To crunch or not to crunch, een analyse

door | apr 4, 2013 | Fitness, Personal Trainer | 0 Reacties

Sinds het prachtige werk van dr. Stuart McGill en zijn team, beschikken we over een duidelijke biomechanische verklaring waarom (veelvuldige) flexie (vooroverbuigen) van de wervelkolom kan leiden tot schade. Een massale ban van crunches en sit-ups volgde onder trainers, die op de hoogte waren van de meeste recente wetenschappelijke inzichten. In 2011 werd dit idee echter door onderzoekers Bret Contreras en Brad Schoenfeld aan de kaak gesteld. Deze wetenschappelijke publicatie is recent vrij toegankelijk geworden en dat vormt de aanleiding om deze eens te bespreken.

 

De ‘Rant’
Bret Contreras schreef in 2010 een blogartikel met de titel ‘Industry Rant, Back Extensions & Reverse Hypers’. Hij uitte daarin zijn frustratie dat goede oefeningen werden verbannen, omdat ze mogelijk leidde tot ongewenste buigingen van de wervelkolom. Hij vond dat een verkeerde uitvoering een probleem was van coaching en niet zozeer van de oefening zelf. Daarnaast zette hij vraagtekens bij de claim, dat buigingen van de wervelkolom per definitie slecht zouden zijn. Wij reageerden in zijn commentaarsectie en dat leidde tot een interessante discussie. Het liet een buitengewoon bescheiden Bret Contreras zien die niets zomaar aannam, maar zeker open stond voor tegenargumenten.

 

To crunch or not to crunch?
Zes maanden later vroeg Contreras waar wij onze standpunten op baseerden en het leidde tot een uitwisseling van relevante wetenschappelijke publicaties. In 2011 verscheen het artikel ‘To crunch or not crunch’ in het populaire wetenschappelijke tijdschrift ‘Journal of Strength and Conditioning Research’, dat hij samen schreef met gerespecteerd auteur / onderzoek Brad Schoenfeld. Zij poneerden de stelling dat de demonisering van crunches geen wetenschappelijke basis had. Bovendien suggereerden de auteurs, dat crunches misschien zelfs goed waren voor de wervelkolom. Dit moedige artikel leidde tot een schokgolf van ongeloof onder strengthcoaches en personal trainers. Wij ontvingen het artikel net voor publicatie, met de opmerking, dat hij een aantal van zijn collega’s van te voren op de hoogte wilde stellen. Ook stelde hij dat het mogelijk in strijd was met de overtuiging, maar dat hij zijn uiterste best had gedaan om de feiten boven water te krijgen. Wij bedankten hem voor het moedige artikel. Wederom toonde Contreras zich open, vriendelijk en vrijgeving.

 

Thank you, Chi. It were your comments on my blog that urged me to set out and do the work that lead to this article. As for our crunch article, I’m pretty sure that when you read it you will formulate the same conclusions as us. Brad sent the article to a couple of folks and they agreed with our conclusions based on the current research. We were very fair and conservative with our recommendations. “, Bret Contreras

 

Bret Contreras Brad Schoenfeld
Wij hadden niet kunnen vermoeden, dat deze interessante uitwisseling van standpunten een bijdrage zou hebben tot het ontstaan van deze roemruchte publicatie. Wij hebben vanwege tijdgebrek nooit (formeel) kunnen reageren op de publicatie. Ons commentaar op het artikel verscheen wel in ons opleidingenmateriaal, maar nooit in het openbaar. Nu het wetenschappelijk artikel vrij beschikbaar is, willen we een selectie van de belangrijke argumenten (genummerd) de revue laten passeren, direct gevolgd door ons commentaar.

 

 

1. De meeste onderzoeken hebben plaatsgevonden met wervelkolommen van een dode wezens, die niet kunnen herstellen van opgelopen schade en zullen daarom eerder scheuren

Respons: Dat is correct, maar de conclusie wordt ook niet getrokken uit deze biomechanische experimenten. Zij vormen slechts een stuk uit de hele puzzel, waarbij duidelijk gemaakt wordt onder welke hoek schade kan worden toegebracht

2. De discus is gemaakt van collageen type 2 en kan herstellen

Respons: Dit is absoluut waar, maar het gaat niet alleen om de grondstof, maar ook om de structuur van het bouwwerk, die heel stevig is, maar slecht gevoed wordt. De hersteltijd van een discus is redelijk bekend en is veel langzamer dan je zou vermoeden op basis van de grondstoffelijke eigenschappen. Dit is niet vermeld in het overzichtsartikel.

3. Schade risico is vooral voor 75% genetisch bepaald en de bijdrage van ‘verkeerde’ oefeningen is dus beperkt.

Respons: Ook dit is waar, maar het probleem is dat je aan de buitenzijde niet kunt zien of iemand stevige disci heeft en daarom is voorkomen beter dan (pijnlijk) genezen.

4. Er is geen bewijs (wetenschappelijke publicatie) dat flexie leidt tot rugpijn

Respons: Dit moet stevig genuanceerd worden, omdat hier de suggestie wordt gewekt dat de experimenten niet hebben plaatsgevonden, maar dat is niet waar. Het probleem is dat de experimenten stil gelegd worden, omdat de flexie groep altijd eerder pijn rapporteert. Voortgang van het experiment wordt dan door een ethische commisie verboden, waardoor publicaties uitblijven. Dit sterkt eerder het idee dat flexie oefeningen gemeden moeten worden.

5. Flexie voedt de tussenwervelschijven beter dan compressie op een neutrale wervelkolom

Respons: Ook dit is correct, maar het is slechts het halve verhaal. In het overzichtsartikel wordt geen melding gemaakt van rotatie, waardoor de discus ook volledig gehydrateerd en daarmee gevoed wordt. Hiervoor is 2 graden rotatie nodig en wandelen leidt tot 4 graden rotatie, ruim voldoende om de disci te voeden

6. Op basis van de vorige argumenten komen de auteurs tot de voorzichtige conclusie dat crunches zo nu en dan, geen kwaad kunnen en zijn mogelijk zelfs bevorderlijk

Respons: Hoewel er geen zekerheid is door het gebrek aan langdurige experimenten, wijst alles erop dat crunches helemaal niet nodig zijn, aangezien rotatie voor de benodigde voeding zorgt. Daarbij is schade door veelvuldige flexie bij genetisch gevoelige mensen, biomechanisch en fysiologisch plausibel, anekdotisch en epidemiologisch aannemelijk.

Overwegingen
Wij waren zeer enthousiast over het artikel, hoewel we natuurlijk op de diverse standpunten nogal wat af te dingen hebben. Het meest interessante is dat trainers, die de consensus aan de kaak stellen, zich vaak keren tegen de wetenschappelijke methode. Contreras en Schoenfeld daarentegen hebben juist de wetenschap gebruikt om hun ‘alternatieve’ standpunt te onderbouwen. Het is de enige manier om echt vooruit te komen en daarmee kunnen hen alleen maar dankbaar zijn. In de praktijk weten we dat de heren nauwelijks wervelflexie inzetten en als ze het al doen, vaak beperken tot het thoracale deel. Het is daarom meer een academische discussie, die echter belangrijk genoeg was om gevoerd te worden.

Het mag overigens opgemerkt worden dat er twee zaken door elkaar lopen. De eerste is namelijk of flexie van de wervelkolom een potentieel probleem is en de tweede of de discusschade dan het dominante mechanisme is. Er zijn echter veel meer vormen en oorzaken van schade bekend. De publicatie ‘To crunch or not to crunch’ en dit artikel zijn dan ook geen uitputtende verhandeling over (het ontstaan van) rugpijn. Daar zijn niet voor niets hele boekwerken over.

 

Conclusie
Er zijn veel observationele en biomechanische aanwijzingen die suggereren dat veelvuldige lumbale flexies kunnen leiden tot schade aan de wervelkolom. Contreras en Schoenfeld laten terecht weten dat er geen experimenten zijn die dit staven. Het is belangrijk om dit te melden, maar dat betekent niet dat het niet getest is. Het probleem is dat dit soort experimenten voortijdig worden afgebroken door klachten van deelnemers. Het sterkt alleen maar het idee, dat belaste lumbale flexie niet aan te bevelen is. Aangezien er voor de meeste toepassingen goede alternatieven te bedenken zijn, lijken crunches toch meestal weinig zinvol.

Meer relevante artikelen uit deze categorie 'Fitness'

Spierhypertrofie deel 4: Meer schade, meer spiergroei?

  De zoektocht naar efficiëntere manieren van het bereiken van spierhypertrofie heeft drie mechanismen blootgelegd, namelijk trainingsvolume, metabole stress en spierschade. Wat is de rol van de laatste en is het überhaupt noodzakelijk?Groei zonder schade Om...

De haklanding in perspectief

De bekende professor Daniel Lieberman levert met een nieuwe publicatie, aanvullende inzichten in het ontstaan van loopblessures. Hij kan biomechanisch aannemelijk maken, dat een haklanding, het risico op blessures vergroot. Deze overtuiging werd tot nu toe niet...

Supplement HMB voor (half)gevorderde krachtsporters

Het effect van β-hydroxy-β-methylbutyrate (HMB), een metaboliet dat gevormd wordt uit het aminozuur leucine, is populair onder de sporters die de meest effectieve route zoeken om spiermassa te vergroten, vetmassa te minderen en sterker te worden. Maakt HMB een...

Dit onderwerp wordt behandeld in de volgende opleidingen:

Recente artikelen (kennisbank) uit overige categorieën:

Vitaliteitscoaching deel 2: Chronische stress is niet het probleem

  In Nederland, maar ook in de rest van de wereld, gaan er zaken mis. Overgewicht, chronische ziekten en kennelijk nemen ook burn-out/depressie de overhand. Volgens sommigen heeft dat alles te maken chronische stress die het moderne leven met zich meebrengt waar we...

Beslagen ten ijs voor 2019? Chivo winterschool!

  Ook dit jaar hebben we een winterschool waarin je 5 dagen achter elkaar kunt onderdompelen in een onderwerp. Je wordt er mee wakker, je gaat ermee naar bed en je droomt erover. Na die vijf dagen hebben je uptodate informatie, nieuwe vaardigheden en een flexibel...

Redactionele noot

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, worden opgeslagen of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

We vernemen graag feedback over onze artikelen, omdat we verantwoording afleggen voor claims belangrijk vinden. 

Wil je kennis uitwisselen over vitaliteit, fitness en leefstijl met andere (aspirant)professionals, bezoek dan Café Chivo op Facebook.

 

Geraadpleegde bron(nen)

  • Chiu CL (2010a), Contreras B. Discussie in het commentaarvan Blog ‘Industry Rant, Back Extensions & Reverse Hypers’, 14-20 april 2010
  • Chiu CL (2010b), Contreras B. Mailcorrespondentie, nov 2010
  • Contreras B (2011), Schoenfeld B. To Crunch or Not to Crunch: An Evidence-Based Examination of Spinal Flexion Exercises, Their Potential Risks, and Their Applicability to Program Design. Strength & Conditioning Journal: August 2011 – Volume 33 – Issue 4 – pp 8-18

Share This