Functional Movement Screen (FMS) faalt?

door | jun 17, 2009 | Bewegen | 0 Reacties

Al meerdere malen is vastgesteld dat asymmetrie in normale bewegingen een voorspeller is van blessures (Ellenbecker TS 2007) en een screening hierop is meer dan zinvol. De Functional Movement Screen (FMS) is gebouwd rondom dit gegeven en is een relatief eenvoudig systeem om dit in kaart te brengen. Het is mateloos populair in de Verenigde Staten en is daar langzaam de defacto standaard aan het worden om atleten te beoordelen. Ook in Nederland neemt de populariteit toe, maar is het allemaal goud wat er blinkt?

 

Functional Movement Screen
Het systeem bestaat uit zeven bewegingen of posities die beoordeeld worden op uitvoering. Een simpel score systeem geeft bij elkaar opgeteld een score aan van maximaal 21 punten. Het systeem, ontwikkelt door fysiotherapeut en strength conditioning expert Gray Cook, nam een hoge vlucht toen bleek dat score onder de 14 punten een voorspellende waarde had bij blessures in het Amerikaanse Football (Kiesel K 2007). Ook leek het de blessurehistorie van brandweerlieden te kunnen voorspellen (Peate WF 2007). De zegetocht voor FMS was begonnen en strekt zich tegenwoordig ook uit naar de (sport)fysiotherapie.

 

Diepere analyse
Uiteraard bevat de FMS website de twee voorgenoemde onderzoeken, wat het gebruik alleen maar rechtvaardigt. Wij kijken zoals altijd voorbij de marketing en zien dat belangrijke data ontbreekt. Een nadere analyse van het brandweer onderzoek laat zien dat het alleen maar een retrospectieve associatie was. Verder wordt dit onderzoek verkocht als het bewijs dat coretraining werkt, terwijl dat slechts een heel beperkt deel was van alle ondernomen interventies. Ook ontbreekt het onderzoek (Hoover D 2008) onder 60 marathonlopers waarin de FMS geen enkele voorspellende waarde heeft (specificiteit vaan 8,7 procent). Toegegeven, dat onderzoek is nog niet helemaal door het peerreview systeem heen, maar heeft wel een formele presentatie gehad bij de ACSM. Mag je het dan toch meetellen? Op de FMS website staan wel meer onderzoeken die geen peerreview hebben doorstaan en soms zelfs op geen enkele wijze zijn gepubliceerd. Ze vertellen allemaal het verhaal van de superioriteit van de FMS om blessures te voorkomen. Tussen deze lijst staan geen onderzoeken, die het falen van het FMS tonen en uiteraard ontbreekt ook het marathon onderzoek. Kiesel, die het American Football onderzoek leidde, gaf in een interview (Bio Mechanics 2008) aan, dat de FMS onder college basketballers (nooit gepubliceerd) ook geen voorspellende waarde had.

 

Krijg een indruk van de FMS workshop onder leiding van Gray Cook, PT, CSCS

 

Overwegingen
Het FMS is elegant van opzet en geniaal in eenvoud. Het maakt duidelijk dat bewegen niet zo gemakkelijk is als het lijkt. Wij vinden het stiekem ook een heel mooi systeem, maar uiteindelijk is de mens belangrijker dan de methode. Het bewijs dat FMS ook echt toegevoegde waarde geeft is minimaal. Feitelijk is slechts één prospectief onderzoek met een positieve uitkomst, maar het tegenbewijs mag zeker niet genegeerd worden. Ook is nog maar de vraag of je wel meet, wat je precies vast wilt stellen. Want wat betekent het, als iemand niet het volledige punten aantal kan scoren op een diepe overhead squat? Is dat een teken van een subtoptimaal, maar corrigeerbaar beweegpatroon? Het corrigeren ervan kan een zeer frustrerende zaak zijn als iemand een relatief lang femur (dijbeen) heeft en daardoor een biomechanisch onvoordelige uitgangspositie heeft. Daarnaast bepaalt de diepte van de heupkom of je hier geschikt voor bent en dat is geen trainbare eigenschap. De vraag is of je het kunt corrigeren en belangrijker nog, of dit blessures vermindert of misschien wel juist doet toenemen. Iemand op de grens brengen van zijn biomechanisch ontwerp is misschien niet helemaal verstandig. Een one-size fits all systeem is wellicht gewoon te simpel en het is daarom zinvol om een sportspecifieke screening toe te passen. Het standaard uitvoeren van de FMS op elke sporter is een illusie van veiligheid creëren, die wel eens heel kostbaar kan uitpakken.

 

Conclusie
Als je op zoek bent naar een eenvoudig scoresysteem voor asymmetrie in bewegingen, dan is FMS misschien wel het overwegen waard, maar het bewijs dat het daadwerkelijk preventief werkt is zeer mager. Je houdt dan de illusie in stand dat je pro actief werkt aan de veiligheid van de cliënt. Als je daadwerkelijk blessures wilt voorkomen, dan is een sportspecifieke screening mogelijk een beter alternatief. Het screenen op beweegpatronen met de FMS is zeker zinvol, maar hecht niet teveel waarde aan de scores.

Meer relevante artikelen uit deze categorie 'Bewegen'

De haklanding in perspectief

De bekende professor Daniel Lieberman levert met een nieuwe publicatie, aanvullende inzichten in het ontstaan van loopblessures. Hij kan biomechanisch aannemelijk maken, dat een haklanding, het risico op blessures vergroot. Deze overtuiging werd tot nu toe niet...

Spelen deel 2: Stoeien

Spelen is veel meer dan tijdverdrijf voor kinderen. Het lijkt onderdeel te zijn van de gezonde ontwikkeling, maar ook van onderhoud van lichaam en geest. Binnen het thema spelen lijkt het stoeien een eigen categorie te vormen, die mogelijk op unieke wijze bijdraagt...

De onverwachte relatie tussen lichaamshouding en emotie

Een groot deel van communicatie kun je toekennen aan lichaamstaal, en dat begint al bij de lichaamshouding. Onderzoek bevestigt steeds vaker dat er een kern van waarheid zit in de wederzijdse beïnvloeding van houding en emotie. Toch blijkt er een kleine verrassing te...

Dit onderwerp wordt behandeld in de volgende opleidingen:

Recente artikelen (kennisbank) uit overige categorieën:

Spierhypertrofie deel 4: Meer schade, meer spiergroei?

  De zoektocht naar efficiëntere manieren van het bereiken van spierhypertrofie heeft drie mechanismen blootgelegd, namelijk trainingsvolume, metabole stress en spierschade. Wat is de rol van de laatste en is het überhaupt noodzakelijk?Groei zonder schade Om...

Gezondheidsmanagement in het bedrijfsleven deel 2

  Bedrijven zijn massaal gezondheidsmanagementprogramma's aan het implementeren als onderdeel van een duurzaamheidsbeleid. In ons vorig artikel 'Effectiviteit gezondheidsmanagement in het bedrijf' werd duidelijk dat ze niets opleveren en toch zweren sommige bedrijven...

‘The China Study’ – Red jezelf, word veganist?

  Het onthouden van consumptie van dierlijke producten, zoals veganisten doen, wordt geassocieerd met een betere gezondheid. Veel veganisten zijn meer bewust bezig met gezondheid en daardoor roken en drinken ze minder dan gemiddeld. Ze zijn ook vaak (lichamelijk)...

Redactionele noot

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, worden opgeslagen of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

We vernemen graag feedback over onze artikelen, omdat we verantwoording afleggen voor claims belangrijk vinden. 

Wil je kennis uitwisselen over vitaliteit, fitness en leefstijl met andere (aspirant)professionals, bezoek dan Café Chivo op Facebook.

 

  • Herpublicatie uit 2009 van onze oude website

Geraadpleegde bron(nen)

  • Cook G (1998), Burton L. Functional Movement Screen. Website: www.functionalmovement.com
  • Ellenbecker TS (2007), Ellenbecker GA, Roetert EP, Silva RT, Keuter G, Sperling F. Descriptive profile of hip rotation range of motion in elite tennis players and professional baseball pitchers. Am J Sports Med. 2007 Aug;35(8):1371-6
  • Hoover D (2008), Killian CB, Bourcier B, Shannon L, Jenny T, R Willis. Predictive Validity of the Functional Movement ScreenTM in a Population of Recreational Runners Training for a Half Marathon: 1465. Medicine & Science in Sports & Exercise: May 2008 – Volume 40 – Issue 5 – p S219
  • Kiesel K (2007), Plisky P, Voight, M. Can serious injury in professional football be predicted by a preseason functional movement screen? NAJSPT. 2007;2(3):147-158
  • Peate WF (2007), Bates G, Lunda K, Francis S, Bellamy K. Core strength: A new model for injury prediction and prevention. J Occup Med Toxicol. 2007; 2: 3.

Share This