‘The China Study’ – Red jezelf, word veganist?

door | aug 2, 2018 | Voeding | 0 Reacties

Het onthouden van consumptie van dierlijke producten, zoals veganisten doen, wordt geassocieerd met een betere gezondheid. Veel veganisten zijn meer bewust bezig met gezondheid en daardoor roken en drinken ze minder dan gemiddeld. Ze zijn ook vaak (lichamelijk) actiever, hoger opgeleid en lijken een zinvoller bestaan te hebben. Als ze al gezonder zijn, dan is het dus nog maar de vraag of dit komt door hun voedingspatroon. T. Colin Campbell, gezaghebbend wetenschapper en auteur van de klassieker ‘The China Study’, zegt van wel.

The China study

Begin jaren tachtig van de vorige eeuw begon Campbell een indrukwekkend observationeel onderzoek in meer dan 65 provincies in China, waarbij 367 variabelen in kaart werden gebracht. De ‘China Study’ werd dan ook door de New York Times de ‘Grand Prix’ van epidemiologisch onderzoek genoemd. Uiteraard bestond het onderzoek uit vragenlijsten, maar deze werden aangevuld door driedaagse eetdagboeken en bloedonderzoek. Het leverde volgens Campbell ruim 8.000 significante correlaties op en leidde uiteindelijk tot een gelijknamig boek dat een bestseller werd. Dat gezegd hebbende komen we op een tweesprong, aangezien we een onderscheid moeten maken tussen het boek en het onderzoek.

Het boek

Het boek is geen goede representatie van het onderzoek, omdat slechts 10 procent van de pagina’s ook daadwerkelijk besteed wordt aan beschrijving van het onderzoek. Campbell heeft namelijk een hele carrière opgebouwd rondom zijn aversie tegen dierlijk eiwit. De rest van het boek laat dat ook duidelijk zien.

De ratten met minder dierlijke eiwitten ontwikkelden geen tumoren, omdat ze eerder doodgingen

Zo stelt hij op pagina 104 dat dierlijk eiwit kanker bevordert en caseïne, dat vooral in zuivel voorkomt, in het bijzonder. Er wordt daarvoor geen referentie opgegeven, maar uit zijn andere publicaties blijkt dat dit gebaseerd is op onderzoek uit India. Daarin bleken ratten die gevoed werden met 5 procent caseïne geen tumoren ontwikkelden, maar als dat aandeel naar 20 procent ging, raakten ze bezaaid (Madhaven TV 1968). Dit argument komt terug in de documentaire ‘Forks over Knives’, maar ze laten helaas belangrijke details weg. De groep die hoog in caseïne zat, leefde langer. De andere groep kreeg geen kanker, omdat ze voortijdig stierven. Een nogal belangrijk detail en hetzelfde geldt voor de claim dat caseïne geassocieerd wordt met auto-immuunziekte, waaronder het ontstaan van diabetes type 1. Dat gluten (plantaardig) dezelfde associaties kennen, wordt niet genoemd.

Ook laat Campbell geen gelegenheid voorbij gaan om de cholesterolhypothese in de strijd tegen dierlijk voedsel te gebruiken. Voor elk onderzoek dat daarvoor wordt geciteerd, kunnen we er twee tegenover stellen die het tegendeel laten zien. Deze onderzoeken ontbreken in dit boek, wat wederom een aanwijzing is dat de conclusies uit dit boek gekleurd zijn. Op pagina 132 laat hij weten dat voeding eten met meer dan 0 mg cholesterol gewoon ongezond is. Hoe hij een dergelijk standpunt moet verenigen met het gegeven dat de groep graanproducten in de top 3 staat van cholesterolbronnen (Xu Z 2018), is ons een raadel. Daarnaast is dit cholesterolstandpunt volledig in strijd met de feiten. Dr. Steinberg, een expert op het gebied van de lipidenhypothese, beschrijft in zijn boek dat hij weinig op heeft met het idee dat cholesterol uit voeding een veroorzaker is van hart- en vaatziekten. De gezondheidsraad heeft streefnormen voor cholesterol in voeding ook laten vallen (Gezondheidsraad 2006) en de Nederlandse voedingswetenschap Katan, die zijn carrière bouwde rondom deze hypothese, laat in zijn column weten (Katan MB 2006) dat er inderdaad geen hard bewijs voor is.

Het originele onderzoek

Het boek is geen goede weergave van het China-onderzoek, maar meer een reflectie van Campbells eigen overtuigingen. Het is daarom goed om de originele publicaties boven water te krijgen (Junshi C 1990). Want ruim 8.000 significante correlaties leiden namelijk tot slechts één conclusie: onze aftakelende gezondheid is het gevolg van dierlijk eiwitconsumptie, zo stelt hij op pagina 7. Als we naar de originele publicatie kijken en de tabel eruit lichten waarin de correlaties van dierlijk eiwitconsumptie en het risico op kanker wordt weergegeven, dan zien we iets interessants.
  • Animal protein (+ 3%)
  • Fish protein (+7%)
  • Plant protein (+12%)
  • Carbohydrates (+23%*)
  • Total calories (+16%)
  • Fat% calories (-17%)
  • Fibre (+21%)
Associations of Selected Variables with Mortality for All Cancers in the China Study (Junshi C 1990)
* significant correlation
Er blijkt op één maat na, geen enkele significante correlatie te vinden tussen voeding en de kans op kanker, laat staan met dierlijk voedsel. Als er al een relatie is, dan blijken vooral vezels en koolhydraten verdacht; plantaardig voedsel dus. Dierlijk voedsel lijkt redelijk neutraal. Geen van deze conclusies is overtuigend en zou ook nooit de kernboodschap van welk boek dan ook mogen vormen. Als er al een conclusie getrokken zou mogen worden, omdat de correlatie significant is, dan moet het wel de totale vetconsumptie zijn. Deze wordt namelijk gecorreleerd met een verminderd risico op kanker.

Volgens Campbell zijn de data uit de wetenschappelijke publicatie niet goed, maar die in het boek staan wel?

Campbell laat via de Vegsource website weten dat deze tabel gebaseerd is op ongecorrigeerde data, in tegenstelling tot de conclusies in het boek. Het is nogal vreemd dat de wetenschappelijke gemeenschap data krijgt, waar ze niets mee kan en de consument juist data krijgt waar ze niets mee wil. Onwaarschijnlijk en helaas is deze gecorrigeerde data tot op de dag van vandaag, nergens gepubliceerd in een wetenschappelijk tijdschrift. Eeuwig zonde voor de ‘Grand Prix’ van epidemiologisch onderzoek.

Er wordt aan de lopende band epidemiologisch onderzoek gepubliceerd, maar dit onderzoek moet het gezag vooral ontlenen aan het unieke bijbehorend bloedonderzoek. De biomarkers plasmakoper, nitrogeen, estradiol, prolactine en testosteron zijn volgens hem niet alleen risicoverhogend, maar bovendien het gevolg van dierlijk eiwitconsumptie, zo zou moeten blijken uit eerder onderzoek. Deze claim op pagina 89 is nogal provocerend en voorzien van welgeteld nul onderbouwing. Geen enkele referentie wordt gegeven voor deze claim. Het bloedonderzoek dat dit epidemiologisch onderzoek onderscheidt van anderen, heeft geen enkele waarde.

Interview met T. Colin Campbell over de ‘The China study’

T. Colin Campbell doet het nog eens dunnetjes over met ‘Fork over knives’

Forks over knives

In de documentaire ‘Forks over Knives‘ wordt wederom het belang van voeding en leefstijl benadrukt als het gaat om gezondheid. Een boodschap die we kunnen onderschrijven. Het probleem ontstaat natuurlijk als er een valse dichotomie wordt voorgeschoteld, namelijk veganistisch versus de officiële richtlijnen. Alsof er geen andere voedingspatronen bestaan. Daarnaast staat in geen van de officiële richtlijnen dat men te zoet, te zout, te vet en teveel moet eten. De gemiddelde persoon met welvaartziekte houdt zich dus niet aan de officiële richtlijnen en het is daarom vreemd dat deze richtlijnen, en vlees in het bijzonder, worden gepresenteerd als hét probleem. De presentatie is hiermee nogal eenzijdig en sturend. Interessant is dat net als bij de documentaire ‘Hungry for Change’ het veganistische label wordt losgelaten en dat men het uitsluitend heeft over ‘plantgebaseerd’. Het woord veganisme heeft wat extremere associaties en de term plantgebaseerd moet het meer geaccepteerd maken voor het grote publiek. We hebben het woord ‘veganistisch’ dan ook niet één keer voorbij horen komen, maar wellicht hebben we het gemist.
Uiteraard komt het China-onderzoek aan bod en worden de valse claims verder gepropageerd, maar er wordt ook veel aandacht geschonken aan een stuk geschiedenis. Met name Noorwegen tijdens en net na de Tweede Wereldoorlog komt aan bod. Vlees was schaars en ondanks alle stress, bleek er een enorme terugval in hart- en vaatziekten. Volgens de documentairemakers was dat te wijten aan het veganistische, pardon plantgebaseerd, voedingspatroon. Daar is inderdaad onderzoek naar gedaan (Angell-Andersen E 2004) en een overzicht met veranderingen tijdens de Tweede Wereldoorlog tref je aan in de tabel verderop. Vlees was inderdaad schaars in die tijd en de consumptie daalde, maar dat gold ook voor suiker en vet. Groenteconsumptie nam toe, evenals vis. Zover wij weten is vis ook dierlijk, maar er wordt niet gesproken over vis ondanks een verdubbeling van de consumptie. De energie-inname daalde met 20 procent en dat bleek ook uit de groeiontwikkeling van kinderen, aangezien deze achterbleef. Het is heel duidelijk dat een negatieve energiebalans op zichzelf staand kan leiden tot ogenschijnlijk betere gezondheidsindicatoren, maar we weten ook dat het op lange termijn problematisch kan worden, mede door het jojo-effect. De documentaire hangt met eenzijdige argumenten aan elkaar en kennelijk moet er gelogen worden om een overtuiging / voedingspatroon te verkopen.

Eetpatroonwijziging Noorwegen (Angell-Andersen E 2014) tijdens de Tweede Wereldoorlog (klik om te vergroten)

Overwegingen

Bijna alle prospectieve onderzoeken laten zogenaamde nulresultaten zien als het gaat om de relatie tussen dierlijk eiwit en kanker en zo ook het China-onderzoek. Er is dus op zich niets mis met het onderzoek, maar er is vooral veel mis met conclusies die getrokken worden uit het onderzoek. Er is geen enkel onderzoek dat overtuigend laat zien dat een veganistisch voedselpatroon beter is voor onze gezondheid. Wel is duidelijk dat een veganistisch voedingspatroon tot voor kort lastig was, waarbij een potentieel vitamine B12-tekort op de loer ligt. Het advies van Campbell is om dan maar aarde (!) te eten of een supplement te nemen. De hedendaagse techniek maakt het veganistische voedingspatroon bereikbaarder voor het grote publiek.

Zwak bewijs opvoeren als argument, maar sterk bewijs negeren?

Hoewel het boek zichzelf nogal op de borst klopt als vertegenwoordiger van een zeer groots onderzoek, valt het in het niet met bijvoorbeeld het ruim 400 miljoen dollar kostende Women’s Health Initiative. Het China-onderzoek mag zich dan beroepen op de observaties (geen causaliteit) van 6.500 deelnemers, maar dat is zwak bewijs en daarom moeten we kijken naar grotere experimenten. Het Women’s Health Initiative had 50.000 vrouwen gerandomiseerd over twee groepen. Hoewel het onderzoek op vetconsumptie gericht was, bleek de interventiegroep ook minder vlees te eten. Na 8 jaar bleek er geen enkele relatie tussen dierlijk eiwit en hart- en vaatziekten (Howard BV 2006). Sterker nog, hoewel de vrouwen in de controlegroep 10 energieprocent meer vet aten dan in de interventiegroep, werden ze ook niet dikker (Beresford SAA 2006) en hadden ze ook geen verhoogd risico op borst- (Prentice RL 2006) of darmkanker. Een onderzoek waarin een vegetarisch voedingspatroon afgezet werd tegen het mediterrane dieet, dat wit én rood vlees bevat, liet geen verschil zien in cardiovasculaire uitkomsten en ook niet in inflammatie (Sofi F 2018). Een systematische overzichtsartikel en meta-analyse van 24 experimenten met rood vlees tot een half portie per dag liet eveneens geen nadelig effect zien van consumptie op bloeddruk op lipidenwaarden (O’Connor LE 2017). Calorierestrictie is het mechanisme dat leidt tot dit soort verbeteringen zoals het CALERIE-onderzoek laat zien, waarin de interventiegroep blijft eten wat ze al aten, alleen met de sturing op 20 procent minder (Ravussin E 2015). Ook zijn er veel mensen die zich beter voelen, meer energie hebben als ze veganist worden, maar ook dat is grotendeels toe te schrijven aan calorierestrictie (Martin CK 2016), zo verhult CALERIE. Het China-onderzoek is uiteindelijk een observationeel onderzoek waaraan geen conclusies verbonden kunnen worden en daarmee zeer zwak bewijs vormt. Ondanks alle poeha over bloedonderzoek en duizenden correlaties.
Er zijn veel mensen die kritiek hebben op Campbells boek. Kenmerkend is dat hij zelden reageert op de inhoud, maar zich beroept op zijn autoriteit als professor en auteur. Omdat we het belang van de cliënt vooropstellen, hebben we meer met bewijs dan met gezag. Als hij dan inhoudelijk in het nauw wordt gedreven door een andere hoogleraar, beweert hij gerust dat hij de reductionistische wetenschappelijke methodieken niet aanvaardt, hij bekijkt de zaken namelijk holistisch. Toch gebruikt hij deze verwerpelijke reductionistische onderzoeken als ze hem uitkomen, zo blijkt uit talloze passages in het boek. Lijkt ons toch vooral hoogleraaronwaardig. Op pagina 106 laat hij gelukkig weten dat het China-onderzoek op zich geen bewijs is, maar voldoende bevat om praktische beslissingen te nemen. Het laatste is natuurlijk waar als je bereid bent om alle feiten, die in strijd zijn met het boek, te negeren.

Conclusie

Het onderzoek en het gelijknamig boek ‘ The China study’ van T. Colin Campbell lijken een bijbel te vormen voor sommige veganisten, waarmee ze hun voedingspatroon verdedigen. Niets uit het onderzoek, noch uit het boek, kan echter de overtrokken gezondheidsclaims onderbouwen. Ook een vervolgdocumentaire in de vorm van ‘Fork over Knives’ bestaat uit een handjevol feiten, bedolven onder ‘wishful thinking’. Er kunnen vele redenen zijn om meer plantaardig te eten en dat mag ook gewoon voorkeur zijn. Er is vandaag de dag meer draagvlak voor veganisme dan ooit, moderne productietechnieken bieden ook meer opties en het kan bijdragen aan de gezondheid, als het helpt om de energiebalans te reguleren. Alle overige gezondheidsclaims zijn zeer discutabel en feiten uit de context presenteren, maakt een op zichzelfstaand loffelijk streven naar meer plantaardig eten vooral heel lelijk. Waarom zou je dat willen?

Meer lezen uit deze categorie 'Voeding':

Hoe bruikbaar is de Bravermantest?

Volgens Dr. Eric Braverman vloeien veel van onze gezondheidsklachten voort uit een disbalans van neurotransmitters. Hij ontwikkelde een vragenlijst, de zogenaamde Bravermantest, waarmee een dergelijke disbalans vastgesteld zou kunnen worden, die vervolgens leidt tot...

De glycemische index (GI) is nutteloos?

Het lichaam heeft verschillende mechanismen om de bloedsuikerspiegel te bewaken. Dat kan het lichaam uitstekend, maar op één of andere wijze vinden we het nodig om ons lichaam constant te micromanagen. De glycemische index/last is zo'n stuk gereedschap om ons lichaam...

Hoe effectief en gezond is vasten?

Vasten is een millennia-oude traditie die ingezet werd om zowel het lichaam als de geest te reinigen. Tegenwoordig wordt het steeds vaker ingezet om af te slanken of om metabool gezonder te worden. Gelukkig neemt onderzoek toe en krijgen we langzamerhand steeds betere...

Dit onderwerp komt aan bod in de volgende opleidingen:

Recente artikelen (kennisbank) uit overige categorieën:

Wijzigingen opleidingen vitaliteit 2019

  Het vak vitaliteit is nog jong en hoewel de markt nog bezig is om de contouren te ontdekken, zijn wij deze al geruime tijd stevig aan het inkleuren. Er is bij ons geen misverstand over wat vitaliteit is en wat vitaliteitsprofessionals doen. De identiteit staat...

Positieve psychologie deel 7: 20 jaar jong, tijd voor een feestje?

Psychologie is de studie van het menselijk gedrag en de laatste honderd jaar toch vooral van ziekelijk gedrag. Hoewel er natuurlijk wel onderzoeken plaatsvonden die methoden onderzoeken om ons zelf te verbeteren, zijn die ondergesneeuwd geraakt. Vanaf 1998 veranderde...

Redactionele noot

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, worden opgeslagen of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

We vernemen graag feedback over onze artikelen, omdat we verantwoording afleggen voor claims belangrijk vinden. 

Wil je kennis uitwisselen over vitaliteit, fitness en leefstijl met andere (aspirant)professionals, bezoek dan Café Chivo op Facebook.

 

  • 2 augustus 2018: Het originele artikel werd gepubliceerd op 4 september 2011 en werd op 2 augustus 2018 uitgebreid met een sectie over ‘Forks over Knives’ en een herschreven conclusie.

Geraadpleegde bron(nen)

  • Angell-Andersen E (2004), Tretli S, Bjerknest R, e.a. The association between nutritional conditions during World War II and childhood antropometric variables in Nordic countries. Annals of Human Biology, may june 2004, vol 31, no 3, 324-355
  • Campbell TC (2005), Campbell TM. The China Study.  ISBN 978-1932100662
  • Howard BV (2006), Van Horn L, Hsia J, e.a. Low-Fat Dietary Pattern and Risk of Cardiovascular Disease –  The Women’s Health Initiative Randomized Controlled Dietary Modification Trial – JAMA. 2006;295:629-642.
  • Junshi C (1990), Campbell TC, Junyao L, Peto R, Diet, Life-style and Mortality in China: A Study of the Characteristics of 65 Chinese Counties, Oxford: Oxford University Press, 1990
  • Madhavan TV, Gopalan C. The effect of dietary protein on carcinogenesis of aflatoxin. Arch Pathol. 1968 Feb;85(2):133-7Martin CK (2016), Bhapkar M, Pittas AG, e.a. Effect of Calorie Restriction on Mood, Quality of Life, Sleep, and Sexual Function in Healthy Nonobese Adults: The CALERIE 2 Randomized Clinical Trial. JAMA Intern Med. 2016 Jun 1;176(6):743-52
  • Prentice RL (2006), Caan B, Chlebowski RT, e.a. Low-Fat Dietary Pattern and Risk of Invasive Breast Cancer – The Women’s Health Initiative Randomized Controlled Dietary Modification Trial – JAMA. 2006;295:629-642.
  • Katan MB (2006) Reply to Ravsknov. Am J Clin Nutr.2006; 84: 1551-1552
  • Ravussin E (2015), Redman LM, Rochon J, e.a.  A 2-Year Randomized Controlled Trial of Human Caloric Restriction: Feasibility and Effects on Predictors of Health Span and Longevity. J Gerontol A Biol Sci Med Sci. 2015 Sep;70(9):1097-104
  • Steinberg D (2007). The Cholesterol Wars: The Skeptics vs the Preponderance of Evidence. Academic Press; 1 edition (September 24, 2007) ISBN 978-0123739797

Share This