Koffie is meer dan alleen een stimulerend middel. Het draagt ook bij aan dagelijks welbevinden:

  • Hydratatie: Ondanks het diuretisch effect is koffie net zo hydraterend als water. Je hoeft je dus geen zorgen te maken dat je uitdroogt.
  • Sportprestatie: Cafeïne is een erkend prestatieverbeteraar bij duursport, krachtsport en zelfs mentale inspanning.
  • Concentratie en alertheid: Koffie verbetert reactietijd, aandacht en mentale scherpte – handig bij werk, studie of rijden.
  • Darmfunctie na operatie: Na een buikoperatie kan koffie helpen bij het sneller herstellen van de darmfunctie, wat het ziekenhuisverblijf kan verkorten.

Wat weten we nog niet? Toekomstig onderzoek

Hoewel we veel weten, zijn er nog vragen. De meeste bewijzen komen uit observatieonderzoek, wat geen directe oorzaak-en-gevolgrelatie aantoont. Daarom zijn er nu meer gerandomiseerde studies nodig – waarbij mensen willekeurig koffie of placebo krijgen – om zeker te weten dat koffie zelf de voordelen veroorzaakt.

Ook wordt onderzocht:

  • Het verschil tussen soorten koffie (gemalen, oplos, koffiepadjes).
  • De effecten van verschillende toevoegingen (suiker, melk, zoetstoffen).
  • Genetische verschillen: sommige mensen verwerken cafeïne sneller dan anderen, wat hun reactie op koffie beïnvloedt.

Conclusie: Koffie is een gezond drankje – als je het op de juiste manier drinkt

Samenvattend:

  • ✅ Matige consumptie (3–5 koppen/dag) is gezond en verlaagt het risico op vele ziekten.
  • ✅ Zwarte koffie is de beste keuze.
  • ❌ Suiker en room kunnen de voordelen tenietdoen.
  • ⚠️ Zwangere vrouwen en mensen met angst of slapeloosheid moeten matig zijn.
  • ☕ Koffie draagt bij aan langer leven, betere hersenen, een gezonder hart en meer energie.

Als je van koffie houdt: geniet er dan van – met mate, en liefst zonder suiker. Je lichaam zal het je danken.

Koffie beschermt gezondheid

De onderzoekers (Tasali E, 2022) wilden weten of meer slapen ervoor zorgt dat mensen minder eten en afvallen, zonder dat ze actief hoeven te dieten of sporten.

Studie opzet

Ze onderzochten dit bij 80 volwassenen met overgewicht die doorgaans minder dan 6,5 uur per nacht sliepen. Eerst lieten ze iedereen twee weken lang hun normale slaap- en eetpatroon volgen. Daarna werden de deelnemers willekeurig ingedeeld in twee groepen: één groep kreeg persoonlijk advies over hoe ze hun slaap konden verbeteren (bijvoorbeeld minder schermen voor het slapengaan, vast tijdstip kiezen om naar bed te gaan), met als doel 8,5 uur in bed te liggen. De andere groep moest gewoon doorgaan met hun gewone routine. Tijdens de twee weken daarna namen de deelnemers dagelijks hun gewicht thuis, en droegen ze een polshorloge dat hun slaap en beweging meet. In plaats van vragen hoeveel ze aten, berekenden de onderzoekers de calorie-inname heel nauwkeurig via een speciale methode met zogenaamd ‘gelabeld water’ (dubbel-gelabelde watermethode), gecombineerd met gewichtsveranderingen. Zo konden ze precies uitrekenen hoeveel energie iemand binnenkreeg, zonder dat mensen zelf hoefden bij te houden wat ze aten.

Resultaten

De groep die meer sliep, verlengde hun slaapduur met gemiddeld 1,2 uur per nacht. Zonder dat ze bewust minder aten of meer bewogen, bleek deze groep per dag ongeveer 270 calorieën minder binnen te krijgen dan de groep die gewoon doorging met weinig slapen. Omdat ze evenveel energie gebruiken, leidde dit tot een negatief energiebalans: ze gebruikten meer dan ze binnenkregen. Als gevolg daarvan verloren ze gemiddeld 0,87 kg in twee weken. De groep die niet meer sliep, nam juist een klein beetje toe in gewicht. Hoe meer iemand extra sliep, hoe meer hij of zij minder at. Dit toont aan dat langer slapen een eenvoudige, maar krachtige manier kan zijn om gewicht te verliezen of te stabiliseren, gewoon door betere slaapgewoonten – zonder diëten of extra sporten.

270 kcal minder eten door goed te slapen

Regelmatige lichaamsbeweging versterkt de natuurlijke verdediging van het lichaam tegen schadelijke stoffen die bekendstaan als vrije radicalen. Tijdens bewegen ontstaan deze moleculen, die in grote hoeveelheden kunnen leiden tot cellulaire schade, ook wel oxidatieve stress genoemd. Gelukkig zet het lichaam hier enzymen tegen in, zoals superoxide dismutase (SOD), glutathionperoxidade (GPX) en catalase (CAT). Een groot overzicht (Xie X, 2025) van 41 wetenschappelijke studies laat zien dat beweging de activiteit van de meeste van deze enzymen verhoogt, en daarmee de totale antioxidatieve capaciteit van het bloed.

Drie keer per week bewegen werkt het beste

De studie toont aan dat de grootste voordelen optreden bij beweging van matige intensiteit, minstens drie keer per week, gedurende een periode van meer dan 16 weken. Vaker bewegen leidt tot een opbouw van beschermende enzymen, terwijl minder vaak bewegen vaak te weinig stimulatie geeft. Interessant is dat weerstandstraining – zoals krachttraining – unieke voordelen heeft: het verhoogt specifiek de activiteit van GPX en vermindert een marker voor celbeschadiging (TBARS), wat suggereert dat het extra beschermt tegen schade aan celmembranen.

Vrouwen en ouderen moeten mogelijk harder werken

Hoewel beweging in het algemeen positief werkt, zijn er verschillen tussen groepen. Bij vrouwen blijkt beweging bijvoorbeeld geen significant effect te hebben op SOD, een belangrijk eerste-verdedigings-enzym. Mogelijk speelt hormonale achtergrond, zoals een daling van oestrogeen bij vetverlies, hier een rol. Ook bij mensen boven de 45 jaar zijn de effecten op antioxidatieve enzymen minder duidelijk, wat wijst op een verminderde respons met toenemende leeftijd. Dit betekent dat ouderen en vrouwen mogelijk aangepaste of intensievere programma’s nodig hebben om dezelfde voordelen te behalen.

Niet alle beweging is even effectief

Hoge-intensieve training blijkt bij sommige enzymen zelfs negatief uit te pakken: het verlaagt de activiteit van catalase, een enzym dat waterstofperoxide afbreekt. Ook blijkt dat interventies langer dan 16 weken vaak geen extra voordeel geven, wat kan wijzen op een adaptatie van het lichaam. Dit betekent niet dat langdurig bewegen nutteloos is, maar dat het lichaam zich heeft aangepast en minder enzymen nodig heeft om dezelfde bescherming te bieden.

Beweging is een natuurlijke boost voor de gezondheid

Kortom: bewegen is een krachtige manier om het lichaam beter te wapenen tegen oxidatieve schade, wat bijdraagt aan langdurige gezondheid en vertraging van veroudering. De sleutel ligt in regelmaat: minstens drie keer per week bewegen, met matige inspanning, werkt het beste. Voor vrouwen en ouderen is extra aandacht nodig voor de intensiteit en samenstelling van het programma. Beweging is dus niet alleen goed voor spieren en hart, maar ook voor de onzichtbare, maar cruciale, moleculaire verdediging van je lichaam.

In de praktijk horen we het vaak: cliënten met slaapproblemen die hun gedrag al hebben aangepast op basis van bekende adviezen. Geen schermen meer ’s avonds, geen koffie na drie uur, het slaapkamerraam op een kier. Dit soort tips vallen onder wat we slaaphygiëne noemen. Maar hoe goed werkt dat eigenlijk bij mensen met serieuze slaapproblemen?

De meta-analyse

Uit een recente meta-analyse (Ruan 2025) van 39 gerandomiseerde studies blijkt dat slaaphygiëne inderdaad een positief effect heeft. De onderzoekers volgden meer dan 4.000 volwassenen met gediagnosticeerde slapeloosheid. Gemiddeld sliepen mensen sneller in en iets langer door na het volgen van slaaphygiëne-instructies. De verbetering was echter beperkt van omvang.

Slaap hygiene als controlegroep

Wat belangrijk is om te weten, is dat in de meeste van deze studies slaaphygiëne werd ingezet als controlegroep. Met andere woorden: het werd gebruikt als basisbehandeling waarmee andere interventies werden vergeleken. Denk aan medicatie, mindfulness, gedragsmatige interventies of acupressuur. In die vergelijking viel slaaphygiëne duidelijk minder effectief uit. Toch betekent dit niet dat slaaphygiëne waardeloos is. De onderzoekers vermoeden dat het waarschijnlijk wel beter werkt dan geen behandeling, maar daar is nog onvoldoende onderzoek naar gedaan.

Veel heterogeniteit

Wat ook meespeelt, is dat de inhoud van de slaaphygiëne-adviezen sterk varieerde tussen studies. Soms kregen mensen slechts een korte folder, soms werd er persoonlijke begeleiding geboden. Ook de kwaliteit van de onderzoeken verschilde, met een relatief hoog risico op vertekening.

Overwegingen

Als professional is het belangrijk om deze nuance mee te nemen in de begeleiding van cliënten. Voor mensen met lichte slaapproblemen of als eerste stap in een traject, kan aandacht voor slaaphygiëne zeker zinvol zijn. Maar wanneer de slapeloosheid aanhoudt of ernstig is, is het vaak nodig om verder te gaan. Cognitieve gedragstherapie voor insomnie (CBT-I) wordt bijvoorbeeld gezien als de gouden standaard en blijkt effectiever dan alleen slaaphygiëne. Ook technieken als mindfulness kunnen zinvolle aanvullingen zijn, afhankelijk van de context en voorkeuren van de cliënt.

Tot slot

Kortom, slaaphygiëne is zelden afdoende als enige interventie bij chronische slapeloosheid. Maar het kan wel een laagdrempelige ingang zijn, en in sommige gevallen helpen om de drempel naar intensievere zorg te verlagen. De sleutel ligt in het samen verkennen van wat voor de cliënt werkt, en daarbij open te staan voor het opschalen naar effectievere behandelopties waar nodig.

Slaaphygiëne werkt matig bij insomnia

Veel ouderen willen fit blijven, maar vragen zich af: mag ik nog intensief sporten? Het korte antwoord: ja, en het kan je vetverbranding en conditie flink verbeteren. Dat blijkt uit een grote meta-analyse van 87 studies naar high-intensity interval training (HIIT) bij mensen van 60 jaar en ouder (Men J, 2025).

Wat is HIIT?
HIIT bestaat uit korte periodes van intensieve inspanning (zoals 30 seconden hard fietsen of wandelen), afgewisseld met rust. Zo train je efficiënt in minder tijd. Maar wat doet het met je vetverbranding, je conditie en je gezondheid?

1. HIIT verbrandt vet – maar wat verandert er echt?
Uit de analyse blijkt dat ouderen die HIIT doen, gemiddeld 1,6% vet verliezen. Dat klinkt misschien niet spectaculair, maar het is wel degelijk een betekenisvol verschil — en het is betrouwbaar vastgesteld. Opvallend: hun gewicht (BMI) veranderde nauwelijks, waarschijnlijk omdat ze tegelijk spiermassa opbouwden. Het lichaam verandert dus wél, zelfs als de weegschaal dat niet laat zien.

2. Conditie knapt flink op
De maximale zuurstofopname (VO₂max) — een maat voor conditie — steeg sterk, zowel bij korte als langere programma’s. Dit is een belangrijke voorspeller voor gezondheid en levensduur. Ook de maximale hartslag verbeterde, wat duidt op een fitter hart. Bloeddruk en bloedsuiker bleven grotendeels gelijk, vooral omdat veel deelnemers daar al normale waarden voor hadden.

3. Werkt het ook als je maar kort HIIT?
Ja! Zelfs programma’s van 12 weken of korter bleken al effectief voor vetverbranding en conditie. Langere trajecten gaven nog iets meer conditiewinst, maar het verschil was klein. Er is dus geen magische minimale duur: weinig kan al genoeg zijn.

4. Is het veilig?
Van de meer dan 4.000 deelnemers kreeg slechts een handvol mensen bijwerkingen, meestal spierpijn. Geen ernstige problemen werden aan HIIT toegeschreven. Wel is het verstandig om onder begeleiding te starten, zeker als je gezondheidsproblemen hebt.

5. Eén kanttekening: vet meten is niet simpel
De onderzoekers weten zeker dát er vetverlies is, maar niet precies waar dat vet zat, of hoe het gemeten werd. Was het buikvet? Totaal lichaamsvet? En met welke methode? Dat bleef onduidelijk. Een gemiste kans, want vet op de buik is juist het gevaarlijkst.

Wat kun je hiermee?
HIIT is een krachtige en veilige manier om je gezondheid op peil te houden of te verbeteren, ook als je ouder bent. Begin met korte sessies, luister naar je lichaam, en bouw langzaam op. De voordelen zijn tastbaar — ook al zie je ze niet altijd direct op de weegschaal.

#hiit #vetpercentage #veroudering #gezondheid #leefstijl #cardiovasculair #rct #inspanningfysiologie #lichaamscompositie #systematischoverzichtsartikel

Senioren HIIT vetpercentage uithoudingsvermogen meta-analyse

Suiker vormt geen risico voor diabetes type 2. Het is uitsluitend suiker uit dranken, maar niet uit vast voedsel. Serieus? Laten we eerst de publicatie (Della Corte KA, et al 2025) bespreken.

𝗠𝗲𝘁𝗵𝗼𝗱𝗼𝗹𝗼𝗴𝗶𝗲

Deze studie onderzocht of het eten of drinken van suiker samenhangt met het risico op type 2 diabetes. De onderzoekers verzamelden gegevens uit 29 langlopende bevolkingsstudies met ruim 800.000 volwassenen zonder diabetes bij aanvang. Ze vergeleken hoeveel suiker mensen binnenkregen uit verschillende bronnen, zoals frisdrank, vruchtensap of vaste voeding, en hoeveel mensen later diabetes ontwikkelden.

𝗥𝗲𝘀𝘂𝗹𝘁𝗮𝘁𝗲𝗻

Elke extra portie frisdrank of vruchtensap per dag verhoogde het diabetesrisico: met 25% voor frisdrank en 5% voor vruchtensap. Opvallend genoeg hing suiker uit vaste voeding – zoals fruit of zuivel – juist samen met een klein verlaagd risico. Toegevoegde suiker en fructose lieten geen duidelijk verband zien. De onderzoekers gebruikten geavanceerde statistiek om risico’s bij verschillende innameniveaus te berekenen.

𝗛𝗲𝘁 𝗽𝗶𝗷𝗻𝗽𝘂𝗻𝘁

Vrijwel alle onderliggende studies corrigeerden voor leeftijd, gewicht, beweging en voeding. Dat zou suggereren dat het effect losstaat van BMI-toename, een bekende risicofactor voor diabetes. Toch is hier sprake van een belangrijk gemis.

𝗕𝗠𝗜-𝗿𝗶𝗰𝗵𝘁𝗶𝗻𝗴

Er is namelijk alleen een BMI-meting aan het begin van de studie, niet bij de vaststelling van diabetes. Je kunt dus geen tijdsafhankelijke modellen, zoals marginal structural models toepassen en dus geen BMI-richting bepalen. Gewichtstoename is echter de bekendste covariaat en BMI-richting meenemen zou standaard moeten worden in voedingsepidemiologie, ook om bijvoorbeeld jojo-effecten te analyseren.

𝗖𝗼𝘂𝗻𝘁𝗲𝗿𝗳𝗮𝗰𝘁𝘂𝗮𝗹 𝘀𝗰𝗲𝗻𝗮𝗿𝗶𝗼'𝘀

We voeren al decennia een oppervlakkige strijd tegen ‘slecht’ voedsel zonder dat we de causale logica goed vastleggen. Counterfactual analyses stellen juist de vraag: onder welke omstandigheden klopt onze hypothese níét? Als na invoering van een suikertaks de eiwitinname daalt, is het onwaarschijnlijk dat alleen minder frisdrank wordt gedronken. En als mensen die veel ultrabewerkt voedsel eten vaker sterven aan ongevallen, moet je zoeken naar een onderliggende factor, zoals risicovol gedrag.

𝗖𝗼𝗻𝗰𝗹𝘂𝘀𝗶𝗲

Voor deze studie wil je zien dat mensen met stabiele of dalende BMI toch vaker diabetes krijgen bij hoge frisdrankconsumptie. Dan wordt duidelijk dat frisdranksuiker waarschijnlijk een directe rol speelt. Nu concluderen dat suiker op zich geen probleem is, maar alleen frisdranksuiker, lijkt te kort door de bocht.

𝗠𝗲𝗲𝗿 𝗹𝗲𝗿𝗲𝗻 over preventie in de praktijk, kun je in onze module Healthcoach (chivo.nl/mhc), die je ook als summerschool kunt volgen op 4-8 aug.

Frisdrank veroorzaakt diabetes?

Leidt het aanbieden van een gratis sportabonnement aan studenten tot betere academische prestaties? Een recente publicatie (Carpellen 2022) suggereert van wel—maar met sport heeft het opvallend weinig te maken.

𝗗𝗲 𝘀𝘁𝘂𝗱𝗶𝗲

De studie had een gerandomiseerd gecontroleerd design (RCT) met een intention-to-treat-aanpak, uitgevoerd onder 778 vrijwillige studenten van twee Noorse onderwijsinstellingen die nog geen sportabonnement hadden. De deelnemers werden willekeurig toegewezen aan een interventiegroep (gratis sportkaart) of een controlegroep. Als uitkomstmaten gebruikten de onderzoekers administratieve data over studieprestaties (zoals behaalde studiepunten en cijfers), aangevuld met zelfrapportages over leefstijl en zelfcontrole op basis van samengestelde en ordinale schalen. Er werd gecontroleerd voor achtergrondvariabelen zoals leeftijd, geslacht, instelling, studiejaar en het aantal ingeschreven studiepunten aan het begin van het semester.

𝗥𝗲𝘀𝘂𝗹𝘁𝗮𝘁𝗲𝗻

De interventie leidde tot een gemiddelde toename in gymbezoek van 7,5 keer over vier maanden (ongeveer eens per twee weken), met een effectgrootte van 0,63 standaarddeviatie. Studenten in de interventiegroep behaalden gemiddeld 0,15 standaarddeviatie meer studiepunten dan de controlegroep, zonder negatieve impact op hun gemiddelde cijfer. Daarnaast rapporteerden zij verbeteringen in zelfcontrole en leefstijl van vergelijkbare grootte. De effecten waren het sterkst onder studenten die bij aanvang laag scoorden op leefstijl, zelfcontrole, studietijd en geluk: zij behaalden 0,5 standaarddeviatie meer studiepunten. Er was geen effect op het aantal gestudeerde uren of algemeen geluk, maar wel een toename in tevredenheid over de eigen studieprestaties. De opbrengsten voor de universiteit (door extra behaalde studiepunten) overstegen de kosten van het sportabonnement, wat wijst op een positief economisch rendement.

𝗢𝘃𝗲𝗿𝘄𝗲𝗴𝗶𝗻𝗴𝗲𝗻

De titel "Exercise improves academic performance" is weinig geloofwaardig als men slechts 7,5 keer in vier maanden heeft gesport. Er is geen enkele neurofysiologische verklaring voor het effect. De verklaring is waarschijnlijk psychologisch, en toe te schrijven aan het zogenaamde fresh start effect: de verhoogde motivatie om doelen te stellen of gedrag te veranderen na betekenisvolle tijdsmarkeringen. Dat effect is helaas tijdelijk, en dat blijkt ook uit de publicatie. De meeste sportschoolbezoeken vonden vooral aan het begin plaats. Ik vind gedragsuitkomsten altijd lastig als er geen duidelijke psychologische verankering is. Daarnaast is de titel ook echt misleidend. Daarmee pleit ik nog steeds voor bewegen en sport, maar het laat vooral zien dat je iets onderliggends moet aanpakken, los van sporten: motivatie en de kunst van het volhouden.

𝗠𝗲𝗲𝗿 𝗹𝗲𝗿𝗲𝗻? Volg onze module Healthcoach via chivo.nl/mhc, ook beschikbaar als summerschool van 4–8 aug.

Gratis sportabonnement verbetert schoolprestaties?

Volgens het nieuwe EASO-raamwerk (European Association for the Study of Obesity) uit 2024 zijn er 20 procent meer mensen met obesitas dan tot nu toe verondersteld op basis van sterfterisico in een Amerikaanse NHANES populatie (Dicker D, et al 2025).

Wij gebruiken deze nieuwe criteria al min of meer sinds 2012 – ja, dat lees je goed. Ze zijn namelijk gebaseerd op het Canadese Edmonton Obesity Staging System (EOSS), dat minder naar gewicht kijkt en meer naar metabole symptomen.

In 2017 schreven we in ons artikel 'Obesitas, een leefstijl of een vitaliteitsvraagstuk' dat men moet screenen op metabole gezondheid, omdat we namelijk net zo comfortabel zijn in de literatuur als in de loopgraven.

De EOSS-criteria zijn gedefinieerd als stadia:

  1. Geen risicofactoren of beperkingen
  2. Subklinische risicofactoren of lichte beperkingen
  3. Comorbiditeiten (bv. diabetes, hypertensie) of matige beperkingen
  4. Ernstige comorbiditeiten of duidelijke functionele beperkingen

Een sleutelstudie (longitudinaal) uit 2011 liet zien dat stadium 0 en 1 niet geassocieerd zijn met verhoogde sterfte, ongeacht gewicht. Stadium 2 en 3 wel – al verdween dit effect bij stadium 2 na correctie voor fitheid (Kuk JL, et al 2011).

En er zijn talloze studies die deze vinding repliceren. Het gaat dus niet om lovehandles, maar om metabole gezondheid. Een simpele fitheidstest geeft vaak al een goede indicatie (Ross R, et al 2016)

Mensen die niet fit zijn, lopen risico’s – ongeacht hun gewicht. Een saillant detail is dat fitte mensen met obesitas (BMI > 29) geen grotere overlijdenskans hadden dan mensen met normaalgewicht.

In onze module Healthcoach werken we volgens deze prioriteiten:

  1. Motivatie
  2. Overzicht & structuur
  3. Eigen effectiviteit
  4. Roken
  5. Bewegen
  6. Slaap
  7. Voeding
  8. Afslanken

Die volgorde kan veranderen per casus, omdat we rekening houden met hulpvraag, voorkeur en niveau, maar over het algemeen staan voeding en afslanken dus achteraan, als deze überhaupt aan bod komen. We werken impactgericht, met modulaire stappenplannen per leefstijlgebied. Veranderen is een werkwoord, zo is ons uitgangspunt.

Onze aanpak combineert zelfdeterminatietheorie en goal-setting met principes van cognitieve gedragscoaching, oplossingsgericht werken en behoeftensteun. Zo kun je veranderingsdoelen, bereidheid en vaardigheden effectief peilen en begeleiden. En natuurlijk houden we rekening met contra-indicaties. Het is een geïntegreerd systeem met hele concrete handvatten. Dit valt bij ons onder leefstijl, niet onder vitaliteitskunde.

En ja, we bespreken ook fysiologie en technische details – maar die staan in het naslagwerk van 500+ pagina’s. Want leefstijlverandering draait zelden om kennis.

Meer leren? Volg de module Healthcoach, ook als summerschool van 4–8 augustus. Eveneens interessant als je als GLI coach meer impact wilt maken.

Richt je op metabole gezondheid in plaats van BMI

In een tijd waarin vet, suiker en bewerkte voeding elkaar afwisselen als de grote boosdoener, brengt deze driedelige serie van arts James McCormack helderheid. Op basis van tientallen studies en met veel oog voor nuance laat hij zien: niet alle ultrabewerkte voeding is schadelijk, het gaat om hoeveel je ervan eet – en welke soorten. Deze samenvatting helpt je om beter te begrijpen wat wél en níet uitmaakt voor je gezondheid, zonder schuldgevoel of hypes.

Deel 1 – De voedseloorlogen: waarom we verkeerde zondebokken kiezen (8 juli 2025)

  • Historische context: Sinds de jaren ’60 werd vet lange tijd als grote boosdoener gezien, waarna vanaf de jaren 2000 de aandacht verschoof naar suiker en nu naar ultrabewerkte voeding (UPF)
  • NOVA-classificatie: Voedsel wordt ingedeeld in vier categorieën op basis van bewerking. UPF omvat frisdrank, snacks, kant-en-klaar maaltijden, vleessnacks, zoete zuivel, enz. .
  • Onderzoeksmethoden: Meestal gebruik van observationele studies waarin groepen met hoge versus lage inname worden vergeleken, wat relatieve risico’s oplevert – zonder context over absolute risico’s .

Deel 2 – Ultra-processed panic: wat toont het bewijs echt? (9 juli 2025)

  • Hoeveel is te veel? Studies tonen vooral risico’s bij ≥ 40 % van de dagelijkse energie uit UPF. Bij < 30 % is er nauwelijks bewijs voor ongezondheid
  • Subtypen van UPF: Slechts twee categorieën worden consistent gelinkt aan slechtere gezondheid – suikerhoudende drankjes en bewerkt vlees. Andere UPF-categorieën tonen vaak geen risico of zelfs neutrale effecten
  • Gevolg voor diabetes: Bij > 40 % UPF-inname is er ~24 % verhoogd risico op type 2‑diabetes; onder 40 % is dat risico niet significant
  • Gewicht: Een RCT toonde aan dat mensen op een UPF-dieet ~500 kcal extra aten en in twee weken ~0,9 kg aankwamen versus afvallen bij onbewerkte voeding – bewijs dat UPF leidt tot meer eten en gewichtstoename

Deel 3 – Should you be worried? – jouw persoonlijke risico’s (10 juli 2025)

  • Relatief vs. absoluut risico: Een reductie van drie porties bewerkt vlees per week gedurende 10 jaar: ~5–11 % minder sterfte/ziekte (relatief), maar slechts ~1 % absoluut – dus nodig: 100 mensen om die verandering te maken om één leven te redden
  • Nuance in risico: Belangrijkste risico’s komen van suikerhoudende dranken en bewerkt vlees. Algemene UPF‑uitzonderingen veroorzaken weinig tot geen risico. Persoonlijke voorkeur en risicoacceptatie zijn leidend .
  • Keuzevrijheid & context: Geniet je van vlees of frisdrank en vind je ~1–2 % medische winst te klein? Eet door. Hecht je waarde aan andere factoren (ethisch, milieu, gezondheid)? Vermijd dan die twee risicogroepen .

Brede conclusies

  1. “De dosis maakt het gif” – De gezondheidsrisico’s van UPF komen vooral bij hoge consumptie (>30–40 %).
  2. Richt je op de boosdoeners – Suikerhoudende dranken en bewerkt vlees blijken de grootste veroorzakers van gezondheidsproblemen.
  3. Bespaar je schuldgevoelens – Geniet gerust van andere UPF als je totale inname beperkt blijft en je levensplezier behoudt.
  4. Maak een geïnformeerde keuze – Begrijp je eigen risico, weeg af wat je belangrijk vindt (gezondheid, ethiek, milieu), en beslis daarover zelf.
  5. Blijf genuanceerd – UPF is geen rij met rood licht: niet alles in die categorie is ongezond, en context is cruciaal.
Zestig jaar oorlog tegen de verkeerde voeding