Is de jonge generatie minder solidair?
Solidariteit tussen jong en oud is de ruggengraat van ons sociale zekerheidsstelsel. Denk aan pensioenen, zorg, en werkloosheidsuitkeringen: ze werken alleen als mensen bereid zijn elkaar te helpen – óók tussen generaties. Maar hoe solidair zijn we écht?
Een grootschalige studie (Riedl A et al 2025) onder bijna 700 Nederlanders keek niet naar meningen, maar naar gedrag. In een experiment kregen deelnemers de kans om geld te delen met iemand uit een andere leeftijdsgroep. De uitkomsten zijn opvallend.
📊 Wat bleek?
- De meeste mensen zijn solidair: gemiddeld waren deelnemers bereid om 40% van een geldprijs te delen met een onbekende die niets kreeg.
- Maar... we vertrouwen elkaar te weinig: mensen verwachten dat anderen veel minder delen dan ze zelf bereid zijn te doen.
- Eigen groep eerst: jongeren én ouderen geven vaker meer aan mensen van hun eigen leeftijd. Alleen de middenleeftijd (35-64 jaar) doet dat minder – zij zijn juist iets gul met ouderen.
🔍 Wie deelt meer?
-
Vrouwen en hoger opgeleiden geven vaker grotere bedragen.
-
Niet-stemmers zijn juist minder solidair.
-
Mensen die meer solidair zijn in het experiment, zeggen ook vaker dat ze:
- belang hechten aan collectieve pensioenregelingen,
- geld doneren aan goede doelen,
- zichzelf altruïstisch vinden.
🤝 Wat betekent dit?
De studie laat zien dat solidariteit breed leeft – maar ook dat we geneigd zijn om vooral mensen van onze eigen generatie te helpen. En dat we de bereidheid van anderen onderschatten.
Voor beleid rond pensioenen en zorg is dat belangrijk. Want als mensen denken dat anderen niet solidair zijn, daalt hun eigen bereidheid ook. Goed informeren en zichtbaar maken van echte solidariteit kan dus een groot verschil maken.
