Skip to main content

Beperkte invloed opvoeding als het gaat om zelfregulatie

Een hoopvol bericht, omdat de motivatie en de zelfregulatiecapaciteiten, zogenaamde non-cognitieve vaardigheden, in toenemende mate de academische prestaties voorspellen naarmate men ouder wordt, ongeacht de sociaal-economische status (SES), zo suggereert onderzoek (Malanchi 2024).

Die vondst is niet zo vreemd, omdat naarmate je ouder wordt, het belang van domeinkennis toeneemt en je met intelligentie alleen niet zult slagen. Dit is een punt dat ik regelmatig maak in discussies op LinkedIn, wanneer kritische mensen intelligentie verwarren met kennis. De motivatie/zelfregulatie factoren die onderzocht zijn.

  1. Emotieregulatie
  2. Gedragsmatige zelfregulatie
  3. Aandachtsregulatie
  4. Planning en organisatie
  5. Impulsbeheersing
  6. Volharding
  7. Stressmanagement

Gezamenlijk verklaren deze vaardigheden de variantie in academische prestaties:

  1. 9 jaar (1%)
  2. 12 jaar (17%)
  3. 16 jaar (26%)

De populatie (n=10.000) bestond uit:

  1. Eeneiige tweelingen (dezelfde genen, gedeelde omgeving)
  2. Twee-eiige tweelingen (50% gedeelde genen, dezelfde omgeving)
  3. Losse individuen (geen gedeelde omgeving of genen)

Hiermee kan de invloed op motivatie en zelfregulatie worden verklaard (afbeelding):

a2. 30-50% door genen
c2. 10% door gedeelde omgeving (bv opvoeding)
e2. 40-60% door niet-gedeelde omgeving

Het aandeel van opvoeding is dus beperkt. Dat weten ouders heel goed, en waarschuwen daarom voor slechte vriendjes. Het betekent ook dat er vanwege de contacturen, een bijzondere rol is weggelegd voor scholen

Toch is het zo dat jongeren met een lage SES minder vaak naar de universiteit gaan. Het maakt nogal uit of je SES als uitgangspunt neemt of motivatie/zelfregulatie. In het laatste geval zal SES niet zoveel uitmaken, maar het aandeel met hoge motivatie/zelfregulatie zal flink verschillen per SES. Dit is ook om niet-academische redenen belangrijk, omdat er een intieme relatie is tussen motivatie/zelfregulatie en psychisch/fysiek welbevinden. Dit deel kunnen beïnvloeden werpt vruchten af in verschillende domeinen. We hebben niet alleen solide wetenschappelijke theorie, maar ook succesvolle interventies die betrekking hebben op autonomie-ondersteuning, zoals ik recent heb gepost:

t.ly/quqtc

Zo weten we uit Finland dat later selecteren in het onderwijs bijdraagt aan een hogere deelname aan de universiteit door jongeren met een lage SES. Het gaat niet alleen om het beperken van keuzevrijheid op basis van vakken waarin iemand het slechtst scoort, maar ook om het afdwingen van een keuze wanneer iemand er nog niet aan toe is. Daarnaast is geen keuzes kunnen maken in een wereld met ongekende mogelijkheden weinig autonomie bevorderend. De ervaring van autonomie is cruciaal voor motivatie/zelfregulatie.

Al deze onderwerpen zijn nauw verbonden met motivatie, het specialisme van de BOvV vitaliteitskundige. Je kunt autonomie-ondersteuning leren. Leerkrachten en ouders via Project Fl!nk. Leidinggevenden via Moralys NL. Anderen leren trainen kan via Chivo.

chivo.nl/ovk

Beperkte invloed opvoeding als het gaat om zelfregulatie