Paleo perikelen deel 3: Hoe paleo zijn peulvruchten?

door | apr 15, 2014 | Vitaliteitscoach, Voeding

Inleiding
In alle populaire paleodieetboeken hebben peulvruchten geen plaats. Ook gerespecteerde wetenschappers zoals dr. Loren Cordain en dr. Staffan Lindenberg blijken deze overtuiging aan te hangen en het is gebaseerd op twee argumenten. De eerste is gestoeld op het idee dat men in de oudheid geen peulvruchten at, wat een legitiem evolutionair argument zou kunnen zijn om het nu ook niet te doen. De tweede stelling heeft alles te maken met het gegeven dat bonen veel antinutriënten bevatten.

 

Wat zijn peulvruchten?
Peulvruchten zijn planten uit de bonenfamilie, waarvan de peulen meerdere zaden hebben. Deze zaden heten ook peulvruchten. Peulen zijn relatief rijk aan eiwitten, die gevormd worden uit de stikstof aangeleverd uit een symbiotische relatie met bodembacteriën. Ze bevatten daarnaast veel voedingsvezels en bevatten nog interessante concentraties omega-3. De grote zaden zijn aantrekkelijk voor dieren en het is mogelijk om die reden dat ze gecamoufleerd zijn achter kleurige schillen en worden beschermd door een reeks antinutriënten, chemische becshermingsmiddelen. Bonen en erwten behoren tot de familie van de peulvruchten.

 

At men peulvruchten?
Waren er peulvruchten in het paleolithisch tijdperk is de eerste vraag die beantwoord moet worden. Diverse antropologische verslagen rapporteren dat er peulvruchten zijn gevonden in diverse menselijke woongebieden uit het middel- en late paleolithisch tijdperk van Israël, Albanië tot Spanje. Het zou in sommige gebieden zelfs het dominant plantaardig voedsel hebben gevormd (Jones 2009). Antropologen raken er zelfs van overtuigd dat ook de Neanderthalers bonen consumeerden en mogelijk zelfs kookten (Henry AG 2011). Cordain en Lindenberg noemen het niet eens.

 

Archeologische opgravingen

 

Antinutriënten
Zoals voorheen besproken zijn de zaden van peulvruchten doorgaans goed beschermd met chemische afweermiddelen, zogenaamde antinutriënten die door paleo-aanhangers veelal worden gedemoniseerd. Dit is niet uit de lucht gegrepen en dat komt mede door de stigmatiserende, maar ook onduidelijke standpunten van Cordain en de overigens doorgaans zeer gematigde Lindenberg. Antinutriënten als fytinezuur kunnen in sommige gevallen de absorptie van mineralen kunnen beperken. Lectines en protease-inhibitors zijn andere antinutriënten die door koken zo goed als teniet worden gedaan. Naar schatting beschikt de mens(-achtige) al 300.000-400.000 jaar over vuur en kookt men het voedsel (Carmody 2009, Furness JB 2015)). Er is dus weinig reden om aan te nemen dat peulvruchten slecht voor de gezondheid zijn. Cordain en Lindenberg verwijzen vooral naar de pinda en granen om te onderbouwen waarom peulvruchten niet goed zijn.Opslaan en verlaten

 

Jager-verzamelaars
Het is niet mogelijk om terug in de tijd te gaan en we zullen waarschijnlijk nooit een oermens een peulvrucht zien eten. Toch kunnen we het naast alle voorheen besproken argumenten het nog aannemelijker maken door te kijken naar het voedingspatroon van nog in leven zijnde jager-verzamelaarsstammen. De Afrikaanse !Kung San consumeren veel tsin bonen (Lee RB). De Aboriginals eten acacia bonen (Lister PR 1996). En zoals eerder gemeld lijken ook Neanderthalers, jager-verzamelaars bij uitstek, zich te goed hebben gedaan aan peulvruchten. Analyse van gebitresten verraden namelijk consumptie van dit gekookte plantaardig voedsel (Herny AG 2011). Peulvruchten lijken dus heel paleolithisch te zijn, maar dat wordt niet genoemd door Cordain en Lindenberg.

 

Winderigheid
Een reden waarom peulvruchten in de ban zijn geraakt is mogelijk de winderigheid die ze kunnen veroorzaken. Dit is het gevolg van onverteerbare koolhydraten, die niet opgenomen worden en verderop in de darm door de aldaar levende darmflora afgebroken moet worden, wat tot gasvorming leidt. De oplossing is een langere kooktijd waardoor de onverteerbare structuren de kans krijgen om af te breken. Dit gebeurt feitelijk ook met producten die gefermenteerd worden zoals tofu, die minder winderigheid veroorzaken.

 

Conclusie
Peulvruchten worden geweerd in alle populaire varianten van het paleo dieet. Steeds vaker verschijnen er echter rapporten dat peulvruchten weldegelijk gegeten werden in het paleolithisch tijdperk door mens en neanderthaler. Ook moderne jager-verzamelaars lijken peulvruchten in alle varianten te consumeren. Het is dan ook een relatief rijke bron van eiwit en voedingsvezels en eventuele nadelen zijn te ondervangen door ze (langdurig) te koken. Er is dan ook geen duidelijke reden om peulvruchten te weren uit het (paleo)dieet.

Meer lezen uit deze categorie 'Voeding':

De glycemische index (GI) is nutteloos?

Het lichaam heeft verschillende mechanismen om de bloedsuikerspiegel te bewaken. Dat kan het lichaam uitstekend, maar op één of andere wijze vinden we het nodig om ons lichaam constant te micromanagen. De glycemische index/last is zo'n stuk gereedschap om ons lichaam...

Hoe effectief en gezond is vasten?

Vasten is een millennia-oude traditie die ingezet werd om zowel het lichaam als de geest te reinigen. Tegenwoordig wordt het steeds vaker ingezet om af te slanken of om metabool gezonder te worden. Gelukkig neemt onderzoek toe en krijgen we langzamerhand steeds betere...

Is emotie-eten een zinloos begrip?

We kennen allemaal het clichébeeld van de emotie-eter, die zijn of haar troost vindt in eten. Ook zijn er diverse onderzoeken, die een jeugdtrauma associëren met een verhoogd risico op obesitas. Het sterkt het beeld dat negatieve emoties en stress de oorzaak zijn van...

Dit onderwerp komt aan bod in de volgende opleidingen:

Recente artikelen (kennisbank) uit overige categorieën:

Summerschool 2018: Groeien doe je in de zomer!

  Het hele jaar is het druk met een volle werkweek en een hectisch thuisleven. Toch moet je soms bijtanken en dat kan in de zomervakantie, waar je lekker je rust pakt. Meestal begint het na een paar weken alweer te kriebelen en dan kun je de zaken afhandelen,...

De glycemische index (GI) is nutteloos?

Het lichaam heeft verschillende mechanismen om de bloedsuikerspiegel te bewaken. Dat kan het lichaam uitstekend, maar op één of andere wijze vinden we het nodig om ons lichaam constant te micromanagen. De glycemische index/last is zo'n stuk gereedschap om ons lichaam...

Voor chronische pijn kun je naar de vitaliteitstherapeut

Ongeveer 18 procent van de Nederlandse bevolking heeft last van chronische pijnklachten en ze kunnen niet echt ergens terecht. Bloed- en beeldvormend onderzoek wijzen niets uit en pijnstillers werken steeds korter. De vlucht naar het alternatieve circuit is...

Redactionele noot

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, worden opgeslagen of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

 

Geraadpleegde bron(nen)

  • Carmody RN (2009), Wrangham RW. The Energetic Significance of Cooking. Journal of Human Evolution 57(4): 379–391
  • Cordain Loren (2005), Eaton SB, Sebastian A, e.a.. Origins and Evolution of the Western Diet: Health Implications for the 21st Century. The American Journal of Clinical Nutrition 81(2): 341–354.
  • Henry AG (2011), Brooks AS, Piperno DR. Microfossils in Calculus Demonstrate Consumption of Plants and Cooked Foods in Neanderthal Diets (Shanidar III, Iraq; Spy I and II, Belgium). Proceedings of the National Academy of Sciences 108(2): 486–491.
  • Furness JB (2015), Bravo DM. Humans as cucinivores: comparisons with other species. J Comp Physiol B. 2015 Dec;185(8):825-34.
    Lee RB (1979) The !Kung San: Men, Women and Work in a Foraging. Cambridge University Press (December 12, 1979) Society. ISBN-13: 978-0521295611
  • Lindeberg S (2009) Modern Human Physiology with Respect to Evolutionary Adaptations That Relate to Diet in the Past. In The Evolution of Hominin Diets. Jean- Jacques Hublin and Michael P. Richards, eds. Pp. 43–57. Vertebrate Paleobiology and Paleoanthropology.Springer Netherlands.
  • Lister PR (1996), Holford P, Haigh T, Morrison DA. Acacia in Australia: Ethnobotany and Potential Food Crop. p. 228-236. In: J. Janick (ed.), Progress in new crops. ASHS Press, Alexandria, VA.

Share This