Skip to main content

Milton Friedman over samenwerken

De beroemde uitleg van de econoom Milton Friedman van hoe vrije markten werken, vaak gepresenteerd in zijn boek Free to Choose en in interviews. Het potlood wordt gebruikt als een eenvoudig voorbeeld van hoe complexe samenwerkingsverbanden in een vrije markt tot stand komen zonder centrale planning.

Het verhaal in het kort:

Friedman stelt dat niemand op aarde zelf een simpel potlood kan maken, ondanks dat het een alledaags object is. De productie van een potlood vereist de samenwerking van talloze mensen en middelen over de hele wereld, vaak zonder dat zij dit zelf beseffen.

De componenten van een potlood:

  1. Het hout: Vaak afkomstig van een boom die in bijvoorbeeld Canada of Oregon is gekapt. Dit vereist houthakkers, vrachtwagens, brandstof, en meer.
  2. Het grafiet: Gewonnen in mijnen, misschien in Sri Lanka, waarbij mijnwerkers en transportbedrijven betrokken zijn.
  3. De metalen ring (die de gum vasthoudt): Gemaakt van erts, mogelijk uit Zuid-Amerika, en verwerkt door metallurgische bedrijven.
  4. De gum: Vaak gemaakt van synthetisch rubber, dat weer afhankelijk is van aardolieproductie.

Het centrale punt:

Niemand stuurt het hele proces aan, maar dankzij het prijsmechanisme en de prikkels van de vrije markt werken mensen over de hele wereld samen om een product als een potlood te maken. Elk individu handelt uit eigenbelang (bijvoorbeeld om een loon te verdienen), maar draagt daarmee bij aan een globaal proces dat tot complexe resultaten leidt.

Dit verhaal benadrukt de kracht van de markt en de coördinatie die mogelijk is zonder een centrale autoriteit. Friedmans boodschap is dat het prijsmechanisme een elegant systeem is dat zorgt voor efficiëntie en innovatie.

Wij zien vooral dat veel wezens samenwerken, maar dat de mens het samenwerken tot een absolute kunst heeft verheven. Het verhaal van Friedman, met of zonder betoog voor vrije markten, demonstreert dat als geen ander.

Er zijn talloze formele observaties waaruit blijkt dat jonge kinderen automatisch andere kinderen te hulp schieten die hulp nodig hebben, zonder dat er sprake is van een vrije markt. Die vrije markt is alleen maar mogelijk omdat we zo goed kunnen samenwerken. Wij leven om samen te werken, homo collaboratus.