Bottom-up analyse Persoonlijkheid
Een nieuwe bottom-up analyse (Samo A et al 2025) van persoonlijkheidsitems leidt tot andere facetten, trekken en meta-trekken.
Men heeft data van 149.000 zelfrapportages gebruikt van de NEO-PI-R, die normaal leidt tot 5 trekken en 30 facetten. Deze analyse levert het volgende:
▶️ 28 facetten
▶️ 6 trekken
▶️ 3 meta-trekken
Laten we ons focussen op deze 6 trekken:
→ Stability
Samenhangend met emotionele regulatie, gewetensvolheid en betrouwbaarheid (zoals Anxiety [negatief], Self-discipline, Orderliness)
→ Plasticity
Combinatie van openheid en extraversie; gericht op exploratie, flexibiliteit en sociale activiteit (zoals Sociability, Creativity, Adventurousness)
→ Integrity
Morele en plichtsgetrouwe tendensen; verwant aan eerlijkheid en betrouwbaarheid (zoals Dutifulness, Morality, Trust)
→ Sociability
Een aparte cluster met sociale warmte, vriendschappelijkheid en verbondenheid (zoals Friendliness, Compassion)
→ Impulsivity
Een duidelijk onderscheiden cluster van ongeremdheid, prikkelbaarheid en roekeloosheid (zoals Impatience, Anger, Low Self-control)
→ Negative Affectivity
Afzonderlijk van Impulsivity en Stability, gericht op somberheid, angstigheid en piekeren (zoals Anxiety, Depression)
Wat is er gebeurd met de traditionele trekken?
▶️ Neuroticism is verdeeld over Impulsivity en Negative Affectivity
▶️ Agreeableness valt deels onder Sociability en deels onder Integrity
▶️ Extraversion zit grotendeels in Plasticity, maar zonder Sociability
Hoe zit het met de facetten?
Er aanzienlijke verschillen gevonden tussen de theoretische en empirisch gevonden facetten. Slechts 16 van de 30 oorspronkelijke IPIP-NEO-facetten kwamen herkenbaar terug in de empirische structuur — dat is ongeveer 53% overeenkomst.
-
Samenvoeging van theoretische facetten
Bijvoorbeeld:- Anxiety en Vulnerability (beide oorspronkelijk bij Neuroticism) versmolten tot één empirische facet Anxiety.
- Gregariousness en Friendliness vormden samen een nieuwe sociale facet binnen Sociability.
-
Opsplitsing van facetten
- Achievement-striving (Conscientiousness) splitste in twee empirische facetten: Work Ethic en Determination.
- Dutifulness en Morality (van respectievelijk Conscientiousness en Agreeableness) leverden samen input voor Integrity, dat werd opgesplitst in Honesty, Fairness en Manipulativeness.
-
Verplaatsing van items naar andere domeinen
- Emotionality verhuisde van Openness naar Neuroticism.
- Items uit Self-consciousness (Neuroticism) kwamen terecht in Sociability.
-
Verlies van hele facetten
- Sommige oorspronkelijke facetten verdwenen volledig, bijvoorbeeld Depression (Neuroticism), dat geen empirische cluster vormde vanwege lage stabiliteit.
Men heeft de oorspronkelijke 300 items eerst opgeschoond, door doublures te verwijderen en te controleren voor lokale afhankelijkheid. Twee items die sterk met elkaar correleren omdat ze op elkaar lijken, maar minder sterk correleren met het facet dat ze zouden moeten ondersteunen. Ook is er gekeken naar patronen in positieve en negatieve verwoordde items, omdat mensen deze anders in kunnen vullen. De zwakke items werden verwijderd en hield er uiteindelijk 221 over. De antwoorden zijn geanalyseerd met een netwerkanalyse om clusters te vinden die tot dezelfde dimensie behoren. Dit is niet vergelijkbaar met een traditionele exploratieve factoranalyse (EFA), omdat die minder goed werkt bij grote datasets.
De afkapwaarde voor unidimensionaliteit was > 0,50, en de auteurs stellen dat alle gevonden facetten > 0,75 scoorden. Vervolgens zijn die facetten opnieuw geanalyseerd met een netwerkmethode, wat leidde tot zes trekken, die allemaal volledig unidimensioneel (1.00) bleken. Deze trekken zijn dus statistisch zeer robuust. Wat betekent dit voor gevestigde persoonlijkheidsmodellen?
Allereerst dat de lat moet omhoog moet. Iedereen die zich serieus met persoonlijkheidsonderzoek bezighoudt, weet dat bestaande modellen top-down zijn geconstrueerd met behulp van exploratieve factoranalyse (EFA). Je vindt dan ‘spontane’ clusters, die je vervolgens met conformerende factoranalyse (CFA) moet testen om een daadwerkelijke hiërarchie (facetten → trekken) te kunnen vaststellen. Dat lukt zelden overtuigend.
Het voorstel om bottom-up te construeren is dus niet nieuw, maar nu is het eindelijk ook daadwerkelijk gedaan.
Is dit dan het finale model? Nee, niet echt. Allereerst zijn er geen observantenrapportages gebruikt — en die heb je nodig om te corrigeren voor sociaal wenselijke antwoorden. Dat zou tot andere uitkomsten kunnen leiden. Ten tweede zijn er veel meer beschikbare items en tot slot zijn items die behoeftendrang uitvragen ondervertegenwoordigd.
Er moet dus nog veel gebeuren. Maar dit is vooruitgang.
