Groupthink genuanceerd
Groepsdenken, veelal in het Nederlands ook gerefereerd als groupthink, is het idee dat men onder groepsdruk tot consensus komt zonder kritische evaluatie. De anekdote die het idee de wereld in lanceerde, liet echter al tegenstrijdige signalen zien.
Groupthink was volgens deze overleveringen de reden waarom operatie Varkensbaai om het regime van Fidel Castro van Cuba omver te werpen, leidde tot een totale nederlaag voor de Amerikanen.
Het was vooral opvallend hoe het briljante team van Kennedy, bestaande uit mensen met Ivy League-achtergronden, zo enorm kon falen. Het Varkensbaai-incident was zo’n ramp dat psycholoog Irving Janis het gebruikte als archetypisch voorbeeld van het fenomeen toen hij later zijn enorm invloedrijke theorie over groupthink ontwikkelde.
Volgens Irving Janis ontstaat groupthink in hechte groepen wanneer de druk om unanimiteit en conformiteit de betere oordelen van individuele leden overstemt. De wens naar groepscohesie zorgt ervoor dat mensen hun twijfels voor zichzelf houden. Omdat deze twijfels niet worden geuit, ontbreekt het aan afwijkende standpunten, waardoor groepen te zelfverzekerd worden over de wijsheid van hun keuzes.
Een analyse van psycholoog Roderick Kramer leidde echter tot veel meer details en toonde aan dat er wel degelijk tegenspraak was en dat er ook afwegingen van andere scenario's zijn gemaakt (Kramer RM 1998).
Daarmee is niet gezegd dat er geen fouten zijn gemaakt, maar die bleken deels te liggen in een ander motief, namelijk politicothink, de politieke consequenties van de aanval. Het probleem was dus niet per se druk vanwege sociale cohesie, maar conflicterende doelen. Er werden beslissingen genomen die in een later stadium andere agenda's konden dienen. Ironisch genoeg is dat het tegenovergestelde van sociale cohesie en is het Kennedy niet gelukt om iedereen scherp achter hetzelfde doel te krijgen.
Hiermee is niet gezegd dat er geen experimenteel bewijs is van groupthink, maar het gaat dan om compleet nieuw gevormde groepen, waarbij iedereen elkaar nog aan het aftasten is. Als deelnemers elkaar langer kennen, zoals bij vrienden, dan zie je dat dit niet en eigenlijk negatief correleert met groupthink (Hogg MA 1998).
De experimenten over groupthink hebben gemengde resultaten en dat is deels toe te schrijven aan onduidelijkheid over wat sociale cohesie nu daadwerkelijk betekent. Een tweede probleem is dat de kern van de theorie niet duidelijk is en een formele beschrijving met testbare hypotheses zou daarom prioriteit moeten hebben. Het voorkomt ook, zoals bij de operatie Varkensbaai, dat we verstorende variabelen missen. Groupthink zit wetenschappelijk nog niet heel stevig in elkaar, hoewel dit artikel van Harvard dat als een feit presenteert:
Vanuit een psychologische basisbehoeftenperspectief is er een hypothese dat gefrustreerde bindingsbehoefte leidt tot compensatiegedrag in de vorm van conformiteit, maar dat betreft een selecte groep (Bradshaw E et al 2023).
Daarmee is er een wetenschappelijke theorie om groupthinkhypotheses beter te onderzoeken en vooral ook wie er gevoelig voor is.
