Positieve psychologie deel 7: 20 jaar jong, tijd voor een feestje?

door | sep 5, 2018 | Coachen | 0 Reacties

Psychologie is de studie van het menselijk gedrag en de laatste honderd jaar toch vooral van ziekelijk gedrag. Hoewel er natuurlijk wel onderzoeken plaatsvonden die methoden onderzoeken om ons zelf te verbeteren, zijn die ondergesneeuwd geraakt. Vanaf 1998 veranderde dit, toen dr. Martin Seligman voorzitter werd van de Amerikaanse brancheorganisatie voor psychologie. Typisch een geval van de juiste man, op de juiste plek, op het juiste tijdstip. Positieve psychologie zag toen voor het eerst het licht en nu zijn we twintig jaar verder. Wat valt er te vieren?

De wetenschap van wat het leven de moeite van het leven waard maakt

Aantrekkelijk

De boodschap om ook het menselijk potentieel te onderzoeken in plaats van uitsluitend de stoornissen, bleek aantrekkelijk. In de beste traditie van Aristoteles en ook het humanisme, ging men op zoek naar het goede leven. Aangezien de positieve psychologie vooral toegepaste psychologie is, leidde het al snel tot zaken die men in de praktijk kon inzetten. De sympathieke tak van de psychologie kreeg al snel veel geld uit diverse hoeken waarmee onderzoek gefinancierd werd, waardoor het nog aantrekkelijker werd. De populariteit nam in grote snelheid toe onder psychologen, coaches en de consument. Intuïtieve ideeën werden door de stroming wetenschappelijk aannemelijk gemaakt. Het leidde tot een ‘we zijn wetenschappelijker dan de rest’ attitude. Veel onderzoek ging in het begin over geluk, maar Seligman liet in 2011 via zijn boek ‘Flourish‘ weten dat het niet gaat om geluk, maar om floreren. De wijlen dr. Chris Peterson verwoordde dat met ‘De wetenschap van wat het leven de moeite van het leven waard maakt‘. Seligman uitte ook zijn ongenoegen over de academische voorkeur en waardering van theoretische wetenschappen boven toegepaste en introduceerde daarom in hetzelfde boek een theorie voor de positieve psychologie, genaamd PERMA. Daarmee wilde hij zijn criticasters van repliek voorzien, maar het liep anders.

Positieve psychologie is vooral voor welgestelden op zoek naar zingeving

De kritiek

Ook wij voelden ons in eerste instantie aangetrokken tot de positieve psychologie, maar zagen dat de claims geen tred konden houden met het bewijs. Kleine onderzoeken waar geen harde conclusies aan verbonden konden worden, werden op TED-talks gepresenteerd als bewijs, waarmee een lanceerplatform ontstond voor boekverkoop en presentaties. De positieve psychologie werd een commercieel motivatiecircus waar honderden miljoenen in omgingen. De master die je kon behalen via Penstate universiteit vereiste weliswaar een bachelorgraad, maar niet specifiek in de psychologie. Elke maand vlogen studenten uit de hele wereld over voor een weekend college en dat maakte de 40.000 dollar kostende Master of Applied Positive Psychology (MAPP) vooral een stroming voor welgestelden op zoek naar zingeving. Het gebrek aan een achtergrond in de psychologie werd pijnlijk duidelijk als de versgebakken ‘masters’ het wiel opnieuw aan het uitvinden waren, simpelweg omdat ze veel bestaande theorieën niet kenden. Ze leerden vooral PERMA en dat is volgens geen enkele definitie een theorie te noemen. Dat mocht het financieel succes niet hinderen. Concepten die geassocieerd zijn met positieve psychologie zoals de positiviteitsratio bleken niet houdbaar, GRIT van Seligman’s protegé Duckworth was niets minder dan een herhaling van zetten, liefde werd uit zijn verband gerukt, het minderen van posttraumatische stress bij de Amerikaanse defensie werd een 125 miljoen dollar kostende flop en de claim dat positieve psychologie iets kan betekenen voor patiënten met depressie, is op de rand van frauduleus te noemen. De relatieve stilte van de positieve psychologie-gemeenschap is veelzeggend over de integriteit van de groep, om maar te zwijgen over de onverminderde verkoop van coachingstrajecten, opleidingen en boeken gebaseerd op dubieus bewijs. Het is zo in strijd met de zorgvuldigheid waarmee de wijlen dr. Chris Peterson, een van de grondleggers van de positieve psychologie, zijn eigen resultaten rapporteerde. De positieve psychologie bleef zich echter ontwikkelen en men probeerde naarstig het geluksimago af te schudden door in te zetten op zingeving.

Geluk

Een van de meest aansprekende boodschappen van de Positieve psychologie was wel dat het geluksgevoel beïnvloedbaar is. Onderzoekers Sonja Lyubomirsky wist er zelfs exacte cijfers aan te plakken en kon 50 procent toewijzen aan genen, 10 procent aan de situatie, waardoor 40 procent overbleef waar men controle op uit kon oefenen. Hoewel ze nooit beweerd heeft dat deze cijfers exact zijn, werd het een hit in de vorm van een happinesspie. Wij namen het over, met de duidelijk opmerking dat het niet exact kan zijn en dat het op individueel niveau kan verschillen. Een opmerking van Nick Brown, dat er een foutmarge in moet zitten, leidde ertoe dat wij opnieuw de onderliggende stukken analyseerden.

De oude en de gecorrigeerde ‘Happiness pie’

Het aandeel van geluk waarover je zelf controle hebt, is aanzienlijk kleiner dan verondersteld

Als we kijken naar het onderliggend bewijs voor het genetisch aandeel, dan lijkt Tellegen het te hebben over een variatie van 39 tot 58% met een schatting van 48%. Het is mogelijk dat het cijfer daarop gebaseerd is, aangezien het gemiddelde van alle onderliggende stukken wijst op een percentage van 61 als men corrigeert met een wegingsfactor op basis van het aantal deelnemers. Die 50 procent lijkt dus optimistisch laag te zijn ingezet. De genetische invloed van tijdelijk geluk wordt geschat op 32 tot 41 procent, terwijl deze van chronisch geluk in de bandbreedte van 70-80 procent wordt geschat (Nes 2017). Hoe dan ook, blijkt die 50 procent onwaarschijnlijk nauwkeurig, maar we aanvaarden hem pragmatisch met meetfouten.  Lyubomirsky baseert de 10 procent aandeel van omstandigheden op 3 referenties, die respectievelijk 8 (Andrews), 15 (Argyle)en 20 procent (Campbell) duiden. Het is echter overduidelijk dat het aandeel gemiddeld hoger moet liggen, maar Lyubomirsky stelt dat het tussen de 8 en 15 procent ligt, zonder de 20 procent te noemen. Het is ook onduidelijk hoe men precies aan die 10 procent komt, aangezien die niet verder wordt toegelicht.  De Gallup-rapporten die de basis vormen voor de World Happiness Index laten zien dat het geluk in Griekenland flink daalde over een periode van tien jaar tijdens de recessie. Aangezien een dergelijke daling genetisch niet verklaard kan worden in zo’n korte tijd en het onwaarschijnlijk is dat mensen stoppen met zaken die hen gelukkig maken, is het overduidelijk dat omstandigheden van grote invloed kunnen zijn. Met een flinke foutmarge en een groter aandeel van geluk door de situatie, hebben we daarom maar een nieuwe happinesspie geconstrueerd voor 2018. Eén die het aandeel ‘eigen controle’ flink heeft afgewaardeerd en met een foutmarge van 20 procent op basis van de literatuur. Hoewel verre van exact en nog steeds niet direct toepasbaar op het individu, zijn we er zeker van dat deze aanzienlijk dichter bij de waarheid ligt. Daarmee is het geluksdeel afgesloten en kunnen we door naar zingeving.

Kennis van zingeving is te laag, de instrumenten te bot en de attitude te weinig zelfkritisch

Zingeving

Er is flinke interesse voor zingeving vanuit de positieve psychologie en er is zelfs een vragenlijst (Steger 2006) genaamd de Meaning of Life questionnaire (MLQ). De resultaten uit onderzoeken vliegen alle kanten uit en sommigen zijn positief gecorreleerd met welbevinden, terwijl anderen juist negatief uitvallen. Het probleem is dat de vragenlijst zingeving als een abstract concept zonder context presenteert. Laag scoren kan betekenen dat het je niets interesseert, dat je net begonnen bent of inmiddels zover bent in je reis naar zingeving, dat je niet meer actief zoekt. Zonder context wordt dus onduidelijk wat de score nu eigenlijk betekent. De relatief nieuwe vragenlijst past in het beeld van de positieve psychologie, waarin ze het wiel opnieuw proberen uit te vinden, terwijl er al veel bestaand werk is. Als zingeving vooral gaat over een doel dienen buiten jezelf, dan is het mogelijk dat het een negatieve invloed heeft op welbevinden, afhankelijk van hoeveel je van jezelf inlevert. Daar zit meteen de pijn, aangezien in het PERMA-model een pijler ‘autonomie’ schittert door afwezigheid, maar zeer relevant is als het gaat om de vrijwillige keuze een dergelijk offer te brengen. Andere oudere modellen zoals die van Caroll Ryff hebben deze wel en het geeft maar weer eens aan hoe het ‘niet door ons uitgevonden’-syndroom, de positieve psychologie in de weg zit. Zingeving zonder autonomie is namelijk geen zingeving, het is coping. Het is om die reden dat de gevestigde orde zich zeer kritisch heeft uitgelaten over de positieve psychologie, waaronder dr. Paul Wong, een oudgediende in het zingevingsonderzoek. Op dit moment is de kennis van zingeving binnen de positieve psychologie nog veel te laag, de instrumenten veel te bot en de attitude nog te weinig zelfkritisch. Maar is er hoop.

Dr. Martin Seligman over Positieve Psychologie (1.0)

Dr Itai Ivtzan and Dr Tim Lomas over Positieve psychology 2.0

Kunnen we meer negatieviteit integreren, astublieft

Positieve psychologie 2.0

Het succes van de positieve psychologie is niet onòpgemerkt gebleven, aangezien het een sympathiek voorkomen combineert met de aantrekkelijke energie van de jeugdigheid. Daarom is het prettig dat oudgedienden als Paul Wong, Richard Ryan en ook Caroll Ryff omarmt zijn door de positieve psychologie. Hun kennis, ervaring, maar vooral hun zorgvuldigheid is van levensbelang. Het betekent een ommezwaai, omdat ook de donkere kant van de mensheid omarmd zal moeten worden, waardoor er een veel beter tegenwicht ontstaat voor de tot nu toe bijna obsessieve focus op positieve emoties en -karaktertrekken. Het doet daarmee meer recht aan de definitie van Peterson. Het toetreden van deze oude garde betekent dat er licht is aan het einde van de tunnel. Daarnaast hebben wijzelf nog een verlanglijstje. Zo mag het Amerikaans-centrisch model van PERMA verworpen worden. Het voegt te weinig toe, aangezien er gebruik gemaakt kan worden van bestaand werk dat theoretisch stevig is en vaak onderbouwd is met decennia aan empirische bevindingen. Ook zouden deelnemers zonder psychologie opleiding geweigerd moeten worden aan de Penstate MAPP of het zou een vierjarige opleiding moeten zijn. Onderzoekers zouden daarnaast vooral moeten publiceren in bestaande wetenschappelijke tijdschriften in plaats van het relatief nieuwe journal (applied) Positive Psychology, wat weinig kritisch is gebleken en daarom meer een clubblad is. Bovenal zou onze wens zijn dat onderzoekers stoppen met het schrijven van consumentenboeken op basis van pilotonderzoeken, maar hun energie vooral zouden moeten steken in het uitvoeren van grotere replicaties. Los van onze wensen, is er dus hoop door de integratie met de rest van de psychologie. Het zou er uiteindelijk helemaal in op moeten gaan als een perspectief voor elke stroming in de psychologie. De ontwikkelingen zijn dus hoopvol en voorlopig nemen we genoegen met de geaccepteerde term Positieve Psychologie 2.0.

Conclusie

De positieve psychologie is veruit de meest disruptieve ontwikkeling geweest in de moderne psychologie, die onderzoeksbudgetten heeft opgeschud, het curriculum heeft beïnvloed en de psychologie heeft gepopulariseerd bij de consument. Die snelle acceptatie is niet zonder kleerscheuren gegaan en na 20 jaar heeft de vercommercialisering in combinatie met diverse schandalen, nagenoeg een keizer zonder kleren opgeleverd. Dat maakt het streven naar wat het leven de moeite van het leven waard maakt en het enorme momentum, niet minder waardevol. Door te integreren met oud-gedienden van de psychologie in plaats van te polariseren, wordt jeugdige energie gekapseld in een volwassen aanpak, die mensen kan helpen in plaats van ze alleen iets te verkopen. Na een roerige 20 jaar is het inderdaad tijd voor een feestje. Niet vanwege een verjaardag, maar met de geboorte van de Positieve Psychologie 2.0.

Meer lezen uit deze categorie 'Coachen':

Lifecoachen en de verkoop van de Amerikaanse droom

Gewoon gelukkig zijn is uit en daarvoor in de plaats moeten we gaan 'thriven', het liefst volgens de Amerikaanse droom. Je kunt het ogenschijnlijk allemaal bereiken met de moderne lifecoach. Lifecoachen Het leven kent vele hobbels en soms is het handig als iemand je...

Beter presteren met de DiSC methode?

  Het Personal Profiling System (PPS), beter bekend als een DiSC assessment is eigenlijk geen persoonlijkheidstest, maar een die gedrag moet meten. Het is populair in het bedrijfsleven als coachingstool voor het aansturen van teams of persoonlijke ontwikkeling....

Dit onderwerp komt aan bod in de volgende opleidingen:

Meer lezen uit overige (kennisbank) categorieën:

Spierhypertrofie deel 4: Meer schade, meer spiergroei?

  De zoektocht naar efficiëntere manieren van het bereiken van spierhypertrofie heeft drie mechanismen blootgelegd, namelijk trainingsvolume, metabole stress en spierschade. Wat is de rol van de laatste en is het überhaupt noodzakelijk?Groei zonder schade Om...

‘The China Study’ – Red jezelf, word veganist?

  Het onthouden van consumptie van dierlijke producten, zoals veganisten doen, wordt geassocieerd met een betere gezondheid. Veel veganisten zijn meer bewust bezig met gezondheid en daardoor roken en drinken ze minder dan gemiddeld. Ze zijn ook vaak (lichamelijk)...

Redactionele noot

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, worden opgeslagen of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

We vernemen graag feedback over onze artikelen, omdat we verantwoording afleggen voor claims belangrijk vinden. 

Wil je kennis uitwisselen over vitaliteit, fitness en leefstijl met andere (aspirant)professionals, bezoek dan Café Chivo op Facebook.

 

Geraadpleegde bron(nen)

Share This