Recent onderzoek met behulp van de UK Biobank, een grootschalige populatiestudie, heeft nieuwe inzichten opgeleverd over de impact van frisdrankconsumptie op de gezondheid. De studie onderzocht de relatie tussen de consumptie van gesuikerde frisdranken (SSB's) en kunstmatig gezoete dranken (ASB's) en twee belangrijke gezondheidsuitkomsten: cardiovasculaire incidenten bij mensen met type 2 diabetes en depressie bij mensen zonder diabetes.
Hartgezondheid en diabetes
Bij mensen met type 2 diabetes bleek een hogere consumptie van zowel SSB's als ASB's samen te hangen met een verhoogd risico op coronaire incidenten, zoals hartaanvallen. Het risico nam lineair toe met de hoeveelheid geconsumeerde frisdranken, wat erop wijst dat zelfs matige consumptie nadelige effecten kan hebben. Dit benadrukt het belang van gezonde drankkeuzes bij deze kwetsbare groep.
Depressie en frisdranken
Voor mensen zonder diabetes werd een ander patroon gevonden. Hier werd een hogere consumptie van SSB's en ASB's geassocieerd met een verhoogd risico op depressie. Interessant genoeg bleek de consumptie van natuurlijke vruchtensappen bij matige hoeveelheden juist een beschermend effect te hebben tegen depressie.
Geen genetische interacties
Wat opvallend was in beide analyses, is dat er geen significante interacties werden gevonden tussen genetische aanleg (zoals predispositie voor cardiovasculaire aandoeningen of depressie) en frisdrankconsumptie. Dit suggereert dat het verhoogde risico op deze aandoeningen meer te maken heeft met gedragspatronen dan met genetische factoren.
Correctie voor BMI
In een recente review onderzocht men de relatie tussen de consumptie van kunstmatig gezoete dranken en diverse gezondheidsuitkomsten. De bevindingen suggereren dat het drinken van deze dranken niet significant beschermt tegen ziekten zoals cardiovasculaire aandoeningen en depressie. In sommige gevallen werd zelfs een verhoogd risico waargenomen.
Deze resultaten hebben implicaties voor het debat over de invoering van een suikertaks. Een dergelijke belasting is bedoeld om de consumptie van suikerhoudende dranken te verminderen en zo de volksgezondheid te bevorderen. Echter, als consumenten overstappen op kunstmatig gezoete dranken die geen gezondheidsvoordelen bieden en mogelijk zelfs schadelijk zijn, kan het beoogde effect van de suikertaks worden ondermijnd.
Het probleem is echter niet alleen de BMI, maar de voortschrijdende omvang. Niet iedereen wordt ziek bij een specifiek afkappunt, maar als men blijft uitdijen dan zal dit zeker gebeuren. Daarom is correctie voor BMI lastig. Men moet BMI richtingen gaan volgen.
Conclusie
Dit onderzoek bevestigt dat frisdrankconsumptie negatieve gevolgen kan hebben voor de gezondheid, ongeacht of het gaat om gesuikerde of kunstmatig gezoete dranken. De bevindingen benadrukken het belang van het vervangen van ongezonde dranken door gezondere alternatieven, zoals water, thee, of matige hoeveelheden natuurlijke sappen, om zowel fysieke als mentale gezondheidsrisico’s te verminderen.
"Geen enkel zoogdier zoogt bij een ander zoogdier, laat staan op latere cq volwassen leeftijd"
Dit is een variant op een vaak gehanteerd standpunt, maar het klopt feitelijk en logischerwijs niet.
"Geen enkel zoogdier zoogt bij een ander zoogdier"
Dat is onjuist
Uit deze observatie blijkt dat katten de melk stelen van lacterende zee-olifanten en dat geldt overigens voor meeuwen.
https://www.scielo.org.mx/scielo.php?pid=S2007-33642010000300005&script=sci_abstract&tlng=en
Het is dus feitelijk onjuist, maar laten we dat eens logisch toetsen.
"Geen enkel zoogdier zoogt bij een ander zoogdier"
Er is ook geen enkel zoogdier dat kookt, zoals mensen dat doen. Betekent dat het dat we moeten stoppen met koken? Er zijn geen aanwijzingen dat het slecht voor ons is en we er ook de dominante soort op de planeet mee geworden.
Het argument is ook onlogisch.
Dit is geen pleidooi voor of tegen melkconsumptie, maar het is duidelijk dat geopinieerd zijn niet automatisch betekent dat iemand ook geïnformeerd is of überhaupt logisch kan argumenteren.
Het idee dat ultrabewerkt voedsel per definitie problematisch is, is helaas slecht onderzocht. In deze review van prospectieve onderzoeken wordt de NOVA-classificatie gebruikt om UPFs (ultrabewerkte voedingsmiddelen) te definiëren en worden correcties toegepast voor variabelen zoals dieetkwaliteit (inclusief suiker, vezels, verzadigd vet en natrium), BMI, energiedichtheid en sociaaleconomische factoren.
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/35010898/
Ook na correctie van deze factoren bleef ultrabewerkt voedsel een onafhankelijke factor voor gezondheidsuitkomsten zoals obesitas, type 2 diabetes, cardiovasculaire ziekten, kanker en sterfte. De effectgroottes worden weergegeven als hazard ratio's (HR's) per 10% toename in UPF-consumptie.
- Vervroegde sterfte:
HR per 10% toename in UPF-inname: 1.15.
Gecorrigeerd voor BMI, energiedichtheid, suiker en andere dieetkenmerken.
- Cardiovasculaire ziekten (CVD):
Alle CVD: HR 1.13.
Coronaire hartziekten: HR 1.14.
Cerebrovasculaire ziekten: HR 1.12.
Correcties: dieetkwaliteit, BMI, energiedichtheid.
- Type 2 diabetes mellitus (T2DM):
HR per 10% toename in UPF-inname: 1.19.
Gecorrigeerd voor suiker, vezels, natrium, verzadigd vet en energiedichtheid.
- Kanker:
Alle kankers: HR 1.12.
Borstkanker: HR 1.11.
Correcties: suiker, vetten, koolhydraten en BMI.
- Obesitas:
HR voor obesitas per 10% toename in UPF-inname: 1.10.
Correcties: dieetkwaliteit, BMI, energiedichtheid.
Het overgrote deel van het effect wordt verklaard door BMI-toename. Dit maakt het draagvlak voor een suikertaks nogal vreemd, mede omdat het vervangen van suiker door laagcalorische zoetstoffen in de praktijk geen effect laat zien.
Uit het beperkte experimentele onderzoek dat is gedaan naar ultrabewerkt voedsel blijkt dat het effect voornamelijk samenhangt met de hoeveelheid energie die je binnen het tijdvenster van verzadiging consumeert. Belangrijke factoren hierbij zijn:
- Snelheid van eten (minder kauwen leidt tot sneller eten).
- Energiedichtheid (vooral vet in plaats van suikergehalte).
- Smakelijkheid.
https://chivo.nl/connect/space/cafe-leefstijl-fitness/post/veroorzaakt-ultrabewerkte-voed
Het grootste deel van het ongezonde effect wordt verklaard door een toename in BMI. Toch is er een onafhankelijk effect los van BMI. Onderzoekers wijten dit aan factoren zoals een tekort aan nutriënten (mensen eten bijvoorbeeld minder volwaardig), maar ook aan emulgatoren, conserveermiddelen en acrylamide, en andere kankerverwekkende stoffen die ontstaan bij hoge temperaturen.
Er is echter nog een ander aspect dat niet alleen draait om BMI, maar niet meegenomen is. Iedereen die in de praktijk werkt met obesitas kent mensen die geen enkele metabole afwijking vertonen (zoals verhoogde bloedglucose, cholesterol of CRP-waarden). Dit heeft te maken met problemen in de vetcellen zelf, zoals het niet in staat zijn om te differentiëren tot rijpe vetcellen of het onvermogen om uit te zetten.
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/28585198/
De aannames die men heeft over voedsel maken het lastig om een gericht en effectief beleid te ontwikkelen.
Wanneer we denken aan overgewicht, gaan onze gedachten vaak direct naar de negatieve gezondheidsgevolgen: een verhoogd risico op hart- en vaatziekten, diabetes, en andere ernstige aandoeningen. Maar hoe zit het met de impact van overgewicht op ons mentale welzijn, specifiek op ons geluk? Verrassend genoeg is dit verband minder duidelijk dan we zouden denken. Een recent onderzoek werpt nieuw licht op deze relatie en laat zien dat gewichtstoename misschien niet zo'n grote invloed heeft op geluk als vaak wordt aangenomen.
Het Onderzoek:
In het artikel “The Scale Goes Up, the Joy Goes Down?” onderzochten wetenschappers het verband tussen overgewicht en geluk met behulp van grootschalige Duitse paneldata van 8.815 deelnemers, verzameld over een periode van tien jaar. Door gebruik te maken van geavanceerde statistische technieken, zoals fixed-effects regressiemodellen en een random-intercept cross-lagged panel model (RI-CLPM), probeerden ze de causale relatie tussen BMI (Body Mass Index) en geluk te achterhalen.
Resultaten
De resultaten doorbreken enkele hardnekkige mythes:
- Geen negatief effect: Gewichtstoename bleek geen negatief effect te hebben op geluk. Integendeel, in sommige gevallen was er zelfs een klein positief verband.
- Geslacht en leeftijd maken niet uit: De bevindingen waren consistent voor mannen en vrouwen, ongeacht hun leeftijd of BMI-categorie.
- Gezondheid en geluk: Hoewel overgewicht vaak leidt tot slechtere gezondheid, bleek dit niet rechtstreeks door te werken op het gevoel van geluk.
Waarom maakt gewicht niet uit?
Deze resultaten roepen interessante vragen op. Als overgewicht zulke negatieve gezondheidseffecten heeft, waarom zien we dit dan niet terug in gelukscijfers? Mogelijke verklaringen:
- Sociaal stigma neemt af: Bewegingen zoals body positivity zorgen voor een verschuiving in hoe mensen over lichaamsgewicht denken. Gewicht wordt steeds minder gezien als bepalend voor zelfwaarde of geluk.
- Geluk door voeding?: Gewichtstoename wordt vaak veroorzaakt door overmatige calorie-inname, wat op korte termijn plezier of comfort biedt. Dit zou het negatieve effect op geluk kunnen compenseren.
- Complexe relaties: Het verband tussen gewicht, gezondheid en geluk is ingewikkeld. Leeftijd en gezondheidsbewustzijn spelen hier waarschijnlijk een grote rol.
Wat betekent dit voor gewichtsverlies?
Als gewichtstoename geen negatieve impact heeft op geluk, kan dit verklaren waarom gewichtsverlies voor veel mensen geen prioriteit is, zelfs niet als ze zich bewust zijn van de gezondheidsrisico’s. Het gebrek aan een directe negatieve psychologische prikkel kan mensen ontmoedigen om te investeren in gezond eten en meer bewegen.
De beperkingen van het onderzoek
Het onderzoek kent ook beperkingen:
- BMI is geen perfecte maatstaf: Het houdt geen rekening met de verhouding tussen vet en spiermassa. Gezonde atleten met een hoge spiermassa kunnen bijvoorbeeld als 'overgewicht' worden gecategoriseerd.
- Zelfrapportage: Deelnemers rapporteerden zelf hun lengte en gewicht, wat mogelijk tot vertekeningen kan leiden.
- Geen focus op ondergewicht: Het onderzoek richtte zich specifiek op overgewicht, terwijl ondergewicht, hoewel zeldzaam, ook belangrijke implicaties voor geluk kan hebben.
Wat kunnen we hieruit leren?
Deze bevindingen laten zien dat de relatie tussen fysieke en mentale gezondheid complexer is dan we vaak denken. Overgewicht heeft wellicht minder impact op geluk dan eerder aangenomen, maar dat betekent niet dat het geen aandacht verdient. Voor beleid en interventies is het belangrijk om niet alleen te focussen op de gezondheidsrisico's, maar ook op de percepties en motivaties van mensen rondom gewicht.
Als we begrijpen waarom mensen ondanks de risico’s hun gewicht niet als een probleem ervaren, kunnen we effectievere en meer empathische strategieën ontwikkelen om een gezondere samenleving te creëren.
Stel je voor dat je mensen vier soorten maaltijden een week laat eten die allemaal dezelfde macronutriëntenverhouding, evenveel zout, suiker en vezels bevatten, maar verschillen in bewerking en aandeel hypersmakelijkheid. Wat zou er dan gebeuren?
In de afbeelding zie je de verschillende samenstellingen, maar het gaat om deze vier:
a. Minimale bewerking, gemiddelde energiedensiteit, gemiddelde smakelijkheid
b. Ultrabewerkt, hoge energiedensiteit, hoge smakelijkheid
c. Ultrabewerkt, hoge energiedensiteit, gemiddelde smakelijkheid
d. Ultrabewerkt, gemiddelde energiedensiteit, gemiddelde smakelijkheid
De deelnemers kregen de opdracht om niet bewust af te slanken of aan te komen, en ze mochten zoveel of zo weinig eten als ze wilden. Wat ze niet aten, werd afgestort, gewogen en geregistreerd.
Onderzoeker Kevin Hall presenteerde tussenresultaten, en er bleken aanzienlijke gewichtsverschillen te ontstaan die terug te voeren zijn op twee belangrijke factoren:
- Energiedensiteit
- Smakelijkheid
De eerste is bekend, omdat in verschillende onderzoeken waarin mensen geïnterneerd zijn en toegang hebben tot een eetautomaat, een samenhang wordt gevonden tussen gewicht en het vetgehalte in een product. Dikkere mensen kiezen vaker energiedense producten, wat zich vertaalt naar meer vetinname. Gewichtstoename is het grootste probleem en niet de suiker!
De tweede factor is smakelijkheid. Je eet simpelweg meer van wat je lekker vindt. In dit experiment bestonden de samengestelde maaltijden voor 74 procent uit producten met hoge hypersmakelijkheid tegenover 54 procent in de overige maaltijdopties.
Eerdere studies hebben vastgesteld dat je meer eet van ultrabewerkt voedsel omdat je sneller eet. Dit werd ook in dit experiment gevonden, maar het verschil was slechts 170 kcal per dag tussen optie a en optie d. Als je echter hoger energiedichte en hypersmakelijke maaltijden combineert (optie b), eet men 1.000 kcal(!) per dag meer dan bij optie a. Het verschil tussen meer (optie b) en minder hypersmakelijk, maar energiedicht voedsel (optie c) is 200 kcal.
Bij elkaar kun je een optelsom maken:
- Onbewerkte maaltijd met 50% hypersmakelijk is de norm.
- Verschil met ultrabewerkt: +170 kcal.
- Verschil met hoge energiedensiteit: +630 kcal.
- Verschil met 75% hypersmakelijk: +200 kcal.
Als we naar de gewichtsfluctuatie kijken, zien we dat onbewerkt voedsel leidt tot licht gewichtsverlies. Bij optie d was er ondanks de ruime beschikbaarheid van ultrabewerkt voedsel geen gewichtstoename.
De bevindingen sluiten aan bij de literatuur en praktijkervaring en verklaren duidelijk waarom een suikertaks weinig zinvol is tegen obesitas. Het faalt in 72 van de 73 landen waar het is ingevoerd. Alleen Hongarije lijkt de BMI te stabiliseren, maar daar hebben ze een vettaks.
https://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S0002916523663464?via%3Dihub
Dit is nog niet gepubliceerd experimenteel bewijs, maar het helpt om maatregelen beter af te stemmen op het daadwerkelijk probleem.
