Sociologie of sociale psychologie (of allebei)?
Het is interessant hoe disciplines binnen de gammawetenschappen, zoals sociologie, politicologie en economie, zich regelmatig verzetten tegen de psychologisering van hun vakgebied. Dat gaat vaak gepaard met een karikatuur van psychologie, alsof die alleen op het individu gericht is of alles terugbrengt tot een Likertschaal. Het wordt tijd voor meer realiteitszin.
Donkere persoonlijkheidstrekken zoals gevoelloosheid, sadisme en narcistische bevoorrechting worden meestal als individueel gezien. Toch hangt grotere (gepercipieerde) maatschappelijke ongelijkheid samen met een sterkere expressie van deze trekken en met meer autoritaire voorkeuren. Structurele gelijkheidsverschillen zijn het terrein van sociologie, maar die donkere trekken uit de psychologie duiden het mechanisme voor de voorkeur.
In sociologie, politicologie en in psychologie wordt er gebruik gemaakt van sociale identiteitstheorie. Het interessante is dat men daarmee in sociologie en politicologie, vooral iets (achteraf) verklaart, terwijl psychologie voorspelt. Dat komt omdat individuele constructen als waarden, basisbehoeften frustratie, ervaren rechtvaardigheid, statusverlies allemaal een rol spelen of binnengroep voorkeur omslaat in buitengroep haat. In de sociologie kan men daarom heel slecht affectieve polarisatie duiden, terwijl economen zich verbazen over het gegeven dat arme mensen meer rechts gaan stemmen. Psychologie kan deze bewegingen verklaren en voorspellen.
Een voorbeeld is beleid waarin een suikertaks wordt ingevoerd, want dat vergroot (instant) het institutioneel wantrouwen, wat weer samenhangt met vaccinatie-aarzeling. Dan kun je gezondheidszorg institutioneel prima geregeld hebben, maar heb je toch een probleem. Alleen psychologische mechanismen verklaren deze reactie.
Subdisciplines zoals sociologische sociale psychologie en politieke psychologie, maar ook het feit dat psycholoog Daniel Kahneman een Nobelprijs voor de economie won, laten zien dat psychologie van toegevoegde waarde is in deze disciplines.
Analyse van Europese data toont dat bevrediging van psychologische basisbehoeften de verklaarde variantie in welbevinden ongeveer verdubbelt ten opzichte van sociaaleconomische status. Het gaat dus niet altijd om veiligheid en zekerheid. Subjectieve ervaringen hebben dus objectieve gevolgen, zoals zichtbaar in onderzoek dat behoefte-ondersteuning koppelt aan ziekteverzuim. Met Likertschalen — en tegenwoordig ook met LLM’s en natural language processing — kunnen zelfs kwalitatieve data voorspellend worden geanalyseerd door ze om te zetten in scores op Likertschalen. Nu promoten we geen likertschalen, maar willen we af van deze karikaturen.
Gammawetenschappen overlappen sterk. Het zou productiever zijn om die overlap te identificeren en te synchroniseren dan om verschillen te benadrukken. Zo ontstaan coherenter theorieën en robuustere modellen die beter voorspellen en waarmee we meer mensen kunnen helpen.
