Skip to main content

Zelfrapportages voeding zijn onbetrouwbaar

In voedingsonderzoek is het vaststellen van de exacte hoeveelheid energie die mensen consumeren essentieel voor het begrijpen van de relatie tussen voeding en gezondheid. Helaas blijkt zelfrapportage vaak onbetrouwbaar door onder- of overrapportage. Een recente studie gepubliceerd in Nature Food heeft een belangrijke stap gezet in het aanpakken van dit probleem door een voorspellingsformule te ontwikkelen op basis van de dubbelgemerkte watertechniek (DLW).


Wat is de dubbelgemerkte watertechniek (DLW)?

De dubbelgemerkte watertechniek is een geavanceerde methode om de totale energie-uitgave (TEE) van een persoon te meten. Hierbij drinkt iemand water waarin de waterstof- en zuurstofatomen zijn gemerkt met niet-radioactieve isotopen. Door het verlies van deze isotopen via ademhaling, transpiratie en urine te meten, kan worden berekend hoeveel energie iemand verbruikt. Omdat deze techniek niet afhankelijk is van wat mensen zelf rapporteren, wordt het beschouwd als de gouden standaard voor het meten van energieverbruik.


Belangrijkste bevindingen van het onderzoek

De onderzoekers hebben een voorspellingsformule ontwikkeld op basis van 6.497 metingen bij mensen van verschillende leeftijden (4 tot 96 jaar). Deze formule voorspelt het energieverbruik (TEE) aan de hand van factoren zoals gewicht, leeftijd, geslacht en hoogte boven zeeniveau.

Resultaten:

  • Meer dan 50% van de deelnemers rapporteerde hun energie-inname onjuist.
  • Onderrapportage komt aanzienlijk vaker voor dan overrapportage, vooral bij volwassenen met een hoge BMI.
  • Volwassenen met obesitas (BMI ≥ 30 kg/m²) rapporteerden gemiddeld 1.000 kcal /dag minder dan hun werkelijke inname.
  • Kinderen hadden in het algemeen een kleinere afwijking, maar zodra ze zelf hun inname begonnen te rapporteren (vanaf ongeveer 16 jaar), nam de foutmarge toe.
  • Mensen die meer eiwitten rapporteerden in hun dieet, bleken vaak ook meer te onderrapporteren.

Waarom komt onderrapportage vaker voor bij een hoge BMI?

Uit het onderzoek blijkt dat mensen met een hogere BMI gemiddeld meer geneigd zijn hun energie-inname te onderschatten. Dit kan te maken hebben met sociale wenselijkheid (niet willen toegeven hoeveel ze eten) of het feit dat porties moeilijker in te schatten zijn. Voor kinderen wordt de voedingsinname vaak gerapporteerd door een ouder, wat de betrouwbaarheid bij jonge leeftijden vergroot.


Verbeteringen volgens de onderzoekers

De onderzoekers geven verschillende suggesties om voedingsonderzoek te verbeteren:

  1. Gebruik van objectieve metingen:
    De dubbelgemerkte watertechniek kan helpen om zelfrapportages te valideren. Hoewel deze methode duur is, zou deze op kleinere schaal ingezet kunnen worden om grote datasets te controleren.
  2. Geavanceerde voorspellingsmodellen:
    Het ontwikkelde model voorspelt energie-uitgave beter dan eerdere methoden en kan als screeningstool worden gebruikt om misrapportage te identificeren.
  3. Innovatieve technologie:
    Wearables en apps die automatisch beweging en voedingsinname bijhouden, kunnen de afhankelijkheid van zelfrapportage verminderen.
  4. Aanpassingen voor specifieke groepen:
    Het huidige model werkt minder goed voor atleten, zwangere vrouwen en mensen met een extreem actieve levensstijl. Hiervoor moeten aparte voorspellingsmodellen worden ontwikkeld.
  5. Educatie en begeleiding:
    Het trainen van deelnemers om hun voedingsinname beter te rapporteren kan fouten verminderen. Dit is vooral belangrijk voor jongere kinderen en tieners.

Conclusie

Dit onderzoek benadrukt de omvang van misrapportage in voedingsonderzoek en biedt nieuwe oplossingen. De dubbelgemerkte watertechniek blijft een waardevol instrument voor het vaststellen van de totale energie-uitgave, en het ontwikkelde voorspellingsmodel helpt om misrapportages te identificeren. Uiteindelijk kan het verminderen van misrapportage leiden tot betrouwbaardere inzichten in de relatie tussen voeding en gezondheid, wat van groot belang is voor de volksgezondheid.

Met behulp van nieuwe technologieën, betere modellen en educatie kunnen we hopelijk een stap dichter komen bij het oplossen van het probleem van misrapportage in voedingsonderzoek.

Zelfrapportages voeding zijn onbetrouwbaar