Gezondheidseffect van bewegen vooral genetisch
Beweegactiviteit correleert met levensverwachting, maar wie zegt dat beiden niet door de genen komen? Het is namelijk onduidelijk of het ook causaal is, omdat de meeste onderzoeken eenmalige metingen betreffen, niet vergelijkbare populaties onderzoeken en de experimenten te kort duren. In dit onderzoek heeft men tweelingen gevolgd over een lange periode.
Het is belangrijk dat het hier gaat om bewegen in de vrije tijd, omdat zware fysieke activiteit op het werk vaak wordt geassocieerd met ziekte. In dit onderzoek is er niet alleen gebruikgemaakt van tweelingen (22.000), maar heeft men ook gecorrigeerd voor leefstijlfactoren, epigenetische factoren, en waren er meerdere metingen (vragenlijsten in 1975, 1981, 1990) over beweegactiviteit.
De tweelingen werden verdeeld over vier groepen van activiteit, en zowel de laagste als de meest actieve groepen bleken epigenetische aanwijzingen te hebben van versnelde veroudering. Bij de middelste twee groepen bleek het beweegprofiel gunstig te zijn voor de levensverwachting tot ongeveer vijftigjarige leeftijd. Daarna maakte het geen verschil meer. Dit is overigens vaker geconstateerd.
De auteurs komen tot de conclusie dat beweegactiviteit niet per se de levensverwachting vergroot, maar dat genen die bijdragen aan beweegactiviteit ook bijdragen aan een langere levensverwachting. Anders gesteld: gezonde mensen bewegen meer.
Hetzelfde geldt feitelijk voor depressie. Bewegen wordt ook geassocieerd met minder depressie, maar in 2007 verscheen ook daar een tweelingenonderzoek, waarin werd vastgesteld dat verschillen in beweegactiviteit tussen een tweelingpaar helemaal geen samenhang vertoonden met depressie.
Toch suggereren experimenten een causaal verband, maar in systematische overzichtsartikelen hebben zoveel verschillende beweegvormen (yoga tot hardlopen) kennelijk effect hebben op depressie, dat je je serieus moet afvragen of bewegen hier het effect veroorzaakt, of dat het bijvoorbeeld gaat om het hebben van een doel (autonomie), of het kunnen genieten van een interessante activiteit zelf (competentie) en het samenzijn (binding). Ik heb wel vaker dat mensen verwijzen naar een systematisch overzichtsartikel om aan te tonen dat bewegen goed is, maar wij moeten echt een paar lagen dieper kijken.
Matige activiteit is dus prima, maar het preventieve effect op levensverwachting en depressie is tot nu toe sterk overschat, omdat gezondere mensen meer bewegen en langer leven. Beiden zijn grotendeels genetisch bepaald.
Effectievere leefstijlbegeleiding leer je in onze module Healthcoach, waarin we dit soort details bespreken, maar waar onze focus vooral ligt op veranderen en volhouden.
