Nudges gaan de maatschappij niet redden
Nick Chater en George Loewenstein betogen dat gedragswetenschappers (inclusief zijzelf) te optimistisch zijn geweest over het idee dat je grote maatschappelijke problemen goedkoop en politiek “neutraal” kunt oplossen via nudges: kleine aanpassingen in de keuze-architectuur die gewenst gedrag makkelijker maken zonder verboden of belastingen.
Hun kernpunten:
1. De belofte: Veel problemen (obesitas, roken, milieuvervuiling, klimaat) werden gezien als gevolg van “verkeerde” individuele keuzes. Door opties slimmer te presenteren (kleinere borden, salade vooraan, groene stroom als standaard) zou gedrag in de juiste richting bewegen.
2. De opbrengst na circa 20 jaar: De resultaten zijn volgens hen beperkt. Waar nudges werken, zijn effecten vaak klein, kortdurend en moeilijk op te schalen.
3. Verkeerde probleemdefinitie: Grote sociale en milieuproblemen komen niet primair door veranderingen in individuele psychologie (die grotendeels constant is), maar door systeemveranderingen: fossiele industrialisatie over twee eeuwen en de opkomst van ultrabewerkt voedsel in recente decennia. Individuen kunnen zulke systemen niet “weg-nudgen”.
4. Onbedoelde bijwerking: Door problemen te framen als individueel gedrag, leveren nudges (onbedoeld) argumenten aan partijen die effectieve instrumenten als wetgeving en belastingen willen afzwakken, omdat die hun verdienmodel raken.
Voorbeeld: de “persoonlijke carbon footprint” wordt genoemd als een individualiserend frame dat niet uit de milieubeweging kwam, maar uit een campagne van BP—waardoor aandacht verschuift van systeemverantwoordelijkheid naar individuele schuld.
Hun conclusie: nudging is niet de grote hefboom voor maatschappelijke vooruitgang waarop men hoopte. Focus op individuele gedragssturing kan afleiden van wat wél werkt: structurele beleidsmaatregelen die regels en prikkels in het systeem veranderen.
Onze nuance:
Nudges kunnen wél helpen bij grote onzekerheid, door de gewenste of ‘beste’ keuze het meest zichtbaar of het makkelijkst bereikbaar te maken.
De slinger:
Dit inzicht mag geen vrijbrief worden om alles te verbieden op basis van vermoedens, zeker niet bij mager bewijs. Dat vergroot institutioneel wantrouwen, vooral als wetenschappers activistisch opereren.
Autonomie onbegrepen:
Dat het probleem niet per se bij het individu ligt, onderschrijven wij. Tegelijk pleiten wij voor autonomie: niet als “vrijheid-blijheid”, maar als internalisatie. Mensen accepteren regels eerder wanneer die aansluiten bij hun waarden en normen. Dat vraagt om een ontwikkelingsaanpak met basisbehoefte-ondersteuning, waardengeoriënteerde keuzeruimte en educatie, met oog voor samenlevingsklimaat én cultuur. Wij komen deze elementen zelden tegen in een transitievoorstellen. Daar liggen echter de grootste kansen op een harmonieuze transitie.
Meer leren over ontwikkelen en samenwerken vanuit een motivatieperspectief kun je in de opleiding Vitaliteitskundige (chivo.nl/ovk).
