Skip to main content

Rechtvaardig van Plato en Aristoteles vanuit een waardenperspectief

Sommige opvattingen van rechtvaardigheid zijn vooral systemisch (hoe een orde of samenleving goed is ingericht), andere leggen de nadruk op hoe mensen elkaar behandelen. Plato ziet rechtvaardigheid vooral als harmonie: een juiste ordening van rollen en functies. Aristoteles ziet rechtvaardigheid meer als een deugd in relaties tussen mensen, én als een kwestie van eerlijke verdeling en correctie in concrete gevallen.

Rechtvaardigheid is een veelkoppig beest. Wij hebben de afgelopen jaren talloze publicaties over dit onderwerp gelezen. Hoewel ons uitgangspunt sociaalpsychologisch is, hebben we ook juridisch-filosofische en sociologische literatuur geïnventariseerd om enigszins vat te krijgen op de vele varianten.

In de literatuur kun je je eindeloos laven aan de verschillende vormen van rechtvaardigheid. Een greep: distributieve, procedurele, interactionele, interpersoonlijke, informationele, correctieve, compensatoire, retributieve, restoratieve, relationele-gelijkheids-, erkennings-, capabilities-, sociale, economische, globale, internationale, transitionele, reparatieve, intergenerationele en epistemische rechtvaardigheid, enzovoort.

Systematisch categoriseren legt een onderliggende basis bloot, maar wij kozen daarnaast voor een andere aanvliegroute. Stel je voor dat je een lijst hebt met woorden die waarden en attitudes representeren en je laat mensen die woorden rangschikken op belangrijkheid. Dan krijg je weliswaar verschillende rangordes, maar ook terugkerende clusters (zoals in de afbeelding). Die woorden zijn niet willekeurig gekozen; er is crossculturele cognitieve consensus over hun betekenis.

Interessant is dat die clusters een golfbeweging vertonen: als je het ene cluster belangrijk vindt (hoog), vind je andere clusters doorgaans minder belangrijk (laag). Dat maakt het geschikt voor een circumplex, waarbij de positie op een cirkel samenhangende voorkeuren weergeeft. Vind je bescherming van de omgeving (op 2 uur) het belangrijkst, dan vind je invloed (op 8 uur) meestal veel minder belangrijk. De talloze vormen van rechtvaardigheid kun je op hetzelfde circumplex plotten via een lexicale match met waarden en attitudes.

  1. Plato denkt sterk in termen van juiste orde, rolvervulling, gezag en samenhang van de polis. Zijn top 5 zou dan zijn: Gehoorzaam, respect, veiligheid, invloed, ergens toe behoren.

  2. Aristoteles ziet rechtvaardigheid meer als deugd in de omgang. Zijn top 5 zou dan zijn: Respect, wederkerigheid van gunsten, capabel, sociale erkenning, ergens toe behoren.

Dit sluit ook goed aan bij hun standpunten over democratie. Plato was hiërarchischer en wantrouwender tegenover democratie, terwijl Aristoteles (delen van) democratie accepteerde omdat ze respect, erkenning en wederkerigheid kan institutionaliseren.

Beiden zitten niet op 1 uur, omdat gelijkwaardigheid geen concept is in die tijd. Terwijl Plato slavernij vooral als onvermijdelijk beschouwde, verdedigde Aristoteles slavernij als een natuurlijk fenomeen. Deze waardenlens biedt concrete handvatten om rechtvaardigheidsinterpretaties scherper te krijgen.

Wij doen onderzoek naar rechtvaardigheid als kandidaat psychologische basisbehoefte, en dit biedt een inkijk in een van de (empirische) routes die we daarin doorlopen.

Rechtvaardig van Plato en Aristoteles vanuit een waardenperspectief