Effectiviteit gezondheidsmanagement in het bedrijf

door | jul 15, 2018 | Leefstijl, vitaliteit, Vitaliteitsmanagement | 0 Reacties

Steeds vaker blijken bedrijven te investeren in gezondheidsmanagement en naar schatting hebben 50 miljoen werknemers over de hele wereld deze deels of geheel ondergaan. Een effectiviteitsanalyse die de wetenschappelijke toets kan doorstaan is zeldzaam, maar recent is het grootste onderzoek op dat gebied afgerond. Wat kunnen we leren uit de Illinois Workplace Wellness study?

Het onderzoek

In dit massale onderzoek werden 4.834 deelnemers toegewezen aan een interventiegroep en 1.534 deelnemers aan een controlegroep. Er waren in totaal 39 uitkomstmaten, waaronder gezond gedrag, productiviteit en uitgave aan medische kosten. De opzet is complex maar goed uitgedacht, waarbij er meerdere subgroepen gemaakt werden die gestratificeerd gerandomiseerd werden. Dit betekent dat de onderzoekers er voor gezorgd hebben dat factoren die invloed hebben op de uitkomst, zoals salaris, geslacht, rookgedrag, ras, etc. evenredig verdeeld werden over de groepen. Dat is belangrijk, omdat het onderzoek vervolgens in drie fases werd ingezet met verschillende groepen.

1. Preventief medisch onderzoek
Alle deelnemers kregen een preventief medisch onderzoek (PMO) aangeboden. Een deel werd niet vergoed, een deel kreeg 100 dollar aangeboden en de laatste groep 200 dollar. In totaal nam 56% deel aan de PMO’s en in de groep zonder vergoeding was dat 47%, met 100 dollar vergoeding 59% en bij 200 dollar 63%. De responstoename van 100 naar 200 dollar is marginaal. De stratificering is nu belangrijk, omdat verschillende inkomensklassen evenredig verdeeld zijn en we daardoor een duidelijker beeld hebben van of de vergoeding echt effectief is. Het zou anders zijn als er in de tweede groep met 100 dollar vergoeding alleen mensen zaten met lage inkomens.

2. Leefstijlactiviteiten
Bij gezondheidsmanagement voor werknemers draait het uiteindelijk om leefstijl; het gedrag dat invloed heeft op gezondheid. De drie groepen kregen allen verschillende leefstijlactiviteiten aangeboden, waarbij de helft van een groep 25 dollar vergoeding kreeg en de andere helft 75 dollar. Participatie met 25 dollar vergoeding was 53,6 procent en met 75 dollar 58,4 procent. Een drievoudige investering leidde dus tot nog geen 5 procent extra toename.

Het resultaat

Alle deelnemers waren werknemers bij een grote universiteit, waar men fysieke activiteit stimuleert. Men was dan ook geïnteresseerd in de invloed op participatie. Er wordt geconcentreerd op de inpandige fitnessruimte en een jaarlijks hardloopevenement. De controlegroep bleek na een jaar echter net zo veel gebruik te maken van de naar fitnessruimte als de interventiegroep. Hetzelfde mag gezegd worden van deelname aan het hardloopevenement. Ook de medische uitgaven bleken na een jaar niet te verschillen. In totaal bleek dat er van de 39 meetpunten na een jaar nagenoeg geen verschil te zijn tussen de controlegroep en de interventiegroep, ook niet op het gebied van productiviteit, medicijngebruik, doktersbezoeken, stress, etc. Op twee meetpunten na: de twee die wel verschilden betroffen vooral bewustzijn. In de interventiegroep vertelde men vaker spontaan dat men een preventief medisch onderzoek had ondergaan en stelden vaker dat het management gezondheid en veiligheid belangrijk vinden. De populatie die de programma’s succesvol doorliepen waren doorgaans blank, vrouw met een lager inkomen, die al aan het sporten was en werken aan de gezondheid belangrijk vind. De inzet van verschillende bedragen heeft geleid tot interessante vindingen; doorgaans is participatie onder de 50 procent en dat wordt opgetrokken door het bieden van een vergoeding. Het is duidelijk dat de wet van verminderde meeropbrengst ook opgaat voor vergoedingen, aangezien hogere bedragen tot een bescheiden toename leidde.

Overwegingen gezondheidsmanagement

De uitkomst na het eerste jaar bevestigt wat we al in het veld tegenkomen, namelijk dat gezondheidsprogramma’s veelal bestaande uit sport- en leefstijldiensten alleen maar werken voor de mensen die daar al mee bezig waren. De fitste mensen staan vooraan en de mensen die het nodig hebben zijn nergens te bekennen. Dit is geen nieuwe vinding aangezien TNO dat ook al had vastgesteld, maar het wordt weer eens bevestigd in het grootste onderzoek in zijn soort. Veel geprojecteerde voordelen van dit soort initiatieven zijn namelijk theoretisch of het resultaat van experimenten zonder controlegroep. De auteurs claimen dat hun resultaten 83 procent van de huidige veronderstellingen weerlegt, zoals verhoging van productiviteit of daling van medische kosten. Of het restant ook ontkracht zal worden, moet de komende jaren nog blijken. Dit onderzoek wordt voortgezet om te zien wat het meerjaren-effect gaat worden. Natuurlijk zijn er beperkingen aan dit onderzoek, zoals dat met elk onderzoek is, maar de resultaten sluiten aan het totaal bewijs.

 

Wij zijn al lang actief in het bedrijfsleven en hoewel wij daar ook geld voor vragen, zijn we niet geïnteresseerd in winstoptimalisatie en daardoor hebben we de vrijheid om onze marge in te zetten om te experimenteren. Wij zijn daarom constant bezig om grote delen van onze programma’s aan te scherpen, te schrappen en te vervangen, naar aanleiding van nieuwe data. Onderdelen die door de jaren heen grotendeels gesneuveld zijn, behoren tot de groepen sport-, leefstijl en geluksprogramma’s. Hetzelfde geldt voor sturen op BMI-verlaging, aangezien dit het probleem lijkt te verergeren. Een programma waarin het collectief laten dalen van de BMI een kritische prestatie indicator (KPI) is, is niet gericht op duurzaamheid, maar op korte termijnresultaten. De literatuur is daar overduidelijk in. Op het gebied van stress houden we ons niet specifiek bezig met mindfulness, aangezien er nauwelijks bewijs is voor effectiviteit en wel aanwijzingen zijn voor nadelige gevolgen. Ook leggen we niet te veel nadruk op bewegen tegen stress, depressie of burn-out, aangezien het bewijs eveneens zwak tot compleet afwezig is, zo blijkt uit de honderden onderzoeken die zijn uitgevoerd.

 

Wij zijn niet zo bezig met gezondheid, maar vooral gericht op vitaliteit. Ja, er valt wat te zeggen voor het indammen van het ziekteverzuim, maar minder ziekteverzuim betekent zeker niet dat de organisatie en de werknemers vitaler zijn, omdat vitaliteit gaat over motivatie, energie en veerkracht. Die energie opbrengen blijkt lastig te zijn als werknemers in een overleefstand zitten door (financiële) onzekerheid, als ze familiaire problemen hebben, ondergesneeuwd worden door extraverte collegae, een slechte relatie hebben met hun manager of als ze het idee hebben dat wat ze doen toch geen nut heeft. Werken aan de gezondheid heeft een lage prioriteit als men in de overleefstand zit. Vitaliteit gaat over werknemers uit de overleefstand krijgen en richting geven in werk dat bij hen past, zonder dat het ten nadele is van de werkgever. Daarom zijn wij vooral gericht op het vergroten van de betrokkenheid van werknemers bij het bedrijf en trainen we leidinggevenden. We leren ze herkennen wanneer iemand in een overleefstand zit, of ze daar debet aan zijn en hoe ze dat kunnen managen. Het zijn vaardigheden die elke leidinggevende dient te beschikken en het maakt onderdeel van onze aanpak. Zonder borging in de lijn is het namelijk lastig om vitaliteit onderdeel te maken van een duurzaamheidsbeleid.

Conclusie

De toenemende interesse van bedrijven in gezondheidsmanagement als onderdeel van een duurzaamheidsbeleid heeft geleid tot een enorme markt. De initiatieven zijn doorgaans gebaseerd op overtuiging, voorkeur en theoretische voordelen. In een professioneel duurzaamheidsbeleid zou men een beslissing mede moeten nemen op basis van betrouwbare data. Die data is in toenemende mate verkrijgbaar en het grootste onderzoek tot nu toe op het gebied van leefstijl in het bedrijfsleven, bevestigt wat de meeste HR-managers al weten of sterk vermoeden. Leefstijlprogramma’s werken niet, omdat het alleen diegenen aantrekt die het al leuk vonden en niet diegenen die het nodig hebben. Maar ook onder deelnemers die het al leuk vonden heeft het geen effect op productiviteit of een afname van medische kosten. HR-managers moeten daarom hun beleid aanpassen aan de nieuwe inzichten, betere KPI’s ontwikkelen die aansluiten bij het beste bewijs en richten op vitaliteit in plaats van leefstijl.

Meer lezen uit deze categorie 'Vitaliteitsmanagement':

Gezondheidsmanagement in het bedrijfsleven deel 2

  Bedrijven zijn massaal gezondheidsmanagementprogramma's aan het implementeren als onderdeel van een duurzaamheidsbeleid. In ons vorig artikel 'Effectiviteit gezondheidsmanagement in het bedrijf' werd duidelijk dat ze niets opleveren en toch zweren sommige bedrijven...

Beter presteren met de DiSC methode?

  Het Personal Profiling System (PPS), beter bekend als een DiSC assessment is eigenlijk geen persoonlijkheidstest, maar een die gedrag moet meten. Het is populair in het bedrijfsleven als coachingstool voor het aansturen van teams of persoonlijke ontwikkeling....

EQ een factor in vitaliteitsmanagement?

In 1995 nam het begrip emotionele intelligentie een enorme vlucht met de publicatie van het zelfhulpboek van psycholoog Daniel Goleman. Emotionele intelligentie of EQ zoals we het zullen afkorten, zou volgens Goleman voor zakelijk en privé succes, belangrijker zijn...

Dit onderwerp komt aan bod in de volgende opleidingen:

Meer lezen uit overige (kennisbank) categorieën:

 

Spierhypertrofie deel 4: Meer schade, meer spiergroei?

  De zoektocht naar efficiëntere manieren van het bereiken van spierhypertrofie heeft drie mechanismen blootgelegd, namelijk trainingsvolume, metabole stress en spierschade. Wat is de rol van de laatste en is het überhaupt noodzakelijk?Groei zonder schade Om...

‘The China Study’ – Red jezelf, word veganist?

  Het onthouden van consumptie van dierlijke producten, zoals veganisten doen, wordt geassocieerd met een betere gezondheid. Veel veganisten zijn meer bewust bezig met gezondheid en daardoor roken en drinken ze minder dan gemiddeld. Ze zijn ook vaak (lichamelijk)...

De haklanding in perspectief

De bekende professor Daniel Lieberman levert met een nieuwe publicatie, aanvullende inzichten in het ontstaan van loopblessures. Hij kan biomechanisch aannemelijk maken, dat een haklanding, het risico op blessures vergroot. Deze overtuiging werd tot nu toe niet...

Redactionele noot

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, worden opgeslagen of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

We vernemen graag feedback over onze artikelen, omdat we verantwoording afleggen voor claims belangrijk vinden. 

Wil je kennis uitwisselen over vitaliteit, fitness en leefstijl met andere (aspirant)professionals, bezoek dan Café Chivo op Facebook.

 

 

Geraadpleegde bron(nen)

  • Jones D (2018), Molitor D, Reif J. What do workplace wellness programs do? Evidence from the Illinois Workplace Welness study.

Share This