Skip to main content

Kerntalenten

De Kerntalentenmethode van Danielle Krekels werkt met een vaste set van 23 kerntalenten. Elk kerntalent wordt beoordeeld op sterkte (klein, half of sterk), afgeleid uit voorkeuren in spontaan spelgedrag tussen 4 en 12 jaar oud:

1. De 23 kerntalenten

De exacte benaming kan per gecertificeerde analist iets verschillen, maar ze komen grotendeels overeen met onderstaande lijst:

Nr Kerntalent Omschrijving 1 Creativiteit Vernieuwend denken, originele invalshoeken 2 Analytisch vermogen Dingen willen doorgronden, logisch redeneren 3 Onderzoekszin Nieuwsgierig, diepgaand willen begrijpen 4 Leergierigheid Graag nieuwe dingen bijleren 5 Organisatietalent Structuur aanbrengen, processen beheren 6 Zin voor verantwoordelijkheid Dingen op zich nemen, plichtsbesef 7 Zorgzaamheid Oog voor mensen, empathisch helpen 8 Technische aanleg Dingen graag met de handen maken of oplossen 9 Competitiegerichtheid Willen winnen, graag meten met anderen 10 Prestatiegerichtheid Graag doelen stellen en behalen 11 Doorzettingsvermogen Niet opgeven, vastbijten in iets 12 Fysieke energie Behoefte aan lichamelijke beweging en actie 13 Spelplezier Humor, ontspanning, speelsheid 14 Sociale gerichtheid Graag bij mensen zijn, sociaal bezig zijn 15 Taalgevoeligheid Graag communiceren, taal gebruiken 16 Esthetisch gevoel Oog voor schoonheid, design, vormgeving 17 Muzikaliteit Affiniteit met klank, ritme, muziek 18 Verbeeldingskracht Innerlijke beleving, fantasie 19 Behoefte aan autonomie Zelf willen beslissen, onafhankelijkheid 20 Leiderschapszin Graag sturen, verantwoordelijkheid opnemen over groep 21 Structuurzin Nood aan overzicht, kaders, duidelijke afspraken 22 Loyaliteit Betrouwbaar zijn, trouw aan mensen of doelen 23 Commerciële feeling Gevoel voor handel, markt, overtuigen van mensen

2. Voorbeelden van items (vragen)

Er is geen publieke vragenlijst beschikbaar (omdat de methode grotendeels via 1-op-1 interviews wordt afgenomen door gecertificeerde analisten), maar onderstaande voorbeelden geven een indruk van de type vragen die gesteld worden:

âť“ "Wat speelde je het liefst tussen je 4e en 12e levensjaar?"
→ Antwoorden zoals "schooltje spelen", "kastelen tekenen", "proefjes doen", "leidertje spelen", "verhalen schrijven", "constructies bouwen", of "knutselen" worden geanalyseerd op kerntalenten.

âť“ "Had je liever rollenspellen, bouwspellen of bordspellen?"
→ Bouwspellen wijzen op technische aanleg, rollenspellen op zorgzaamheid en fantasie, bordspellen op structuurzin of competitiedrang.

âť“ "Was je liever alleen of in groep?"
→ Alleen = autonomie, in groep = sociale gerichtheid of leiderschapszin.

âť“ "Had je veel fantasie, of hield je meer van concrete opdrachten?"
→ Fantasie = verbeeldingskracht, concreet = structuurzin of technisch talent.


3. Hoe worden kerntalenten geĂŻnterpreteerd?

Een kerntalent kan:

  • Sterk zijn → het geeft je energie en je doet het graag
  • Half zijn → je kan het goed, maar niet altijd met plezier
  • Klein zijn → je kan het wel, maar het kost energie

Bijvoorbeeld:

  • Sterk creatief talent → Je floreert in omgevingen waar je kunt innoveren, maar verveelt je snel bij repetitief werk.
  • Klein organisatietalent → Je kunt wel plannen, maar het kost moeite en je wordt er snel moe van.

Het houdt dus ergens te midden van daadwerkelijk talent, een aangeboren eigenschap waar je goed in bent, en iets wat je leuk vindt. Het is nuttig om dat te weten, maar een groot probleem is dat het vooral gebaseerd is op wat je in je jeugd deed, terwijl mensen ontwikkelen in hun leven. Aangezien je uitgevraagd wordt over je verleden introduceer je ook nog herinneringsproblematiek in de meting. De vragenlijst is daarnaast niet te controleren.

Kerntalenten