Praktische wijsheid van Aristoteles helpt met floreren
Een eudaimonisch (florerend) leven volgens Aristoteles is opvallend praktisch en realistisch. Als ik het in één zin zou moeten samenvatten: geluk vraagt deugd + een redelijk geslaagde wereld om je heen. De vraag is ook of dit empirisch getoetst is en of dit de moeite van het naleven waard is?
1. Deugd
Het meest pragmatische is wel deugdethiek: het idee van moreel handelen als onderdeel van karaktervorming. Het gaat dan niet alleen om de gulden middenweg, maar ook om het oordeelsvermogen om van die middenweg af te wijken. Die keuze zou ook vrijwillig (autonoom) moeten zijn.
Zo is vrijgevigheid een deugd die tussen twee zonden ligt: gierigheid en verkwisting. Is bijdragen aan iets dat kansloos is vrijgevig, of verkwisting? Geef je uit vrije wil, of om status te verkrijgen? Of een handeling een deugd is, wordt bepaald door de handeling, een contextgevoelige inschatting en intentie.
Een goed leven gaat over het algemeen over de praktische wijsheid (phronesis) om goed te handelen. Goed voelen is daar hooguit het gevolg van.
2. Redelijk geslaagde wereld
Volledige eudaimonia vereist volgens Aristoteles minimale externe voorwaarden, zoals basisveiligheid, gezondheid, materiële en sociale ruimte om te handelen, en een samenleving waarin deugden betekenisvol worden. Ze vormden voor de filosoof Martha Nussbaum een leidraad om de capabilities approach van Amartya Sen concreter en op moderne wijze in te vullen.
De kritiek
Het zwakke punt van eudaimonie is de veronderstelde menselijke functie, namelijk leven volgens rede (praktische en theoretische rede). Het leidt tot allerlei is-ought-bezwaren, nog even los van het gebrek aan empirische onderbouwing.
Onderzoek
Als het gaat om praktische rede, is daar recent verandering in gekomen, omdat psychologen na analyse tien functies hebben gevonden die bijdragen aan floreren (McLoughlin, et al 2025).
- Moraal Delibereren
(Het zorgvuldig verzamelen en afwegen van informatie voordat een moreel oordeel wordt geveld (bijv. “Ik verzamel eerst alle feiten voordat ik oordeel over wat goed of fout is”). - Beoogde Morele Identiteit
(Het nastreven van een moreel ideaalbeeld van jezelf en je keuzes laten beïnvloeden door wie je in de toekomst wilt zijn (bijv. “Ik denk aan hoe mijn keuzes vandaag mijn toekomstige zelf vormgeven”). - Emotieregulatie
(Het vermogen om je emoties in het algemeen – ook in niet-morele situaties – onder controle te houden en niet door impulsiviteit geleid te worden). - Morele Zelfrelevantie
(Het ervaren dat je daden en waarden samenvallen, en dat je morele keuzes direct bijdragen aan je gevoel van eigenwaarde en identiteit). - Morele Integratie
(Het actief meenemen van je gedachten, gevoelens en persoonlijke overtuigingen bij het nemen van beslissingen, zodat je op een geïntegreerde manier handelt.) -
Negatieve Morele (Het schuld- of schaamgevoel dat je ervaart wanneer je moreel verkeerd handelt (bijv. “Hoe zou je je voelen als je iemand bewust schaadt?”).
- Deugdherkenning
(Het vermogen om in een morele dilemma de juiste deugden of karaktertrekken te herkennen die van toepassing zijn (bijv. kiezen tussen eerlijkheid en loyaliteit). - Positieve Morele Emotie
Morele emotie
Het gevoel van trots of voldoening dat je ervaart wanneer je moreel goed handelt (bijv. “Hoe zou je je voelen als je een gevonden portemonnee terugbrengt?”). - Situatiegebonden Morele Relevantie
(Het besef of een situatie van invloed is op je karakter en morele identiteit (bijv. “Heeft je keuze in dit scenario gevolgen voor wie je bent?”). - Situatiegebonden (Morele waarneming
Het inzicht dat sommige situaties géén morele lading dragen en dus niet hoeven te worden gemoraliseerd (bijv. kiezen tussen twee even goede investeringen).
In totaal verklaarde phronesis in een longitudinaal onderzoek na twee maanden 16 procent van de variantie in emotionele en fysieke gezondheid, maar ook zingeving. Dat is aan de bovenkant van een middelgroot effect en dus betekenisvol, en zelfs krachtig bij een multidimensioneel construct als floreren, gemeten met de WBA (Wellbeing Assessment).
Er was ook een verband met donkere persoonlijkheidstrekken, want meer phronesis hing samen met minder narcisme, psychopathie, machiavellisme en sadisme. Daar staat tegenover dat phronesis zelfs 34 procent van de variantie verklaarde van de morele karakterkwaliteiten. Volgens mij is dat een goede dag voor Aristoteles, het individu en voor de samenleving.
Er is dus empirische onderbouwing om meer eudaimonisch te leven. Dat zou ook een mooi voornemen kunnen zijn voor dit jaar.
Wil je floreren in je organisatie, dan kun je een BOvV-vitaliteitskundige inschakelen voor advies en implementatie, of de opleiding volgen tot vitaliteitskundige (chivo.nl/ovk).
