Skip to main content

Ervaring leerkrachten beschermt niet tegen neuromythes

Hoe goed weten leerkrachten eigenlijk hoe het brein werkt – en hoe kinderen leren? Dat onderzochten onderzoekers van University College London in een nieuw artikel (Arslan Y 2025). Ze gaven 366 leerkrachten in het Verenigd Koninkrijk een speciale test (de Educational Neuroscience Knowledge Test of ENKT) om te meten hoeveel ze wisten over hersenwetenschap in het onderwijs, en welke misvattingen ze hadden.

Wat bleek? Leerkrachten die tijdens hun opleiding een vak over hersenwetenschap hebben gevolgd, scoren veel beter dan anderen. Maar: hoe lang iemand al lesgeeft, maakt geen verschil in kennis. Ervaring alleen is dus geen garantie voor goed begrip van hoe leerlingen leren.

De test bestond uit twee soorten stellingen:

  • Waar (neuro-facts): bijvoorbeeld “slaap is belangrijk om kennis vast te houden”.
  • Onwaar (neuromythes): hardnekkige fabels zoals “mensen gebruiken maar 10% van hun brein”.

Het doel was niet alleen te meten wat leerkrachten weten, maar ook of ze onzin kunnen herkennen. Dat is belangrijk, want veel mythes circuleren in scholen – vaak via nascholingen, blogs of sociale media – en kunnen leiden tot ondoeltreffende of zelfs schadelijke onderwijsmethoden.

Wat zijn de meest voorkomende misvattingen?

De meeste leerkrachten geloofden bijvoorbeeld:

  • Dat meertalige kinderen automatisch beter presteren op school (59% vindt dit waar).
  • Dat kinderen beter leren op hun ‘leerstijl’ (visueel, auditief of kinesthetisch) – een mythe die al jaren wordt weerlegd (43% gelooft het nog steeds).
  • Dat visolie of omega-3 kinderen slimmer maakt (44% vindt dit nuttig voor leren).
  • Dat slechte spelling vaak betekent dat een kind letters achterstevoren schrijft – typisch bij dyslexie (64% vindt dit een veelvoorkomend symptoom).

En er was nog één verrassende mythe: bijna 70% van de leerkrachten denkt dat alle dove kinderen baat hebben bij visuele informatie, terwijl niet elk doof kind op dezelfde manier leert.

Waar helpt kennis van het brein bij?

Goede kennis helpt leerkrachten om:

  • Effectieve strategieën te kiezen, zoals spaced learning (kennis verspreiden over tijd) en retrieval practice (actief ophalen van kennis).
  • Te begrijpen dat kinderen met ADHD of dyslexie niet lui zijn, maar dat hun brein op een andere manier werkt.
  • Pseudowetenschap te herkennen, zoals de populaire Brain Gym-oefeningen, die volgens 50% van de leerkrachten helpen bij leren – terwijl er geen bewijs voor is.

Wat is de oplossing?

Het onderzoek laat duidelijk zien: informele nascholing of YouTube-video’s zijn niet genoeg. Wat wel helpt, is vaste, serieuze opleiding in hersenwetenschap tijdens de lerarenopleiding. Die moet worden opgenomen in het basiscurriculum, net zoals pedagogiek en vakdidactiek.

Ook ervaren leerkrachten kunnen bijleren, maar dan via goed opgezette nascholingen – niet via losse workshops of blogs. Anders blijven mythes hardnekkig blijven bestaan.

Conclusie in één zin

Goed lesgeven begint met begrijpen hoe het brein werkt – en die kennis moet je niet opdoen uit Google, maar uit je opleiding.

Ervaring leerkrachten beschermt niet tegen neuromythes