Slaaphygiëne werkt matig bij insomnia
In de praktijk horen we het vaak: cliënten met slaapproblemen die hun gedrag al hebben aangepast op basis van bekende adviezen. Geen schermen meer ’s avonds, geen koffie na drie uur, het slaapkamerraam op een kier. Dit soort tips vallen onder wat we slaaphygiëne noemen. Maar hoe goed werkt dat eigenlijk bij mensen met serieuze slaapproblemen?
De meta-analyse
Uit een recente meta-analyse (Ruan 2025) van 39 gerandomiseerde studies blijkt dat slaaphygiëne inderdaad een positief effect heeft. De onderzoekers volgden meer dan 4.000 volwassenen met gediagnosticeerde slapeloosheid. Gemiddeld sliepen mensen sneller in en iets langer door na het volgen van slaaphygiëne-instructies. De verbetering was echter beperkt van omvang.
Slaap hygiene als controlegroep
Wat belangrijk is om te weten, is dat in de meeste van deze studies slaaphygiëne werd ingezet als controlegroep. Met andere woorden: het werd gebruikt als basisbehandeling waarmee andere interventies werden vergeleken. Denk aan medicatie, mindfulness, gedragsmatige interventies of acupressuur. In die vergelijking viel slaaphygiëne duidelijk minder effectief uit. Toch betekent dit niet dat slaaphygiëne waardeloos is. De onderzoekers vermoeden dat het waarschijnlijk wel beter werkt dan geen behandeling, maar daar is nog onvoldoende onderzoek naar gedaan.
Veel heterogeniteit
Wat ook meespeelt, is dat de inhoud van de slaaphygiëne-adviezen sterk varieerde tussen studies. Soms kregen mensen slechts een korte folder, soms werd er persoonlijke begeleiding geboden. Ook de kwaliteit van de onderzoeken verschilde, met een relatief hoog risico op vertekening.
Overwegingen
Als professional is het belangrijk om deze nuance mee te nemen in de begeleiding van cliënten. Voor mensen met lichte slaapproblemen of als eerste stap in een traject, kan aandacht voor slaaphygiëne zeker zinvol zijn. Maar wanneer de slapeloosheid aanhoudt of ernstig is, is het vaak nodig om verder te gaan. Cognitieve gedragstherapie voor insomnie (CBT-I) wordt bijvoorbeeld gezien als de gouden standaard en blijkt effectiever dan alleen slaaphygiëne. Ook technieken als mindfulness kunnen zinvolle aanvullingen zijn, afhankelijk van de context en voorkeuren van de cliënt.
Tot slot
Kortom, slaaphygiëne is zelden afdoende als enige interventie bij chronische slapeloosheid. Maar het kan wel een laagdrempelige ingang zijn, en in sommige gevallen helpen om de drempel naar intensievere zorg te verlagen. De sleutel ligt in het samen verkennen van wat voor de cliënt werkt, en daarbij open te staan voor het opschalen naar effectievere behandelopties waar nodig.