Skip to main content

Stereo-type dreiging replicate faalt

Jarenlang geloofden psychologen dat het idee van stereotype threat een grote rol speelde in prestaties. Stereotype threat verwijst naar de angst om te worden beoordeeld op basis van negatieve vooroordelen over je groep — bijvoorbeeld vrouwen die minder goed zouden presteren in wiskunde omdat ze zich bewust zijn van het stereotype dat vrouwen minder goed zijn in exacte vakken.

Verschillende studies uit het verleden leken te laten zien dat vrouwen slechter scoorden op wiskundetoetsen als ze vooraf werden geconfronteerd met zo'n stereotype. Maar hoe stevig is dat bewijs eigenlijk?

Een nieuwe grootschalige herhaalstudie (Stoevenbelt A 2025), waarbij acht onderzoeksgroepen uit de Verenigde Staten en Europa betrokken waren, werpt daar nu serieus vraagtekens bij. In totaal deden meer dan 1500 mensen mee. De onderzoekers probeerden nauwkeurig een invloedrijke eerdere studie te repliceren, waarin werd gevonden dat vrouwen slechter presteerden onder stereotype threat.

Het resultaat? Ze vonden géén bewijs voor het stereotype threat-effect. Er was geen verschil tussen vrouwen die een test maakten onder bedreigende omstandigheden (waarbij de nadruk lag op genderverschillen) en vrouwen die dat niet deden. De effecten die wél werden gevonden waren zo klein dat ze praktisch betekenisloos waren.

Dit sluit aan bij een groeiende groep onderzoeken die suggereert dat stereotype threat mogelijk minder invloed heeft dan eerder gedacht. Misschien zijn eerdere resultaten vertekend door publicatiebias: positieve resultaten worden nu eenmaal sneller gepubliceerd dan studies die niets vinden.

Kort gezegd: het lijkt erop dat de angst om negatief beoordeeld te worden op basis van stereotypes niet automatisch leidt tot slechtere prestaties – of in elk geval veel minder sterk dan jarenlang is aangenomen.

Stereo-type dreiging replicate faalt