Skip to main content

Misinformatie politiek is niet het probleem

Het effect van misinformatie is zwaar overschat, zo is ons standpunt op basis van de wetenschappelijke literatuur en onze praktijkervaring. Deze prachtige review van psycholoog en politiek wetenschapper Sacha Altay trekt het samen.

Sinds de Amerikaanse verkiezingen van 2016 en de COVID-19-pandemie is er een enorme focus op misinformatie. Ondanks de toename in onderzoek en interventies (zoals fact-checking en mediawijsheid), blijft er een kloof bestaan tussen wat we weten over het informatie-ecosysteem en hoe we interventies ontwerpen. Veel interventies gaan uit van een "infodemie"-scenario dat empirisch niet volledig houdbaar is.

Verschillende standpunten en argumenten van de auteur:

1. Blootstelling aan misinformatie

Argument: Men denkt vaak dat misinformatie dominant is.

➡️ Tegenargument/Feit: Kwantitatieve studies tonen aan dat onbetrouwbaar nieuws slechts 0,7% tot 6% van het online dieet beslaat. Slechts 0,15% van de totale online media-consumptie is daadwerkelijk misinformatie. Het probleem is geconcentreerd bij een kleine groep 'super-sharers'.

Effect: Interventies die misinformatie volledig zouden elimineren, hebben minder effect op de algehele nauwkeurigheid van overtuigingen dan een verbetering van 1% in de acceptatie van betrouwbare informatie.

2. De psyche van de consument: Lichtgelovigheid vs. Scepticisme

Argument: Mensen geloven alles wat ze online zien (gullibility).

➡️ Tegenargument/Feit: Mensen zijn juist overmatig sceptisch ("generalized skepticism"). Ze wantrouwen vaak vaker ware informatie uit angst om voor gek gezet te worden dan dat ze valse informatie klakkeloos aannemen.

Implicatie: Interventies gericht op nóg meer scepsis (zoals sommige mediawijsheidstrainingen) kunnen averechts werken door ook het vertrouwen in kwaliteitsjournalistiek te ondermijnen.

3. Misinformatie als symptoom

Argument: Misinformatie veroorzaakt maatschappelijke ontwrichting.

➡️ Tegenargument/Feit: Misinformatie gedijt daar waar instellingen al gewantrouwd worden en waar sterke affectieve polarisatie heerst. Mensen zoeken misinformatie actief op om hun identiteit te bevestigen of hun afkeer van de elite te uiten. Het is een vraag-gestuurd probleem, geen aanbod-probleem.

4. De rol van elites en super-spreaders

Argument: De gemiddelde burger is het probleem.

➡️ Tegenargument/Feit: De meest schadelijke misinformatie komt "van bovenaf" (politici, invloedrijke personen). Een interventie bij één politicus met een miljoen volgers is effectiever dan bij duizenden gewone gebruikers.

5. Veracity (waarheid) vs. Harmfulness (schadelijkheid)

Argument: De focus ligt op of iets feitelijk "waar" is.

➡️ Tegenargument/Feit: Waarheidsvinding is beperkt. Echte schade komt vaak van "misleadingness": het strategisch weglaten van feiten of het gebruik van ware informatie in een misleidende context.

De auteur adviseert om:

👉 De nadruk te verleggen naar het verhogen van vertrouwen in betrouwbare bronnen (promoten van de "procedural news knowledge").

👉 Systemische oplossingen te zoeken: vermindering van corruptie, economische ongelijkheid en polarisatie.

👉 Interventies te richten op super-spreaders en elites in plaats van de verantwoordelijkheid alleen bij de individuele burger te leggen.

👉 Rekening te houden met het feit dat veel mensen 'onwetend' (uninformed) zijn in plaats van 'misinformeerd'; zij hebben baat bij betere toegang tot begrijpelijke wetenschappelijke info.

Conclusie

De huidige strijd tegen misinformatie berust op de onjuiste aannames dat mensen lichtgelovig zijn en dat misinformatie alomtegenwoordig is. Interventies moeten verschuiven van het louter bestrijden van 'fake news' naar het actief bevorderen van vertrouwen in betrouwbare bronnen en het versterken van democratische instituties. Het aanpakken van de sociaal-politieke wortels van misinformatie (zoals polarisatie en wantrouwen) is effectiever dan symptoombestrijding op individueel niveau.

Misinformatie politiek is niet het probleem