OECD meet nu psychologische basisbehoeften voor Eudaimonie
Recent heeft de OECD (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling), waar ook Nederland lid van is, haar module voor het meten van welbevinden geactualiseerd. Naast evaluatief (tevredenheid) en affectief (geluk) is die nu ook aangevuld met het eudaimonische perspectief (floreren). Dit is relevant voor maatschappelijk en organisatorisch beleid:
Eudaimonie, zoals Aristoteles het bedoelde, gaat niet over goed voelen, maar over goed handelen: deugdethiek. De waarde van goed doen neemt bovendien toe als je het vrijwillig doet. Het heeft unieke toegevoegde waarde in welbevinden beleid. Dit sluit perfect aan op de zelfdeterminatietheorie, die een eudaimonische grondslag heeft.
Ik ben dan ook verheugd dat de OECD een kernset van vier items heeft geselecteerd die beleidsmakers kunnen integreren in populatiepeilingen, maar ook ingezet kunnen worden voor medewerker tevredenheidsonderzoeken. Drie items gaan over de psychologische basisbehoeften uit de ZDT: autonomie, verbondenheid en competentie:
- “Ik ben in staat om dingen te doen die ik echt wil en waardeer in het leven.”
- “Ik voel me dichtbij en verbonden met andere mensen die belangrijk voor me zijn.”
- “Ik kan dingen goed doen en mijn doelen bereiken.”
Het vierde item is deels het gevolg van de eerste drie. Het is toch opgenomen, omdat het in het verleden vaak is gebruikt en gaat het over betekenis/doel:
- “Ik heb over het algemeen het gevoel dat wat ik in mijn leven doe waardevol is.”
Met deze wijziging zullen landen in de komende jaren psychologische basisbehoeften meten, waardoor er eindelijk analyses op landenniveau kunnen plaatsvinden.
De koppeling tussen eudaimonie en psychologische basisbehoeften is al besproken door Ryan en Deci (2000, 2008). De kern: goed voelen is vaak het gevolg van goed doen; goed voelen als doel nastreven kan juist leiden tot zinloosheid en een escalatie-effect (steeds meer nodig hebben).
Onderzoeker Kennon Sheldon werkte dit in 2016 uit tot het eudaimonische activiteitenmodel (EAM). Wij hebben dit geïntegreerd in onze aanpak en voegden “goed kunnen” toe (grotendeels gekoppeld aan persoonlijkheid), wat leidde tot het eudaimonische componentenmodel (ECM) (zie afbeelding). Daarnaast nemen we mee dat de omgeving behoeften kan ondersteunen of ondermijnen.
Daarmee is eudaimonie empirisch en psychologisch verankerd. Bewijs voor deze interpretatie van eudaimonie is omvangrijk en crosscultureel gevonden, zowel in observaties als in experimenten. Eindelijk is dit nu opgenomen in de OECD-meetmodule. Hopelijk levert dat de komende jaren waardevolle inzichten op (bij het CBS?) en een samenleving gericht op ondersteunen van (psychologische) basisbehoeften.
Meer leren
Wil je eudaimonie in je welbevindenbeleid integreren neem dan contact op met een BOvV vitaliteitskundige of leer het zelf in de opleiding Vitaliteitskundige (chivo.nl/ovk) die op 6 en 7 feb start.
