U bent hier
Hamstringblessures onbegrepen deel 1: Introductie
Acute hamstring blessures behoren tot de meest voorkomende aandoeningen in de topsport, ondanks een bijzondere aandacht van medisch ondersteunende teams. Het heeft in de afgelopen decennia niet geleid tot een verminderde prevalentie. In dit drieluik gaan we dit fenomeen nader bekijken, risicofactoren in kaart brengen en een aanpak bespreken op basis van een biomechanische onderbouwing.
Prevalentie
Hamstringblessures maken, afhankelijk van de publicaties, tussen de 6 en de 29% van alle ongevallen uit en strekken zich van voetbal, rugby, basketbal, cricket tot sprinten (Garret WE 1996, Woods C 2004, Meeuwissa WH 2003, Croissier JL 2004, Brook JH 2005 / 2007). Naast de hoge prevalentie, baart vooral de lange herstelduur zorgen. Daarnaast is er een hoge recidivekans, die gerapporteerd ligt tussen de 12 (Woods C 2004) en 31% (Crossier JL 2004).
Observaties bij 23 Europese voetbalteams laten zien dat het aantal hamstringblessures in een periode van 7 jaar niet afgenomen is (Ekstrand J 2011). Een overzicht van publicaties op dit terrein concluderen hetzelfde over de afgelopen 30 jaar (Ekstrand J 1983 / 2011, Hangglünd M 2009, Hawkins RD 1999, Nielsen AB 1989, Walden M 2005). Hoewel de standaard preventieve aanpak vooral ligt gelegen in het versterken van de hamstrings, blijkt uit geen enkel onderzoek dat kracht van de hamstring een rol speelt. Het is mede door de zwakke opzet van vele studies, heel moeilijk om een enkele factor aan te wijzen. Als er al een of twee toegewezen kunnen worden, dan is het wel een oude blessure en leeftijd (Arnasson A 2004 , Engebretsen Ah 2010, Gabbe BJ 2006). Er is ook geen relatie gevonden met heup-, knie flexibiliteit, squat vermogen, sprongkracht, lichaamscompositie of VO2max (Gabbe BJ 2010).
![]() |
| De Nordic Hamstring is een populaire oefening om de hamstrings te versterken. |
Recidive
Een voormalige blessure als risicofactor roept de vraag op of een recidive het gevolg is van de oude blessure of een probleem in de revalidatie. Een MRI onderzoek (Silder A 2008) wijst uit dat littekenweefsel tot een jaar te zien is, nadat de atleet gerevalideerd is. Littekenweefsel heeft effect op flexibiliteit en op de krachtoverdracht. Het wordt geassocieerd met een recidive aan dezelfde spier, maar is vaak proximaler van locatie (SIlder A 2010), mogelijk het gevolg van een aangepast beweegpatroon. Het wijst dan ook op een samenspel van meerdere risicofactoren.
Conclusie
Hamstringblessures zijn gevreesd door de hoge prevalentie, lange herstelduur en de grote kans op recidive. Ondanks alle aandacht en zorg, is het de afgelopen 30 jaar niet gelukt om de situatie te verbeteren. Een enkele risicofactor is moeilijk aan te wijzen, behalve de generieke voormalige blessure en de toename in leeftijd. Het versterken van de hamstrings zelf, heeft weinig effect en het moet daarom gezocht worden in een samenspel van risico factoren, wat we in het volgende deel van dit drieluik zullen verkennen.
| Voetnoten | Details |
|---|---|
| Opmerkingen |
Dit artikel maakt deel uit van een drieluik 'Hamstringblessures onbegrepen'
|
| Belangen | Geen conflicterende belangen |
| Copyright | Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, worden opgeslagen of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. |
| Bronnen |
|
-
Deel of sla deze pagina op
- Login of registreer om te kunnen reageren

