Persoonlijke vitaliteit verhoogt werkgeluk
Wat is het effect van persoonlijke hulpbronnen (vitaliteit en bevrediging van psychologische basisbehoeften) op werkgeluk? Dat is de vraag die gezondheidsprovider Evernorth zich stelde, en waarvoor zij onderzoek liet uitvoeren door de ZDT-groep uit Australië.
Daarvoor stelde het team een nieuwe Evernorth Vitality Index (EVI) op, die bestaat uit items van de Subjectieve Vitaliteitschaal en de Psychologische Basisbehoeftenbevrediging, gericht op diverse levensdomeinen (fysiek, sociaal, emotioneel, intellectueel, financieel, ecologisch).
De EVI-S meet dus niets in relatie tot het werk zelf, maar de onderzoekers brachten deze in als een 'resource' binnen het Job Demands-Resources (JD-R) model. Daarnaast gebruikten ze een aangepaste Eisenbergervragenlijst voor gepercipieerde organisatiesteun en autonomieondersteuning door de leidinggevende als hulpbronnen. De ‘demands’ werden in kaart gebracht met de Workplace Pressure and Stress-schaal.
De onderzoekers testten de schalen eerst in een verkennende studie, om deze vervolgens te gebruiken in een voorgeregistreerde studie onder 5.000 medewerkers. Dit leverde interessante uitkomsten op:
⋆ Persoonlijke hulpbronnen
Bleken vaak de sterkste, of een van de sterkste, voorspellers te zijn — vooral voor werkplezier (β = 0,47) en werkeffectiviteit (β = 0,32). Opvallend genoeg was er ook een klein positief effect (β = 0,09) op de intentie om vrijwillig te vertrekken, wat de onderzoekers interpreteren als: wie zich vitaal voelt, staat ook open voor betere kansen elders.
⋆ Organisatiesteun
Scoorde eveneens hoog, vooral op baantevredenheid (β = 0,49). Had een duidelijk negatief effect (β = -0,20) op de intentie om vrijwillig te vertrekken.
⋆ Autonomieondersteuning door de manager
Had over het algemeen een klein effect op werkplezier (β = 0,09), baantevredenheid (β = 0,08), extra inzet (β = 0,13), enthousiasme (β = 0,13), effectiviteit (β = 0,09) en géén effect op de intentie om vrijwillig te vertrekken.
⋆ Werkstress
Had een bescheiden negatief effect op baantevredenheid en enthousiasme, maar vrijwel geen effect op werkplezier of werkeffectiviteit. Niet verrassend was er wel een significant effect op verloopintentie (β = -0,15).
Overwegingen
Wanneer je in de rest van je leven floreert dan heeft dat een positief effect op werkgeluk. Meer klassieke resources en demands hebben zwakke correlaties. Je psychologische basisbehoeften (PBB) van autonomie, binding en competentie moeten bevredigd zijn, en de energie die dat oplevert noemt men vitaliteit. De PBB zijn de essentie van de resources binnen het JD-R raamwerk, wat het nut van een JD-R raamwerk ter discussie stelt.
In ons eigen model beschouwen we rechtvaardigheid als kandidaat-PBB. Het was geen onderdeel van de EVI schaal, maar werd feitelijk gemeten via de gepercipieerde organisatiesteun. Dat blijkt sterk samen te hangen met baantevredenheid en verminderd vertrekintentie. Wij hebben zo'n quickscan obv dezelfde constructen.
ik denk dat de bruikbaarheid van dit soort modellen nog beter wordt als zoveel mogelijk mensen de vragen uit de vragenlijsten op dezelfde manier begrijpen (en eventueel verschillend beantwoorden). Zo zal bijv een aanzienlijk deel van de mensen werken bij meerdere organisaties. Sommigen zullen pas net ergens werken of belangrijke omstandigheden zijn net verandert of gaan veranderen (leidinggevende, collega, taak enz). Lijkt me dat verwachting belangrijker is dan geschiedenis. Ook is er misschien verschil tussen een kleine of een grote tijdsinzet. Tenslotte vindt ik - en vast anderen met mij- het vaak moeilijk om manager of leidinggevende in gedachten te nemen: soms zijn ze er niet of ik ken ze helemaal niet of er zijn meerdere lagen waar ik zelden of nooit mee om ga. Soms heb ik sterke gevoelens daarbij, soms totaal afwezig.
